Verslagen interne competitie
2017 - 2018

 

 

Ronde 5

 

CAPELLO DOORBREEKT REMISEREEKS

Jan Capello had drie remises gespeeld. In de 5e ronde wist hij dat schema te doorbreken, met een zege! Tegen Cor Heijboer was hij uiteindelijk de bovenliggende partij toen Cor (als ik tenminste goed onthouden heb wat in de wandelgangen gezegd werd door Cor) zijn hand overspeelde (wat natuurlijk een term uit het kaarten is, maar ik kom zo snel niet op een schaakterm).

Freek Pruis wist ook iets te doorbreken. Na vier interne zeges werd hij door Eric Clarisse enigszins overspeeld. Gezien het ratingverschil niet vreemd. Maar zo’n verschil zegt niet alles. Ton Hertogs heeft bijna 700 ratingpunten meer dan collega-BSV-er Alexander van ‘t Hoff, maar moest alle zeilen bijzetten om Alexander tot overgave te dwingen. Ondanks de 0: knappe partij van Alexander.

Ook een knappe partij speelden Niels Verhaar en Krijn Saman. Als je allebei “knap” speelt zal het eindresultaat wel 1/2 – 1/2 zijn. Dat was niet zo. Dus dat vergt uitleg. Welnu, Krijn wist met een slim aftrekaanvalletje pion e3 te winnen en meteen met zijn dame de vijandelijke stelling binnen te dringen. Vervolgens zag een loperoffer op h3 er ook wel erg aantrekkelijk uit. Daar had Niels echter het creatieve Tf3 (met aanval op de dame, die dus opeens niet zo lekker stond op e3, en loper) bedacht. Nu had Krijn misschien beter nog even op g2 kunnen slaan en zodoende genoegen te nemen met een stuk tegen drie pionnen en een gevaarlijke aanval op de geheel “naakte” witte koning. Dat deed Krijn niet en zo kwam hij een stuk achter, maar wel met compensatie (namelijk die twee pionnen en wat vervelende penningen). Hier zal Niels ergens in de fout zijn gegaan, waardoor Krijn deze spannende partij bekroonde met een 1.

Resteert Peter van der Borgt (die ooit nog voetbaltraining van Krijn heeft gehad, die de Kruiningse jeugd trouwens nog steeds leert om goed en effectief met de bal om te gaan), die tegen Wilco Krijnsen speelde (die dan ooit weer schaakles van Peter heeft gehad). Welnu, het zag er aanvankelijk naar uit dat de Leerling de Meester zou verslaan. Peter wilde een Egelstelling (zo heet dat geloof ik), week van zijn plan af en kon op een gegeven moment alleen maar verdedigen en moest zich beperken tot computerachtige reddingszetten, waarna zijn stukken er beroerd voor stonden. Alleen niet zo beroerd dat er een directe winst voor Wilco in zat. Toen er ook nog wat stellingsgelukjes waren, kon Peter afwikkelen naar een remiseachtige stelling. Beide spelers hadden toen al wel veel tijd verbruikt en waren in de minder-dan-3-minuten-fase beland in een stelling die beiden te leuk vonden om remise aan te bieden. Peter zag een “ruil” (toren slaat paard, pion slaat terug en andere toren wint twee pionnen) waardoor Peters winstkansen werden vergroot, maar die van Wilco ook (alleen minder dan die van Peter, tenminste dat gevoel had Peter). Dat gevoel klopte, want Peter wist Wilco te verleiden tot een pionzetje, wat er dreigend uit zag, maar het niet was en wel tot dubbel pionverlies leidde. Zo won Peter ruim na elven (terwijl ze toch het “snelle” tempo speelden).

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 4

 

NIEUWELINGEN WINNEN ALLEMAAL

We zijn er blij mee dat we dit jaar drie nieuwe leden hebben en die waren er allemaal en ze wonnen allemaal. Dus vandaar die titel.

Maar eerst had ik een heel andere titel in gedachten, namelijk “Maar liefst 11 partijen”. Er waren namelijk 11 interne partijen en dat hebben we bij De Zwarte Dame al lang niet gezien. Dat bleef tot heel lang ook mijn “reserve”titel.

Want al vrij snel dacht ik dat dit de titel zou worden: “Die kwal van Ton van Vliet wint”. En later in het verslag had ik dan uit de doeken gedaan dat Ton zelf geen kwal is (integendeel), maar dat hij een paard op d6 had, een kwal, die zo sterk was dat dat de sleutel voor de zege op Wilco Krijnsen was. Alleen Wilco wist zich uit de problemen te spelen en zelfs een pion voor te komen (“Hoe doet ie dat toch steeds?”). In grote tijdnood van beiden meende Ton met Td7 de remiseweg te hebben gevonden, maar dat was hem juist niet en Pd7 met “ondekbaar” eeuwig schaak was dat wel. Winst voor Wilco dus.

Een andere titel was “Bliek boekt weer een plusremise tegen een Kruininger”. Die Kruininger was Cor Heijboer en die had vanaf de opening een achilleshiel, een pion op c7. Er ging veel materiaal van het bord, maar onduidelijk was hoe Wouter die zwakte van Cor kon uitbuiten. Uiteindelijk won Wouter een pion, maar toen moest hij weer afrekenen met een plots actieve toren. Dat lukte Wouter ook nog, dus was het geen plusremise, maar “gewoon” een overwinning.

Bij de partij van Rob Oosterlee en Matthijs Schouten dacht ik aan de ode die Jan Hein Donner ooit had geschreven over een “lullig” (excusez le mot) a-pionnetje. Een pionnetje dat de hele partij stond te niksen, maar uiteindelijk toch beslissend was. Ik dacht dat Ron zo’n pionnetje had, maar dat was het blijkbaar toch niet, want beide Kapellenaren kwamen remise overeen. Dus hoefde ik de ode van Donner niet op te zoeken en helemaal over te tikken.

“Pruis blijft winnen” als titel had ook gekund, maar om ons bestuurslid en ons facebook-manneke zo naar boven te steken zou wel erg opvallend zijn (al is het maar omdat schrijver dezes ook bestuurslid is). Maar Freek won wel weer. Nu van Eric Dek, toch geen misselijke tegenstander. Weer leek Eric best lekker te staan, weer kwam Eric in tijdnood, maar met die binnen gedrongen dame van hem zou Eric toch niet veel tijd nodig hebben om te winnen. Integendeel: na Freeks Ld3 stond die dame juist beroerd. Beroerd genoeg om te verliezen.

Bijna had ik ook nog “Koning Pruis is nog geen Keizer” gekozen als titel, want met 4 uit 4 is Freek natuurlijk wel Onze Koning, alleen leidt dat Keizer-systeem wat we voor onze interne competitie gebruiken ertoe dat Freek niet bovenaan staat. Gekker nog: Freek staat pas op de 6e plaats. Waar Freek wel eerst staat, is in het ratingklassement. Hij heeft 38 “plus”punten en wordt in dat klassement op de voet gevolgd door Alexander van ’t Hoff.

“Dies vergeet weer de remise te pakken” had ook de kop kunnen zijn. Vorige week vergat Dies het aan te bieden en nu vergat hij de stelling dicht te gooien met b2-b3, waarna het toren-en-loper-en-wat-pionnen-eindspel eigenlijk niet meer te winnen zou zijn voor Piet van Boven. Nu sloeg Dies op a3 en liep het fout af.

“Van der Borgt succesvol op jacht” of “Van der Borgt jaagt zichzelf voorbij” kwamen in mij op doordat de Jachtvariant van de Aljechin op het bord kwam in mijn partij tegen Marko Burger. Beide titels hadden gekund, zelfs nadat Marko Peter “uitnodigde” een vergiftigde (?) pion op c7 te nemen. Peter nam die pion en het vervolg leidde tot een snelle winst, maar in de analyse kwamen beide heren in verschillende varianten terecht die dan weer eens winst voor Peter betekenden, dan weer eens winst voor Marko en dan weer eens in een remiseachtig eindspel eindigden. Peter heeft het nog niet aangedurfd Fritz er naar te laten kijken. Conclusie: een korte, spectaculaire partij, die net zo goed in 0-1 had kunnen eindigen.

“Partij gemist” zou de minst leuke titel zijn geweest. Van de partij van Herman Schoonakker en Ton Hertogs heb ik eigenlijk niets gezien. Vraag me niet waarom. Ik heb pas nog tegen Ton gespeeld en weet dat Ton veel spektakel op het bord kan brengen, maar blijkbaar zaten beide heren op een voor mij onzichtbare plek. Maar op de foto’s die gemaakt zijn, staan ze er toch allebei op. Kortom: Herman en Ton zaten in mijn “blinde hoek”.

“Scheldeschakers spelen allemaal remise”. Vroeger was er in Wemeldinge een schaakclub, “De Scheldeschaker” en na de opheffing ervan is een aantal leden naar De Zwarte Dame over gekomen. Rob Oosterlee is één van hen en die remiseerde. Jan Capello en Bram Boone hoorden ook tot die Wemeldingse club en speelden ook remise, overigens na een erg onderhoudende partij, waarin Jan met een materiële voorsprong, maar wel met steeds minder tijd, toch maar remise aanbood en dat kon Bram niet weigeren. Daarmee behaalde Jan zijn derde remise op rij (vroeger hadden we nog een prijs voor de remisekoning; het lijkt er op dat Jan nog niet weet dat die prijs is afgeschaft).

Onze vierde Scheldeschaker, Marius Leendertse, had mogelijk ook wel remise kunnen halen als hij het maar had aangeboden. Hij was na een venijnig paardvorkje een kwaliteit voor gekomen, maar de zoektocht naar winst verliep niet eenvoudig, omdat Alexander van ’t Hoff voor een constante tegendruk zorgde. Marius’ zoektocht kostte veel tijd en op enig moment kwam Marius onder de 5 minuten resterende bedenktijd. Toen had een remiseaanbod zeker op zijn plaats geweest, gezien de complexe stelling en ik denk dat Alexander het ook wel had aangenomen. Nu ging Marius in de fout want in plaats van schaak te geven met zijn toren (hij kon daarna mat geven met de dame), sloeg hij met de dame de loper. Toen werd hij kort erna zelf mat gezet. Knap gevochten door Alexander en dus niet alleen maar remises voor de Scheldeschakers.

En Alexander is dus één van die nieuwelingen. Krijn Saman is er ook zo één. Krijn werd geconfronteerd met een paarduitval waar Dingnis Lokerse zo bekend om is, maar zo weinig succes mee heeft. Nu leek het succes er wel te zijn, want Krijn had overzien dat pion g2 viel, maar Dingnis had overzien dat Krijn dat paard kon vangen. En dat niet alleen: paardwinst werd ook meteen een dodelijke koningsaanval. Dan onze derde nieuwe lid, Niels Verhaar. Hij speelde tegen Jaap van Oosten. Niels bouwde zijn partij goed op (alhoewel hij vol zelfkritiek achteraf aan gaf dat hij op een aantal momenten een nog betere zet had kunnen doen) en Jaap moest vol in de verdediging en op een gegeven moment wel kwaliteitsverlies toestaan om erger te voorkomen. Niels moest blijven opletten, deed dat ook en toen Jaap pardoes een loper weg gaf, gaf Jaap (zijn eigenlijk toch al verloren partij) op. Mooie partij van Niels.

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 3

 

PRUIS ALS ENIGE OP 3 UIT 3! 

Freek Pruis wist weer te winnen. Was hij de week ervoor niet ongelukkig, dit keer was er op zijn zege niets af te dingen. Ondanks de rare positie van zijn koning en de ogenschijnlijk mooie positie van Gayan den Hollanders dame en loper stond bij Freek alles goed (en had hij een pion meer). Toen Gayan met Lf7 (met aanval op de dame of e8 en op de pion op g6) dacht Freek te kunnen vloeren, kwam Freek met het schitterende Ta7 met indirect aanval op Gayans dame op g7. Gayan kon niks anders dan dames ruilen en concluderen dat de ongelijke lopers onvoldoende compensatie boden voor de minuspion. Freeks zwartveldige loper op e5 was al tijdenlang een waanzinnig sterk ding (doordat die de velden a1 en h2 bestreek, had Freek al de pion op a2 gewonnen) en veel sterker dan Gayans witveldige loper. 

Prima gespeeld door Freek. Wie ook prima speelde was Dies Lokerse. Foutloos kwam hij door de opening heen, de dreigingen die Alexander van ‘t Hoff over de d-lijn had, konden allemaal gepareerd worden. Toen Alexander ijzer met handen probeerde te breken, kwam Dies zelfs een stuk voor, maar wel in een stelling waar een fout(je) snel gemaakt was. Dat foutje maakte Dies, zodat het materieel precies gelijk was en er eigenlijk geen vuiltje aan de lucht was, in elk geval niet voor Dies. Alexander daarentegen zat in tijdnood en had een remiseaanbod van Dies zeker aanvaard. Maar dat aanbod kwam niet en Alexander had nog één troef: een misselijk paardzetje wat bij een verkeerde reactie van Dies tot materiaalverlies zou leiden en Dies deed het jammer genoeg verkeerd en moest dus toch met een 0 genoegen nemen. Alexander kwam niet verder dan een aantal maal “door het oog van de naald” uit te spreken en dat klopte; daar was hij inderdaad door heen gegaan. 

Andere “narrow escapes” waren er niet. Niels Verhaar boekte zijn eerste overwinning. Deels doordat hij degelijk speelde en deels doordat Dingnis Lokerse pionverlies trachtte te compenseren door een stukoffer met aanval. Die aanval zag er evenwel “enger” uit dan die was en Niels speelde het netjes uit. Ook Jaap van Oosten won. Dar zag het eerst niet naar uit. Tegenstander Krijn Saman kreeg een op het oog mooie stelling met aanvalsmogelijkheden. Jaap bleek toch weer die superverdediger te zijn zoals we hem kennen. Na het rustige f2-f3 moest Krijn zijn paard op e4 weghalen en (om pionverlies te voorkomen) f5-f4 spelen waardoor hij op Jaaps koningsvleugel niks meer kon doen en Jaap aan de tegenaanval kon beginnen op Krijns koning op b8. Dat moest wel verkeerd (voor Krijn dan) aflopen en dat deed het ook, waarbij het wel sneller ging dan nodig was doordat Krijn een enkele keer een verkeerde keuze maakte. 

Typische Jaap-partij dus. Eric Dek had een typische Dek-partij. Met wit komt Eric eigenlijk altijd lekker uit de opening. “Er moet iets in zitten” denk je als neutrale toeschouwer. Weliswaar zie je niet wat, maar toch. Bij Eric gebeurt hetzelfde (in zijn hoofd). Die gaat in de denkmodus, maar doordrukken lukt net niet, terwijl zijn tijd wel doortikt. Gelukkig (voor Eric) tikte bij Jan Capello ook de tijd door en Jan verslikte zich dan wel tijdens de partij, maar hij verslikte zich niet in de partij en net als vorige week speelden beiden remise (Eric toen tegen Vlissingen A). 

Ook Wouter Bliek remiseerde weer en weer tegen een inwoner uit Kruiningen. Wilco Krijnsen boog niet voor Wouter en boekte een minusremise (of zo u wilt: Wouter behaalde een plusremise). Maar schaken is geen jurysport, dus krijgen beide spelers toch hetzelfde: een halfje. Met een halfje zou Peter van der Borgt ook blij zijn geweest na de openingsfase, want het zag er allemaal niet zo geweldig uit. Na Ton Hertogs c4 kon Peter echter zich in Tons stelling wurmen. Voor Ton aanleiding een kwaliteit te offeren en een koningsaanval te beginnen (dame naar g4 met dreiging Lxh6). Die aanval werd echter meteen in de kiem gesmoord doordat Peter met Td4 Tons dame van de g-lijn kon wegjagen en daarna veel kon ruilen. Peter moest nog even opletten, want Ton deed nog wat “sneaky moves”. Ton kon zich echter niet meer uit de nederlaag weg schwindelen. 

Dat lukte ook Herman Schoonakker niet. Net terug van een vakantie op het Iberisch schiereiland kreeg Herman een scherpe Marius Leendertse tegenover zich. Herman kwam zo in de problemen dat hij blunderde en een dame tegen een toren moest geven. Ook hier hielp schwindelen niet en Marius won.

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 2

 

8 PARTIJEN: ZWART WINT NERGENS 

Het was lekker druk. Naast de teamwedstrijd van het B-team hadden we 8 interne wedstrijden.  

De vier eerste-team-spelers mochten tegen elkaar en speelden de snelste en de langste partij van de avond. Cor Heijboer en Eric Clarisse besloten na een goed uurtje tot remise na toch best een wilde partij. Eric (met zwart) kreeg een dame op e3. Dat zag er dreigend uit, zeker omdat Cors koning nog op e1 stond. Alleen had Eric verder geen enkel stuk ontwikkeld en om echt wat te winnen heb je meer dan een dame alleen nodig. De tijd die Eric nodig had om zijn dame te ondersteunen, gebruikte Cor om zijn koning in de safety zone te krijgen. Remise dus. Dat werd het ook bij Peter van der Borgt en Wouter Bliek. Die speelden juist rustig in de opening. Plots stond het bord in vuur en brand toen Peter Wouters Pe5 met Lxb7 beantwoordde. Steeds stonden allerlei stukken in, steeds dreigde zwart iets op f2 (en niet alleen winst van de pion die daar stond, maar in bepaalde varianten ook dat stikmatje). Beiden hadden dat slaan op b7 wel gezien, maar hadden ze ook diep genoeg gerekend. Peter was van plan na Pxe3 De2 te spelen, maar toen hij de stelling op het bord zag, leek hem Db3 beter (en dat was misschien ook wel zo), maar zijn zet erna (c3-c4) was een misgreep, want na Peg4 dreigde Peter zijn pion voor te verliezen vanwege de dubbel aangevallen pion f2 (die niet meer door Peters dame werd gedekt, want die stond immers niet op e2, maar op b3) of verlies van de loper die inmiddels op a8 stond. Met veel kunst- en vliegwerk kon Peter de ellende beperken tot een dubbelpion. En toen beiden goed keken, was het al vrij snel duidelijk dat Peters vrije c-pion gestopt moest worden en dat kon ook wel, maar Wouter kon dan geen aanval ontwikkelen. Dus ook remise. 

De andere twee remises waren zeker ook geen salonremises. Jan Capello kwam tegen Ton Hertogs in ‘het Open Kapels Kampioenschap’ een kwaliteit tegen een pion voor, maar nadat er aan de damevleugel geen pionnen meer stonden zat er echt geen winst meer in en moest Jan er voor zorgen niet door de vlag te gaan. Gelukkig kreeg Jan er elke zet 30 seconden bij en werd de vrede getekend. Bij Bram Boone en Gayan den Hollander zag het er spannend uit: Gayan met koningsaanval en Bram die alles moest en kon verdedigen al moest daarvoor een paard naar h3. Dat paard stond min of meer gevangen, maar Gayans toren op g4 stond net zo gevangen. Het verzetten van beide stukken zou waarschijnlijk fataal geworden zijn. Beide spelers hielden elkaar dus “gevangen” en konden ook niks beters (of slechters) bedenken dan er remise van te maken. 

Over Bram gesproken. Die had zaterdag keurig Piet Bruys op remise gehouden. DZD 2 verrichte een puike prestatie door het ijzersterke BSV 3 op 2-2 te houden. Piet is nog een tijdje bij ons lid geweest en per mail vertelde hij me dit over zijn partij tegen Bram:

Bram en ik hadden ook een leuke pot, met 3 verhalen. Als 1 na laatste waren we klaar (opmerking: BSV speelde met 3 teams thuis). Gewonnen stelling voor mij, door pionnenstructuur en ijzersterk wendbaar paard. Beiden nog 2 Torens, Dame. Bram kreupel paard, gebonden aan verdediging van meerdere pionnen. Door te grote overdaad en te veel keuzes, na afgeslagen remiseaanbod, mooie verdedigende zet gemist. Gekozen voor riskante afwikkeling, om remise te vermijden. Kostte een pionnetje in het centrum, kompleet gemist. Daarna verloren stelling. Ik zag aankomen dat hij een tactisch trucje ging missen en hij ging in navolging van mij, wat ik ook hoopte, snel meespelen. Bingo. Toren slaat paard, daarna vorkje. Paard voor, 2 pionnen achter waarvan er 1, bij goed spel gegarandeerd promoveert. Hij doet het niet helemaal goed met zijn koning en paard en koning zijn precies op tijd terug om promotie te voorkomen. Zet 86 remise . Ik ook weer blij ppppffffffff.

Kortom: een hele spannende partij die dus alle kanten op kon. 

Van de andere partijen had Piet niet veel gezien. Maar van die van Freek Pruis meldde hij dit: Mijn buurman aan de overkant, Freek Pruis, had  D T tegen D P met evenveel pionnen. Koning in de hoek gedwongen, erg goed gespeeld. Petje af voor Freek dus, want zijn tegenstander was (op papier) veel sterker. Marco Baars en Jaap van Oosten moesten ook tegen veel sterkere tegenstanders en Marco speelde een keurige remise. Vandaar de 2-2. 

Freek won ook intern weer. Tot aan de tijdnoodfase van Marius Leendertse speelde Freek prima. Toen ging hij opeens meevluggeren (Marius moest wel, maar Freek niet). Freek miste een aantal keren een betere zet (g3 was niet goed) of een winnende zet (meerdere keren was Tc7 dodelijk). Aan de andere kante miste Marius ook wel wat, zelfs een keer torenwinst (Te6+, Kd4, Tb4+ en de toren op e4 zou verloren gaan). Toch wikkelde Marius af naar een materieel gelijk eindspel en toen Freeks koning (een witte) op c7 stond en Freeks pion op d7 gaf Marius op. Hij kon pionpromotie alleen voorkomen door met zijn toren (die op de d-lijn stond) te slaan op d8 en dan zou er Kxd8 volgen. Maar: Marius had zelf een pion op g2 en een koning op g5 en had met Kg4 zelf voor pionpromotie kunnen gaan en dat had Freek alleen met opoffering van zijn toren kunnen tegen gaan. Marius, murw gebeukt doordat hij de hele partij in de verdediging en lang in tijdnood had gezeten, zag dit niet en gaf op, in een remisestelling dus. Hoe tragisch. Maar: we hebben het allemaal wel eens gehad. 

Nieuwkomer Rien Sinke had last van zenuwen en wilde zijn dame spelen, raakte zijn koning aan en na Ke8-e7 kon Krijn Saman materiaal winnen. Krijn moest daarna nog lang vechten om het punt over de streep te halen, want Rien vocht prima terug. Zijn neef Niels Verhaar leek op pad naar een remise tot hij zijn loper meende te kunnen offeren. Het offer was echter niet goed en met een loper meer wikkelde Alexander van ‘t Hoff keurig af naar een 1-0 zege. 

Piet van Boven won ook. Jaap van Oosten verloor een loper tegen een pion. Even leek Piet een variant op ‘tien kleine negertjes’ hebben bedacht (variant heet: ‘acht kleine pionnetjes’), want hij verloor nog twee pionnen. Uw verslaggever dacht dat die drie pluspionnen sterker zouden zijn dan het plus-stuk van Piet, maar dat bleek fout gedacht, want Piet won.

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 1

 

GEEN VERRASSINGEN IN DE 1E RONDE 

Zoals gewoonlijk, vond de indeling voor de 1e interne competitieronde handmatig plaats: de nummer 1 op de interne ratinglijst tegen de nummer 9 enzovoorts tot en met nummer 8 tegen nummer 16. Niet zo spannend zou je denken. Makkelijke zeges voor de “top-8” zou je denken. Nou, soms wel, maar soms zeker niet. Maar “at the end of the day” hadden toch alle (op papier) betere spelers gewonnen. We lopen ze af van “het meeste moeite naar de minste moeite” (of eigenlijk van “het langste bezig” tot “het eerste klaar”). 

Peter van der Borgt moest vol aan de bak. Jaap van Oosten blijkt nog steeds een rasverdediger. Peter moest het thematisch spelen: loperpaar goed neerzetten, torens verdubbelen op de b-lijn en door een pionnenopmars Jaap enerzijds terugdringen en anderzijds dwingen tot b4, waarna die pion gewonnen wordt. Dat lukte Peter, maar toen was hij al wel een paar uur verder. En toen was er weer zo weinig materiaal over dat Peter toch nog een tactisch grapje nodig had om Jaap helemaal knock-out te krijgen. 

Gayan den Hollander speelde tegen nieuwkomer Krijn Saman; nou ja, nieuwkomer. Krijn was 35 jaar geleden of zo al eens lid geweest gaf hij aan. Dat was in de tijd dat de ZSB nog geen ELO ratings had. Dus was Krijn voor Gayan, maar misschien ook voor zichzelf wel, een “dark horse”. Welnu, Krijn was het nog niet verleerd en Gayan moest alle zeilen bijzetten. Was bij Peter de b-lijn belangrijk, bij Gayan was het de c-lijn. Zettenlang had Krijn (die met zwart speelde) een ogenschijnlijk verdwaalde, maar tegelijk lastige, pion op b4. Die ging er af en vervolgens kreeg Gayan een penning op een paard (vanwege Krijns dame op de c-lijn). Het gevaar voor de dame moest Krijn oplossen door Db6 te spelen, maar na ruil door Gayan (Db4xb6) kon Gayan met b2-b4 Krijns gepende paard aanvallen. Dat kostte Krijn een stuk en de partij. Dus was het toch een pion op b4 die beslissend was. 

Dingnis Lokerse nam de rustige modus van tegenstrever Eric Dek over. Prima! Zodoende kon Dingnis lang in de partij blijven, ondanks een materiële achterstand die enigszins gecompenseerd werd door Erics ongelukkige opstelling van zijn stukken. Toen Eric dat opgelost had, moest Dingnis de witte vlag hijsen. 

Was bij Gayan de c-lijn al het thema; bij Cor Heijboer en Alexander van ‘t Hoff was dat niet anders. Cor kon met een toren binnen dringen op c7 en twee pionnen snoepen. Alexander probeerde wel van alles, maar had voor die twee pionnen gewoon te weinig compensatie en kon niet anders dan een 0 noteren. 

Kees Weststrate is een liefhebber van pionnen opspelen in de opening. Daar kun je natuurlijk van houden, maar in het algemeen vertraagt dat de ontwikkeling en kom je vaak niet toe aan een veilig honk voor de koning. Bij actief tegenspel is er dan vaak maar één goede tegenzet en het dekken van een pion op e5 met f6, terwijl je al h6 hebt gespeeld, is dan vragen om moeilijkheden. En die vraag werd door Eric Clarisse positief beantwoord: op het paardoffer van Eric op e5 reageerde Kees door het niet aan te nemen, maar het paard te ruilen, maar na g6 hielp dat niet. Tip voor Kees: tegen actieve spelers toch maar eerst stukken ontwikkelen en rokeren. 

Wouter Bliek kwam lekker uit de opening tegen Marius Leendertse en wist dat plusje vast te houden door Da4 te spelen. In eerste instantie leek dat Marius dat mooi met Da5 (gedekt door een paard op c6) kon beantwoorden om zo of dames te ruilen of Wouters dame terug in “zijn hok” te dwingen. Helaas zat er een adder (of eigenlijk een loper) onder het gras: Na Lxc6 kon Marius weliswaar Dxa4 spelen, maar kon Wouter met de loper terugnemen en “gratis” een stuk incasseren. Helaas ging het ook zo en had Marius spijt dat hij zijn andere optie (Db6) niet had gespeeld. Marius speelde nog wel door, maar Wouter zorgde er wel voor dat Marius nergens (schwindel)mogelijkheden kreeg.

Niels Verhaar die voor het eerst met een klok speelde en zetten noteerde, speelde met wit tegen Freek Pruis. Niels deed gezonde zetten en aanvankelijk leek er weinig aan de hand totdat Freek een koningsaanval kon opzetten. Er stonden plots allerlei stukken in, penningen volop, kortom: uw verslaggever kon het allemaal niet overzien. Maar op het eind schreef Freek een punt bij.  

Piet van Boven leek op de goede weg tegen Wilco Krijnsen. Piet deed het rustig aan en dat is tegen een positionele speler als Wilco Krijnsen de beste tactiek. Wilco is zo’n speler die liever de fouten van zijn tegenstander afstraft dan zelf het risico neemt fouten te maken. Wilco weet overigens vaak bij tegenstanders fouten uit te lokken. Jaloersmakend is dat. Nu liet zich Piet verleiden tot g2-g4 wat op zich misschien niet fout was, maar als een duvel uit een doosje zette Wilco een koningsaanval op die ook nog direct mat opleverde omdat Piet een paard beet pakte waarmee hij dat mat niet kon voorkomen. Maar we moeten wel zo eerlijk zijn dat bij een andere zet van Piet Wilco’s dame ook als een mes door de boter zou zijn gegaan.

 

 

naar boven