Verslagen interne competitie
2010/2011

 

 

Ronde 28
Omdat er niet echt iemand was om een verslag te maken,  wilde ik het toch eens proberen (ben er niet zo goed in, dus heb ik het simpel gehouden), dus bij deze een korte.

In totaal waren er 7 partijen in de laatste ronde.  

Ronald mocht het opnemen tegen Eric waar de stelling gelijk op ging: resultaat vrij snel remise. 

Ook werd het remise bij Lou en Marius. Lou bood remise aan in een gewonnen stelling, waarschijnlijk omdat hij het niet meer zo goed zag. Marius mocht dus van geluk spreken. 

Ook werd het remise bij uw verslaggever (Jan) en moest opnemen tegen Leon. Het werd een hele open partij voor allebei heel wat kansen. Maar doordat alles goed doorzien werd, bleef het gelijk opgaan. Nadat de dames afgeruild werden, werd er tot remise besloten. 

Herman speelde een goede partij tegen Anton. In het begin leek er op dat Anton naar de winst ging en had een aanval gericht op de koningsvleugel van Herman. Maar Anton onderschatte Herman en de rollen waren bijna omgedraaid. Op een bepaalde moment hadden ze allebei 5 pionnen en een paard, resultaat remise. 

Dies speelde tegen Cees een niet zo’n slechte partij. In het begin ging het gelijk op. Maar door mindere zetten en stukkenverlies won Cees. 

De neef van Dies, Dingnis, speelde tegen Jaap. Jaap had net als Cees veel materiaal gewonnen en kon hij een punt bijschrijven. 

Als laatste waren Eldert en Jerry klaar. Heb het niet zo gevolgd maar ik hoorde dat Eldert ook nog gewonnen heeft gestaan. Het laatste gedeelte stond Eldert erg onder druk. Jerry dreigde een pion vooruit te spelen voor richting promotie alleen stond de toren van Eldert in de weg. Nadat deze paar keer aangevallen staan te hebben, sloeg Jerry de paard van Eldert eraf met de loper alleen kon Eldert deze niet terugslaan. Resultaat Jerry kwam een stuk voor te staan. Niet veel later gaf Eldert het op.

naar boven    naar beneden

Ronde 27
Bij Eric Clarisse en Jan Capello koos Eric ervoor in het Italiaans snel c3 te spelen. Meestal kan zwart dan aardig spel krijgen als hij d5 gelijk speelt en dat deed Jan ook.  Zwart kwam actief te staan maar deed daarna teveel verdedigende zetten en kwam eigenlijk zetje na zetje minder te staan.  Jan dacht lang na en gaf uiteindelijk op in een stelling waarbij Eric de aanval had  maar waar Jan met stug verdedigen de zaak toch  misschien nog wel  droog kon houden.  De wijsheden van de voorzitter, die er overigens niet was om te spelen deze keer was  van toepassing: Met opgeven haal je geen punten. Een andere wijsheid kwam nog ter sprake bij de partij van Ronald, maar dat komt later.

Bij Anton Quakkelaar en Lou Poleij zag het er erg gelijk uit tot Anton Lou met een zwakke geïsoleerde pion opzadelde. Door de witte druk werd de zwarte stelling minder en na een kwaliteitsoffer kon Lou de toren niet terugpakken wegens dameverlies en deed dat dus ook niet, maar een stuk achter is natuurlijk teveel en dat bleek ook. Bij de heren Lokerse leek Dies met twee pionnen meer te gaan winnen maar Dingnis had mooi tegenspel, zoveel zelfs dat hij zijn neef zomaar mat kon geven, dat deed hij niet en na flink wat ruilen kwam er een eindspel op het bord met allebei een toren en een stuk, maar Dies had twee pionnen tegen nul voor Dingnis. Geen gevaren en dus “simpel” uit maar na afloop was het Dingnis die het volle punt bij kon schrijven.

Eldert Besseling speelde ook deze keer weer prima tegen Marko Burger. Wit kwam beter uit de opening maar zwart kon toch de stelling gelijk trekken. In een eindspel dat volkomen “dood” was, liet Eldert zich toch nog foppen door een wel heel akelig schaakje. Het mooie verrassende zetje van Marko won een stuk en  dat was meteen het einde van de partij.

Bij Kees Weststrate en Piet van Boven was het kees die met wit fel van leer trok en met de lange rokade alles op de koningsvleugel van Piet richtte. Het liep echter vast en het Piet die daarna de aanval kon overnemen. Wit kreeg hierdoor wel tegenkansen maar rekende verkeerd en zwart kon met een stuk meer de ruilmodus aanzetten en dat leidde voor Piet tot de winst.

Bij Ronald Hoek van Dijke en Wouter Bliek had wit de CaroKann wat voorzichtig tegengespeeld maar trok na een wat riskante zet van zwart ineens fel van leer.  Met Pg5 dreigde er ineens van alles.  Het geplande h6 van zwart zou uitlopen op een offer en daarna een slachting dus dan maar g6. Ook niet fraai natuurlijk aangezien de zwarte loper al op e7 stond. Met het oprukken van wits h-pion om de verzwakte zwarte koningsstelling open te breken, had Ronald het zwart heel lastig kunnen maken maar hij koos voor een andere zet. Zwart kon hierna het gevaar uit de stelling ruilen en kon daarna zelfs door een desperadopaard een pion winnen. (Een desperado is een stuk dat geslagen kan worden maar nog niet direct gepakt wordt). Ronald ging de combinatie in en offerde nog een pion, (Hier citeerde Ronald  Peter’s  andere  wijsheid:  sla nooit op b2) maar overzag dat het paard, dat toch op b2 een pion snoepte, na Tb1 met aanval op b7 ook naar c4 kon springen en de andere witte toren aanviel. Met twee pionnen minder probeerde Ronald nog met een dubbel pionoffer de stelling voor zijn torens te openen maar de stelling bleef dicht en dan is vier pionnen achter wel erg veel.

Als laatste bezig was Cees de Schipper die na een wat voorzichtige opzet in de verdediging werd gedrukt door Gayan den Hollander. Zwart had meer ruimte en kon aanvallen op de witte koning maar kon niet de juiste weg vinden om gebruik te maken van het voordeel en bood remise aan.

Zo was voor 11 uur alles klaar en kan op 9 mei de laatste ronde  gespeeld worden.

naar boven    naar beneden


Ronde 25

Was een ronde waarin toch wat weinig partijen waren maar waar wel vreemde dingen gebeurden.

Door het extreem laat afmelden (19:20) van iemand kon de competitieleider niet meer de oneven speler bellen dat hij thuis kon blijven en moest het maar op de club worden opgelost. Dat bleek uitermate moeilijk te zijn en Peter besloot dan maar om zelf niet te spelen. 

Piet van Boven was tegen Jan Capello zeer snel klaar. Enkele fouten in de opening hielpen zwart in de verdrukking en wit kon de zwarte stukken van het bord halen. Dingnis Lokerse was ook snel klaar tegen Gayan den Hollander. Wit viel een stuk aan en Dingnis deed aan de andere kant van het bord een pion zet wat direct een stuk kostte. Bij een matdreiging gebeurde het zelfde en wit kon mat geven op h7.

De andere Lokerse zag het er allemaal best goed uit. Dies had wel een verdedigende stelling opgezet maar het was niet duidelijk hoe Van Oosten daar snel van kon profiteren. Toen uw verslaggever na een kwartiertje peinzen in zijn eigen partij weer bij Dies kwam kijken, waren de zwarte torens van a8 en h8 veranderd in twee witte torens. Naast deze twee torens had wit ook nog een stuk meer en hij won natuurlijk met zoveel materiaal meer redelijk simpel.

Bij Anton Quakkelaar had Marko Burger de witte stelling in elkaar gedrukt maar kon de aanval niet doordrukken waarna wit los kwam en er met een zetherhaling remise van kon maken.

Bij Eldert Besseling en Daan van Noppen was er een Pirc op het bord gezet en dat is een lastige opening. Dit leek een goede opening om te spelen tegen de aanvallend ingestelde Eldert maar wit gaf geen krimp en speelde de opening prima. Het was zwart die met het bekende schijnoffer op e4 in de problemen kwam. In een e2-e4, e7-e5 opening is dit vaak wel goed en zeker als wit dan op f7 slaat om het stuk direct terug te geven maar in deze opening kwam zwart er niet goed uit. Wit nam zijn tijd en sloeg inderdaad op f7 i.p.v. terug te slaan op e4. Zwart kon niets met de halfopen f-lijn en werd teruggedrongen door wit. Zwart probeerde met e5 nog spel te krijgen maar na d5 van wit ging deze pion er na f4 door wat vervelende penningen af. Met een pion meer tikte wit het daarna netjes uit.

Uiteraard heb ik niet alles gezien maar het was een sterk gespeelde pot van Eldert die aan een prima seizoen bezig is.

Zelf was ik in eerste instantie ingedeeld tegen Van der Borgt met wit, maar dat werd veranderd naar zwart tegen Herman Schoonakker. 

Wit kwam uiteraard met 1. c4 op de proppen en de opening ging heel gelijk op. Herman speelde het daarna iets te voorzichtig en zwart kon een gedekte vrijpion krijgen maar wel  ten koste van een wat gammele koningsstelling. Rare stelling, als je wit bent, ben je tevreden met de stelling en als je achter de zwarte stukken kruipt, denk je hetzelfde. Wit heeft het plan de aanval op de zwarte koning en zwart moet gewoon de stukken ruilen en dan het eindspel met de vrijpion in gaan. In plaats van eerst alles goed te zetten, koos Herman voor een te snelle aanval en verloor de controle over de stelling. Door een combinatie verloor wit een pion, misschien erger was dat Wouter in sneltreinvaart de stukken daarna van het bord kon krijgen en met een pion meer en een vrijpion snel kon winnen.

Als laatste waren bezig Kees Weststrate en Cees de Schipper. Wit had voortvarend gespeeld en had zwart in de verdediging gespeeld. Geen wilde aanval van wit maar rustig duwen. Kees kon met een loperoffer op h6 de zwarte koning kaal krijgen maar deed het anders en liep daarna vast in de stugge verdediging van de Schipper. Zwart kwam helemaal los en kon zelfs door een penning een kwaliteit winnen. Wit probeerde het daarna nog te keepen maar tegen een ervaren speler als de Schipper word je dan langzaam toch naar een nederlaag gespeeld. De kwaliteit werd teruggegeven en zwart kon daarna alle witte pionnen opeten.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 24
Uw verslaggever werd door Ronald Hoek van Dijke zo in de problemen gebracht dat een gedegen analyse van de andere partijen onmogelijk is gebleken. Van sommige heb ik alleen de uitslag mee gekregen.

Dus hier komen wat korte bemerkingen: Flip Meijaard kwam in de opening een stuk voor en tikte het vervolgens bekwaam uit, ondanks Bram Boones actieve tegenspel. Wouter Bliek wist met een mooi dame-offer (wat hem een stuk zou opleveren) Jerry Ros snel van het bord af te zetten.

Dies Lokerse speelde de opening prima, maar (zoals wel vaker) vergat hij zo nu en dan goed na te denken of Piet van Boven misschien met zijn zetten snode plannen zou kunnen hebben. En Piet heeft die wel eens. Oftewel: een paardvork werd Dies fataal. Wat er met Dingnis Lokerse allemaal mis ging weet ik niet. Aanvankelijk had hij er voor gezorgd met een paar goede zetten dat Kees Weststrate alleen maar “terug” moest , maar daarna is het blijkbaar mis gegaan.

Jan Capello schijnt van Herman Schoonakker te hebben verloren. Helaas voor Herman kan ik niet melden hoe mooi dat is gegaan. Marius Leendertse won van Gayan den Hollander en dat was wel verbazingwekkend. Gayan stond materiaal  voor en Marius’ koning stond in het vrije veld. Vervolgens wist Marius met creatief spel zich zelf terug in de partij te schwindelen en nog te winnen ook. Gayan werd dus met eigen middelen verslagen.

Een “zekere” remisepartij werd geen remise. Lou Poleij tegen Cees de Schipper moet (gezien de speelstijl van beiden) wel op remise uitdraaien, zou je denken. Maar dit keer niet. Ergens wist Lou een pionnetje te snoepen en (wat Cees ook deed) Lou wist dit voordeeltje met vaste hand zo te spelen dat er steeds iets werd afgeruild zonder dat het pionnetje teruggeven moest worden of dat de stelling zou verzanden. Knap gespeeld van Lou.

Hoe Daan van Noppen tegen Anton Quakkelaar gewonnen kwam te staan, heeft uw verslaggever gemist, maar het slot niet. Dat was zeker aardig (voor Daan dan). In het begin verbaasde uw verslaggever zich wel over een toren van Daan die dan weer op a3 en dan weer op b3 stond.

Peter van der Borgt won, maar dat kwam meer omdat Ronald Hoek van Dijke zo goed stond dat een kwaliteitsoffer “altijd” goed leek te zijn. Peter kon zich echter verdedigen, raakte wel in tijdnood, en durfde met nauwelijks tijd op de klok een moeilijk door te rekenen winstvariant op het bord te zetten. Of die nu echt gewonnen was weet Peter nog steeds niet, want hij heeft hem nog niet aan Fritz durven laten zien. Ronald was in elk geval wel overtuigd en gaf op.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 23
Het was kwalitatief niet de beste ronde. De neven Lokerse werden erg gemakkelijk aan de kant geschoven door Piet van Boven en Kees Weststrate. Dat leek Eldert Besseling ook te gaan doen met Anton Quakkelaar. Beiden hadden gekozen voor een nieuwe aanpak van de Siciliaan. Na Antons b6 bleek Elderts ogenschijnlijk nutteloze loper op c4 opeens naar d5 te kunnen en de toren op a8 ging daardoor verloren. Hoe Anton zich terug in de wedstrijd wist te vechten, weet ik niet, maar dat hij zijn achterstand terug wist te brengen tot een kwaliteit moet veroorzaakt zijn door een foutje van Eldert. Uiteindelijk besloten ze maar tot remise.

Die uitslag kwam nog twee keer voor; beide keren tegen twaalven. Jan Capello had weinig bereikt tegen Cees de Schipper en was eigenlijk alleen maar in tijdnood gekomen. Dat was aanleiding voor beide heren om in een ongeveer gelijke stelling de remise maar te accepteren.

Bij Daan van Noppen en Peter van der Borgt leek het er absoluut niet op dat het remise zou worden. Peter deed een aantal maal een pion in de aanbieding, maar telkenmale weigerde Daan dit aanbod. Vervolgens sloeg Peter met zijn paard een (door een andere pion gedekte) pion en toen moest Daan wel in gaan op het offer. Met twee pionnen voor het stuk en een open koningsstelling bij Daan leek Peter compensatie te hebben. Nadat Daan evenwel op b7 een pionnetje had geslagen en zijn koning redelijk verdedigd had, leek Peter op weg naar een nederlaag. Het sein voor Peter om va banque te gaan spelen en een kwaliteit te offeren (maar weer weigerde Daan dit offer aan te nemen). Hoe dan ook: de complicaties werden zo groot dat Daan besloot dames te ruilen, het even daarvoor veroverde pionnetje weer terug te geven en het eindspel van loper + 2 paarden + 2 pionnen tegen 2 lopers + 4 pionnen in te gaan. Wat daarvan de uitkomst zou zijn geworden weten we niet, want na een uur of vier spelen waren Daan en Peter zo tevreden over deze (ongetwijfeld door Fritz af te kraken) partij dat ze een remise een mooie beloning voor allebei vonden.

De andere partijen eindigden in een zege voor één van beide spelers. Soms was dat logisch. Zo behandelde Gayan den Hollander de opening verkeerd, kwam met een beroerde pion op d5 te zitten, kwam uiteindelijk materiaal achter en toen Leon Zweedijk ook nog eens een onaantastbaar paard op e5 kreeg besloot Gayan de pijp aan Maarten te geven.

Bij de andere drie partijen had de uitslag best anders kunnen zijn. Jaap van Oosten wist met zijn gedegen spel Lou Poleij (die toch ook bekend staat om zijn degelijke spelopvatting) al in de opening een pion te ontfutselen. Maar de ervaren Lou wist natuurlijk hoe je daarmee om moest gaan: actief tegenspel en zo wist hij na veel manoeuvreren en langzaam-maar-zeker stellingverbeteringen te bewerkstelligen zijn pionnetje terug te winnen en snel daarna ook nog een kwaliteit voor te komen. Toch nog een nul voor Jaap dus.

Dat gold ook voor Marko Burger, die op een gegeven moment een stelling had bereikt die voordelig was, maar waarschijnlijk te weinig winstpotentieel had. Marko ging toch voor de winst en kreeg het deksel op de neus, zodat Wouter Bliek het volle punt op het bord kon schrijven.

Dat deed ook Ronald Hoek van Dijke. Ronald had twee pionnen geofferd om een niet te voorkomen kwaliteitsverlies bij Herman Schoonakker te realiseren. Herman meende met een matdreiging dat verlies te kunnen voorkomen, maar dat was niet zo. Zijn kwaliteit ging alsnog verloren en door de matdreiging had Ronald tijd voor een damezet die hij toch wel zou hebben gedaan. Doordat tempoverlies kon Ronald Hermans stelling binnen vallen en dat kon Hermans stelling niet hebben.

naar boven    naar beneden

 

Afgebroken partij ronde 10 Qakkelaar-Vd Borgt (0-1)
Volle bak, de 14e maart, in Ons Dorpshuis: twee teamwedstrijden + maar liefst 9 toeschouwers, die zich onledig hielden met kiebitzen, “vrij” schaken, hangpartij uitspelen (Peter van der Borgt wist de remisestelling tegen Anton Quakkelaar toch nog in winst om te zetten) en zenuwachtig heen-en-weer lopen tussen speelzaal en analyseruimte om daar de stand van zaken bij de twee teamwedstrijden te bespreken. En die stand van zaken was niet zo best.

naar boven    naar beneden

 

22e ronde
Uw verslaggever kan van deze ronde niet veel vertellen. In zijn partij tegen Marko Burger nam hij al in de opening lichtvaardig een pionnetje op h6. Peter van der Borgt had niet gezien dat na Marko’s Lf8 het paard op h6 nergens meer heen kon. Met creatief (maar wel tijdrovend) verdedigen wist Peter er nog uit te komen ook zonder materiaalverlies (gewonnen pionnetje moest Peter wel teruggeven) en zonder dat zijn koningsstelling slechter was dan die van Marko. Op dat moment kon Peter naar andere partijen gaan kijken.

Op het bord naast hem zag het er voor Herman Schoonakker beroerd uit. Na een onhandige openingsopzet was hij door Eldert Besseling zo in de problemen gebracht dat hij een toren achter was gekomen. Maar meldde Herman “om nu al op te geven is ook zo wat”, waarna Peter met de oude wijsheid “door een partij op te geven is er nog nooit één gewonnen” op de proppen kwam. Die wijsheid klopt, maar Herman verloor natuurlijk toch.

Toen Peter naar rechts keek, zag hij dat Flip Meijaard net op b2 nam, waarna hij weer een schakerwijsheid meende te moeten debiteren: “sla nooit op b2, ook niet als het goed is”. Ook zo’n wijsheid die vaak niet klopt, want Flip kwam daardoor een pion voor en dat niet alleen. Hierdoor werd een gat geslagen in de verdediging van Dies Lokerse, waarna Flip de partij snel kon uittikken.

Nog erger (voor Peter dan) werd het, omdat op het moment dat hij die “b2-wijsheid” de ruimte in slingerde, hij met Dd2 Marko de kans gaf met zijn paard op b2 te slaan. Of Peter dit niet had gezien of dacht dat het geen goede zet was, kan hij zelf niet meer achterhalen (ja, ja, hersenen zijn vreemde lichaamsdelen), maar feit was dat Marko sloeg en daarmee er voor zorgde dat Peter weer kon gaan verdedigen. Uiteindelijk lukte het Peter om een stelling te krijgen die er nog steeds prima uit zag voor Marko, maar waar Marko Peters tegendreigingen niet vertrouwde en met remise genoegen nam en uit de analyse bleek wel dat Peter daar erg blij mee mocht zijn.

Duidelijk was wel dat Peter daardoor weinig tijd had om de andere partijen te bekijken. Zo had hij bijna niets mee gekregen van Wouter Blieks zege op Daan van Noppen en van de remise van Leon Zweedijk tegen Ronald Hoek van Dijke.

Van de andere partijen had uw verslaggever iets meer gezien. Hier komen zijn bespiegelingen.

Dingnis Lokerse offerde zijn dame voor een aanval die leek op het Zeekadettenmat, maar die het net niet was. Het offer was daarom niet goed, maar Cees de Schipper durfde het toch niet aan te nemen. Erg was dat niet, want nu dekte Cees gewoon pion f7 en kon hij later Dingnis in een verloren stelling manoeuvreren.

Gayan den Hollander won van Jaap van Oosten. Jaap speelt in de opening erg graag het (bijna altijd) foute f6. Dat brengt hem altijd wel in problemen (ontwikkelingsachterstand of materiaalverlies). Jaap is alleen een prima verdediger. Als er zo’n titel zou bestaan was Jaap beslist Master of Defense. Nu kwam hij een pionnetje voor, maar zijn ontwikkelingsproblemen bleven maar aanhouden (door goed spel van Gayan) en die bleken op een gegeven moment onoverkomelijk.

Lou Poleij won de strijd om het kampioenschap van Hansweert. Een dubbele penning van een loper op d4 (over de d-lijn en de 4e rij) moest wel fout aflopen (voor Piet van Boven) en dat gebeurde dan ook.

Anton Quakkelaar kreeg na Th6 van Jerry Ros een aanval over zich heen die niet goed te pareren was en die leidde tot stukverlies en een verloren stelling.

naar boven    naar beneden

 

21e ronde
Wouter Bliek is deze ronde verder uitgelopen op Peter van der Borgt. Wouter wist via de open c-lijn (in combinatie met een niet weg te krijgen pion op d5) enorm veel druk uit te oefenen op de stelling van Eldert Besseling. Eldert verdedigde zich weliswaar taai, maar dat het (voor Eldert) wel fout moest lopen was wel duidelijk.

Peter van der Borgt kwam niet verder dan remise in een spannende partij tegen Eric Clarisse. Aanvankelijk leek Eric openingsvoordeel te hebben, maar dat verwaterde een beetje en toen Eric remiseaanbod meende Peter dat hij beter stond en voldoende kansen had om Eric in de problemen te brengen. Welnu, die problemen bleken minder groot dan Peter gehoopt had en met nog weinig tijd op de klok in een nog steeds foutgevoelig stelling koos Peter toch maar voor het halfje. 

De strijd om de derde plaats kende een tragisch einde. Jerry Ros en Daan van Noppen speelden een uitstekende partij. De opening was voor Daan, Jerry counterde goed en ontwikkelde dreigingen over de c-lijn en over de diagonaal op de zwakke pion op e6 en de koningsstelling. Daan verdedigde zich echter enorm creatief en tegen de 40e zet (met heel weinig tijd meer voor Jerry) leek Daan met a6-a5 af te kunnen wikkelen naar op zijn minst remise, maar Daan speelde Ld7-b5, waarna Jerry opeens op g7 met de dame mat kon geven (omdat veld g7 nu ook gedekt werd door Jerry’s toren op e7). Ondanks dat Jerry weinig tijd had, zag hij dit natuurlijk wel. Jammer voor Daan dat die mooie partij zo eindigde.

Ook een andere Kapellenaar zal geen goed gevoel hebben gehad bij deze 21e ronde. Jan Capello wist met een mooie combinatie een pion van Anton Quakkelaar te winnen. Bij die combinatie hoorde ook een slagenwisseling, die er dus meteen voor zorgde dat er wat materiaal van het bord zou gaan. Niks aan de hand voor Jan als hij na Txd7 teruggeslagen had met de loper. Jan deed het met de toren en verloor via een tussenschaak de kwaliteit en een pion. En zo won Anton weer en komt hij weer wat steviger op de 5e plaats.

Toch ging er nog een punt naar Kapelle. Marius Leendertse won van Kees Weststrate. Na een te verdedigend gespeelde opening kwam Kees een pion achter en had hij zijn koning nog niet in veiligheid. Toen Kees ook nog even de en-passant-regel was vergeten, kostte hem dat een tweede pion en dat in combinatie met zijn slechte koningspositie was een kolfje naar Marius’ hand.

De andere kopman van het 5e, Cees de Schipper, won ook. In de opening had hij weinig bereikt tegen Dies Lokerse. Toen Dies echter voor een verkeerd plan (b7-b6) koos, maakte Cees snel gebruik van de mogelijkheid het paard op c6 te pennen en na b4-b5 de kwaliteit te winnen. Dies had dit misschien nog remise kunnen keepen als de aanval op de pion op a7-pion te voorkomen was geweest.

Lou Poleij kwam prima uit de opening tegen Ronald Hoek van Dijke. Lou had weliswaar een zwakke d-pion, maar zijn ontwikkelingsvoorsprong bood meer dan voldoende compensatie. Toen Lou echter (zoals hij gewend is te doen) wat extra dekkingszetjes en zo deed, verdween die ontwikkelingsvoorsprong en bleef die slechte d-pion over. Ronald wist daar goed gebruik van te maken en scoorde zo het volle punt.

Dat volle punt was er niet voor Gayan den Hollander en Piet van Boven. Gayan wist met een vorkje een stuk voor te komen. Piet zette vervolgens de schwindel-stand in werking. Gayan was zich van geen gevaar bewust. Piet wist het stuk terug te winnen en dat niet alleen: hij kreeg ook een mooie aanval. Er werd remise overeengekomen in een stelling waar Piet de meeste kansen had.

naar boven    naar beneden

 

20e ronde
Vier partijen waren zeer snel klaar.

Piet van Boven had Hansweert verlaten met het idee “ik ga lang rokeren”. Een plan hebben is goed, maar je hoeft het niet altijd uit te voeren en zeker toen Kees Weststrate net met zijn a- en b-pion naar voren aan het lopen was, had Piet misschien moeten bedenken dat niet of kort rokeren een beter idee zou zijn. Kees maakte dan ook korte metten met Piet toen hij toch lang rokeerde.

Dat deed Jan Capello ook met Jaap van Oosten. Jaap kwam in het de opening niet verder dan pion- en damezetten. Omdat Jan het ene na het andere lichte stuk wist te ontwikkelen, moest dit wel fout lopen en met een paardvork (op koning en dame) maakte Jan als snel een eind aan Jaaps miserabele toestand (op het bord dan).

Dingnis Lokerse kwam prima uit de opening tegen neef Dies. Dingnis speelt echter constant in blitz-tempo en Dies is inmiddels ervaren genoeg om rustig te blijven spelen en het foutje dat er doordat enorme tempo altijd wel komt af te straffen.

Peter van der Borgt speelde met vuur tegen Eldert Besseling door met d5 de boel open te gooien, een pion te winnen, maar daarmee wel een “enge” penning over de e-lijn toe te staan en dat ook nog met een dame midden op het bord die van alle kanten aangevallen kon worden. Eldert moest kiezen tussen toren (of dame) naar de e-lijn of met c4 de dame aanvallen. Eldert koos voor Te1 en in de analyse achteraf leek c4 veel beter te zijn. Peter kon rokeren en de aanval daarna op de dame was niet meer erg. Toen Eldert ook nog een stuk weggaf, was de partij snel over.

De andere partijen duurden langer en leken bij momenten alles in zich te hebben in remise te eindigen.

Marko Burger en Gayan den Hollander hadden allebei een iets betere stelling en wist dat uiteindelijk in een winststelling om te bouwen, zodat Herman Schoonakker en Cees de Schipper met twee nullen terug naar Goes moesten. Ook Lou Poleij leek op pad naar remise, maar Rob Oosterlee wist het punt toch weer binnen te slepen.

Anton Quakkelaar en Wouter Bliek speelden een interessante partij. Met “interessant” kan uw verslaggever bedoelen dat hij er niks van begreep of dat het een onorthodoxe partij was. Welnu, beiden waren het geval: de opening was onorthodox en daardoor snapte uw verslaggever er niks van, behalve dan dat Wouter won en nog steeds met ruime voorsprong bovenaan staat.

naar boven    naar beneden

 

19e ronde
Omdat het 3e en het 5e moesten spelen, waren er maar 5 potjes. En het verhaal van die 5 partijen is eenvoudig. De op papier betere speler won relatief makkelijk.

Jan Capello kon alleen materieel in de pas blijven met Wouter Bliek door zich zelf met een slechte dubbele f-pion op te zadelen en Wouter de vrije lijnen te geven. Dat moest wel fout lopen en dat gebeurde dan ook.

Eric Dek kwam maar niet aan rokeren toe en moest op een gegeven moment f6 spelen. Eric Clarisse wist Erics koning in het vrije veld te sturen en toen gaf Eric (Dek dus) maar op. Dat weigerde Eric (Clarisse dus). Nu kan je een opgave natuurlijk niet weigeren, maar de stelling was ook te leuk om niet even door te spelen tot mat.

Dingnis Lokerse speelde de opening best aardig. Jaap van Oosten had weinig bereikt. Maar door te snel spel maakte Dingnis een aantal fouten en dat was voldoende voor Jaap om het volle punt te kunnen noteren.

Gayan den Hollander koos voor het verkeerde plan, waarna Ronald Hoek van Dijke een mooie aanval op pion d6 kon inzetten. In plaats van die pion maar weg te geven, verdedigde Gayan hem met Lg7-h8. Maar dat bracht alleen maar ellende omdat Ronald toen gebruik kon maken van de open diagonaal naar h8.

Anton Quakkelaar was nog het dichtst bij een remise. In de opening verloor hij een kwaliteit, maar het leek er even op dat hij een soort vesting kon bouwen. Daar moest zijn paard voor naar d5. Anton koos voor de snelste route (Pd3-f4 en dan naar d5, want Peter van der Borgt moest iets doen aan de  dreiging van Pe2+ en torenwinst), maar dat was geen goede route. Peter kon namelijk met Tf3 het paard pennen en het paard was (door ook nog een grapje met de loper) niet meer te houden.

naar boven    naar beneden

 

18e ronde
Vorige week was Eldert Besseling nog de held van de avond. Nu was hij “het slachtoffer”. Het zag er al snel “eng” uit voor Eldert in zijn partij tegen Daan van Noppen. Daan had torens op de a- en de b-lijn, kwam met de a- en de b-pion naar voren. Elderts dame werd op de c-lijn naar voren gedwongen (naar c4) en na Tb1-b4 kon de dame alleen nog naar c5, waarna Pd4-f5 zou volgen (met aanval op de dame door een loper en aanval van het paard op de ongedekte loper op e7. Eldert zou altijd een toren achter komen en besloot meteen op te geven.

De andere Krabbendijkenaar, Kees Weststrate, is nog niet zover. Alhoewel het met drie pionnen achterstand wel tijd lijkt. Hij heeft echter afgebroken tegen Flip Meijaard. Flip kwam al snel beter te staan en dat was vooral aan Kees’ openingsopzet te danken (eigenlijk alleen maar pionzetten). Flip kwam dan ook drie pionnen voor en toen ging Kees op de “alles-of-niets”-toer. Flip reageerde daar telkens wel erg passief op en daardoor kreeg Kees een mooie aanval, zonder dat dat “alles-of-niets”-spel materiaal kostte. Uw verslaggever vreest echter dat Flip in de huisanalyse het goede vervolg wel weet te vinden.

Het goede vervolg vinden is toch een lastig fenomeen. Zo leek Edwin Pompert Rob Oosterlee te overrompelen. Rob moest (met wit nog wel) zwaar in de verdediging. Het leek dan een kwestie van tijd dat Rob de witte vlag zou moeten hijsen, maar op een gegeven moment wist Rob zijn positie te stabiliseren en daarna Edwins dreigingen te neutraliseren en zo wist Rob er nog een remise uit te slepen.

Remise was toch een vaak voorkomende uitslag. Bij Lou Poleij en Gayan den Hollander en Cees de Schipper en Piet van Boven was het wel een logische uitslag. Meestal was de stelling binnen de remisegrenzen, al zal er op momenten (zeker bij Cees en Piet) voor alle vier de spelers wel winstmogelijkheden zijn geweest.

Dat Ronald Hoek van Dijke en Jan Capello op remise uit kwamen was al minder logisch. Ronald, net terug uit Kenia en omstreken, was behalve een heleboel haar ook wel wat schaaksouplesse kwijt geraakt. De opening zal hem namelijk weinig bevallen hebben. Hij kwam niet alleen een pion achter, maar zijn stelling was ook nog beroerd. Op dat moment zette Ronald zich zelf in de “we-zien-wel-waar-het-strandt-modus” en gooide zijn pionnen naar voren. Jan kon kiezen voor Lg7 en consolideren of met Ld4 materiaal gaan afruilen. Jan koos dat laatste, waarna Jan zag dat er een flauw grapje in de stelling zat wat tot kwaliteitsverlies leidde. Toen de besloten de mannen maar tot remise, wat gezien de stelling voor Jan niet verkeerd was. Aan de andere kant was Ronald wel blij met die narrow esacpe.

Anton Quakkelaar leek met pionwinst uit de opening te komen. Toen hij echter niet nam op b3, keerden de kansen en kwam Anton “gevangen” te zitten. Uiteindelijk leidde dat tot een eindspel van 4 tegen 2 pionnen en ongelijke lopers (in Marko’s voordeel) wat Marko echter (vanwege die ongelijke lopers) niet tot winst kon brengen. Of er winst in heeft gezeten, weet uw verslaggever niet, want die was toen nogal met zijn eigen partij bezig.

Peter van der Borgt was namelijk op dat moment bezig om Wouter Bliek te “vloeren”. Voor de spanning in de competitie goed natuurlijk, voor Wouter wat minder. In een rustige opening had Wouter een paar verkeerde keuzes gedaan, waardoor Peter na Pe7, opeens zijn g- en h-pion kon laten opstomen. Daardoor was een koningsaanval mogelijk die voor Wouter wel fout moest aflopen (als Peter tenminste niet al te doldriest zou gaan offeren). En het liep dus fout, waardoor Peter Wouter in het vizier heeft (maar dan heb je nog steeds een verrekijker nodig).

Tenslotte was er nog het kampioenschap van de Leliestraat. Na Herman Schoonakkers overwinning vorige week tegen Edwin Pompert wist hij nu weer een 1600+ scalp te veroveren. Ook Leon Zweedijk moest zijn meerdere in Herman erkennen. Zonder iets aan Hermans prestatie af te willen doen, hielp net als vorige week Hermans tegenstander ook wel mee.

naar boven    naar beneden

 

17e ronde
Langzaam begint er steeds meer tekening in de stand te komen en helaas is het zo dat Daan van Noppen en Jerry Ros wat gezakt zijn, zodat op dit moment het bedreigen van Wouter Blieks van de voorzitter moet komen. De voorzitter is ook nog uw verslaggever en die speelde met wit een theoretisch interessante partij tegen Jerry. Tijdens de partij (en in de evaluatie achteraf) waren de ideeën over hoe het nu stond wisselend. Grofweg was er een driedeling. Gechargeerd opgeschreven waren er die de stelling maar niks voor wit worden (de kiebitzers), vooral omdat de witte koning lange tijd wel erg beroerd stond in een stelling die “op papier” gelijk was (zwart had een stuk geofferd voor drie pionnen). De spelers zelf zaten we wat anders in: Peter van der Borgt zag zijn stelling minder somber in, maar zag toch ook wel dat zwart mooie kansen had en Jerry zelf vond zijn stelling ,maar niks. Dat laatst was een te negatief beeld. Alhoewel de partij zich wel zo ontwikkelde dat Peter gewonnen kwam te staan, vervolgens een belangrijke pion weg gaf, waardoor Jerry opeens weer remisekansen kreeg, maar dat zat er net niet in en toen gaf Jerry maar op in een stelling waarin Peter toch nog wel had moeten werken voor het volle punt.

Daan kreeg te maken met een wederom taaie Anton Quakkelaar die zich weer keurig naar een voordelige stelling counterde, die aanvankelijk werd afgebroken, maar een paar dagen later gaf Daan op. Omdat Daan ook een eerder gespeelde hangpartij (tegen Peter) opgaf, viel Daan in de stand terug.

Doordat uw verslaggever nogal wat tijd nodig had voor zijn eigen partij heeft hij van een aantal partijen het verloop goeddeels gemist. Zo won Leon Zweedijk van Jan Capello in een partij waarvan uw verslaggever tussendoor van Jan hoorde dat hij een verkeerde zet had gedaan en tussendoor zag dat Leon een kwaliteit voor stond en dat toen er handen werden geschud Leon een 1 onder zijn en een 0 onder Jans naam schreef.

Van de partij tussen Piet van Boven en Dies Lokerse kan alleen meegedeeld worden dat ze meer dan 10 zetten elkaar kopieerden, dat ze rond de 20e zet allebei zwijnden en dat Piet toen een stuk won en snel daarna de partij. Neef Dingnis Lokerse moest ook een nederlaag accepteren en daarvan kan uw verslaggever niet meer melden dat Lou Poleij aangaf na de opening geen enkel voordeel te hebben gehad. Cees de Schipper en Marius Leendertse speelden de langste partij, wilden niet afbreken en speelden op het eind daardoor nogal snel, maar ze maakten geen gebruik van elkaars fouten, zodat in een ingewikkeld dame-eindspel is afgebroken.

Dat Wouter Bliek Eric Dek van het bord veegde, kreeg uw verslaggever wel mee. In die zin leek de partij op de vorige ontmoeting tussen die twee; alleen was toen Eric “de veger”.

Herman Schoonakker was heel snel klaar. Edwin Pompert trapte met boter en suiker in een valletje van Herman. Herman viel met Pg5 Edwins loper aan op e6. Die loper stond gedekt, maar Edwin wilde niet ruilen en zette die loper gewoon weg (naar g4). Herman viel toen met e4-e5 Edwins andere loper aan (die stond op d6). Die pion kon door Edwin “gewoon” genomen worden, wat Edwin dan ook deed, om vervolgens te zien dat Herman met zijn dame (die op c2 stond) Edwin mat zette op h7. Door e4-e5 was de diagonaal b1-h7 plots open gekomen en door Pg5 had wit veld h7 aangevallen, zodat de dame niet geslagen kon worden. Peters woorden (“dat zal wel een plaatje op de website worden”) werden (gelukkig voor Edwin) geen waarheid, maar daar moet Edwin Eldert Besseling voor bedanken, want diens partij haalt wel de site met een plaatje. 

Tegen Wim van Stel opende Eldert zijn toverdoos. Vooropgesteld: uw verslaggever heeft van de hele partij niks begrepen en kwam niet verder dan het noteren van de volgende damemanoeuvre (Dd8-c7-d6-b6-d8-f8-g8-f7). Weliswaar werden die zetten door Wim niet opeenvolgend uitgevoerd, maar toch.

Op een gegeven moment stond het zo:

 

Kunt u de volgende 5 zetten voorspellen? Ik betwijfel het.

Eerst nog even aandacht voor de partij tussen Bram Boone en Gayan den Hollander. Gayan speelde de opening erg rustig. Het lijkt wel alsof hij zijn stijl aan het aanpassen is. Hij won een pion (of had Bram er eentje geofferd?). Toen hij ook zijn paard nog naar d5 kreeg (en die pion voor bleef) kreeg Gayan een gewonnen stelling met een vrije a-pion, die door Bram alleen van promotie afgehouden kon worden door zijn loper te offeren. In plaats van toen actief te blijven spelen ging Gayan opeens zo passief spelen dat hij wel een fout moest maken. Dat gebeurde ook. Zijn stuk voorsprong verspeelde hij weer en zo werd het remise.

En nu die 5 zetten: Eldert offerde eerst zijn toren (Txf6). Als Wim die toren neemt (met de dame, want met de pion mag niet) volgt Dg8 en mat. Als Wim de dame neemt volgt Tf8 mat. Wim ziet evenwel een curieuze reddingszet: Pd8! Bizar mooie zet. Vervolgens tikt Eldert het toch uit, want na Dxe5 slaat Wim wel de toren (Dxf6), zodat Wim niet materiaal achter blijft en dan komt het “nekschot” Tf2 en weer is mat of groot materiaalverlies onvermijdelijk. Prachtig gespeeld. En alleen al op basis van dit soort zetten is het meer dan verdiend dat Eldert 7e staat in de stand.

naar boven    naar beneden

 

16e ronde
Best veel remises deze ronde: 4 stuks van de 8 partijen die een einduitslag kregen. Maar het waren geen remises zonder strijd of interessante elementen.

Anton Quakkelaar speelde een alternatieve opening, waarin Eric Dek “psychisch” gedwongen werd om e5 te spelen, waarna Antons paard op f6 en daarna ook zijn loper op g7 weer terug naar g8 en f8 moesten. Eric kreeg een geweldige pion op d6 en het leek dan ook een kwestie van tijd of Eric zou beslissend voordeel hebben. Eric speelde echter wat planloos tegen: de ene keer een aanvallende zet en de andere keer een (onnodig?) verdedigende zet. Toen hij zijn stukken ook nog zo neerzette dat zijn paard nergens meer heen kon en na aangevallen te zijn met een pion dus verloren ging, leek Antons tactiek succes te hebben. Eric counterde echter terug (wat ook weer kon, omdat Antons stelling onderontwikkeld was) en uiteindelijk belandden ze in een materieel gelijke stelling waarin ze tot remise besloten.

Ook bij Jan Capello en Herman Schoonakker ging het er wild aan toe. Al in de opening leek Jan een aantal pionnen te kunnen winnen. Waarom hij dat niet deed weet uw verslaggever niet (en Herman ook niet, gaf hij later aan). Er werd veel geruild (vooral pionnen) en er resteerde een stelling met voor beiden twee pionnen en voor beiden een dame, een toren en twee lichte stukken. Een open stelling dus, met voldoende tactische mogelijkheden. Meestal is zoiets “spekkie naar Jan’s bekkie”, maar dit keer kon Jan geen enkele grap vinden die Herman in de problemen bracht: ook remise dus.

Na 9 zetten waren de 7e en 8e rij bij Rob Oosterlee bijna geheel bezet (met uitzondering van a7, b8 en h8) en op de andere rijen had hij alleen een pionnetje op a6. Gayan den Hollanders stukken stonden zo’n beetje allemaal perfect. Alleen wachtte Gayan net te lang met de korte rokade waardoor Rob wat reparatiewerk kon verrichten en toen Gayan ook nog dames ruilde was de angel uit Gayans aanval en was remise de logische uitslag.

Dat was het ook bij Marko Burger en Eldert Besseling. Marko zag een eeuwig schaak combinatie waarmee hij voorkwam dat hij Elderts aanval op loper e1 moest gaan verdedigen. Onduidelijk daarvan was nog of het we te verdedigen was. Misschien niet vanwege het ratingverschil, maar wel vanwege het partijverloop zal Marko tevreden zijn geweest met remise. Eldert was namelijk met zwart prima uit de opening gekomen. Na Marko’s d5 bracht hij met Pb6 Marko “in nauwe schoentjes” zoals de Belgen zeggen. Marko kon de stand materieel nog net in evenwicht houden, maar Eldert kreeg wel een mooi loperpaar. Oftewel: zo wil iedereen wel met zwart uit de opening komen.

Zo ging het ook ongeveer bij Wouter Bliek. De witte openingsopzet van Jerry Ros werd door Wouter vanaf het begin zwaar getest. Jerry moest op een gegeven moment Ke1-e2 spelen om pion e3 te dekken. Vervolgens leek hij zich uit de nesten te spelen, maar nadat Wouters dame eerst op de damevleugel voor consternatie had gezorgd ging hij via d8 naar de koningsvleugel om daar weer net zo vervelend te worden. Uiteindelijk werden de problemen te groot voor Jerry en nadat Wouter twee pionnen had gewonnen gaf Jerry de pijp aan Maarten.

Dat deed uiteindelijk Flip Meijaard ook tegen Eric Clarisse, maar beide heren hadden daar wel de volle vier uur voor nodigde. Flip verdedigde zich met hand en tand en Eric moest alles uit de kast te halen om de buit met wat tactische finesses binnen te halen.

Dat kostte Piet van Boven en Edwin Pompert minder moeite. Piet wist Dingnis Lokerse al snel op de knieën te krijgen en Edwin stond al snel gewonnen tegen Cees de Schipper. Niet alleen doordat hij een pion voor kwam, maar ook doordat zijn stelling positioneel veel beter was. Edwin kon alle thema’s die het schaken kent kwijt in zijn partij, waaronder loper naar h6 als er een dame (of toren) op de g-lijn staat en die loper vanwege de penning op de g-pion niet genomen mag worden.

Waarom beschrijft uw verslaggever dit laatste zo uitgebreid? Welnu, Peter van der Borgt paste hetzelfde thema toe tegen Daan van Noppen, die de zet wel had zien aankomen (in een Alapin waarin Peter een toren op g4 kreeg, “een normale stelling met een toren op g4; raar” was de tussendooranalyse van Wouter Bliek), maar dacht dat het tegengif (f5 spelen) nog slechter zou uitpakken. Waarschijnlijk was dat ook niet lekker geweest, maar nu kwam Daan een kwaliteit achter en volgde er een interessant gevecht, waarbij Peter alle moeite deed om op de juiste momenten stukken te ruilen, zonder dat dat materiaal zou kosten en Daan probeerde juist het tegenovergestelde: ruilen met pionwinst of niet ruilen. Uiteindelijk wist Peter toch best veel te ruilen en is er nu afgebroken in een stelling waarin Peter nog steeds die kwaliteit meer heeft, maar wel een pion minder, alhoewel Peter de indruk moet hebben gehad dat hij die pion weer snel zou kunnen terug winnen.

naar boven    naar beneden

 

15e ronde
Griep en vakanties zorgden voor een minder hoge bezetting dan gebruikelijk. Toch viel er in de acht partijen genoeg te genieten. Wellicht was dat ook het geval bij de partijen tussen Cees de Schipper en Dingnis Lokerse en Kees Weststrate en Edwin Pompert. Maar voor uw verslaggever was die laatste partij te vaag. Het enige dat is blijven hangen is dat Edwin heeft gewonnen en dat Kees (omdat hij jarig was geweest) op gevulde koeken had getrakteerd. Bij Cees en Dingnis was uw verslaggever het spoor bijster geraakt toen Cees een stuk weg gaf, maar Dingnis dat niet pakte. Dingnis verloor uiteindelijk.

Jan Capello kwam tegen Rob Oosterlee goed uit de opening en bleef toen te lang op tactische grapjes spelen (in plaats van positionele verbeteringen aan te brengen). Rob kon alle grapjes pareren en kwam toen vervolgens iets beter te staan. Het was echter niet voldoende voor winst: remise dus.

Eric Clarisse wist met het Boedapestergambiet Marius Leendertse te verrassen. Het pionoffer leverde al snel meer dan voldoende rente op: namelijk een pion meer en een mooie aanval en daarna de partij.

Ook Peter van der Borgt werd met een gambiet geconfronteerd: het Morra-gambiet. Ton van Vliet kent dit op zijn duimpje. Peter absoluut niet, maar hij nam de pion gewoon. Later deed Ton nog een pion in de aanbieding, waarvan beide spelers zich afvroegen “is ie vergiftigd of niet”. Peter waagde de gok en Ton kreeg  geweldig spel. Peter kon maar niet rokeren en speelde dus eigenlijk met een toren minder en een koning die in het centrum bleef hangen. Met Fritz-achtige zetjes wist Peter zich telkens uit de problemen te redden en kon hij uiteindelijk een mega-afruil bewerkstellingen die maar een pion kostte en een eindspel van torens en ongelijke lopers opleverde met (dus) een pion meer. Ton ging in tijdnood in de fout en Peter kon daardoor nog een pion winnen en de lopers ruilen. Er is nu afgebroken, maar het toreneindspel lijkt voor Peter gewonnen te zijn.

Ook Daan van Noppen en koploper Wouter Bliek speelden een interessante (en moeilijke) partij. Daan had drie pionnen voor een stuk en naar de beleving van uw verslaggever had Daan na Pd6 de overhand. Er volgde toen dameruil. Wouter offerde vervolgens het stuk op d4 terug en had met terugslaan op d4 met de loper (en daarna nog een pion slaan) de stelling weer in evenwicht kunnen brengen. Wouter zag evenwel in het terugslaan op d4 met de toren winstkansen. Die waren er misschien wel, maar Daan wist die in elk geval snel te neutraliseren. Vervolgens speelde Daan het verder met strakke hand uit en kon hij met volle punt terug naar Kapelle. Een partij waar Daan tevreden over kan zijn.

Dat zal Anton Quakkelaar ook zijn. Hij had zichzelf  een pionnenmeerderheid op de damevleugel bezorgd en die was gevaarlijker dan Leon Zweedijks pionnenmeerderheid in het centrum. Mogelijk dat Leon het in het eindspel ergens niet goed heeft gedaan, maar uiteindelijk moest Leon het hoofd buigen.

Ondanks dat de voorgaande partijen hun mooie momenten kenden, was het hoogtepunt van de avond al rond een uur of negen geweest. Bram Boone en Dies Lokerse raffelden hun partij af. Niet dat het een slechte partij was. Integendeel: Dies had een pion geofferd voor spel over de b-lijn met zijn toren. Bram kon de pion houden, al leek het krakkemikkig. Na Brams mooie Ta7 stortte Dies’ stelling echter  in elkaar en kwam Dies zwaar achter. In rap tempo bleven Bram en Dies doorspelen en het was duidelijk dat die partij snel klaar zou zijn. En zo het gebeurde ook; alleen op een andere manier dan de beide heren zelf verwacht hadden. Wat was er gebeurd? Bram was net gepromoveerd (voor de grap tot toren, want hij stond zo goed).

Zo stond het:

Dies speelt vervolgens e3-e2. Hij valt de toren dus aan en Bram denkt het simpel op te lossen en speelt Tc8-e8+. Dies dekt uiteraard de pion met Ke4-f3. En Bram (die dit allemaal natuurlijk had uitgerekend) speelt Td1-d3+, waarna Dies alleen maar met zijn koning naar f4 kan, zodat Bram de pion op e2 kan slaan (Te8xe2). “Geef nu maar op” zal Bram gedacht hebben totdat na enige seconden het besef komt: PAT!

naar boven    naar beneden

 

14e ronde
Acht partijen stonden op de agenda. Dat lijkt misschien weinig, maar het 2e moest tegelijkertijd thuis tegen Denk en Zet spelen voor de ZSB-competitie. Het was dus een drukke bedoening, waarbij uw verslaggever niet alles kon bijhouden, al was het maar omdat zijn eigen partij ook niet zo eenvoudig was.

Uw verslaggever (dat is dus Peter van der Borgt) had dit keer eens geen zin om in een standaardopening te belanden (ook al omdat hij dan tegen Jan Capello vaak in een remisestelling beland). Dus speelde Peter maar eens koningsgambiet. Niet dat hij daar iets van weet, maar Jan gelukkig ook niet. Er ontwikkelde zich een partij waarbij Peter er steeds voor wist te zorgen dat Jan niet kon rokeren en uiteindelijk leek het er op dat dat succesvol was na Pd5. Jans dame werd daarmee aangevallen en hoe hij zich daar kon uit redden zag niemand, behalve Jan. Dit was de stelling na Peters 20e zet (Pd5):


klik op diagram voor de partij

Ziet u met welke zet Jan Peter verraste? Nee, speel dan de hele partij na en zie hoe Peter Jans zet kon pareren en met de stille zet Pg5 Jan toch tot overgave kon dwingen.

Doordat Peter dus flink moest nadenken heef hij gemist hoe Wouter Bliek van Rob Oosterlee won. Uit de analyse na de partij bleek wel dat het geen abc-tje voor Wouter is geweest.

Johan Goedegebuure had weer eens geofferd voor een koningsaanval en had daar inderdaad een mooie aanval voor gekregen. Alleen is tegenstander Jaap van Oosten een enorme goede verdediger. Zijn stelling zag er dan weliswaar beroerd uit, maar hij wist elk zetje van Johan zo te beantwoorden dat Johan net niet de genadeklap kon uitdelen. Erger nog: op een gegeven moment was de aanval van Johan doodgebloed en haalde Jaap het punt snel binnen.

Cees de Schipper won ook, maar zeker niet snel en zeker niet makkelijk. Lange tijd bleef zijn partij tegen Dies Lokerse in remisesferen, totdat Dies Cees toestond een pionnetje op a3 te snoepen. Dat zou nog niet erg zijn geweest als Dies niet onnodig de enige stukken op het bord (behalve de pionnen), een dame en een paard geruild had. Toen Cees zijn pluspion simpel te gelde maken. Jammer voor Dies, want hij speelde een erg goede partij.

Neef Dingnis verloor van Kees Weststrate in een onnavolgbare partij. Gayan den Hollander won van Piet van Boven. Uw verslaggever heeft er niks van gezien, maar volgens Piet waren Gayans pionnen hem te machtig. Dat leken de pionnen van Anton Quakkelaar ook voor Flip Meijaard te worden. Flip werd op de koningsvleugel helemaal weggedrukt en zijn grote stukken (dame en torens) stonden zielig op de 1e rij te proberen die pionnenwals te stoppen. In wederzijdse tijdnood meende Anton een direct winnende zet te zien: Lh3 met aanval op de dame op f1 en als die zou wijken dan was het “gedaan met de koopman”. Anton had echter een klein detail gemist: Flip kon de loper gewoon slaan. De partij is afgebroken, maar met dat stuk minder zit er waarschijnlijk voor Anton niet meer in dan de herinnering aan een goed gespeelde partij.

Tenslotte verloor Lou Poleij van Eric Clarisse (die door een matige opkomst en een nederlaag vroeg in het seizoen nogal laag op de ranglijst staat). Eric wist een pionnetje te roven door een matdreiging op g2 en daarna wist hij duidelijk te maken dat er inderdaad een groot ratingverschil is tussen hem en Lou.

naar boven    naar beneden

 

13e ronde
Jerry Ros kwam via een zijvariant van de siciliaan in een draak terecht tegen Daan van Noppen. Wit viel niet aan op de zwarte koning maar besloot de damevleugel te verdedigen en zo werd de vrede snel getekend.  Opvallend was ook de snelle remise van  Bram Boone.  Het spel van van Oosten was dusdanig goed dat Bram geen aanknopingspunten kon vinden om spel te krijgen. 

Herman Schoonakker speelde zijn eigen spel tegen Eldert Besseling en speelde gewoon de Engelse opening. Aangezien Herman zwart had, noemen we dat dan  draak. Eldert kreeg geen grip op de gevleugelde opening van Herman. Zwart kon door een combinatie een pion winnen en ook de partij maar deed het anders en gaf later zelf een pion weg en ging daarna geruisloos ten onder.

Erik Dek speelde een prima pot tegen Jan Capello en kwam via een scandinavier in de ruilvariant van de carokann  terecht. Zwart had de minderheidsaanval en een goede tegen een slechte loper en had dus zeer goede winstkansen. Het remiseaanbod van zwart was dan ook veel te voorzichtig en werd dan ook uiteraard door Jan aangenomen.

Anton Quakkelaar besloot tegen Wouter Bliek met zwart een opening te spelen die Peter van der Borgt tegen hem gespeeld had.  Niet zo een best keus aangezien Anton een speler is die graag vanuit de defensie speelt en Peter een creatief, aanvallende speler is.  Wit drong zwart over het hele bord terug en zwart kon eigenlijk  niets ontwikkelen.  Anton moest veel tijd verspelen om niet direct plat geofferd te worden en dat kostte ook veel denktijd. Een gevaarlijke vrijpion op f7 werd nog wel door zwart weggewerkt maar daarvoor kreeg wit twee vrijpionnen op de g- en h-lijn terug.  Wit haalde daardoor alsnog een nieuwe vrouw.  Zwart ruilde nog wel dames maar bleef daarmee een vrouw achter en gaf net voor de tijdscontrole op.

Alle partijen behalve die van Marius Leendertse en Kees Weststrate waren voor het derde speluur al over. Marius had met wit het snelle aanvalsspel van wit goed tegengehouden en leek te gaan winnen. Kees verdedigde prima en Marius vond het eigenlijk wel genoeg en bood in een ongeveer gelijke stelling remise aan. Kees weigerde omdat Marius ver achter stond in tijd. Zwart had  bijna 9 minuten en Wit meer dan 42, er moesten echter nog maar 8 zetjes gedaan worden dus Kees had het remiseaanbod toch wat langer moeten overwegen. Zoals wel vaker gebeurd, deed de speler die een remiseaanbod weigert meteen een grote blunder en Marius won ineens heel veel materiaal en de witte stelling stortte volledig in.  

naar boven    naar beneden

 

12e ronde
Ondanks de sneeuw waren er toch nog 16 man komen opdagen. De computer had voor een indeling gezorgd waarvan op voorhand de uitkomst wel duidelijk leek. En jawel: op papier was er ook geen enkele verrassing. Maar dat wilde niet zeggen dat er niet voor gespeeld moest worden door de op papier beteren.

Peter van der Borgt was de eerste die won. Herman Schoonakker dacht dat Peter na Lc6 pion e4 moest gaan dekken. Maar dat deed Peter niet. Hij viel het paard op f6 met de g-pion aan. Herman moest daardoor de pion op e4 met het paard pakken en na wat heen-en-weer slaan bleek dat pion e4 indirect gedekt stond door de dame op d1. Herman raakte zo een stuk achter en de pion die hij daarvoor terug kreeg bood onvoldoende compensatie. Herman gaf dan ook terecht op. Het had echter anders kunnen lopen, omdat Herman in de opening een paar zetten lang met Pg4 een grote afruil had kunnen bewerkstelligen die tot een wel erg remiseachtige stelling had geleid. Direct na de wedstrijd wist Eric Clarisse dit ons te melden.

Zoals vaak zie je wel hoe het bij een ander moet, want Eric zelf roeide ook niet zo maar 1-2-3 het punt binnen tegen Cees de Schipper. Eric had een enorme aanval opgezet, die door Cees goed verdedigd werd, maar toch een pion kostte na Dxe6. Cees zette toen voort met Tf6 (valt de dame aan), maar had met het kwaliteitsoffer Txf3 (gevolgd door Pd4 en een vork op c2 waarna de kwaliteit weer teruggewonnen zou worden) Eric voor veel grotere problemen kunnen stellen.

De derde aanwezige 1800+-speler, Wouter Bliek, won al snel een pionnetje. Vervolgens werden zo’n beetje alle stukken (op initiatief van tegenstander Jan Capello) geruild, waarna een eindspel van ongelijke lopers ontstond. Jan had op de koningsvleugel een pion meer, maar dat was een waardeloze dubbelpion. Wouter had op de damevleugel twee pluspionnen (4 tegen 2), dus zal wel gewonnen hebben gestaan. Maar dat Jan na die hele afruil meteen opgaf, getuigde wel van enorm ontzag voor Wouters eindspelcapaciteiten.

Ook Gayan den Hollander legde nogal snel het hoofd in de schoot. Tegen Ronald Hoek van Dijke speelde hij een vreemde partij. Gayan begon erg rustig. Ronald gooide vervolgens met h7-h5 de knuppel in het hoenderhok. Toen Ronald met h5-h4 Gayans pion op g3 aanviel, verraste Gayan Ronald met g3-g4, waarna Ronald zijn h-pion op h3 posteerde. Omdat Gayan al kort gerokeerd had, was duidelijk waar het om ging: om Gayans koningsvleugel. Beide spelers hadden nog een paar stukken die niet echt aan het spel meededen. Je zou denken dat die snel naar het strijdperk werden gedirigeerd, maar dat gebeurde niet, waardoor Ronald net niet genoeg aanvalskracht in de strijd kon werpen, maar Gayan ook net niet genoeg verdedigers had om de aanval van Ronald te stoppen. Toen Ronald echter dame en toren op de h-lijn kreeg, gaf Gayan (die daarvoor Ronalds h-pion er af had geslagen, wat hij beter niet had kunnen doen) op, terwijl hij met h2-h4 nog wel had kunnen vechten.

Eldert Besseling kreeg met een al vroeg gespeeld f4 de kous op de kop. Na Pg4 gevolgd door een, overigens door Eldert te voorkomen, dameschaak op b6 (waar je altijd voor moet opletten als je kort rokeert en f4 speelt) kwam het bekende paardschaak op f2, waarna Eldert zijn toren wel moest “ruilen” tegen dat paard. Jerry Ros leek dan ook op rozen te zitten, maar Elderts tegenspel was meer dan behoorlijk en Eldert kreeg een vrijpion op de a-lijn. Toen Eldert echter een paard wegblunderde, konden de stukken in de doos.

Onze andere Krabbendijkenaar, Kees Weststrate, speelde een prima partij. Hij gooide alles vol in de aanval en het leek er op dat Bram Boone een moeilijke avond tegemoet ging. Kees speelt echter nog steeds een beetje druistig en zet wel eens te snel. Hij heeft dan alleen oog voor de eigen kansen en vergeet op die van de tegenstander te letten. Zo zag hij niet dat Bram na diens ogenschijnlijk voorzichtige De3 gewoon een niet-gedekte pion aanviel. De pion ging verloren en de stelling stortte als een kaartenhuis ineen en Bram won.

Dat deed Marius Leendertse ook. Dingnis Lokerse verloor al snel een stuk en daar wist Marius wel raad mee.

Het kampioenschap van Kruiningen-Zuidoost (Eric Dek tegen Flip Meijaard dus) werd in tijdnood in het voordeel van Eric beslist en dat was eigenlijk niet helemaal verdiend. Ondanks dat Flip al snel uit de theorie was (maar Eric waarschijnlijk ook) redde hij zich met zwart prima uit de opening. Eric durfde niet op winst van pion c5 te spelen en kwam steeds moeilijker te staan. Toen beide spelers nog 5 minuten hadden speelde Eric b4. Eric durfde geen remise aan te bieden, want daarvoor vond hij dat hij te slecht stond en Flip meende “de tijd te gaan vol spelen”. Flip is echter geen begenadigd tijdnoodspeler en in plaats van actieve zetten deed hij passieve zetten, waarna Eric met een paar aanvalzetten zijn mindere stelling omzette in een gewonnen stelling. Dat Flip toen nog door zijn vlag ging deed er eigenlijk niet meer toe.

naar boven    naar beneden

 

11e ronde
De 11e ronde kende een spannend verloop. Eric Dek was natuurlijk de te kloppen man na zijn zege op Wouter Bliek in de 10e ronde. En dat Eric te kloppen was, bleek al snel. Na anderhalf uur kon Jerry Ros het volle punt bijschrijven. In de opening waren de dames geruild, waarna Jerry op d4 en e4 (en Eric alle stukken nog in de beginpositie) een paar krachtige paarden had. Eric kon die alleen wegjagen door zijn e- en f-pion zo op te spelen dat hij die weer met zijn koning op f6 moest dekken. De positie van de koning, zijn ontwikkelingsachterstand en zijn kwetsbare centrumpionnen waren voor Jerry mooie aanknopingspunten voor een prima zege.

Piet van Boven verloor in de opening onnodig een pion en werd daarna door Marius Leendertse kansloos gelaten. Marius speelde het keurig uit, behield zijn pion voorsprong en wist de pionnen ook nog naar de promotierij te brengen. Toen promotie niet tegen te houden was, besloot Piet dat het genoeg was geweest. Eigenlijk overkwam Jaap van Oosten hetzelfde. Jaap had eindeloos aan de damevleugel zitten “schuiven” (toren naar a7, dame naar c8, pionnetjes naar a6 en b6 en zo) en dat had hem zoveel tempi gekost dat de pionzet c7-c5 een pion en de stelling kostte. Het is dat Herman Schoonakker niet als belangrijkste kwaliteit “het winnen van een gewonnen stelling” heeft, waardoor Jaap het idee kreeg dat er misschien toch nog een remise te halen was, maar dat bleek een illusie. Ook Herman pakte het punt.

Wouter Bliek en Peter van der Borgt speelden een bijzondere partij. Het kostte beide spelers veel tijd. Na 2 uur spelen (ongeveer gelijk verdeeld) hadden beiden 8 zetjes gedaan. Uw verslaggever hoopt binnenkort wat meer duidelijkheid over deze partij te verschaffen. In het kort komt het er op neer dat Wouter op een creatieve paarduitval van Peter naar g4 goed reageerde en dat Peter vervolgens niet de goede voortzetting vond. Hij kwam daardoor twee pionnen achter, maar had nog (steeds vager wordende) tegenkansen. Om die kansen in leven te houden, moest Peter telkens een pion offeren. Zijn zesde pionoffer was echter helemaal fout, zo fout dat Wouter zich daarna nog een slippertje kon veroorloven. Wouter won dus, waardoor Peter weer naar de 3e plaats zakt en Jerry naar de 2e stijgt.

Misschien had Daan van Noppen zich zelfs voor Peter kunnen nestelen als hij Ton van Vliet door de vlag had heen gejaagd. Ze speelden een interessante partij, waarbij het aanvankelijk leek of Ton door slim manoeuvreren een goede stelling had verworven. Helaas bleek de dubbelpion op de f-lijn van Daan juist kansen voor Daan te geven nadat Ton kort gerocheerd had. Ton verdedigde zich op zijn beurt kranig. Het kostte hem dus wel veel tijd, maar remise was de beloning.

Remise werd het ook bij Flip Meijaard en Cees de Schipper en eigenlijk is die partij vanaf zet 1 remise geweest. Dat leek ook zo te gaan bij Lou Poleij en Bram Boone. Bram wist Lou toch nog zo in de problemen te brengen dat Lou een stuk moest geven, maar vervolgens wist Lou (ondanks een paard minder) een (theoretische) remisestelling te bereiken. Vlak voor afbreken kon Lou de remise ook grijpen, maar nadat Bram net Pe6 had gespeeld ontstond deze stelling 

 

en hier had Lou met Dg6+ remise kunnen afdwingen. Als Bram de dame neemt, is het pat en als hij Pg5 speelt ruilt Lou op f7 en met een paard alleen kun je niet winnen. Lou zag het niet, Bram zag vervolgens niet dat hij wat zetten later mat in 1 kon geven en uiteindelijk braken ze af.

Ondanks dat uw verslaggever naast Jan Capello en Gayan den Hollander zat, heeft hij die partij niet goed genoeg gevolgd om er iets zinnigs over te zetten. Jan won nadat Gayan een kwaliteit achtergekomen was.

Dies Lokerse leek op een zege af te stevenen (ondanks een pion achterstand), omdat hij een prachtige aanval over de e-lijn had. Kees Weststrate verdedigde zich echter hardnekkig en toen Dies een foutje (nou ja foutje, hij verloor een volle toren) maakte was het voor Kees een koud kunstje voor de tweede week op rij te winnen.

naar boven    naar beneden
 

10e ronde
In het eerste half uur leken drie partijen al beslist. Johan Goedegebuure had snel materiaal gewonnen tegen Dingnis Lokerse, Jaap van Oosten had met een Jan Capello-achtig zetje Jan op een kwaliteit en twee pionnen achterstand gezet en Wouter Bliek stond qua materiaal nog gelijk, maar Eric Dek had hem helemaal ingesnoerd, zodat Wouter niet kon rokeren, zijn twee lopers niet kon bewegen, zijn torens en zijn dame niet in het spel kon brengen. Normaal bereik je zo’n stelling alleen door iets te offeren. Eric kreeg dit nu gewoon “gratis voor niets”.

Dingnis ging er inderdaad snel aan, maar Jan en Wouter bleven zicht verzetten. Terecht, want een partij is nog nooit gewonnen door hem op te geven. De andere 7 partijen waren voor de spelers zelf ongetwijfeld spannende partijen, maar voor de anderen zeker geen spektakelstuk. Dat had het tussen Ton van Vliet en Ronald Hoek van Dijke kunnen worden toen Ton een paard offerde. Ronald nam het offer echter niet aan, kwam daardoor een pion achter en zijn stelling bleef beroerd. Dat Ton dat potje dan ook wist te winnen zal geen verbazing wekken.

Ton van Vliet wilde zijn partij natuurlijk nog in Fritz zetten en zoals dat wel vaker gaat: het blijkt dat je dan iets “gemist” hebt. In de volgende stelling

speelde Ton Dg6+ en Ronald gaf op en dat was een goed besluit, want de stelling is uiteraard totaal verloren voor Ronald. Fritz gaf echter niet Dg6 als beste zet aan, maar binnen 5 seconden een andere zet, die tot mat in 11 zetten zou leiden. Ziet u welke zet? Het antwoord staat op het eind van dit verslag.

Drie partijen eindigden in remise. Marko Burger en Daan van Noppen speelden een partij die maar zelden buiten de remisemarge kwam, ondanks dat beide heren best pogingen ondernamen ergens voordeel te behalen. Ook Gayan den Hollander was steeds op zoek naar aanvalspunten, maar hoe hij zijn paarden ook liet springen Cees de Schipper bleef zich rustig verdedigen en ook hier was remise een logische uitslag. Flip Meijaard had aanvalskansen tegen Herman Schoonakkers zwakke d-pion en Herman op zijn beurt kon wellicht wat beginnen tegen Flips slechte c-pion. Herman en Flip zijn echter voorzichtige spelers en wisten de zwaktes op te lossen waarna een remisestelling ontstond.

Drie andere partijen leken ook lang op weg naar remise, maar haalden de remise (nog) niet. Anton Quakkelaar en Peter van der Borgt speelden een partij waarin de beide koningen lang in het centrum bleven, waarbij het bezit van de a- en de h-lijn belangrijk leek. De partij is afgebroken in een stelling waarin beide spelers evenveel materiaal hebben, maar waar nog voldoende aanknopingspunten zijn voor beiden om op zoek naar te gaan naar de winst.

Kees Weststrate en Piet van Boven speelden (te) snel, maar wel goed. Piet had een slechte pionnenstructuur, maar zijn stukken stonden beter. Zijn besluit om te gaan afruilen luidde dan ook het begin van het einde in. Kees maakte het af, alsof hij een ervaren schaker is die precies weet hoe je zo’n eindspel moet aanpakken. Kees nam het volle punt dus mee naar Krabbendijke. Dies Lokerse speelde een prima partij tegen Lou Poleij. Lang bleef de stelling materieel en positioneel gelijk. De beslissing van Dies om een kwaliteit te offeren voor aanval pakte echter niet goed uit. De aanval die Dies kreeg stelde niet veel voor en Lou speelde het vervolgens rustig uit.

En hoe ging het verder met Jan en Wouter? Jan wist zich nog te redden door Jaap voor onoverkomelijke problemen op de koningsvleugel te stellen. Jaap kreeg zijn koning niet in veilige haven en dat moest wel fout gaan en dat ging het ook. Jan kwam dus met de schrik vrij. Wouter niet. Eric bleef rustig spelen, won een kwaliteit en ondanks wat geruil, bleef de stelling van Wouter “bagger” en was het niet meer dan logisch dat Eric Wouter mat kon zetten en zo Wouter zijn eerste seizoensnederlaag te bezorgen.

Heeft u hem gezien? De zet waarmee Ton in 11 zetten Ronald mat had kunnen zetten? Het was 21. Lh5+, waarna het als volgt verder zou zijn gegaan:

21

 

Kd8

22

Txc8

Dxc8

23

Lb6

Dc7

24

Lg4

Ke8

25

Lxc7

Kf8

26

Lh5

g6

27

Lxg6

Th7

28

Lxh7

Kg7

29

Dg6

Kh8

30

Lg8

Txg8

31

Dh6#

 

Zoals Ton in zijn mail aan uw verslaggever aangaf: “Ik had 'm niet gezien, er niet eens naar gekeken,Fritz zag het mat in vijf seconden, nogal frustrerend....”. Tsja Ton. Fritz zorgt er voor dat je na een slechte partij nog steeds een slecht gevoel hebt en dat je na een goede partij ook een slecht gevoel krijgt. Voor je zelfvertrouwen is Fritz geen best middel. Wel een geluk dat andere schakers hun partijen ook nog even door Fritz heen halen, waardoor iedereen een rot gevoel heeft, behalve de gelukkkigen zonder computer, maar die kunnen dan dit weer niet lezen.

naar boven    naar beneden

 

9e ronde
Iedereen kent de Spaanse opening. De kans is vrij groot dat die binnenkort weer meer wordt toegepast op onze club. Twee weken geleden zat Peter van der Borgt in Madrid en gisteren waren Eric Dek en Herman Schoonakker afwezig doordat ze in Madrid en Sevilla zaten.

Maar afgelopen maandag is er (meen ik) geen Spaans gespeeld.  Wel kwamen er andere (al dan niet goed behandelde) openingen op de borden. Peter van der Borgt meende eerst zijn damevleugel te moeten ontwikkelen (met allerlei dreigende schaakjes). Jerry Ros speelde echter prima tegen en wist Peter ver terug te dringen. Alleen met kunst- en vliegwerk wist Peter zich te verdedigen en de partij is afgebroken in een stelling waarin Jerry nog steeds een positioneel overwicht heeft waarin een winstgevende tactische manoeuvre niet uit kan blijven (lijkt het).

Ook Wim van Stel en Daan van Noppen braken af. Daan had heel de partij wel een overwicht met dan weer eens een paard lastig op f4 en dan op d4. In de afgebroken stelling heeft Daan een pionnetje meer, maar het is zeker nog niet 1-2-3 gewonnen.

Er waren ook partijen die niet werden afgebroken. Van de 7 niet-afgebroken partijen eindigden er drie in remise. Dit keer was Leon Zweedijk (tot op dit moment de remisekoning) daar niet bij, alhoewel het er lang naar uit zag dat hij Wouter Bliek op remise wist te houden. Op het eind wist Wouter uit het niets zich toch weer kansen te scheppen en dat bleek voldoende voor de winst.

Marko Burger leek op weg naar winst tegen Anton Quakkelaar. Anton had eerder een remiseaanbod van Marko geweigerd (Marko had constant wel een overwicht, maar na dameruil zag Marko er niet veel brood meer in) en Anton kreeg daar spijt van toen hij na een mooie doorbraak van Marco over de h-lijn een pion moest offeren. Marko kreeg twee verbonden vrijpionnen die zeker voor de winst hadden moeten zorgen als Marko er niet eentje weggeblunderd had, zodat Marko toch nog in remise moest berusten.

Die berusting gold misschien ook Rob Oosterlee. Rob had een pion geofferd en kreeg een mooie aanval. Eldert Besseling moest dan ook al zijn verdedigende capaciteiten aanspreken. Rob is waarschijnlijk nog aan het uitzoeken of een torenoffer op b3 had gekund. Rob durfde het niet aan en er werd tot remise besloten omdat Robs stelling voldoende compensatie was voor de minuspion.

Piet van Boven en Cees de Schipper speelden een rustige partij, zowel qua tempo als speltechnisch. Beiden hadden een zwakke c-pion, maar konden niet goed van die zwaktes bij de tegenpartij profiteren. Toen Piet een binnengedrongen paard ook nog keurig ruilde besloten de mannen de strijdbijl te begraven.

Dat Jan Capello, een tacticus is dat weten we al. Flip Meijaard weet natuurlijk ook, maar ook hij tuinde in een grap van Jan. In deze stelling

sloeg Flip met zijn paard van e8 de loper op d6. Ziet u hoe Jan Flip toen zo verraste dat Flip (terecht) meteen op gaf? Om de spanning er in te houden staat het antwoord op het eind.

De neven Lokerse verloren ongeveer op hetzelfde moment een stuk. Lou Poleij wist het daarna tegen Dingnis eenvoudig af te maken. Gayan den Hollander (die dat stuk had gewonnen door een pionvork die opeens mogelijk was na een tussenschaak) moest het nog nauwkeurig spelen toen Dies Lokerse allerlei onderste-rij-mat-achter-de-paaltjes-mat-grappen in de stelling bracht. Gayan bleef echter rustig en haalde het punt naar zich toe.

Jan speelde Txd6 en als Flip terug slaat, wordt hij mat gezet en als hij weg loopt met de toren dan speelt Jan zijn loper weg en blijft Jan een loper voor. 

naar boven    naar beneden

 

8e ronde
Er werd in de 8e ronde stevig gestreden.

Jaap van Oosten verdedigde zich stug tegen Wim van Stel, kwam wel een pionnetje achter, maar Wim moest blijven opletten en tegen twaalven konden de stukken eindelijk in de doos en moest Jaap met 0 punten terug naar Bath. Wim stijgt daardoor weer op de ranglijst.

Jerry Ros en Wouter Bliek waren na 4 uur spelen er nog niet klaar mee en hebben hun partij (in een nog steeds interessante stelling) afgebroken.

Flip Meijaard en Eldert Besseling waren aan een partij bezig waarvan het logisch leek dat die ook afgebroken zou worden. Flip had een pionnetje meer, maar om daar winst uit te halen, was nog niet zo eenvoudig. Uiteraard nam Flip Elderts remiseaanbod niet aan, want het was dan misschien niet eenvoudig te winnen, maar verliezen kon eigenlijk niet. Tenzij je natuurlijk een blunder begaat. En dat overkwam Flip. Hij overzag een tussenschaakje, waarmee Eldert een stuk voor kwam.

Gayan den Hollander moest er tegen Marius Leendertse ook hard voor werken. In een eindspel had Gayan een paard meer, maar Marius dame was lastig. Gayan bleef (een beetje tegen zijn natuur in) rustig en maakte het mooi af. Overigens had Gayan eerder in de partij een kwaliteit verloren. Hoe hij toch een paard voor kwam, is uw verslaggever ontgaan.

Ook de partijen tussen Daan van Noppen en Anton Quakkelaar en Piet van Boven en Dingnis Lokerse zijn langs uw verslaggever heen gegaan. Anton verloor (“in één zet gaf ik alles weg”) en Dingnis ook. Excuses aan Daan en Piet, want ongetwijfeld had ik mooie woorden kunnen wijden aan hun spel.

Van de elf partijen werden er vijf met e4 geopend en daarvan werden er drie met d5 beantwoord. Wordt het Scandinavisch de Kruiningse lijfopening? Ik weet het niet: één speler is namelijk afgevallen. Eric Dek speelt het niet meer. Na de 25e zet gaf hij maar op, omdat hij nog een kwaliteit ging verliezen, al een pion achter stond en ook positioneel geen goede stelling had. Dat was op zich niet de reden dat Eric met Scandinavisch stopt, maar meer dat in de uitgebreide analyse daarna hij en zijn tegenstander (Peter van der Borgt) er niet achterkwamen waar het mis was gegaan en of die slechte pion op e6 te voorkomen was geweest.

Leon Zweedijk had ook zo’n slechte pion op e6, maar na Df6 en de af te dwingen dameruil gaf die zwakke pion onvoldoende mogelijkheden aan Ronald Hoek van Dijke voor winst. Terechte remise dus.

Rob Oosterlee had een mooie stelling tegen Lou Poley. Lou’s pionnen op c6 en e6 (ook al) waren slecht, maar een paard op d5 voorkwam dat Rob daar direct gebruik van kon maken. Toen Rob echter dat paard wist te verjagen, won Rob een pion, gooide er nog een offertje over heen en haalde de partij naar zich toe.

Eerlijk is eerlijk: De Zwarte Dame is niet de beste schaakclub van Zeeland. Natuurlijk, de interne competitie wordt prima bezocht. Natuurlijk, we hebben 5 teams, maar geen van die teams speelt landelijk. Gezellig is het ook. Maar het niveau is nu eenmaal van 1000 tot 2000. Dus, er wordt geblunderd. En niet alleen in tijdnood, maar ook (ver) daarvoor al. Gisteren bleven blunders echter lang uit, totdat Herman Schoonakker en Bram Boone meenden er in “no time”drie te moeten doen. Bram deed er twee en deed de ergste en verloor daarom ook.

In deze stelling

meende Herman met Le5 Bram in grote problemen te brengen. Bram ging mee in de gedachten van Herman en speelde De3, maar overzag dat f4 een stuk wint. Na De3 komt Bram in de problemen, want Herman speelde (zoals Herman bedoeld had na Le5) Lf4 met als vervolg De1 gevolgd door Ld2, wat echter na f4 geen dame oplevert, maar slechts een pion. Omdat Bram deze f4 ook niet zag speelde hij maar h4, waarna Herman Dh6 speelde en nu ging de dame van Bram wel verloren. Drie keer f4 missen; het zou Eldert Besseling niet overkomen.

Verliezen is al niet leuk. Zo verliezen zeker niet en al helemaal niet als je dat na de partij ook nog verteld wordt. Zo winnen is ook niet leuk (alhoewel minder niet leuk dan zo verliezen). Wat wel leuk is, is winnen met een stikmat. Jan Capello had daarom een goede avond, want in deze stelling 

 

Speelde Cees de Schipper Ta8-d8 en was Pf4-g6 stikmat! Cees had dat mat wel kunnen voorkomen, maar dat had hem altijd wel materiaal gekost.

 naar boven    naar beneden

 

7e ronde
10 partijen en toch was het iets na 11 uur allemaal afgelopen.  Eldert Besseling gaf tegen Lou Poleij het goede voorbeeld. Het was na 1. e4 e5 2. f4 f6?  3. fxe5 heel snel uit. Lou kon na het slechte f6 de stelling nog enigszins redden met De7 en zwart staat wel slecht maar niet totaal verloren na het gespeelde fxe5. Eldert kwam met Dh5+ en het was eigenlijk gelijk uit. Zwarts koning ging een paar zetten later mat. Zeer snel verloren door Lou die normaal toch zo taai kan spelen.

Bij Jerry Ros en Marko Burger  ging het ook snel, bij Marco in ieder geval. Wit speelde rustig en actief en zwart gooide zeer snel een passief staande stelling op het bord.  Zwart gooide wat tempi weg met h6 en de maneuvre Pb8-d7-f8 en kwam zeer gedrukt te staan.  Toen zwart eindelijk het paard van f8 naar g6 had gezet,  viel  Jerry datzelfde paard aan om zwart niet te laten rokeren, Zwart speelde  heel snel rokade en na Dxg6 kon zwart niet terugslaan,  f7 stond gepend door Lc4 en de pion van h7 was al naar h6 opgespeeld.  Een goed voorbeeld waarom h7-h6 niet doelloos moet worden gespeeld als je die kant op wil rokeren.

Leon Zweedijk speelde een goede partij tegen Anton Quakkelaar.  Een mooi centrum werd uitgebouwd tot een extra pion en later een extra toren. Anton ging heel lang door en Leon liet op een gegeven moment eeuwig schaak toe.  Soms is schaken een vervelend iets.

Bij Wim van Stel en Flip Meijaard was Wim met wit fel van leer getrokken op de damevleugel maar dat resulteerde in een stelling waarbij alles was dichtgeschoven maar de enige open lijn in handen kwam van Flip.  Zwart leek nog winstkansen te hebben door de vele zwakke pionnen van wit maar het was een studie-achtig eindspel waarin de spelers het welletjes vonden en remise werd besloten.

Bij Herman Schoonakker had Jan Capello het witte beginvoordeel wel weggewerkt maar de stelling was zo gelijkstaand dat er redelijk snel een remise uit kwam.

Erik Dek haalde alweer zijn 5e overwinning in 6 ronden door van Oosten te verslaan. Erik kwam beter uit de opening en offerde een stuk voor 3 pionnen waardoor de zwarte koning helemaal bloot kwam te staan.  Zwart kon toch snel zijn stukken van de damevleugel naar zijn koning krijgen maar moest door een combinatie toch materiaal inleveren. Toch een prima partij van zwart die heel lang goed partij kon geven.

Uw verslaggever had met wit tegen Daan van Noppen in een koningsindier op h5 een loper geofferd. Als zwart dat zou aannemen  kreeg  wit 2 pionnen en een gevaarlijke koningsaanval,  maar zwart weigerde het offer.  Met een pion meer kon wit daarna  de hele koningsstelling van zwart lamleggen, en  met twee zwarte stukken buitenspel op h8 en h7 kon wit de damevleugel open maken. Daan offerde echter nog een pion en kreeg even gevaarlijke tegenkansen.  Door met wit dames te ruilen en  een pionnetje terug te geven kon wit de angel helemaal uit het zwarte spel halen en werd  de druk op de zwarte damevleugel te groot.  Helaas liet  Daan een paar zetten later ineens een kwaliteit in  staan  en was het direct afgelopen maar op dat moment kon zwart al niet meer voorkomen dat er een nieuwe witte vrouw op het bord kwam.

Bij de overige partijen Kwamen Dies, Dingnis en Johan veel materiaal achter en werden daarna kansloos naar een nul gespeeld.

naar boven    naar beneden

 

6e ronde
Tien wedstrijden stonden er op het programma. De topper ging tussen de nummers 1 en 2, Wouter Bliek en Anton Quakkelaar, die allebei 4 keer hadden gewonnen en één keer remise gespeeld (allebei de keren tegen Peter van der Borgt, die 3e staat). Anton en Wouter speelden een potje “schuiven voor gevorderden”. Uw verslaggever snapte er dan ook niks van, maar feit was dat op het eind Anton mat stond. 

Peter zelf speelde tegen de nummer 4, Daan van Noppen. Peters aanpak van de Siciliaanse opening leidde er toe dat Peter een klein voordeel had, maar het leidde er ook toe dat Daan vrij simpel dat kleine voordeel kon neutraliseren en zo eindigde deze partij toch redelijk snel in remise. 

Leon Zweedijk en Jerry Ros speelden de opening origineel. Overigens kostte die originaliteit Leon (die toch al met zwart met een tempo minder was begonnen) een aantal tempi en toen Jerry met zijn loper op h6 kon slaan was de partij materieel gezien in evenwicht, maar positioneel zeker niet. Jerry maakte daar dan ook gretig gebruik van.  

Leon verliest daardoor de aansluiting met de top. En dat overkwam ook Ronald Hoek van Dijke die in Eric Dek zijn meerdere moest erkennen. Zonder de andere spelers tekort te doen was dit ‘de partij van de avond’. Beide spelers waren bezig met een koningsaanval, maar Ronalds aanval over de h-lijn kwam niet van de grond doordat hij die lijn niet echt kon openen. Eric was over de a- en de b-lijn bezig. Toen hij ook nog de c-lijn er in betrok door c4 te spelen, werd het interessant. Hij offerde daarmee namelijk twee pionnen en zal op dat moment nog niet helemaal doorgerekend kunnen hebben of dat offer wel goed was. Maar dat was het wel. Klik hier om de partij na te spelen.

Flip Meijaard en Bram Boone speelden hun eerste interne competitiewedstrijd dit seizoen en dat werd een rustige partij. Tegen het eind van de partij (toen de partij nog steeds binnen de remisemarge zat) probeerde Bram nog één en ander, maar Flip verdedigde zich prima, dacht lang na over zijn 40e zet en de stelling lijkt nog steeds remise, maar de mannen hebben afgebroken en Bram deelde uw verslaggever mede dat hij thuis de stelling nog eens zou gaan uitpluizen. Flip is gewaarschuwd. 

Rob Oosterlee kwam lekker uit de opening tegen Jan Capello. Zo lekker dat hij zich een paardoffer op f7 meende te kunnen veroorloven. Rob had echter verkeerd gerekend en de stukken konden al weer snel terug in de doos, zodat Jan dit oud-Scheldeschakers-onderonsje had gewonnen. 

Herman Schoonakker kreeg ook openingsvoordeel nadat Marius Leendertse met b7-b6 een toren had weggejaagd. Er kwam een verschrikkelijke penning over de diagonaal h1-a8, die uiteindelijk stukwinst voor Herman opleverde. En dan komt het moeilijkste gedeelte van een partij voor Herman: het winnen van een partij die ogenschijnlijk makkelijk te winnen is. Daar kwam bij dat Marius zich schrapte zette en kansen wisten te scheppen over de a-, b- en c-lijn en daar twee verbonden vrijpionnen kreeg. Psychologisch gezien zal er toen ergens een moment moeten zijn geweest waar Marius remise had moeten of kunnen aanbieden. Nu bood Marius remise aan nadat Herman de problemen met die vrijpionnen had opgelost. Te laat dus en ondanks dat Herman de matcombinatie niet zag, leidde zijn weg ook tot winst. 

Psychologie speelde ook een rol in de partij tussen Cees de Schipper en Kees Weststrate. Cees kreeg een mooie aanval (met paard, loper en toren) op pion f7. Kees wist zich net te verdedigen (met paarden op h6 en d8 en een koning op e8). Kees was zelfs zo leep om met een ogenschijnlijk onschuldig tussenzetje (Ke7) paardwinst voor te bereiden (doordat hij de zet erna f7-f6 kon spelen). Cees zag het niet en Kees kwam een paard voor. Net als Marius in de partij tegen Herman zette Cees zich schrap, dacht niet meer aan zijn foutje, maar dacht vooruit (“hoe kan ik er misschien nog remise uit slepen”) en bleef rustig zijn zetten doen. Kees (die natuurlijk nog niet zo ervaring mist) ging juist wat sneller spelen en blunderde zo maar een volle toren weg, zodat Cees een kwaliteit voor kwam. In plaats van zich te herpakken bleef Kees zich hoor- en zichtbaar ergeren aan zijn blunder, waardoor hij er eigenlijk niet meer aan toe kwam om te kijken of zijn stelling nog te verdedigen was. Het punt ging dus naar Cees. 

Ook Lou Poleij won door onervarenheid van zijn tegenstander (Piet van Boven). Lou had met veel gemanoeuvreer een iets betere stelling verworven, maar (gezien het beperkte materiaal) leek het allemaal wel te verdedigen voor Piet. Dan komt het juist aan op “rust bewaren”, “rustig spelen”, “niet impulsief spelen”, “voor de remise gaan” en niet “nog proberen te winnen”. Voor ervaren spelers als Lou is dat “business as usual”. En toen Piet een “black-out” had, was Lou er dan ook als de kippen bij om een toren (en de partij) te winnen. Jammer voor Piet, want zo is Lou toch weer een poosje de veteranenkampioen van Hansweert. 

Dies Lokerse wist te realiseren dat Johan Goedegebuure niet aan een koningsaanval toe kwam. Dat is knap, want dat lukt eigenlijk niemand. Het leek er zelfs op dat Dies met wat (dame)schaakjes en centraliseren van de torens over de (half)open lijnen een koningsaanval zou kunnen starten. De omgekeerde wereld dus. Maar helaas hielp Dies die kansen om zeep door zijn dame weg te geve.

 naar boven    naar beneden

 

5e ronde
Er waren ook nog 4 interne partijen. Dingnis Lokerse viel de dame van Kees Weststrate op d5 aan met Pc3, maar overzag dat pion g2 in stond. Met Df3 had Dingnis de schade kunnen beperken, maar zijn (logisch lijkende) tussenschaak Lb5 leidde tot stuk- en daarna partijverlies. In de partij Dies Lokerse – Piet van Boven was na 9 zetten een symmetrische stelling ontstaan met zwart aan de zet. Hoe dat kon? Dies had zijn dameloper in twee zetten naar e3 ontwikkeld (Lc1-d2-e3) en Piet had dat in één zet (Lc8-e6) gedaan. De stelling bleef daarna lang in evenwicht, waarbij Dies een zwakte op c4 had (want dat veld werd door Piet beheerst) en Piet een zwakke pion op d6. Dies koos er voor  wat aan die zwakte op c4 te doen, terwijl hij beter de d-lijn had kunnen bezetten. Dies' plan was echter “te traag”, waardoor Piet een toren kon winnen en dat speelde de Hansweertenaar natuurlijk prima uit.

Eric Clarisse was in de opening al een kwaliteit achter geraakt en zijn koning stond “op de tocht”. Het leek dan ook een kwestie van weinig tijd dat Wouter Bliek zou winnen. In een voor uw verslaggever volstrekt onbegrijpelijke partij kreeg Eric echter kansen, die hij wellicht niet allemaal gegrepen heeft, zodat Wouter toch het volle punt pakte. Peter van der Borgt pakte ook de winst, maar hij mag daar Jan Capello wel dankbaar voor zijn. Peter had in de opening een pion gewonnen, maar die pion had geen ondersteuning door een andere pion. Daarnaast was er ook sprake van ongelijke lopers. Peter moest dus complicaties in de stelling brengen om uit de remisehaven te blijven. Maar eigenlijk waren die complicaties alleen in het voordeel van Jan. En net voor de eerste tijdcontrole kreeg Peter plots de winst in de schoot geworpen.

 Jan zag in deze stelling,

 

namelijk opeens dat hij een stuk kon winnen met Txe6. Alleen had hij beter nog even nagedacht in plaats van a tempo te zetten. Want ondanks dat Peter weinig tijd over had, zag Peter wel op tijd dat slaan op e6 fout was (vanwege gxf5+), maar ook dat een tussenschaakje (f4+) wits plannetje zou torpederen. Jammer voor Jan, geluk voor Peter dus.

 naar boven    naar beneden

 

4e ronde
Er waren 9 partijen deze avond (en dat terwijl het 5e in Zierikzee voor de ZSB-competitie aan het spelen was). Het was een rumoerige avond. Dat lag bij een paar partijen aan het ongebruikelijke spelverloop, bij een paar aan de tijdnoodfases en ook wel omdat een paar partijen al heel snel klaar waren. 

Zo had Dies Lokerse zijn neef Dingnis (zelfde achternaam en zelfde voorletters) al snel op een onoverbrugbare materiaalachterstand gezet. Ook Daan van Noppen won al snel. Tegen Eldert Besseling (die samen met Daan de enige was geweest die de donderdag ervoor niet verloren had met het 3e tegen Souburg 4) kwam Daan al snel een pion voor en bleef het daar maar bij. Ook Elderts stelling was niet goed en daar wist Daan wel raad mee. 

Johan Goedegebuure kreeg een koekje van eigen deeg en werd door Gayan den Hollander in een vlotte aanvalspartij van het bord geveegd. Johan rokeerde lang in een damegambiet en de aanval over de c-lijn die Gayan vervolgens opzette was dodelijk. 

Er waren drie rustige partijen. Wim van Stel speelde met wit zijn favoriete spel en kwam met stukken en pionnen in de opening niet verder dan de 3e rij. Omdat Rob Oosterlee ook niet echt aanstalten maakte om het spel te openen leek het er op alsof deze manoeuvreerpartij wel in remise zou eindigen. Bij Anton Quakkelaar tegen Eric Dek en Peter van der Borgt tegen Wouter Bliek verliepen de partijen ook erg rustig, al durfden de spelers hier wel ook eens een stuk op de vijandelijke helft te posteren. 

Toch kwamen alle drie de borden opeens in brand te staan. Wim van Stel begon met twee paarden en een dame een koningsaanval die Rob wist te pareren. Toen Rob echter dacht het gevaar er helemaal uit te halen door de dames te ruilen, kreeg hij na Wims f2-f4 met aanval op zijn paard op  e5 (dat veld f7 dekte) de kous op de kop en verloor een stuk. Wist Wim in een eerdere ronde tegen Eric Dek in tijdnood zijn voordeel niet te verzilveren, nu speelde hij het gedecideerd uit. 

Anton manoeuvreerde sneller en leper dan Eric en zo kon het gebeuren dat door Lf5 Eric opeens een kwaliteit verloor en de stelling was zodanig gesloten en Erics tijd zodanig beperkt dat er geen schwindels in zaten en dat Anton het volle punt binnen haalde en nu samen met Wouter 3,5 punt uit 4 wedstrijden heeft. 

Na Wouters 17e zet (h7-h6) zette Peter in deze stelling

  

het in bord een beetje in brand met 18. Th3. Wouter was zo verstandig de loper niet te nemen, want dan zou hij mat lopen. Ziet u hoe (het antwoord staat verderop)? Wouter stookte het vuurtje op zijn beurt nog wat verder op met 18....Txd4, waarna Peter afwikkelde met 19. Lxf6, Td5 20. Lxe7, Kxe7 21. De4. Peters dame kon even later binnen vallen op h7 en daardoor een pion winnen, maar Wouter wist met actief tegenspel Peter zo ver te krijgen dat Peter (met maar weinig tijd meer op de klok) remise aanbood, wat Wouter aannam. 

Ook de partij tussen Leon Zweedijk en Ton van Vliet duurde de hele avond. Leon leek een geofferde pion niet meer terug te zien totdat Leon met een handige zettenreeks (loper op e6 slaan, nadat die teruggeslagen is door de f-pion schaak geven op h5 met de dame die vervolgens een pion op b5 kan slaan en daarmee ook de angel uit Tons aanval kan halen. De partij is uiteindelijk afgebroken in een stelling waarin Leon 5 en Ton 4 pionnen heeft en waarin ze allebei een loper hebben. Helaas voor Leon zijn het ongelijke lopers. Het zal dus nog een hele toer zijn om te winnen. 

Kees Weststrate en Herman Schoonakker maakten er een waar spektakelstuk van. Kees rokeerde gewoon lang, terwijl Herman door met zijn zwarte loper op c3 te slaan Kees met een triplepion op de c-lijn opzadelde. Toen Herman echter op g4 een pionnetje tussendoor pakte werd hij geconfronteerd met kwaliteitsverlies. Maar dan nog leek het er op dat Herman de partij makkelijk zou moeten kunnen winnen (gezien Kees' slechte pionnenstructuur en zijn beroerde koningspositie. Kees realiseerde zich dat alleen grof geweld hem nog enig succes kon opleveren. Herman wist dat geweld te beteugelen en zo wist hij deze “explosieve” (citaat Herman) partij te winnen. 

Marko Burger en Jan Capello leken in het middenspel af te wikkelen naar een gelijke stelling. Materieel gelijk, maar positioneel kwam Marko zwaar in het voordeel. Marko's stukken (dame, torens en een loper) konden gewoon “stuk” blijven, terwijl Jan stukken (ook dame, torens en een loper) gedegradeerd werden tot “veredelde” pion. Marko won dan ook, alhoewel Jan ergens tussendoor nog wel een pion had kunnen winnen. 

O ja: zo zou Wouter mat lopen na 18... hxg5 19. Th8+, Pg8 20. Pxe6, fxe6 21. Dxe6 en ondenkbaar mat op g8. Nu hoeft zwart niet te slaan op e6, maar na 20...Ke8 zou het na 21. Db5+, Td7 22. Txg8+, Lf8 23. Pc5, Kd8 24. Txf8+, Kc7 25. Dx7 ook mat zijn. Overigens had Peter vooraf dat dameschaak op b5 niet gezien, maar wel dat er dan ook gewoon op g8 geslagen kon worden.

naar boven    naar beneden

 

3e ronde
Maandag 20 september 2010 is nu al een historische datum voor De Zwarte Dame. Er is namelijk een nieuwe opening bedacht en die zullen we voorlopig maar het Hoek-van-Dijke-Tegengambiet noemen. Na 1. d4, d5 2. c4 antwoordde Ronald (want daar gaat dit over) al ongebruikelijk met Pf6 om vervolgens nadat Wouter Bliek (zijn tegenstander) op d5 had geslagen voort te zetten met e7-e6. Die pion werd er door Wouter ook maar afgehaald en nadat Ronald met zijn witveldige loper op e6 had teruggeslagen was dit Tegengambiet geboren (en drie uur later ook weer “overleden”). Natuurlijk had Ronald nu opeens een minimale ontwikkelingsvoorsprong, maar of dat voldoende zou zijn om de achterstand van een centrumpion te compenseren mocht betwijfeld worden. Uit het verloop van de partij werd wel duidelijk dat Ronald het lang droog kon houden, maar uiteindelijk won Wouter toch nog wel eenvoudig. Deze nieuwe opening zal de boeken dan ook wel niet halen.

Tip voor Ronald : probeer de volgende keer het Albin's Tegengambiet. Dat is in dezelfde opening, maar dan 2..e5 in plaats van Pf6. Voor de echt geinteresseerden: die Albin heette van voor Adolf en was een Roemeense (niet zo'n bijzonder sterke) schaker uit de romantische tijd (2e helft 19e eeuw). 

Genoeg over openingen. De klok was twee maal scherprechter. In beide gevallen gingen de zwartspelers in een verloren stelling door de vlag heen, maar hadden ze daarvoor de winst laten glippen. Bij Cees de Schipper was dat het meest “erg”. Telkens zat in de stelling de mogelijkheid dat Cees met Lc5 Johan Goedegebuures dame op e3 kon pennen (want de koning stond op g1). Of Johan dit gevaar had onderkend, weten we niet, maar elke keer zou Johan het gevaar met het tussen zetten van een stuk op d4 kunnen keren. Totdat Johan (waarschijnlijk nietsvermoedend) een afruiltje deed. Cees sloeg keihard toe en won de dame. Johan ging daarna op de schwindel-toer en nog sneller spelen dan hij al gewend is. Cees kon zijn versnelling niet vinden, kwam in tijdnood en ging foutjes maken (meest bijzondere was wel dat Johan op een gegeven moment met Lc5 Cees' toren pende, waardoor beide spelers in één partij in dezelfde truc trapten). Toen Cees daarna ook nog een dame verloor, was de partij wel een eind beslist en het vallen van de vlag deed dat definitief. 

Wim van Stel (gelukkig weer terug na enige jaren van beperkte schaakactiviteit) verraste Eric Dek met een stukoffer op de 18e zet dat Wim een pion opleverde en kansen op de koningsvleugel. Eric had daarentegen tegenkansen op diezelfde vleugel. Eric leek zowel in tijd als in stelling aan het kortste eind te gaan trekken, maar Eric wist in tijdnood zijn zettentempo enorm te versnellen zonder dat de kwaliteit van zijn zetten er onder te leiden had. Dit in tegenstelling tot Wim, die steeds meer tijd verbruikte zonder dat dat echter positieve effecten op zijn stelling had en ook hier was de vallende vlag het zwaard van Damocles. 

Deze maandag speelden torens ook een rol in de verschillende partijen. Piet van Boven leek een mooie aanval te hebben voor de pion achterstand. Om door de verdediging van Jaap van Oosten te komen is echter geduld een eerste vereiste en “blijven opletten” een tweede. Dat laatste deed Piet niet genoeg en toen Piet een toren op g5 zetten kon Jaap met zijn loper naar f6 gaan en zo niet alleen die toren, maar ook een toren op e7 aan te vallen. Kwaliteitswinst dus en Jaap kon meteen daarna afwikkelen. 

Technisch gezien is het niet mogelijk dat torens iemand in de houdgreep houden, maar in twee partijen was dat toch het geval. Marko Burger kreeg dat voor elkaar tegen Leon Zweedijk. Die verdedigde zich echter met verve en wist er remise uit te slepen. Dat lukte Herman Schoonakker niet. In een rustige partij (daarover was zijn tegenstander, Eldert Besseling, nog wel het meest tevreden; Eldert wil zich nog wel eens te buiten gaan aan ogenschijnlijk prachtige uitvallen, waarbij hij echter zijn verdediging verwaarloost en als de uitval dan simpel te verdedigen is, blijft er vervolgens voor Eldert een hopeloze stelling over) had Eldert steeds de iets betere stelling. Toen alleen de zware stukken over waren kon Eldert met zijn torens over de e-lijn binnen dringen en de genadeklap uit delen. Toch zal bij Herman ergens wel het idee leven dat hij het remise had moeten kunnen houden.

Bij Lou Poleij zal dit idee niet leven. Vanaf het begin werd hij door Jan Capello in de verdediging gedrongen. Het geven van een kwaliteit hield Lou nog even “in leven”, maar uiteindelijk moest Lou Jan toch feliciteren. 

Peter van der Borgt en Anton Quakkelaar hebben hun partij afgebroken. Peter staat weliswaar een pion voor, maar er zijn voor Anton een aantal opties open om remise uit het vuur te slepen: de paarden afruilen, zodat er een eindspel van ongelijke lopers ontstaat wat waarschijnlijk niet te winnen is voor Peter. Een andere optie is alle pionnen ruilen en de laatste er met een stuk van afslaan, zodat een niet te winnen eindspel ontstaat van koning+loper+paard tegen koning+loper of paard. Duidelijk zal zijn dat Peter dus van alles probeert om paard- en pionnenruil tegen te gaan. 

Als u thuis wilt analyseren: dit is de stelling (met Peter met wit aan zet):

naar boven    naar beneden

 

2e ronde
Ondanks de handmatige indeling waren de partijen nu veel spannender dan de week ervoor. Er was ook maar één partij die echt snel uit was. De koning van Dingnis Lokerse werd al snel alle kanten opgejaagd en zo nu en dan pakte Ronald Hoek van Dijke ook nog wat materiaal mee. Binnen een uur was deze wedstrijd dan ook beslecht. En dat het zo kort duurde konden we zien op de zaalklok die eigenhandig door Jan Capello aan de praat was gebracht. Dat had Jan waarschijnlijk toch nog al wat energie gekost, want tegen Piet van Boven kwam hij niet verder dan remise. Piet verdient voor die partij een grote pluim. In plaats van snel te zetten speelde hij bedachtzaam, zowel qua tijdgebruik als qua partijopzet. Jan deed dat ook en dat leidde tot een vlakke partij, waarin Piet nog de beste kansen had. Zo zie je maar dat intern alles mogelijk is: een speler van DZD 5 hoeft dus niet te verliezen van een speler van DZD 1! 

Overigens was dit wel de enige verrassing. Wouter Bliek wist Herman Schoonakker (na Hermans b6) in een houdgreep te nemen (waar ze op het WK judo in Tokio jaloers zouden zijn geweest) en dat liep voor Herman fout af. Gayan den Hollander bood zettenlang pion b2 aan, maar Anton Quakkelaar sloeg die pion gewoon niet. Een veteraan als Anton hoef je de vuistregel “sla nooit op b2, ook niet als het goed is” niet te leren. Anton had de situatie goed aangevoeld want na dameruil kon Gayan zijn damevleugel onvoldoende beschermen. Wilco Krijnsen (dit jaar weer begonnen met schaken na jarenlange inactiviteit) was even vergeten dat zwart in het damegambiet niet alleen de c4-pion kan slaan, maar onder omstandigheden ook kan verdedigen. Dat deed Peter van der Borgt dan ook en hoe (lang) Wilco ook dacht, hij bleef de pion achter en verloor. Jaap van Oosten speelde zijn eigen spel. Soms wat onlogisch, maar vooral stug en stoïcijns verdedigend. Maar na c5 kon Leon Zweedijk met een offer de partij direct uit maken. Ziet u met welk offer?


klik op diagram voor de laatste zetten

Dies Lokerse speelde verfrissend tegen Eric Dek die hij zelfs even aan het zweten kreeg, maar Eric wist het tij op tijd te keren, zodat ook op dit bord geen verrassing te noteren viel. 

Ook weer terug van weggeweest was Daan van Noppen. Daan bleek het schaken nog niet verleerd en in een traditionele Siciliaan (Daan met wit valt aan op de koningsvleugel en Marius Leendertse met zwart probeert het aan de andere kant) had Daan de betere kansen en zetje voor zetje wist hij zijn stelling te verbeteren, wat na een “petite combinaison” leidde tot pionwinst. Overigens was de winst toen nog niet helemaal “appeltje-eitje”, want behalve de dames (en dus wat pionnen) waren er geen stukken meer over. Marius kon echter geen eeuwig-schaak-achtige taferelen in de stelling brengen en Daan kon dus meteen een punt bijschrijven.

naar boven    naar beneden

 

1e ronde
In de 1e  (en 2e) ronde is de indeling handmatig, zodat niet meteen “de toppers” tegen elkaar spelen. Als gevolg daarvan is in die rondes wel wat meer niveauverschil. Een aantal partijen werd dan ook al snel beslist door blunders. Toch leken er twee partijen nog wel voor spanning te gaan zorgen.

Jerry Ros had (in het Scandinavisch) een pion geofferd tegen Cees de Schipper. Cees is zo’n speler die die pluspion gaat verdedigen, maar kon toch niet voorkomen dat Jerry hem terug won. Voor Jerry was dat het sein om weer een pion te offeren. Nu ging Cees een stap verder: hij ging die pion niet alleen verdedigen, maar ook nog op jacht naar nog een pion. Dat was van het goede teveel en kostte hem een stuk en de partij.

Peter van der Borgt was blijkbaar ook in de offer-modus. Tegen Eldert Besseling speelde hij het Koningsgambiet. Dat was wel wat provocerend, want Eldert speelt ook bijna altijd snel de f-pion op. Tot schrik van Peter speelde Eldert g5 nadat hij op f4 had geslagen. Peter wist dat dat theorie was, wist dat in sommige varianten wit dan zijn paard op f3 offert, maar verder kon hij zich niets meer herinneren uit al die boeken die hij thuis heeft staan. Gelukkig bleek Elderts kennis ook niet meer helemaal “fris” en kreeg de partij een hoog “ze hebben de klok horen luiden, maar ze weten niet waar de klepel hangt” gehalte, waarin overal fouten op de loer lagen. Ook grote fouten. Eldert was de eerste die zo’n fout beging waarna Peter snel kon winnen. De analyse duurde in elk geval langer dan de partij. Klik hier om de partij na te spelen.

naar boven