Verslagen interne competitie

2009-2010

 

 

Ronde 26
De laatste ronde was weer wat matig bezet, net als vorige ronde en er was weer iemand die zonder bericht er niet was, dat schijnt best wel vaak te gebeuren dit seizoen en het kostte uw verslaggever zijn partij. Ik moest eigenlijk tegen Anton spelen maar in overleg kreeg Kees Weststrate deze partij.

Het was trouwens ook een hele zwarte avond omdat de witten er niet in slaagden om potten te breken, een schamel halfje werd in 6 partijen behaald door een witspeler.

Bij Leon Zweedijk en Johan Goedegebuure kon Leon een pion winnen en deed dat ook maar overzag het witte schaakje, dat bleek eigenlijk niet zo erg want Leon kon met tactische middelen dan toch de pion meer houden op straffe van stukverlies van wit. Zwart besloot echter de pion terug te geven om met tempowinst dan een stelling uit de carokann ruilvariant te bereiken waarbij de witte stukken ook nog eens verdwaald waren. Johan besloot daarna aan te vallen op de verkeerde kant van het bord en zonder te ontwikkelen en dat werkte averechts. Zwart kon de damevleugel aanvallen die door het opschuiven van a4 en b3 zwak was geworden en snoepte daarna het ene pionnetje na het andere weg en wit vond het wel genoeg geweest.

Kees Weststrate die eigenlijk oneven kwam door het wegblijven van zijn tegenstander, kreeg toch een partij en dan tegen de toch veel hoger staande Anton Quakkelaar. Wit speelde heel voorzichtig en Kees gooide de zaak snel open maar trok eigenlijk aan het kortste eind, wit won een kwaliteit en een pion en de zwarte koning was gestrand in het centrum en kon nergens veilig heen. Anton leek snel te gaan winnen maar beging toch een fout die heel duur bleek te zijn, een schaakje door een pion was fataal. Nemen gaf een familieschaakje en weg dame en niet nemen gaf een tweede dame voor Kees. Er werd dan maar genomen en nadat de witte stelling werd leeggegeten gaf wit met een handvol stukken minder op.

Dies Lokerse had na de opening best wel een goede stelling bereikt tegen Rob Oosterlee maar in het middenspel kon hij geen plan verzinnen en Rob wel. Zetje bij zetje kwam zwart beter en de witte stelling viel om.

Merijn van Koeveringe overkwam een beetje hetzelfde tegen Cees de Schipper, een mooie stelling na de opening werd niet beloond. Cees stond misschien wel iets minder maar verdedigde secuur en wit liep zich stuk en kwam een kwaliteit achter. In het eindspel met toren tegen loper was de winst nog wel lastig maar zwart tikte het netjes uit.

Ronald Hoek van Dijke besloot met wit na een voorzichtig gespeelde opening tegen Herman Schoonakker dat het tijd was om een aanval op te zetten. Een open g-lijn naar Hermans koning en een witte koning die terugholde naar het centrum moest de aanval flink vaart geven. Zwart leek het moeilijk te krijgen onder de witte druk maar Herman offerde een paard voor wat pionnen en door de wervelwind dwarrelde de ene na de andere witte pion van het bord. Zwart kreeg uiteindelijk 5 pionnen voor het stuk en wit moest van ellende 2 lopers gebruiken als schild voor zijn koning maar ook dat bleek niet genoeg.

Dat was dus de 5e witte nederlaag deze avond, was er dan niemand die met wit iets kon bereiken?  Wilco Krijnsen had met heel voorzichtig spel Jan Capello wat uit de tent gelokt en kon via een vernietigende aanval over de zwakke witte velden van Jan diens koning mat zetten. Dit was niet zo makkelijk te zien en Wilco zag  de eerste zet wel maar de lastig te vinden follow-up niet en koos een andere zet. Jan kon daarna met ruilen de angel helemaal uit het witte spel halen en er werd snel remise besloten.

Jan werd hiermee geen remisekoning maar remisekeizer. 11 keer werden de punten gedeeld en de enige die Jan enigszins kon bijhouden met was Ronald met slechts 8 halfjes. Lang leve de keizer!

naar boven    naar beneden

 

Ronde 25
Ronde 25 kende een lage bezetting. Veel toptienspelers hadden het waarschijnlijk te druk met het volgen van het wereldkampioenschap tussen Anand en Topalov. Of het kwam gewoon door de meivakantie. Jerry Ros speelde met zwart tegen Jan Capello. Er kwam een variant van het  scandinavisch op het bord, waar Jan niet zoveel moeite mee had. Jerry had wel dreigingen tegen c3, maar Jan had allerlei tegendreigingen op e6 en d5. Daardoor eindigde de strijd onbeslist.

Marko Burger mocht het met de witte stukken opnemen tegen de oude rot Anton Quakkelaar, die een versneld tempo speelt en (daardoor?) ook de meeste afgebroken partijen heeft. Ook hier leek de remisemarge niet te worden doorbroken, totdat Marko op avontuur ging. Even leek de stelling verloren voor Anton, maar door venijnige tussenzetjes (met schaak) hield Anton een loper over, waartegen Marko een blokje aan pionnen had. Remise werd overeengekomen.

Wilco Krijnsen was met wit tegen Gayan den Hollander ten strijde getrokken. Er was een vrij in elkaar gedrongen stelling ontstaan, die eveneens hard op remise leek af te gaan. Na enig ruilwerk ontstond er wat meer ruimte. Doordat Gayan een verkeerd paardoffer deed, trok Wilco de partij naar zich toe.

Nieuwkomer Kees Weststrate mocht zijn geluk beproeven tegen Herman Schoonakker. Herman voerde de druk stevig op, dacht simpel een pion te winnen, maar overzag een venijnig pionzetje, die minstens een toren moest kosten. Kees ruilde echter eerst de dames af en zijn voordeel verdween als sneeuw voor de zon, met uiteindelijk een nul tot gevolg.

Merijn van Koeveringe wilde al snel opgeven tegen Piet van Boven, die een mooie paardvork had uitgevoerd tussen dame en koning. Echter was Piets zet niet reglementair (paarden mogen nu eenmaal niet als loper worden gebruikt) en ging de strijd nog even verder. Helaas voor Merijn vlocht Piet er later in de stelling een mooi matnet in en was de nul alsnog een feit.

Cees de Schipper kreeg eerst geen handen op elkaar tegen Dies Lokerse. Uit een rustige d4 opening ontstond uiteindelijk een stelling waarin beide spelers een paard hadden en een vijftal pionnen. Cees zijn paard leek echter behendiger in het rondspringen op het bord en snoepte daardoor al Dies zijn pionnen weg. Toen Cees twee verbonden vrijpionnen had en nog een derde vrijpion bij zijn koning, leek de strijd beslist, maar Dies speelde koppig door (hoopte misschien op pat). Cees liet zich niet van de wijs brengen en zette Dies gewoon mat.

Zelf had ik met zwart een rustige siciliaanse partij tegen Jaap van Oosten. Jaap rokeerde laat, liet het centrum en de ruimte aan mij, waardoor al mijn stukken op goede posities terecht konden komen. Na een aanval door het centrum kwam ik al snel een pion voor. Het was even oppassen voor mat achter de paaltjes, maar toen mijn toren eenmaal de tweede rij wist te bezetten en er vervelende aftrekschaakjes met nog meer materiaalverlies in de lucht hingen, gaf Jaap op. En zo waren alle partijen opeens om 23.00 uur klaar.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 24
Het seizoen loopt op zijn einde en na de 24e ronde is het wel duidelijk dat Wouter Bliek niet meer in te halen is. Wouter won van Jan Capello. En dat lijkt misschien een logische uitslag, maar Wouter moest wel het beste uit zichzelf naar boven halen. In een eindspel met beiden 6 pionnen had Wouter zijn loperpaar als troef en een zwakke e-pion van Jan als primair aanvalspunt. Maar het is nog geen sinecure om met die twee troeven het volle punt binnen te halen. Het lukte Wouter wel. 

Daarmee bleef hij achtervolger Peter van der Borgt voor. Peter en Willy Meulblok speelden een Siciliaan met een onorthodox karakter (de Kalashnikov) en na Peters g5 ontstond er een interessante stelling die Willy met f4 liet exploderen en (helaas voor hem) ook meteen liet ontmantelen na het foute slaan met die f-pion op e5. Peter kon niet alleen zijn witveldige loper met tempowinst ontwikkelen, maar ook nog daardoor de kwaliteit winnen. Willy hield het toen snel voor gezien. 

Maar als het om snelheid gaat, was Herman Schoonakker de winnaar (tenminste als het om snel verliezen gaat). Herman speelde tegen de rasaanvaller Johan Goedegebuure die vanaf de eerste zet op jacht gaat naar de koning. Nog voordat Johan met echt bijzondere zetten kon komen, stond hij al een kwaliteit voor, omdat Herman even vergat f2 te dekken. Zou Johan magische krachten bezitten? In elk geval kon een betoverde Herman daarna het tij niet meer keren. 

Piet van Boven speelde een prima partij. Hij speelde niet alleen rustig, maar wist zich tegen Rob Oosterlee actief te verdedigen. Zoals beginnende schakers wel vaker hebben, zag hij geen tijd om te rocheren en dat markeerde zijn einde. Merijn van Koeveringe kwam ook niet snel aan rocheren toe (pas op de 25e zet), raakte door de originele openingsopzet van Kees Weststrate een stuk kwijt, kwam vervolgens een stuk voor en liet uiteindelijk Kees’ dame binnen vallen en toen ook nog Kees’ h-pion kon doorlopen, kon Kees een vol punt bij schrijven. 

Gayan den Hollander speelde een prima partij tegen Rick Sorber. Nu is Rick wel een beetje uit vorm, maar dan nog is het een puike prestatie van Gayan om met zwart remise te houden. Rick had weliswaar steeds het betere van het spel, maar Gayan had te weinig zwaktes (die hij dan ook nog goed en actief verdedigde) om winst voor Rick mogelijk te maken. Hetzelfde was aan de hand bij Bram Boone en Cees de Schipper. Cees had weliswaar de f-lijn in bezit en zijn twee torens keken dreigend naar pion f2, maar die kon gedekt worden door een twee torens op de 2e rij (waarvan er eentje op g2 wel heel beroerd stond). Dat was echter Brams enige zwakte en om te kunnen winnen is het wel nodig dat je tegenstander meerdere zwaktes heeft. 

Bij Anton Quakkelaar en Wilco Krijnsen leek het ook op remise uit te draaien, totdat Wilco opeens een loper voor twee pionnen offerde. Welke spoken Wilco zag weet ik niet, maar het lijkt me dat hij met deze actie zijn remisekansen niet heeft vergroot. De partij werd afgebroken; we zullen dus nog een paar weken moeten wachten op de uitkomst. 

Bij Leon Zweedijk en Eldert Besseling heeft het geen enkel moment geleken of er remise uit zou komen. Beiden durfden niet goed te rocheren (bang voor de tegenaanval van de ander) en beiden hadden aardige aanvalskansen (al leken die van Leon beter). Uiteindelijk trok Leon aan het langste eind.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 23
De 23e ronde kende twee topduels: de nummer 1 tegen nummer 3 en de nummer 2 tegen de nummer 4. Een beetje teleurstellend eindigden beide partijen in een redelijk snelle remise. Zodoende liep Peter van der Borgt (die tegen Jerry Ros speelde) dus niet in op Wouter Bliek (die tegen Willy Meulblok speelde). 

De andere partijen lieten meer strijd (maar ook meer fouten) zien. Soms zet je een stuk ergens neer en heb je daar later spijt van. Zo speelde Anton Quakkelaar zijn pion naar e5 om zich zelf wat ruimte te geven en meende Ronald Hoek van Dijke met een pion op b5 Jan Capello wel in de problemen te brengen. Maar het liep anders. Die pion op e5 bleek een mooi aanvalsobject voor Rick Sorber en Rick won die pion dan ook. Weliswaar is de partij afgebroken, maar met inmiddels een stuk meer moet de winst voor Rick een kwestie van tijd zijn. Ondanks dat Ronald met een loper op c6 (die als een soort pion acteerde) pion b5 nog probeerde te dekken, moest hij er ook in berusten dat die pion verloren ging en dat Jan toen met twee reeds ver opgerukte verbonden vrijpionnen gewonnen stond. 

Nu is een pion voor niet altijd een garantie voor de winst. Rob Oosterlee kwam een pion voor tegen Cees de Schipper. Het leek er op dat Rob (in zijn gekende rustige stijl) die plus wel tot winst wist te brengen. Maar dat gebeurde niet: Rob liet Pc5 toe, verloor daardoor niet alleen b7, maar hield een stelling over die al snel in een ruïne veranderde. Dus in plaats van een 1 een 0 voor Rob. 

Zelfs twee pionnen meer is geen garantie voor de winst. Leon Zweedijk leek tegen Herman Schoonakker een mooie aanval te hebben, maar toen die niet doorsloeg, bleek Leon opeens slecht te staan. Om zich in de wedstrijd te houden moest Leon twee pionnen geven. Die bleef Herman voor en er werd heel wat geruild, totdat een eindspel ontstond met ongelijke lopers en voor Herman nog die twee pluspionnen. Misschien was het te winnen, maar Herman wikkelde zo af dat Leon met zijn loper de a-pion er af sloeg en er resteerde voor Herman een niet te winnen eindspel van loper + h-pion tegen een koning alleen, omdat Herman de “verkeerde” loper had (namelijk de witte loper en h8 is een zwart veld). Remise dus? Nee, want Leon dacht dat dat eindspel verloren was en gaf op. Tsja, van zoiets kun je wakker liggen. 

Dat heeft Merijn van Koeveringe misschien ook wel gedaan. Hij had een paar prachtige paarden, maar ook dat is niet altijd een garantie voor de winst. Zijn paarden hadden Jaap van Oosten redelijk in de problemen gebracht en Merijn een pluspion opgeleverd. Het leek er op alsof Merijns paarden alle kanten op konden springen, maar b6 bleek nu net niet te kunnen. Paard weg en partij weg, want Jaap tikte het rustig uit. 

Gayan den Hollander had ook een prachtig paard. Onaantastbaar stond het op d6, zodat de velden c8, b7, b5, f5, f7 en e8 voor Lou Poleij no-go-areas waren. Alleen hoefde Lou daar ook helemaal niet te zijn en was de weg naar de winst niet makkelijk. Uiteindelijk wist Gayan met een koningsaanval Lou toch in een matnet te krijgen zonder dat het paard nog in actie hoefde te komen. 

Kees Weststrate boekte weer een overwinning. Nu werd Dies Lokerse aan de zegekar gebonden. Ook Marius Leendertse won. Maar hij moest wel diep gaan. Piet van Boven was in het begin een pion kwijt gespeeld en Marius had veel tijd nodig om zijn voordeel vast te houden en had nog 19 seconden over toen hij zijn 40e zet had gedaan. Net op tijd dus en toen stond hij ook gewonnen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 22
Gevulde koeken waren er deze 22e ronde. Kees Weststrate, vorige week lid geworden, vond dat je zo’n lidmaatschap moet vieren met koeken. Een idee dat de meesten wel konden waarderen. Jaap van Oosten liet zich echter niet van de wijs brengen en won wel van Kees. Maar vraag niet hoe. Het was een bizarre partij, waarin Jaap materiaal voor kwam, Kees zich origineel opstelde en daardoor plots Jaaps dame kon winnen tegen een toren. Met een dame tegen een toren en loper met de beide koningen zonder enige bescherming ging het verder. Aftrekaanvallen, penningen en ga zo maar door, alles zat er in en Jaap ging er met de winst van door.

Wilco Krijnsen laat zien een koele speler te zijn en niet in de war te raken van een beroerde stelling. Edwin Pompert (niet helemaal fit) had Wilco bij “zijn nekvel”, offerde een kwaliteit, maar Wilco verdedigde zich stug en omdat Edwin een paar keer een betere voortzetting miste, verdampte Edwins mooie stelling en was Wilco’s materiaalvoorsprong winnend. Bij Jerry Ros moet dat nog blijken. Hij staat in een eindspel weliswaar wat voor, maar Anton Quakkelaar is een taaie verdediger. De partij is afgebroken en zal dus later uitgespeeld worden.

 Over taai gesproken. Flip Meijaard is dat ook en ondanks Bram Boones creatieve spel wist Bram niets te bereiken en werd het remise. Dies Lokerse leek ook op weg naar remise, maar ergens in het late middenspel ging het mis en kon Merijn van Koeveringe opeens materiaal (en de partij) winnen. 

Eldert Besseling boekte een Blitz-zege. Piet van Boven reageerde niet alert op Elderts agressieve openingsaanpak en Piet ging er (ik citeer hem maar) “met boter en suiker aan”. 

Leon Zweedijk leek van Ronald Hoek van Dijke te gaan winnen. Na een tijdelijk pionoffer had Leon en mooie stelling bereikt (loperpaar en niet goed samenwerkende stukken bij Ronald). Van die tijdelijke offers had Leon zo de smaak te pakken dat hij ook een tijdelijk stukoffer deed. Helaas klopte er iets niet en was het geen tijdelijk, maar een permanent stukoffer en de pion die dat opleverde was te weinig compensatie en zo kon Ronald winnen. 

Peter van der Borgt deed ook een tijdelijk pionoffer, maar ook dat was niet goed en het kostte dan ook tijd en stelling om die pion terug te winnen. Omdat Peter niet wilde afwikkelen naar een iets minder (maar waarschijnlijk wel remise) eindspel, ging hij vissen in troebel water, maar dat water was voor Wouter Bliek aanzienlijk helderder dan voor Peter en zo won Wouter en besliste hij daarmee wellicht ook de kampioensstrijd. 

naar boven    naar beneden

 

Ronde 21
We zijn begonnen aan de laatste 8 rondes van de competitie en ook deze 21e ronde zat weer vol verrassende partijen. Jerry Ros en Wouter Bliek hanteerden het LIFO-systeem. “Huh” hoor ik u denken en de boekhouder onder u weet zich misschien zijn lessen over voorraadsystemen te herinneren en denkt iets als “LIFO is toch last-in-first-out”. En dat is het ook. Jerry was een kwartiertje te laat, maar was wel als eerste uit: remise werd het en ik heb er niks van gezien. 

Voordat ze remise overeen kwamen, hadden twee spelers al verbaal aangegeven dat ze gewonnen stonden. Een beetje arrogant natuurlijk en later zou blijken dat er nog best een verschil is tussen gewonnen staan en winnen. Eerst hoorden we Anton Quakkelaar “schaak” roepen op een manier die voor zijn tegenstander (Flip Meijaard) onheilspellend klonk en voor Anton eerder triomfantelijk. Met een standaardoffer op f7 (loper slaat op f7, koning slaat terug en paard van f3 gaat met schaak naar e5 of g5 en de loper op g4 valt) won Anton een pion. Flip sloeg niet op f7 en besloot met zijn koning naar de damevleugel te wandelen en te kijken of hij met een pion minder ergens in een remisevariant kon komen. 

Ronald Hoek van Dijke rocheerde in een ogenschijnlijk normale stelling waarin geen gevaar zat. Maar tegenstander Peter van der Borgt kon niet laten om nadat Ronald de rochade had uitgevoerd en voordat Peter zijn ze uitvoerde (een mooi, maar niet zo moeilijk te vinden, dameoffer) om te melden dat hij dacht dat ie gewonnen stond. Ronald nam het dameoffer niet aan, kwam daardoor een stuk achter en (gemotiveerd door Peters opmerking) ging hij er nog eens goed voor zitten.  

Op de partijen van Anton en Peter komen we nog terug, want beide heren dachten snel te klaar te zijn, maar hadden het faliekant mis.  

Jaap van Oosten was al eerder klaar. In de opening verloor tegenstander Dies Lokerse een stuk en Jaap speelde het keurig uit. Dat deed ook nieuwkomer Kees Weststrate. Kees kwam ook een stuk voor en ondanks dat Piet van Boven hevig tegenspartelde en met zijn pionnen probeerde te promoveren wist Kees het punt mooi binnen te halen. Een goede binnenkomer dus. 

Johan Goedegebuure weet normaal gesproken binnen een paar zetten een enorme koningsaanval op te zetten. Tegen Wilco Krijnsen lukte dat absoluut niet. Wilco speelde zijn eigen rustige (misschien zelfs wel saaie) spelletje met aanval over de c- en de d-lijn, won op een gegeven moment een kwaliteit, kwam wel een beetje in tijdnood, maar bleef ook dan koel en besliste het duel ogenschijnlijk eenvoudig. Goede partij van Wilco die langzamerhand het gevoel van vele jaren geleden (toen hij ook al lid was) weer terug lijkt te krijgen. 

Eldert Besseling gooide zoals altijd het hele bord weer open, offerde een pion (of vergt hem gewoon te dekken), won een kwaliteit tegen een pion, zijn koning kwam onder vuur te staan (door die open stelling en doordat Merijn van Koeveringes paard en dame best gevaarlijk waren), maar wist zich toch te redden en Merijn met een 0 naar Waarde te sturen.  

Dat uw verslaggever niks van het koningsgambiet af weet, werd weer eens duidelijk. Het leek me dat Jan Capello na een stuk of vijf zetten al enorm verloren stond, maar toen bleken hij en Ton van Vliet nog “in de theorie” te zitten. Na een zet of tien dacht ik dat Ton verloren stond en na vijftien zetten heb ik maar besloten niet meer te proberen te bedenken wie beter stond. Terecht blijkbaar, want het werd remise in een stelling waarin volgens mij nog van alles mogelijk was. 

Minstens zo spectaculair was de partij tussen Gayan den Hollander en Marko Burger. Gayan had een bijzondere openingszet, die gevaarlijker oogde dan hij was. Het leidde ertoe dat Marko opeens met zijn d- en e-pion op de vierde rij kwam en de winst voor het grijpen leek te hebben. Marko meende echter Gayans loper te kunnen vangen, maar dat ging niet doordat een gepend paard een pion dekte die door die loper gepakt kon worden. Gayan kwam daardoor een kwaliteit voor en de stelling was voor beiden complex, beide koningen stonden niet echt veilig (dit is een understatement). Marko, de sluwe vos, besloot toen maar snel te gaan spelen en hij bereikte zijn doel: Gayan ging (compleet onnodig, want hij had nog 5 kwartier op de klok) mee in zijn tempo. In de door henzelf opgelegde sneltreinvaart vlogen de stukken over het bord en bleek Marko tactisch de beste.  

Anton en Peter waren nog steeds aan het spelen. Anton moest zelfs afbreken, weliswaar nog steeds met een pion voor, maar duidelijk is dat Flip zich kranig verdedigd heeft. Peter won dan wel, maar kwam best in de problemen doordat Ronald een mooie koningsaanval ontwikkelde. Peter moest een stuk geven tegen twee pionnen. In tijdnood kon Peter zelfs niets beters bedenken dan een pion terug te geven en te hopen dat het toreneindspel wat dan zou ontstaan wel gewonnen zou zijn (bij de analyse bleek dat dat nog wel eens tegen zou kunnen vallen). Ronald was daar ook bang voor en ging er niet op in. Toen Peter kon afwikkelen (loper en toren ruilen) gaf Ronald op (misschien een beetje vroeg, want hij had nogal wat dameschaakjes). 

naar boven    naar beneden

 

Ronde 20
Tien partijen die na goed 3 uur spelen allemaal al klaar waren. En vijf waren in remise geëindigd. Het lijkt dus een vredelievend avondje te zijn geweest. Maar de werkelijkheid was anders. 

Jaap van Oosten en Piet van Boven kwamen remise overeen in een stelling die gewonnen was voor Jaap. De stelling was weliswaar materieel in evenwicht, maar Jaap kon met zijn loper (of toren) Piets stelling vernietigend binnen dringen. Alleen zag Jaap het niet. 

Eerder al waren Willy Meulblok en Ton van Vliet remise overeengekomen. Al in de scherpe opening ontstond een rare stelling, waarbij herhaling van zetten de enige optie was om niet te verliezen. 

Rob Oosterlee zal tevreden zijn geweest met zijn remise. Nadat Wilco Krijnsen gedurfd lang had gerocheerd, ontstond een open stelling waar Rob toch geen gebruik kon maken van de open koningsstelling en hij zelfs twee pionnen achter kwam. Wilco kwam echter in tijdnood en Rob wist met vervelende dameschaakjes materiaal terug te winnen en zo de remise binnen te slepen. 

Gayan den Hollander en Jan Capello speelden een scherpe partij. Jan dacht lang na en zette alles op een aanval op f2. Gayan verdedigde echter actief tegen en gebruikte minder tijd. Jan kwam zelfs een pion achter en met nog weinig tijd op de klok bood hij een op slim moment (na De8 had Jan twee dreigingen in de stelling gebracht) remise aan. Gayan nam dat aan omdat hij niet goed zag hoe hij het verder uit moest spelen. 

Flip Meijaard nam het remiseaanbod van Ronald Hoek van Dijke eerst niet aan. Terecht, want Ronald stond een pion achter en Flip had twee verbonden vrijpionnen. Ronald wist met actief tegenspel Flips pionnen te neutraliseren en ook nog druk op Flips stelling te houden en zo werd het toch remise. 

Dat leek het bij Lou Poleij tegen Cees de Schipper ook te worden, maar na slaan op e3 kreeg Cees opeens een op het eerste gezicht slechte pion op e3, maar op het tweede gezicht bleek die pion slechts van promotie af te gouden als Lou een kwaliteit gaf. Maar die kwaliteitswinst werd door Cees prima uitgespeeld en zo ging het punt naar Goes. 

Dat was ook zo bij Herman Schoonakker en Rick Sorber. Maar dat is gezien de woonplaats van beide heren logisch. Minder logisch was het dat Herman won. Het was (laten we maar eerlijk zijn) een partij vol blunders. Eerst blunderde Rick een pion weg, vervolgens Herman weer twee terug en toen Rick weer twee stukken tegen een toren (eigenlijk een vol stuk, maar dat had Herman ook gemist), waarna Rick toch weer tegenspel wist te creëren om vervolgens een volle toren weg te geven en toen vond Rick het welletjes. 

Redelijk makkelijke overwinningen werden geboekt door Wouter Bliek, Peter van der Borgt en Marius Leendertse. Eric Dek speelde nogal voorzichtig en werd door Wouter weggedrukt. Anton Quakkelaar beging met Le6 een blunder die een pion had moeten kosten, maar een vol stuk kostte doordat Anton verkeerd voortzette. En Dies Lokerse kwam in de opening een stuk achter en dat maakte Marius bekwaam af.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 19
Om Wouter Bliek nog van de eerste plaats af houden, moet er nog wel één en ander gebeuren: de achtervolgers moeten wel blijven winnen en Wouter zelf moet zo nu en dan een steekje laten vallen. Misschien is dat laatste in de 19e ronde het geval. Anton Quakkelaar verdedigde zich met zwart prima en de afgebroken stelling lijkt weinig winstmogelijkheden meer te hebben (voor geen van beide spelers). Maar dat leek bij Peter van der Borgt (met zwart) tegen Flip Meijaard ook het geval. Misschien had er voor Flip wel meer ingezeten dan de remisestand die op het bord kwam. Erger (voor Flip dan) was echter nog wel dat Peter (op zijn “Blieks”) ging “melken” en warempel: met het vreemde Da8 wist hij zijn dame via de lange diagonaal opeens midden op het bord te krijgen, wist pionnen op zo’n manier te ruilen dat hij een betere vrijpion kreeg dan Flip en haalde zo het punt binnen.

Willy Meulblok verloor de aansluiting en dat had niet gehoeven. Jan Capello maakte in de opening een fout. Zijn paard op c3, dat pion e4 dekte, kon weggejaagd worden en zo won Willy die pion op e4. Jan speelde echter prima tegen, Willy reageerde verkeerd en werd er door Jan keurig afgetikt. Over keurig er afgetikt worden: ook Bram Boone weet nu hoe dat dat voelt. Wilco Krijnsen wist zo te manoeuvreren dat Bram een beroerde dubbelpion op de e-lijn kreeg en hijzelf (met wit spelend) een prachtige pion op d7, waarvan Bram (ondanks hevig verzet) promotie niet kon tegen houden.

De omgekeerde wereld was het bij Rob Oosterlee tegen Gayan den Hollander. Rob speelde zoals Gayan normaal doet: alles naar voren en Rob had na 5 zetten pionnen op c4, d4, e4 en f4. Maar Gayan bleef rustig, verdedigde zich onorthodox, kwam een pion voor en haalde het volle punt binnen. Niet alleen Gayan speelde (bijna tegennatuurlijk) rustig; ook Piet van Boven en Dies Lokerse speelden (tegen hun natuur in) in een rustig tempo en dat kwam de kwaliteit van hun spel zeker ten goede. Het werd een mooie partij waarbij Piet de koningsaanval probeerde en Dies de aanval door het centrum. Piets aanval bleek net iets scherper en zo ging het punt naar Hansweert. 

Bij Lou Poleij was dat niet het geval. Die trof Marius Leendertse die een puike pot speelde en Lou vanaf de start in de verdediging drong en met een rot paard op zadelde. Waar Lou het ook neerzette (c6, a5, b7, d6), het stond overal even beroerd. Toen Lou dacht het “ei van Columbus” te hebben (het blijft natuurlijk wel een oud-melkboer) in de zin dat het paard van d6 via c4 naar e3 zou springen om daar een ouderwetse vork uit te voeren, vergat Lou even dat het paard gepend stond en dat hij zijn dame verloor en een zet later ook nog mat ging. 

Iets dergelijks overkwam ook Jaap van Oosten. Jaap had lang gerocheerd, maar dat bleek niet zo’n verstandige keuze, want zijn koning stond nogal “op de tocht”. Toen Jaap ook nog een pionnetje op c2 wegsnoepte, viel Eldert Besseling erg hard zijn stelling binnen met Da6, waarna Jaap eigenlijk meteen kon opgeven. 

Had Lou Poleij een beroerd paard, Herman Schoonakker had een prachtig paard, dat onaantastbaar in de vijandelijke gelederen stond zonder dat Cees de Schipper er veel aan kon doen. Verlies (voor Cees) was dan ook onvermijdelijk, ondanks dat Cees vocht als een leeuw. Dat deed Leon Zweedijk ook nadat Rick Sorber met het (door Leon terecht niet aangenomen) loperoffer op h3 een stuk (tegen twee pionnen) was voor gekomen. Leon bracht nog wel allerlei tegendreigingen in de stelling, maar Rick bleef rustig en trok de partij naar zich toe.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 18
Er was maar één remise deze avond. Lou Poleij en Eldert Besseling deelden het punt. Lou verdedigde zich prima en voor beiden zat er niet veel meer in.

Bij Jan Capello en Peter van der Borgt moet dat nog blijken. Jan had zich keurig uit de nesten gewerkt, waarna Peter zich er in werkte. In grote tijdnood wist Peter zich toch nog er uit te schwindelen en het is nu afgebroken in een onduidelijke stelling, die zo maar in remise zou kunnen eindigen. 

Over schwindelen gesproken. Na gisterenavond mag Eric Dek zich ook tot het gilde der schwindelaars rekenen. Hij kwam beroerd uit de opening en kwam een kwaliteit en een pion achter. Eric begon toen zeer opportunistisch te spelen en na het opspelen van zijn zwarte c-pion naar c3, waarna er een witte pion op c3 kwam en een gat op a3 om binnen te vallen werden de problemen voor Leon Zweedijk te groot en haalde Eric het volle punt binnen. 

Reisgenoot (van Leon) Cees de Schipper moest ook genoegen nemen met een nederlaag. Alleen was dit een regelmatige nederlaag. Gayan den Hollander speelde het damegambiet prima af en toen hij met d5-d6 Cees’ dame aanviel moest Cees materiaal geven. Ondanks heftig tegenspartelen van Cees speelde Gayan het rustig uit.  

Jaap van Oosten is als beginnend schaker nog aan het experimenteren met openingen. Tegen Herman Schoonakker kwam hij er achter dat Ld3 op de 2e zet (na een opening met e4) geen voordeel oplevert. Integendeel: Jaap kwam gedrongen te staan en verloor op een gegeven moment materiaal, waarna Herman de partij rustig uittikte. 

Ook Rob Oosterlee leed een regelmatige nederlaag. Tegen Rick Sorber verdwaalde zijn paard op g4, waar het wel dreigend naar de witte koningsstelling keek, maar omdat er verder weinig hulptroepen aanwezig waren stelde die dreiging weinig voor. Aan de andere kant van het bord had Ricks geliefde minoriteitaanval wel succes. 

Wily Meulblok en Anton Quakkelaar speelden een vlakke partij, waarin Anton een pion won, omdat terugpakken voor Willy materiaal zou kosten. Omdat de stelling vlak was, kon Anton het eigenlijk relatief simpel uit spelen. 

Zo kon Wouter Bliek zijn eerste plaats verder uitbouwen, want Ton van Vliet wist zich onvoldoende te wapenen tegen Wouters stukken die op mooie velden terecht waren gekomen (met als topper het paard op e4). Overigens was het wel een wonderlijke partij, want na 15 zetten waren beide partijen nog maar matig ontwikkeld. 

Piet van Boven was een pion achter gekomen tegen Merijn van Koeveringe, maar Piet stukken stonden beter. Hij kreeg dan ook voldoende winstkansen, maar pakte ze steeds niet. En dus won Merijn.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 17
Laten we beginnen met de partij die het laatst “uit” was, maar eigenlijk ook weer niet. Jerry Ros en Leon Zweedijk braken namelijk af in een stelling die op de gang werd bediscussieerd waarbij de een dacht dat Jerry makkelijk zal gaan winnen en de ander dat het voor Leon appeltje-eitje is. Dat het dan uiteindelijk werd ergens in het midden (remise dus) zal uit komen lijkt niet waarschijnlijk. Afwachten dus. Wie weet dat de huisanalyse nieuwe inzichten biedt.

Die huisanalyse heeft uw verslaggever nog niet gedaan. Hij (ik dus) dacht namelijk zo’n beetje heel de partij de betere stelling te hebben en dat er ergens winst in zou (hebben  moeten) zitten. U snapt het al, hij (ik dus) heb verloren van Willy Meulblok, terwijl ik gevoelsmatig prima stond. Ik (Peter van der Borgt overigens) kwam zelfs een kwaliteit voor (tegen een geofferd pionnetje), waarop Willy prima counterde en in plaats van af te wikkelen naar remise besloot ik in tijdnood op winst te blijven spelen en toen Willy’s 39e zet me verraste, vergat ik dat nog maar 9 seconden had voor mijn 40e zet die ik dan ook niet meer heb kunnen uitvoeren: verloren op vlag, maar ik denk dat Willy toen ook al gewonnen stond. 

Ook Herman Schoonakker ging door zijn vlag, maar zonder dat zou Herman ook wel verloren hebben. Eldert Besseling (zijn tegenstander) speelt graag zo snel als mogelijk zijn f-pion op, maar had daar de laatste paar wedstrijden verschrikkelijk door verloren en nu had Eldert (figuurlijk dan) zijn f-pion vastgelijmd en de pion is heel de partij blijven staan. 

Rick Sorber en Wilco Krijnsen gingen niet door hun vlag, alhoewel ze allebei weinig tijd hadden. Ze haalden ook de 40e zet niet, want net daarvoor werd Wilco mat gezet. 

Anton Quakkelaar kwam tegen Jan Capello een pion voor, maar zijn dameloper bleef beroerd staan en beide heren besloten dan ook maar tot remise.

Wouter Bliek kwam tegen Ronald Hoek van Dijke een pion voor (nadat Ronald zijn paard naar a3 had gespeeld, omdat hij anders niet veel met die knol kon doen). Op a3 deed dat paard overigens ook niet veel en Wouter tikte het partijtje makkelijk uit. 

Nog makkelijker won Gayan den Hollander van Jaap van Oosten. Jaap speelde erg voorzichtig en toen hij ook nog eens zijn pionnen op f6 en h6, kon Gayan bijna niks anders dan op f7 mat geven.

Ook Lou Poleij won redelijk snel, alhoewel de opening zo voorzichtig was dat Dies Lokerse eenvoudig een gelijke stelling bereikte. Maar Dies die met zwart speelde, kreeg een “black-out” en zo stond “black” (da’s dus Engels voor zwart) opeens materiaal achter en dan is Lou er als de kippen bij om het punt binnen te halen. 

Marius Leendertse had een pion geofferd tegen Merijn van Koeveringe en leek die pion achter te blijven totdat Merijn opeens c5-c6 speelde en niet alleen de pion terug moest geven, maar ook een kwaliteit moest geven om in de partij te blijven en eigenlijk lukte dat prima en uw verslaggever dacht dat het op remise zou uit lopen, maar dat bleek een verkeerde inschatting. Merijn kon met een 0 terug naar Waarde en Marius met een 1 naar Kapelle.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 16
Het was de avond van de penningen en van de Caro-Kann. Bij Jan Capello en Rick Sorber werden die twee gecombineerd. Het leek alsof Rick daar voordeel uit zou gaan halen. Het kostte Jan enorm veel tijd om zijn stelling speelbaar te houden. Het leek er dan ook op dat Rick ergens wel iets zou vinden waarop Jan in tijdnood verkeerd zou reageren. Maar hoe Rick ook dacht dat gebeurde niet. Integendeel: Rick dacht zoveel dat hij zelf door zijn vlag ging. Knap verdedigd van Jan. 

Marius Leendertse en Gayan den Hollander bestookten elkaar met lopers die paarden penden. Die penningen werden gecombineerd met tot materiaalwinst leidende tussenschaakdreigingen en doorlopende pionnen. Meestal gaat Gayan dan de fout in door te snel de partij te willen beslissen, maar hij bleef nu erg rustig en kon op een gegeven moment een stuk winnen zonder dat Marius’ ver opgerukte pion kon promoveren. Goede partij van Gayan. 

Leon Zweedijk kreeg na zijn b7-b5 met c3-c4 een antwoord dat zijn plannen in de war gooide. Over de c-lijn ontstond een zeer vervelende penning. Daarnaast stond ook nog één en ander in. Na lang nadenken wist Leon er nog met beperkt materiaalverlies (kwaliteit achter) uit te komen, maar Anton Quakkelaars loperpaar was te sterk, zodat Anton het punt binnen haalde. 

Uw verslaggever heeft twee partijen niet echt gevolgd: Willy Meulblok – Wouter Bliek en Ton van Vliet – Ronald Hoek van Dijke. De eerste was te moeilijk voor uw verslaggever en de andere ging te tegelijk op en was daardoor nogal saai (terwijl Ton en Ronald toch geen saaie spelers zijn). Op het eind van de rit eindigden overigens beide partijen in remise. 

Een partij die net niet in remise eindigde was Bram Boone – Herman Schoonakker. Bram kreeg veld d5 stevig in handen en ontwikkelde een enorme druk op pion d6. Herman verdedigde zich met alles wat hij had. En toen Bram een keer zijn kans niet nam (hij kon een stuk winnen vanwege een penning) en er werd afgewikkeld naar een eindspel met allebei een dame en een pion meer voor Bram, leek remise nog mogelijk. Bram speelde het echter zo nauwkeurig dat Herman geen tegenkansen kreeg. Prima pot van Bram. 

Dies Lokerse speelde ook een prima partij tegen Cees de Schipper. Er werd afgewikkeld naar een eindspel met een kwaliteit minder voor Dies, maar wel met mogelijkheden tot een pionnendoorbraak. Waarschijnlijk heeft Dies daar net de verkeerde keuzes gemaakt, want in plaats van zelf te promoveren lukte dat Cees, die daarna de partij makkelijk naar zich toe haalde. 

Dan waren er ook nog 4 wild-west-partijen. Bij Piet van Boven is dat bijna altijd het geval. Deels komt het doordat Piet sneller zet dan zijn schaduw (de Lucky Luke kenners zullen dit wel begrijpen) en vooral als de stelling erom vraagt dat er even wordt nagedacht, weet Piet binnen een seconde een (meestal verrassende, maar helaas niet zo’n goede) zet op het bord te toveren. Zo’n tactiek levert natuurlijk wel eens resultaat op, maar tegen een ervaren rot als Lou Poleij niet. En zo won Lou zijn eerste partij van dit seizoen. Overigens heeft Lou al wel 6 keer remise gespeeld (en op dat vlak doet alleen Ronald Hoek van Dijke het met 7 keer beter). 

Wilco Krijnsen speelde Russisch, waarschijnlijk om (zijn stijl volgend) een rustige partij te spelen. Eric Dek speelde het echter zo tegen (met een tijdelijk pionoffer) dat het bord al snel in brand stond, dat Eric enorm veel tijd verbruikte, Wilco zich prima verdedigde en het op een gegeven moment de vraag was wanneer Eric (die toen nog minder dan 5 minuten had en nog wel zo’n 20 zetten moest doen) in de fout zou gaan. Wilco stond weliswaar niet goed, maar blunderde wel enorm met Db6, wat een mat-in-2 toe liet en dat zag Eric natuurlijk, zodat Eric de partij won. Leuke partij van aanvaller tegen verdediger. 

Of Eldert Besseling ook een leuke partij heeft gehad, weet ik niet. In elk geval speelt Eldert altijd vol op aanval, probeert van alles via de f-lijn en vergeet daarbij wel eens zijn eigen koningsstelling. Tegen Johan Goedegebuure is dat vragen om moeilijkheden, want Johan gaat ook vol op de aanval (en nog directer dan Eldert, namelijk op de ROHDA-manier, Recht Op Het Doel Af en Het Doel is De Koning). Kortom: een korte partij met weer een punt voor Johan. 

En dan werd er ook nog een partij afgebroken. Peter van der Borgt en Jerry Ros speelden een Caro-Kann op een manier zoals die in de boeken staat, alleen werden vele varianten door elkaar gehusseld. Dat gebeurde op een zodanige manier dat Peter enorm werd teruggedrongen en met een toren op a1, een dame op b1 en een loper op c1 (die niet veel meer konden doen dan daar "blijven staan”) allerlei vernietigende paardoffers (op b2 of c3) moest voorkomen. De enige tegenkans voor Peter zat hem in een opportunistische tegenactie op de koningsvleugel om met zijn f-g en h-pionnen blind naar voren te lopen en maar te hopen dat er ergens een beslissende doorbraak in zou zitten zonder dat onderweg zijn “blote” koning in de problemen zou komen. Dat beide spelers in tijdnood zouden komen was dan ook logisch, dat ze de 40e zet haalden zonder door de vlag te gaan was al minder logisch en dat Peter uiteindelijk het beste er uit kwam was (gezien zijn schwindel-kwaliteiten) misschien weer wel logisch. De andere dag besloot Jerry dan ook maar op te geven, want op allerlei manieren kan Peter winnen.
 

naar boven    naar beneden

 

Ronde 15
W
e zijn weer al in de 15e ronde beland. En ook daarin gebeurden vreemde dingen.  

Twee spelers werden zo maar pardoes mat gezet. Cees de Schipper had zijn toren en koning zo neer gezet dat Wilco Krijnsen hem op eens mat kon zetten. Wilco had (zoals hij wel vaker doet) al zijn stukken had gericht op veld d5 en de verzwakte c-pion). Opeens switchte hij naar de koningsvleugel om na een loperschaak op h6 met een paard op f7 mat te geven, omdat de koning van Cees naar h8 moest. Eldert Besseling en Rob Oosterlee speelden een bizarre partij. In een zeer open stelling leek Eldert de beste kans te hebben. Hij hoefde alleen zijn dameloper er uit te zetten en met de dametoren schaak te geven op d8 (want Robs koning was inmiddels naar d1 verdreven en die van Eldert naar g8 met de toren nog op h8) en Rob kon opgeven. In zijn enthousiasme zag Eldert alleen zijn eigen kansen en speelde Lg4 (terwijl Ld7 de enige goede – maar dan ook meteen winnende – loperzet zou zijn geweest), wat door Rob beantwoord kon worden met een vervelend tussenschaak (Lc4), wat geen tussenschaak was, want het was meteen mat. 

Het onbegrip bij Eldert was dan ook groot dat hij mat-in-1 over het hoofd kon zien. Bij Lou Poleij was het onbegrip nog groter. Voor het eerst in Lou’s lange loopbaan (volgens Lou, maar die geloven we op zijn woord) zette hij zo maar een stuk in. Gayan den Hollanders paard stond f6 en Lou zette een stuk (en niet zo maar een stuk, maar de dame) naar e4. En nog voordat Gayan de dame kon pakken riep Lou “nu geef ik zomaar mijn dame weg”. Gayan won, dat zult u begrijpen. Ook de andere Hansweertenaar, Piet van Boven, zag zijn dame verloren gaan. Niet door een blunder, maar doordat Piet dacht Herman Schoonakkers stelling te kunnen infiltreren met een dame die dan in zijn eentje wel materiaal zou gaan winnen, maar Herman wist die dame keurig te vangen door zijn torens en loper samen te laten werken. 

Er waren ook nog drie remises en dat waren geen salonremises. Jan Capello kwam een pion voor tegen Flip Meijaard. Normaal gaat Flip dan verdedigen en verliest hij meestal toch nog. Nu speelde Flip actief tegen en kon hij voldoende compensatie vinden om remise af te dwingen. In het kampioenschap “beste schaker van Van der Straaten” speelden Eric Dek en Johan Goedegebuure tegen elkaar. Johan ging weer meteen in de aanval, bracht Eric op de damevleugel in enorme problemen, kon een stuk winnen, maar deed dat (ten onrechte) niet en bleef overigens wel lekker staan, terwijl Eric in grote tijdnood kwam. Met echter nauwelijks een minuut op de klok wist Eric prima af te wikkelen en mocht uiteindelijk Johan nog blij zijn met remise. Wie er blij mocht zijn met remise in de partij tussen Ronald Hoek van Dijke en Jerry Ros was onduidelijk. Jerry had een mooie aanval en Ronald had een loper die vooral als pion op a2 of b1 fungeerde (want voor de rest stonden zijn pionnen dat ding redelijk in de weg). Jerry offerde een pion en de genadeslag leek dichtbij. Ronald wist niet alleen elke klap te ontwijken, maar zelfs zo veel te ruilen dat hij gewoon een pion voor stond, maar nog wel die beroerde loper had. Vandaar dat de mannen maar tot remise besloten. 

Zover kwam het bij Wouter Bliek en Peter van der Borgt niet. Peter besloot al op de 1e zet een pion te offeren. Op zich niet zo erg, maar dan moet je wel enige basiskennis van het Froms Gambiet hebben. En die kennis ontbrak. Peter wist het Wouter optisch wel moeilijk te maken en na een speculatief loperoffer had hij zelfs een toren kunnen winnen, maar hij zag het niet (en Wouter pas nadat hij gezet had) en vervolgens maakte Wouter het prima afmaken. 

Ton van Vliet deed dat ook. Hij wist een enorme druk op Anton Quakkelaars koningsstelling te leggen en de dreigingen op f7 moesten Anton wel fataal worden en dat werd het ook. Veld f7 speelde ook een rol in de partij tussen Leon Zweedijk en Marko Burger. Leon had (min of meer gedwongen?) een stuk geofferd tegen twee pionnen. Vervolgens ontwikkelde de partij zich op een manier die voor uw verslaggever niet goed te volgen was. Wel duidelijk was dat Leon op enig moment na een loperschaak op f7 Marko’s koning naar f8 dwong en dat Leon mat kon geven door zijn loper op c5 te zetten. Dat veld werd alleen nog gedekt door Marko’s onaantastbare paard op e4. Alleen moet je dat paard daar dan wel laten staan en dat deed Marko niet.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 14
In de interne competitie zijn we halverwege. Van de 13e ronde ontbreekt een gedetailleerd verslag door een combinatie van sneeuw en een uit de hand gelopen receptie (?!). In de 14e ronde werd er weer flink geofferd.  

Leon Zweedijk deed een dubbel pionoffer. Of het nu allemaal goed was is onduidelijk, maar feit was dat Rob Oosterlee erg onder druk kwam te staan en dat er allerlei grappen in de stelling zaten en één van die grappen werd Rob teveel. 

Edwin Pompert gaf in de analyse aan “alles over te hebben voor het loperpaar”. Zijn partij tegen Peter van der Borgt bewees dat die uitspraak niet echt overdreven was. Op een gegeven moment had Edwin 5 pionnen geofferd voor het loperpaar. Peter bleef echter rustig, pakte het ene geofferde pionnetje wel, het andere niet, deed zo nu en dan zelf een pion in de aanbieding (maar die werd dan weer niet genomen, omdat anders Edwin een loper tegen een paard moest ruilen) en deed zo nu en dan een laffe verdedigingszet en dan weer een aanvallend zetje. Kortom: mooi, gedurfd en inventief spel van Edwin leidde toch tot een 0. 

Marius Leendertse kwam al snel een pion achter, maar dat was beslist geen offer, maar het gevolg van een gepende pion, waardoor Herman Schoonakker gratis een pion kon snoepen. Herman maakte het daarna voorbeeldig af. En over keurig afronden gesproken: Merijn van Koeveringe speelde ook al een modelpartij tegen Gayan den Hollander. Merijn kwam een pionnetje voor, bleef rustig spelen, ruilde zo nu en dan wat zonder dat dat tempi of positie kostte.  

Anton Quakkelaar kwam niet lekker uit de opening en daardoor kwam Jerry Ros twee pionnen voor (waarbij één van die pionnen overigens weinig nut had). Toen Jerry “iets moest” (wilde hij Antons verdediging doorbreken) ging Anton creatief tegenspel bieden, gaf Jerry een stuk om met drie verbonden pionnen op te stomen naar de promotierij, gaf Anton weer een stuk terug om promotie te voorkomen, moest Jerry opletten voor plotse tegenaanvallen (of eeuwig schaak) en won Jerry toch net voor het sluiten van de markt doordat Anton een schaakje toestond. 

Ook Jaap van Oosten moest hard werken om het punt tegen Dies Lokerse binnen te halen. Het was zo’n stelling met alleen torens en dames en allebei nog veel pionnen. Opletten geblazen dus en dat deed Jaap net iets beter.  

Opletten deden Jan Capello en Ronald Hoek van Dijke wat minder. Ronald kwam pionnen achter tegen Jan, wat dan weer gecompenseerd werd doordat Jan een teruggaf en toen de kruitdampen waren opgetrokken besloten ze maar snel tot remise met de (waarschijnlijke) gedachte dat fatsoenlijk spel er die avond niet meer in zat. 

Lou Poleij liet de remise (net na de tijdcontrole) lopen. Hij durfde geen pion te slaan (en daarna zou hij er nog eentje af kunnen rammen) van Bram Boone en ging terug om een ogenschijnlijk gevaarlijke aanval van Bram te bestrijden. Alleen zou die aanval slechts tot eeuwig schaak leiden en stond Bram al twee pionnen voor. Bram ruilde snel de dames af en Lou gaf toen maar op. De moraal: als je materiaal achter staat helpt verdedigen niet meer en moet je juist actief tegen spelen. 

Voor Johan Goedegebuure is er maar één manier van spelen: actief. Vanaf zet 1 aanval op de koning en dan maar kijken waar het (en wiens) schip strandt. Welnu, het bootje van Cees de Schipper liep razendsnel op de klippen. Of er (en wiens) bootje gaat zinken in de partij tussen Wilco Krijnsen en Eldert Besseling is nog onduidelijk. Er is afgebroken in een onduidelijke stelling: aanval voor Wilco, materiaalvoorsprong voor Eldert. Voor beiden een mooie invulling van een koude winteravond: het aloude handwerk van de huisanalyse. We wensen de heren succes.

naar boven    naar beneden

 

Ronde12
Wouter Bliek zit schaaktechnisch in een dip en verloor voor de derde keer in acht dagen. Nu was Jerry Ros zijn kwelgeest. Peter van der Borgt profiteerde door van Anton Quakkelaar te winnen, waardoor de spanning na deze 12e ronde in de titelstrijd verder is toegenomen. Jerry ontwikkelde een mooie aanval en wist met een pionnenopmars en een torenverdubbeling Wouter in een matnet te krijgen. Peter had over geluk niet te klagen toen hij met een (voor Anton) onverwacht tussenschaakje een stuk won. 

De twee wildebrassen, Piet van Boven en Gayan den Hollander, speelden remise. Daar zag het in het begin zeker niet naar uit. Razendsnel werd er gespeeld en Piet kwam een stuk voor. De compensatie voor Gayan leek gering, maar blijkbaar was die voor Piet zo groot dat Piet de zetten herhaalde. Gayans reputatie was hem natuurlijk ook vooruitgesneld, nu hij afgelopen zaterdag als invaller in het 2e Cor Provoost op meesterlijke wijze beschwindeld had. 

Een andere snelspelende wildebras (Marko Burger dus) kreeg een koekje van eigen deeg: Jan Capello offerde een stuk voor aanval. Maar Marko bleek ook gewoon te kunnen verdedigen en liet zien dat Jans offer te optimistisch was en haalde het punt netjes binnen. 

Onze vierde wildebras (en ook snel spelend) is Ed Pompert. Ed kwam een gezonde pion achter, maar wist Leon Zweedijk toch tot zodanige fouten te bewegen dat Leon grof materiaal achter kwam en een 0 moest incasseren. 

Ook Dies Lokerse kreeg een 0 aan zijn broek, al zag het daar in het begin niet naar uit. Dies kwam niet alleen materiaal voor, maar had ook best een mooie aanval. Alleen kwam hij niet toe aan rocheren (en Merijn van Koeveringe wel; ik weet het: “t is de omgekeerde wereld”) en toen Merijn ook nog op de damevleugel pionnetjes kon gaan snoepen draaiden de kansen. 

Bij Cees de Schipper en Marius Leendertse leek er lange tijd niet veel aan de hand, totdat Cees (fout of niet) met f4 de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok gooide. Hoe Marius zonder materiaalverlies de 40e zet haalde was wel bijzonder en eufemistisch gezegd niet ongelukkig. Maar toch moest Marius het onderspit delven. 

Bij Herman Schoonakker en Wilco Krijnsen is de remisemarge de hele partij door niet echt doorbroken. Soms leek Herman iets beter te staan en soms Wilco. Maar het werd remise. Voor Wilco was dit weer eens een serieuze partij nadat jaren lang het schaakvirus (mede door werk en gezin) onder het oppervlak is gebleven. Door andere werkomstandigheden kan Wilco echter weer (misschien tijdelijk) serieuze partijen spelen. 

Maar acht potjes deze 12e ronde, omdat ook het 3e moest spelen.

naar boven    naar beneden


Ronde 11
In de 11e ronde bleek voor een aantal zwartspelers de loper op c8 een niet van zijn plek te krijgen stuk. Op zich is dat zo erg nog niet, maar als daardoor je toren op a8 blijft staan niksen, dan kun je er op wachten dat je tegenstander ergens zoveel voordeel krijgt dat je kan opgeven. En opgeven deden Jan Capello en Cees de Schipper dan ook. Jerry Ros begon met zijn pionnen op de koningsvleugel op te stomen en Jan kon gewoon te weinig verdedigende stukken in stelling brengen. Rob Oosterlee speelde het wat rustiger, maar had een paard wat van hot naar haar sprong en telkens allerlei vervelende dreigingen had en uiteindelijk had Cees te weinig verdedigers om een paardvork (leidend tot pion en kwaliteitsverlies) te vermijden. 

Gayan den Hollander wist zijn loper wel te bevrijden maar met een hopeloos foute zet. Zijn d7-d5 (met aanval op Eldert Besselings loper op c4 en Elderts dame op e4) had door Eldert met een simpel e5xd6 e.p. + (en passant dus met schaak) beantwoord kunnen worden en Gayan had dan kunnen kiezen tussen opgeven of doormartelen. Eldert had echter een black-out en vergat de en passant-regel en offerde zijn loper maar door daarmee de pion op d5 te slaan. Elderts stelling bleef echter prima en uiteindelijk kwam hij uit op drie pionnen tegen een stuk en leek de winst voor het grijpen, maar Gayan wist  met een soort herhaling van zetten remise af te dwingen. Geen goede partij, maar wel heel mooi om te volgen.  

Er was nog een remise. Niet geheel verrassend was Lou Poleij een van de twee spelers. Lou kwam wel beter uit de opening, maar Jaap van Oosten verdedigde zich taai (alhoewel dat soms wel tot bizarre stellingen leidde, zoals een paard op h1 en h2). 

Een partij vol tactische mogelijkheden werd ook door Johan Goedegebuure en Herman Schonakker gespeeld. Herman zag een prachtige matcombinatie en voerde die dan ook uit, maar kon ook meteen opgeven toen bleek dat Herman na zijn loperoffer weliswaar mat kon geven, maar dat Johan de geofferde loper had geslagen met schaak en als je schaak staat moet je dat eerst opheffen. Ook Dies Lokerse kon al snel een 0 bijschrijven toen ergens in de opening hij een stuk achter kwam en Piet van Boven dit efficiënt uit speelde. 

Eric Dek en Ed Pompert speelde een rare partij. Ed’s partij-opzet was onorthodox, maar Eric’s tegenzetten waren dat zeker ook. Feit was wel dat na de openingsfase Ed zetje voor zetje beter kwam te staan en Eric zo naar de nederlaag speelde. Wim Jacobusse flikte hetzelfde bij Bram Boone. In de opening zadelde Wim Bram met een zodanig beroerde dubbele e-pion op (beroerd, want er was geen dekking van een d- of een f-pion), dat je op je klompen kon aanvoelen dat er ergens tactische grappen kwamen waardoor Wim de partij kon beslissen. En zo ging het ook. 

Peter van der Borgt wist ook via een tactische grap Flip Meijaard te vloeren. Er leek niet zo veel aan de hand, maar toen Peter zijn c-pion kon offeren en daardoor een kwaliteit kon winnen (en die kwaliteitswinst ook nog een paar zetten kon uitstellen door zijn stelling verder te verbeteren en die van Flip te verslechteren) was Flip zo verstandig om na nog een paar zetten doorgemodderd te hebben maar op te geven. 

Dat deed Wouter Bliek ook. En dat was verrassend, want het was Wouters eerste nederlaag dit seizoen. Anton Quakkelaar was de boosdoener. Anton had in de opening een pion gewonnen, maar die pluspion stond op e6 en kon niet met andere pionnen gedekt worden. Anton moest dan ook alles uit de kast halen dat ding te dekken. Wouters tactiek was het terugwinnen van die pion en dan zijn positionele voordeel uit te buiten. Door een toren weg te geven in tijdnood werd dit plan echter verpest. 

Erg is het nog niet, want Wouter staat nog steeds ver voor op Peter.

naar boven    naar beneden


Ronde 9
Sinterklaas is in het land en meteen werd er van alles weggeven. Van de twaalf partijen werden er in deze 9e ronde de helft “ontsierd” door blunders. En daar weer de helft van won de speler die zich eerst blunderend in een verloren stelling had gebracht. 

Marko Burger kwam een kwaliteit en een pion achter na een aftrekaanval van Eldert Besseling. Marko is echter een prima visser in troebel water. Zo kon hij Eldert toch nog via de d-lijn verrassen. Ook Jan Capello bleek dat troebel-water-vissen goed te beheersen. Eigenlijk werd Jan in de opening overspeeld door Edwin Pompert. Jan kwam een stuk achter en had wat vage kansen en warempel die wist hij nog te benutten ook. Edwin dacht dat hij de schade kon beperken door zijn toren te geven tegen een pion die dreigde te gaan promoveren. Dat Jan dan mat-in-1 kon geven had Edwin overzien, maar Jan ook. Maar de kwaliteit meer bleek voor Jan toch voldoende om het punt binnen te halen. De derde speler die een straal verloren stelling nog wist om te buigen, was Rob Oosterlee. Merijn van Koeveringe was best lekker uit de opening gekomen (alhoewel hij wel een pion achter was gekomen door even te vergeten dat en passant slaan nog steeds een reglementaire zet is). Rob probeerde zijn stelling wat te verbeteren door wat ruilacties te gaan ondernemen. Alleen zette hij zijn paard ongedekt op een veld dat gewoon bestreken werd door Merijns loper. Merijn leek met het stuk meer de partij simpel uit te spelen, maar liet zich plots verrassen op de onderste rij. 

Dan waren er nog spelers die niet alleen iets weggaven, maar daardoor ook de partij verloren. Eén van Cruyff’s vele wijsheden is “Italianen kunnen niet van je winnen,  maar je kan er wel van verliezen” of zoiets. Vervang “Italianen” door “Flip Meijaard” en je begrijpt de nederlaag van Rick Sorber tegen Flip. Ondanks dat Flip wat tempoverlies had geleden, had Rick weinig bereikt en leek remise een logische uitslag te gaan worden totdat Rick pardoes een stuk weggaf en tegen Flip heb je dan meestal een stelling waar geen enkel aanknopingspunt meer in zit om je eruit te schwindelen. Dies Lokerse was in zijn “beruchte” dubbele-f-pion/open-g-lijn-stelling terechtgekomen. Berucht voor Dies zelf dan, want meestal heeft de tegenstander dan een niet te verdrijven paard op d4 of d5 dat Dies’ stelling in een ijzeren greep houdt en als je eruit wil dan slaat het paard de f-pion met schaak. Dat gebeurde nu ook en doordat het ook nog eens een vork op dame en koning was, kon Gayan de Hollander daarna de partij eenvoudig naar zich toe halen. Het foutje van Marius Leendertse leek maar klein, maar zijn stelling was zo krakkemikkig dat het opspelen van de f-pion geen pion, maar een kwaliteit en een pion kostte en zijn stelling nog beroerder maakte. Voor Marius het sein om Johan Goedegebuurde te feliciteren met de zege. 

Dan werd er ook nog her en der geofferd. Leon Zweedijk liet Willy Meulblok slaan op b2. Lang zag het er naar uit dat het adagium “sla nooit op b2, ook niet als het goed is” waar zou blijken te zijn, want Leon kreeg mooie tegenkansen. Het kostte Leon wel veel tijd en in Leons tijdnood wist Willy met een paar venijnige zetten het punt binnen te halen. Venijnige zetten werden ook door Ton van Vliet gedaan. Noodgedwongen offerde Ton een stuk. Dat was weliswaar niet goed, maar Wouter Bliek moest nauwkeurig tegen spelen. Toen eenmaal een paard van Wouter ook mee kon gaan doen, nadat Ton (om zijn aanval in stand te houden) er ook nog een kwaliteit en een pion tegenaan had gegooid, sprak Ton “ik hou er maar eens mee op”. Dat deed Jerry Ros al nadat hij zijn 7e zet had gedaan en nog een pion voor stond. Wat was er gebeurd? Peter van der Borgt had Jerry’s f4 met e5 beantwoord en toen waren beiden “uit de theorie”, alhoewel Peter ergens nog een geheugencel wist te vinden met de naam “het From’s gambiet”. Toen Peter er ook nog een opmars met g5-g4 uitgooide, waardoor Jerry zijn paard weer naar g1 moest terugzetten en meende te zien dat Peter een aantal pionnen ging oprapen, besloot Jerry dat het mooi was geweest.

Waren er nog normale partijen? Jawel: Cees de Schipper tegen Lou Poleij werd remise. Beiden speelden rustig. Als er gekozen kon worden tussen dicht schuiven of spanning handhaven, werd vaak voor de eerste optie gekozen. Uiteindelijk bleven alle pionnen op het bord met een halfopen h-lijn voor Lou die door Cees prima verdedigd kon worden mede omdat Cees ook wel iets dreigde aan de andere kant van het bord waardoor Lou daar ook wat verdedigers moest posteren. En eigenlijk verliep de wedstrijd van Herman Schoonakker tegen Anton Quakkelaar ook wel normaal. Rustige partij, Anton komt een pionnetje voor en in het eindspel nog eentje, om vervolgens af te breken in een stelling die (ondanks de twee minpionnen) toch misschien wel remise kansen voor Herman heeft. Ook de partij van Ronald Hoek van Dijke tegen Eric Dek was redelijk recht-toe-recht-aan. Eric viel aan over de h-lijn en dat zag er “eng" uit voor Ronald, maar die counterde goed door het centrum, waarna na wat ruilacties remise de logische uitslag was.
 

naar boven    naar beneden
 

De 8e ronde kende geen echte verrassingen, maar wel een paar verrassende partijen. De meest bijzondere partij was die tussen Gayan den Hollander en Cees de Schipper. Gayan speelde met zwart een soort Koningsgambiet waarop Cees met een soort tegengambiet kwam waar Gayan het beste uit te voorschijn kwam. Vervolgens begon Cees een ogenschijnlijke kamikaze-aanval die tot een beroerde koningsstelling leidde (bij beiden) en een pion meer voor Gayan. Cees dirigeerde vervolgens zijn koning naar de andere vleugel, waar hij wat veiliger zou staan. Bij Gayan kon daar geen sprake van zijn, want er was niet echt meer een veilige plek voor zijn koning. Daardoor kon Cees materiaal terugwinnen, maar leek Gayan gewoon te kunnen doorlopen met een pion. Maar dat was niet het geval. Cees won deze partij dan ook. 

Michael Janiec (met een soort Che-petje op, maar wel met een AH-drankje) wilde Jan Capello ook verrassen met een gedurfde aanval, maar zijn offer op f2 leidde er alleen toe dat Jan niet meer mocht rocheren, maar dat bleek geen stuk waard. 

Bij Piet van Boven en Joost Visser wisselden de kansen in het laatste kwartier vele malen. Eerst wist Joost met een leep zetje een stuk te veroveren. Vervolgens liet Joost Piets dame toe binnen te dringen in zijn stelling, waardoor Piet het stuk weer terug won en prachtig kwam te staan. Door een “black-out” (om Piet te citeren) raakte hij die dame weer kwijt, maar hij won toch door een plots “mat-achter-de paaltjes”. Er is geloof ik een oude schaakwijsheid die meldt dat “degene die de voorlaatste fout maakt de partij wint”. Die wijsheid ging hier dus op. Alleen ben ik het niet met de wijsheid eens, want op ons niveau worden fouten niet altijd om-en-om gemaakt. 

Het kampioenschap van de Leliestraat werd gewonnen door Leon Zweedijk. Leon deed een loper (op g5) in de aanbieding nadat deze was aangevallen met de h-pion. Herman liet zijn Fritz in zijn hoofd werken en concludeerde dat het stuk genomen kon worden. Helaas zat er nog een verouderde versie van Fritz in zijn bolletje, want Leon had een paar ply verder gedacht en Herman eindigde de partij dan ook met “het kon dus niet” (het stuk slaan) en zo werd Leon tot de straatkampioen geridderd. 

Dan waren er nog wat potjes waar de spelers met de hoogste rating beter uit de opening kwamen en meestal ook nog wel een pluspionnetje wisten te bemachtigen. De “mindere goden” weerden zich evenwel kranig. 

Voor Jaap van Oosten bleek op een gegeven moment zijn onderontwikkelde damevleugel de bottleneck te worden, waardoor Rob Oosterlee het punt kon bijschrijven.  

Lou Poleij probeerde nog remise er uit te slepen door een soort “staakt-het-vuren” (of eigenlijk een soort “start-met-vuren”), want toen de kruitdampen waren opgetrokken en hij een pion achterstond (maar met beiden nog een loper en een toren) meldde hij Ronald Hoek van Dijke (in plat Bevelands natuurlijk) “ik dienke a me eest mae ’s een sigaretje motten doen”. En Ronald vond dat een prima idee, want na deze rookpauze wist hij het pluspionnetje te verzilveren. 

Dat is Anton Quakkelaar nog niet gelukt, want hij heeft zijn partij tegen Eldert Besseling afgebroken met een pion meer in een (zoals altijd) moeilijk toreneindspel.  

Flip Meijaard liet zich door Wouters 1 ….Pa6 niet van de wijs brengen en speelde zijn eigen spel: rustig, degelijk, maar ergens in het middenspel toch een pionnetje verliezend en dat werd Flip fataal, zodat Wouter zijn leidende positie behoudt. 

Tenslotte beleefde Peter van der Borgt angstige momenten tegen Eric Dek. Eric probeerde met grove middelen zijn dameloper en –toren te bevrijden. Dat leek succesvol totdat Eric een mogelijkheid zag een stuk te winnen (en daar kon die ontwikkeling van die loper en toren wel even op wachten, dacht hij). Peter antwoordde echter met een venijnig zetje, waardoor Eric (terecht) het stuk niet pakte en een zet later ook de goede verdediging niet vond en opeens met een (alleen met stukverlies te voorkomen) matdreiging opgezadeld werd. Zo won Peter dit spectaculaire potje.

 

naar boven    naar beneden


In de 7e ronde waren er maar liefst 25 man om eeuwige roem achter het schaakbord te behalen. Voor Flip Meijaard was dat niet zo makkelijk, want hij was nummer 25 en had dus geen tegenstander. 

Edwin Pompert ging er wel voor. Hij had een week niet geslapen vanwege de geboorte van zijn dochter (Lente) en kondigde aan een spectaculaire partij te willen spelen. Ton van Vliet wilde wel meewerken en speelde doodleuk het koningsgambiet. Ton offerde twee pionnen voor “spel”. Of het goed was zullen we nooit weten, want Edwin gaf zo maar een stuk weg. Geen eeuwige roem dus. 

Die kwam er ook niet voor Jerry Ros, die zijn partij tegen Willy Meulblok creatief opzette en een pion offerde voor aanval. Willy verdedigde zich nauwkeurig en toen Willy nog een pion ging winnen (en daarna ook nog een loper zou gaan oprapen), vond Jerry het welletjes. 

In de andere partijen waren de spelers wat minder op zoek naar “de eeuwige roem”. Zo waren er drie remises. Maar dat waren geen salonremises.  

Gayan den Hollander en Marius Leendertse speelden een interessante partij, waarbij Gayans penning van een paard op f6 met een loper op g5 leek Marius in zwaar weer te brengen, maar nadat Gayans die loper had geruild tegen het paard, leek Gayans voordeel weg, zeker toen Marius Gayans andere loper wist te pennen. Marius wilde daar meteen gebruik van maken, maar zag niet dat Gayan met een aftrekaanval Marius’ dame kon winnen. Gelukkig voor Marius zag Gayan het ook niet en werd er op een bijzondere manier afgeruild en eindigde de partij in remise, waar Gayan het meest tevreden mee zal zijn. 

Ook Piet van Boven zal wel tevreden zijn met zijn remise tegen Merijn van Koeveringe. Merijn was een toren voor gekomen. Maar Merijn verloor later op de avond die toren weer door zijn traditionele moment van concentratieverlies. Vervolgens wist Merijn er toch nog een eindspel met twee pluspionnen uit te halen, maar van die twee pionnen meer had Merijn geen enkel voordeel: naast die twee pionnen stonden er alleen nog twee koningen en twee lopers op het bord. En dat waren twee ongelijke lopers en die konden die twee niet-verbonden pionnen (op de a en de c-lijn) makkelijk tegen houden. 

Bij Anton Quakkelaar en Jan Capello bleef de stelling heel de tijd wel in evenwicht, alhoewel beiden er alles aan deden om ergens voordeel te behalen. Maar de remise hier was wel logisch. 

Bij Eric Dek en Herman Schoonakker was ook sprake van een dynamisch evenwicht, ondanks dat Eric zetten lang een pion voor stond (al was duidelijk dat die pion een keer verloren zou gaan). Eric wikkelde het slimst af en haalde de 40e zet met nog 4 seconden op de klok en in een stelling die misschien remise was, maar waarin Herman in elk geval geen foutje mocht maken en dat deed hij wel en dat strafte Eric af. 

Ook Ronald Hoek van Dijke won. Zijn stukken werkten beter samen dan die van Eldert Besseling en dat in combinatie met een slechte pionnenstructuur (van Eldert) leidde uiteindelijk tot een winststelling. Eldert probeerde met een schwindel Ronald nog “van de leg” te krijgen, maar dat lukte niet. 

De twee “jonkies” verloren ook. Dies Lokerse kwam al snel een stuk achter. Jaap van Oosten speelde de partij verder netjes uit door een prima samenwerking van zijn lichte stukken. Joost Visser verloor ook, maar daar zag het aanvankelijk niet naar uit. Cees de Schipper probeerde eerst een aanval op Joosts dubbele d-pion, maar kreeg na dameruil een aanval over de a-lijn over zich heen die een pion had moeten kosten, maar die effectief Cees een toren en een stuk opleverde toen Joost een moment van schaakblindheid had. 

De overige drie partijen leken al in de openingsfase in het beslissende stadium beland te zijn. Wouter Bliek kreeg prachtige aanvalskansen op veld f6 (doordat Rick Sorber zijn g-pion naar g6 had gespeeld en door Wouters pion op e5) en winst leek een kwestie van tijd. Maar als dat zo is dan wel van veel tijd, want de partij is uiteindelijk afgebroken in een stelling waarin Wouter een pion meer heeft. 

Marko Burger kwam (zoals we van Marko weten) met een koningsaanval die wel fout moest afopen en dat deed het dan ook. Rob Oosterlee wist geen verdediging meer te vinden. 

Peter van der Borgt kon op de 12e zet zijn d-pion opspelen en ondanks dat die pon op verschillende manieren zo maar gepakt kon worden was geen enkele van die manieren goed. Leon Zweedijk pakte die pion dan ook maar niet, maar verloor daardoor zelf een pion en vervolgens speelde Peter dit effectief uit: op het goede moment een stuk ruilen en zo nu en dan nog een pionnetje meepikken en nadat alles zo’n beetje van het bord was en Leons tegenkansen echt weg waren, kon het punt door Peter bijgeschreven worden.

 

naar boven    naar beneden


In de 6e ronde waren we met 22 man en dus werden er 11 potjes gespeeld. Weer hoefde er geen enkele partij afgebroken te worden, al was daar wel de medewerking van Peter van der Borgt voor nodig die in een remise-achtig eindspel (dat echter voor beide partijen nog kansen bevatte) plots een stuk weggaf wat door Wouter Bliek (met minder dan een halve minuut op de klok voor nog 3 zetten) gretig werd aangenomen. Het was overigens al bijzonder dat Peter zo ver gekomen was, want hij had twee pionnen achter gestaan. 

De andere topper (Rick Sorber – Willy Meulblok) werd een snelle remise en zo zitten Willy en Rick al op 3 remises. Ook Herman Schoonakker en Jan Capello speelden een remise, maar die hadden een veel hardere strijd achter de rug. Jan had een kwaliteit meer (tegen een pion), maar Hermans loperpaar (en die ene pion) gaven voldoende compensatie. 

Gayan den Hollander en Johan Goedegebuure waren (niet verwonderlijk gezien hun speelstijl en speeltempo) snel klaar. Gayans paarden sprongen beter dan Johans torens, zodat Gayan met een vork een hele toren en het punt incasseerde nadat Johan wat al te hebberig twee pionnen pakte (om zijn materiaalachterstand terug te brengen). Moeten we medelijden hebben met Johan? Niet echt, want hij is er vier weken niet vanwege vakantie op of in Fiji. 

Jaap van Oosten die dit seizoen lid is geworden en ook ie begonnen met het opschrijven van de zetten (“en dat viel niet mee zonder bril” wist hij gisteren te melden) won voor het eerst dit seizoen. Hij won van de andere nieuweling, Piet van Boven. Piet en Jaap speelden een interessante partij die na een rustig begin ontaardde in een wederzijdse koningsaanval waarin Piet op een gegeven moment kon kiezen tussen het kansrijke Kg7 en het directe verliezende gxh4. U raadt het al: Piet koos voor het laatste en doordat de pion weg was op g5 kon Jaap met zijn dame uit het achterveld plots een pion op h6 slaan met mat. 

Zo zal Dies Lokerse ook wel ongeveer zijn dame zijn kwijt geraakt, want Rob Oosterlee had er plotseling eentje meer en dat was voor Rob voldoende. Lou Poleij raakte “maar” een vol stuk kwijt (nadat hij op de op de onderste rijen klem was gezet), maar dat was voor Eldert Besseling natuurlijk ook voldoende voor de winst. 

Leon Zweedijk en Anton Quakkelaar speelden een curieuze partij. Curieus wil dus zeggen dat alle ins-and-outs van die partij alleen door hen begrepen werden. Het kostte hen wel veel tijd; zoveel dat Anton (overigens al in een niet zo bijzondere positie) “door zijn vlag ging” en omdat Anton nooit digitaal speelt was dit dus nog een kwestie van letterlijk het vlaggetje zien vallen. 

Curieus was het ook bij Merijn van Koeveringe en Cees de Schipper. Op de 29e zet van zwart werd voor het eerst iets geslagen! Merijn speelde een prima partij en zette Cees zwaar onder druk. Cees verdedigde zich prima en remise was verdiend geweest, maar Merijn gaf (toen er al veel minder op het bord stond) zomaar een stuk weg (een stuk dat notabene gepakt werd door een paard dat bijna de hele partij op h1 had gestaan). 

Bij Flip Meijaard tegen Jerry Ros was het volgens Flip eigenlijk simpel: “ik kom steeds iets slechter te staan”. Punt voor Jerry dus, overigens na bijna de volle 4 uur spelen, want Flip bood prima tegenspel. 

Eric Dek tenslotte snoepte een pion en erger nog dan dat was dat hij daarmee Bram Boones stelling om zeep hielp en daarna was de zege “een kwestie van techniek”.


naar boven    naar beneden


De 5e ronde was met 11 patijen weer goed bezet. Het dozijn kon net niet worden vol gemaakt door een late afmelding.

Erik Dek speelde tegen Willy Meulblok een scherpe Panov, 12 zetten theorie  en  toen week Erik  af. Het bleef echter ongeveer een gelijke stelling. In tijdnood kon Erik door te zetten in wits tijd zorgen  dat hij  geen vlag kreeg (doordat Willy er geen punt van maakte kreeg hij niet direkt  een nul), maar in het eindspel was de tank ineens leeg en gaf hij een stuk weg.

Bij Anton Quakkelaar en Marco Burger gebeurde er in de opening vrij weinig. Anton gaf kwam ergens een toren achter maar had de zwarte koning vast gezet in het centrum.  Marko gaf een toren terug en bood daarna remise aan, Toen Anton dat niet aannam en direkt  daarna zelf remise aanbood zonder  een zet te doen nam  Marko het niet aan en verloor ergens daarna.

Jerry Ros speelde tegen Wouter Bliek het met wit iets te passief,  tegen het witte centrum e4 en d3 had zwart f5, e5, d5 en c6 staan.  Zwart kon de f-lijn open krijgen en er kwam een vervelende kruispenning op f3 te staan die wit niet meer kon oplossen.

Ton van Vliet en Jan Capello  speelden een partij waarin  alles  instond en dreigde maar er kwam na afwikkelen een stelling op het bord waarbij Ton  paard,loper en een pion die bijna een vrouw kon worden  tegen toren had. De torens van Jan konden  weinig doen  en zwart won “makkelijk”.

Leon Zweedijk had tegen Ronald Hoek van Dijke na een vreemd soort siciliaan in het eindspel een kwaliteit maar Ronald had daarvoor wel 3 pionnen. Het leek dat wit ging winnen maar er werd tot remise besloten.

Merijn van Koeveringe kwam al snel een vol stuk achter tegen Gayan den Hollander maar kreeg door te voorzichtig spel van wit  tegenkansen.  Zwart kwam heel ver om terug te komen maar het stuk was net teveel en wit won.  De overige partijen werden allemaal  zonder veel grote problemen door de zwartspelers (!) gewonnen.  


naar boven    naar beneden

 

In de 4e ronde zijn twaalf partijen gespeeld en uw verslaggever werd door Willy Meulblok zo snel in het nauw gebracht dat hij van de meeste partijen niet veel heeft mee gekregen. Vier partijen waren zowel interne als externe wedstrijd, want het 3e speelt tegen het 4e. Enige verschil met de andere partijen was het tempo. Zij speelden 2 uur (per speler) knock out. Maar niemand kwam in de tijdnoodfase terecht die zo typerend kan zijn voor dat k.o.-systeem. 

In de reguliere interne wedstrijden gingen twee spelers wel snel k.o.. Herman Schoonakker had geen kind aan Freek Pruis en Michael Janiec en Dies Lokerse speelden een ingewikkelde partij, die echter door dameverlies van Dies voor Michael opeens gewonnen werd. 

Ronald Hoek van Dijke had vorige week een loper op c6 die niet zo veel deed. Nu had hij weer zo’n loper. Jerry Ros wist met prima zetjes daar gebruik van te maken, zodat door een mooie (niet tegen te houden) vork hij die loper voor kwam en dat was voor Ronald reden om (terecht) meteen op te geven.  

Wouter Bliek had vanaf de opening Jan Capello in de tang. Jan kwam niet aan rocheren toe en terwijl Wouter zo’n beetje alle stukken in de aanval had moest Jan zijn koning (nog steeds op e8) met een paar stukken zien te verdedigen. En dat liep natuurlijk niet goed af. 

Leon Zweedijk en Edwin Pompert speelden een interessante partij, waar de remisemarge nooit echt overschreden werd en remise was dan ook de logische uitslag.  

Dat Rick Sorber en Willy Meulblok remise speelden was veel minder logisch. Rick wist met een paar mooie loperzetjes Eric Dek ertoe te dwingen zijn toren te geven voor een stuk en een pion. Eric wist toen nog wel door een paar ruilacties Ricks pionnenstructuur te verslechteren. Het leek daardoor een partij te worden die na 40 zetten afgebroken zou gaan worden, want het was geenszins eenvoudig een winstweg te vinden en als die winst er al in zat zou het al snel een lange partij gaan worden. Toen Rick echter pardoes de kwaliteit weggaf (hij zag een simpele paardvork niet) stond Eric opeens een pion voor, maar blijkbaar was Eric zo blij met dit geschenk van Rick dat hij meteen remise aanbood, terwijl hij met zijn pluspion best een winstpoging had kunnen wagen. 

Dat Willy niet verder kwam dan remise was echt bizar. Peter van der Borgt speelde een opening waarin je d7-d5 moet spelen zodra het kan (overigens kon Jerry Ros niet geloven dat de door Peter gespeelde opening in een serieus openingsboekje zou staan; “als dat zo is, dan kan dat boekie verbrand worden”). Peter rocheerde echter (in plaats van d5 te spelen) en toen wist Willy af te wikkelen naar een stelling waar Peter torens op e8 en a8 kreeg, een niet te bewegen loper op c8 (vanwege pionnen op b7 en d7 die niet gespeeld konden worden door onder andere een onaantastbare loper op d6). Om er uit te komen moest Peter een kwaliteit offeren en de volgende paardmanoeuvre (Pg8-e7-g6-f4-d3-b4-c6-d4-e6) uitvoeren en er op hopen dat Willy zo nu en dan niet de beste zet zou doen. Toen dat ook nog gebeurde en Willy een door Peter in tijdnood geofferde b-pion verkeerd nam, kwam opeens Peters loper los en won hij de kwaliteit terug (en stond alles weer gelijk) en toen Peter met nauwelijks tijd op de klok ook nog een eeuwig-schaak-manoeuvre zag was ook hier de puntendeling een feit. 

Gayan den Hollander wist zijn eerste overwinning te boeken. Overigens speelde nieuwkomer Joost Visser geen onverdienstelijke partij en was het voor Gayan zeker geen appeltje-eitje.


naar boven    naar beneden

 

De 3e ronde zijn de partijen “met de computer” ingedeeld. Dat zou dus spannender en langere partijen moeten opleveren. Spannender waren ze zeker. Langer niet. Al voor elven was de laatste van 10 partijen over. Lou Poleij en Marius Leendertse besloten tot remise in een (uiteraard, in lijn met hun speelstijl, door beide heren) rustig opgezette partij. Ondanks dat alle pionnen op het bord bleven was er toch een open c-lijn en een half-open g-lijn. Voldoende aanvalsmogelijkheden dus. Maar Lou en Marius vielen aan (met de handrem erop (of positiever geformuleerd: ze namen geen onnodige risico’s) en dus was remise logisch. 

Bij Wouter Bliek en Willy Meulblok (op KNSB-rating onze twee beste spelers) werd het ook (al snel) remise. Geen salonremise, maar ook geen vechtremise. Anders was dat bij Rick Sorber tegen Jerry Ros en Edwin Pompert tegen Ronald Hoek van Dijke. Beide partijen eindigden in remise, maar zowel Rick als Ronald moesten zorgvuldig tegen spelen om at halfje binnen te halen. Rick had twee zwakke pionnen op d4 en e4, maar Jerry kon net onvoldoende aanval opzetten om daar van te profiteren. Edwin had wel een koningsaanval, maar Ronald kon de goede stukken op het goede moment ruilen en ondanks een loper op c6 (die meer als pion dan als loper fungeerde) was ook hier remise de terechte uitslag. 

Remise had ook bij Freek Pruis en Gayan den Hollander op het bord moeten komen. Freek kwam een pion voor, maar na dameruil kon Gayan simpel Freeks pluspion tegenhouden, als hij “niks” zou doen (want als Freek dan “wat”  zou proberen verloor hij zijn pluspion en de winstkansen). Alleen is “niks doen” niks voor Gayan en deed hij “wat” en “dat” had hij niet mogen doen, zodat Freek er met het punt van door ging. 

Herman Schoonakker bestreed Johan Goedegebuure met Johans middelen: aanval op de koning via veld f7. Dat zou zo erg nog niet geweest zijn als Johan een kwaliteit had gegeven om Hermans aanval te smoren, maar hij gaf een volle toren en dat was er teveel aan. Maar ook met materiaal meer win je niet zo maar merkte Marko Burger. Hij kwam een pion voor (gevoelsmatig zelfs twee, want Jan Capello’s dubbele h-pion telt eigenlijk maar voor één), maar bleef wel zitten met een slechte witveldige loper. Toen Marko ook nog een fout maakte was Jan er als de kippen bij om dat te benutten en zodoende als enige op 3 uit 3 te komen. 

Zijn kans benutten deed ook Merijn van Koeveringe. In zijn partij tegen Dies Lokerse leek het na snel afruilen van nogal wat stukken een soort remisepartij te worden totdat Merijn besloot wat te proberen op de koningsvleugel (waar een gat in Dies’ stelling zat). Niet gevaarlijk als Dies zijn koning op h8 zou zetten, maar dodelijk als hij hem op f8 zou zetten (en dat laatste gebeurde). 

Va banque werd er gespeeld door Rob Oosterlee (tegen Eldert Besseling) en door Peter van der Borgt (tegen Anton Quakkelaar). Met wisselend succes. Eldert counterde Robs aanval goed en haalde het punt binnen. Anton weigerde (ten onrechte als we onze Fritz mogen geloven) de pionnen die Peter hem aanbood en Peter vergat (ondanks enorme tijdnood) niet een paard te winnen (wat Anton een zet te lang liet in staan) en het met een (terecht niet aangenomen) torenoffer af te maken. 

Ondanks de mooie 3 uit 3 van Jan Capello staat Peter na die wat gelukkige zege tegen Anton toch boven aan.


naar boven    naar beneden

 

De eerste twee rondes van de interne competitie zitten er op. Er zijn maar liefst 21 partijen gespeeld over die twee maandagen. Zoals gebruikelijk worden die eerste twee rondes zo ingedeeld dat (als er 10 wedstrijden worden gespeeld) de 1e op rating tegen de 11e op rating met en zo door tot de 10e op rating tegen de 20e op rating. Er zit dan ook honderden ratingpunten verschil tussen beide spelers. 

Bedoeling is dat na 2 rondes “het kaf” dan wat van “het koren” is gescheiden. Dat lukt meestal vrij aardig, al is er altijd wel een verrassende uitslag. En die waren er nu juist niet. Geen enkele remise en alleen zeges voor de speler met de hoogste rating. Het dichtst bij een verrassing was in de 1e ronde Gayan den Hollander die een onduidelijke partij speelde tegen Marko Burger, waar het de vraag was of Gayan met een soort pionnenwals Marko kon pletten op de koningsvleugel (met bijna onvermijdelijk mat) of dat Marko met een soortgelijke wals de damevleugel van Gayan zou doorboren (met bijna onvermijdelijk pionpromotie tot dame).  

Een aantal partijen was snel uit. Zo gaf Eldert Besseling in de 1e ronde na een paar zetten al een stuk weg, verloor Jaap van Oosten in zijn eerste echte partij al snel zijn dame en deed Rob Oosterlee in de 2e ronde meer slechte zetten dan goede (citaat Rob: “ik geloof dat ik vandaag telkens niet verder keek dan een halve zet diep”) en daar wist Peter van der Borgt wel raad mee. 

Ook bleek wel dat veel spelers nog steeds dezelfde speelwijzen hanteren en dat de sterke en zwakke punten uit vorige seizoenen er nog steeds zijn. Spelers als Gayan den Hollander en Johan Goedegebuure blijven “hyperaanvallend” spelen, zien enorm goed hun eigen kansen, maar vergeten wel eens dat de tegenstander ook grappen in de stelling kan bouwen. Tegen Wouter Bliek leidt dat dan voor Johan tot verlies, want Wouter ziet niet alleen zijn eigen kansen, maar ziet ook nog waar zijn tegenstander hem pootje kan lichten.  

Dan zijn er nog de spelers die niet of te laat tot een (al dan niet kunstmatige) rochade komen. Als je dan tegen een betere speler speelt, wordt dat genadeloos afgestraft, zoals Merijn van Koeveringe twee keer meemaakte.  

Verder zijn er de “snelschakers” zoals Piet van Boven, die snel dingen ziet, maar zo snel speelt, dat hij ook wel eens dingen niet of verkeerd ziet. Maar voor Piet is schaken op een club nog nieuw; het iets meer tijd nemen voor een zet komt vanzelf wel. 

Leuk is ook dat er weer twee oudgedienden terug zijn: Leon Zweedijk en Freek Pruis. We zullen komend jaar zien of hun “sabbatical” hun niveau goed of slecht heeft gedaan. Als je in het damestennis twee jaar niet mee kan spelen en dan meteen een toernooi winnen (Kim Clijsters), dan moeten we Leon en Freek vrezen. 

Na twee rondes staat Willy Meulblok boven aan, maar zoals voetbaltrainers dan altijd zeggen “het seizoen is nog lang”. Maar voor Willy is het een positie die hij zich van vorig seizoen (toen hij dramatisch laag eindigde) niet kan herinneren.

naar boven