Verslagen interne competitie
2011/2012

 

 

Ronde 29

JAAP VAN OOSTEN OP PAD NAAR RATINGTITEL

Lange tijd leek het er op dat Kees Weststrate of Piet van Boven de ratingtitel binnen zouden halen. Kees kwam een paar weken geleden op achterstand door een nederlaag tegen Wendy Peereboom. Maar voor Piet kwam er een concurrent bij, doordat Jaap van Oosten elke week wel wat op Piet inliep. De 29e ronde leek het erop dat Piet iets terug kon doen. Jaap kwam tegen Jan Capello al snel een pion achter en moest actief verdedigen om niet meteen door Jan van het bord geblazen te worden. Piet daarentegen kwam tegen Marius Leendertse niet in de problemen. Integendeel: Piet kon met zijn torens de d-lijn bezetten en leek daardoor zelfs winstkansen te hebben. Piet kon dan ook met een gerust hart een drankje gaan halen, dacht hij. Maar bij terugkomst bleek Jan een enorme blunder gemaakt te hebben, want hij had zijn dame verloren. Zodoende won Jaap de partij en (geziens Jans rating) ook nog een heleboel ratingpunten. Piet bleef tegen Marius strijden voor de winst, koos het verkeerde plan en met minder dan een minuut op de klok wist Marius het punt binnen te halen.  

De andere partijen waren niet minder interessant. Lou Poleij kwam in de opening even in de problemen tegen Dingnis Lokerse, maar Dingnis voortzettingen waren iets te wild en daar wist Lou wel raad mee. Dies Lokerse won in de opening net zoveel materiaal als Wim van Stel, alleen won Dies pionnen en Wim stukken. Oftewel: Wim kon al snel een overwinning bijschrijven. De mooiste partij werd gespeeld door Eldert Besseling. Eldert kwam niet goed uit de opening. “Het lijkt een mooi huis, maar het fundament is beroerd” was Elderts analyse van zijn stelling. En dat klopte wel. Zijn pionnen waren opgerukt, zijn stukken stonden in de verdrukking of gevaarlijk ongedekt. Het leek dan ook een kwestie van tijd of Anton Quakkelaar zou wel een winstweg vinden. Totdat Eldert met het ogenschijnlijke beginnerszetje g3-g4 kwam. Die pion kon Anton gewoon met een paard (wat dan meteen de ongedekte loper op e3 aanviel) pakken, want terugslaan (met de h-pion) kon Eldert niet, omdat Elderts dame (die op h5 stond) dan de witte toren op h1 zou pakken. Wat Anton (en uw verslaggever ook) niet had gezien was Elderts vervolgzet (Pe2-g4). Plots stond de toren van h1 gedekt, Antons dame op h5 aangevallen en Antons paard op g4 gepend (door de dame op d1). Kortom: een prachtige manoeuvre van Eldert die Anton een stuk (en eigenlijk ook de partij) kostte. 

Jerry Ros was in slaap getuimeld en was daardoor wat later, maar wakker genoeg om zich niet door Ronald Hoek van Dijke te laten verrassen. Het was een interessante partij, maar de remisegrens werd niet doorbroken en remise werd het dan ook. Peter van der Borgt tenslotte, won van Herman Schoonakker. Een logische uitslag, maar het partijverloop liet een ander beeld zien. Herman kreeg mooie aanvalskansen, die Peter met moeite zodanig kon verdedigen dat er ook nog een lastige penning van Hermans paard op e5 werd ingevlochten en die penning werd Herman na Peters f4 fataal.

naar boven    naar beneden

Ronde 28
JAAP VAN OOSTEN SPEKKOPER DOOR NEDERLAAG KEES WESTSTRATE 

Kees Weststrate leek goede zaken te kunnen doen in de strijd om de eerste plaats op de rating-sprong-lijst. Zelf moest Kees tegen Wendy Peereboom en Piet van Boven moest tegen Peter van der Borgt. Piet verloor inderdaad. Peter sloeg toch op b2. Piet had met het tussendoor ruilen van paarden gevolgd door dameruil en Tfb1 het Peter moeilijk kunnen maken. Maar Piet vergat paarden te ruilen en verloor er toen eentje en dat was tegen Peter te veel van het goede. Kees leek op weg naar de zege, kwam materiaal voor en Wendy’s koning kwam midden op het bord terecht. Wendy had zich alleen wat tegenkansen op Kees’ damevleugel waar zijn koning na de lange rokade was beland. Kees onderschatte die tegenkansen en werd vervolgens door Wendy van het bord geschoven. Knappe prestatie van Wendy. Lachende derde was Jaap van Oosten die na stukwinst relatief makkelijk de zege pakte tegen Merijn van Koeveringe.

Bij de andere drie partijen zorgden blunders voor een snel einde. Matthijs Schouten zag een prachtig offer. Alleen zag hij niet dat Marius Leendertse met een tussenschaak het offer onschadelijk maakte en zo veel materiaal won dat partijwinst eenvoudig was. Dies Lokerse was ook weer van de partij nadat hij een paar maanden vanwege verhuizing afwezig was. Neef Dingnis merkte meteen dat Dies het niet verleerd was en de eerste de beste fout van Dingnis werd door Dies keurig afgestraft. Nog veel eerder had Jan Capello al opgegeven. Jans dame stond aangevallen door Anton Quakkelaars gepende paard. Maar niet meer toen Anton gerokeerd had. Toen Jan zijn dame vergat weg te zetten, werd die door Anton snel van het bord gepakt.

naar boven    naar beneden
 

Ronde 27
Op drie borden zat zwart vanaf de opening opgescheept met een zwakke pion. Eldert Besseling en Peter van der Borgt hadden een zwakke pion op e6 en Gayan den Hollander op d6. Bij alle drie ging het eigenlijk heel de partij om die pion. Wouter Bliek kon Elderts e6-pion winnen en vervolgens was de aanval met dame en loper over de diagonalen en toren over de open h-lijn op Elderts koning teveel voor Eldert. Omdat Ronald Hoek van Dijke twee open lijnen had (c- en g-lijn) en Gayan die pion op d6 moest verdedigen, kon Ronald Gayans stelling binnen dringen en dat was voldoende voor de winst. Peter wist Marko Burgers aanvallen net te verdedigen. Dat moest wel met bizarre zetten (zoals Pd7-b8 om pion c6 te dekken, gevolgd door a7-a6 om de toren van a8 naar a7 te spelen). Zetje voor zetje werd Marko's voordeel minder, zodat het uiteindelijk toch remise werd.

Dat was meteen de enige remise. Kees Weststrate en Piet van Boven, die beiden in een heftige strijd zijn verwikkeld in de rating-sprong-lijst, verloren allebei. Gezien de materiaalverhoudingen waren hun nederlagen logisch, maar gezien de beschikbare tijd voor hun tegenstanders was dat minder logisch. Zowel Jaap van Oosten als Wim van Stel hadden maar weinig tijd over om hun materiaalvoorsprong tot een vol punt te promoveren. Het lukte ze uiteindelijk wel. Daardoor bleef Kees dus Piet voor, maar zijn Marko Burger en Jaap van Oosten wel dichterbij gekomen. Spannend dus.

Bij Jerry Ros en Anton Quakkelaar werd het ook een tijdnoodduel wat door Jerry werd gewonnen na (volgens Jerry) zijn beste interne partij dit seizoen. Onze derde Hansweertenaar, Lou Poleij, speelde zeker niet zijn beste partij van dit seizoen. Al in de opening kwam hij een pion achter. Daarna won Herman Schoonakker er nog een pionnetje bij. Het eindspel wat resteerde was echter moeilijk omdat de grote stukken (dame en torens) nog op het bord stonden. Dat bood zeker kansen op remise, maar Lou wist ze niet te benutten. Dingnis Lokerse tenslotte, verloor van Matthijs Schouten.

naar boven    naar beneden
 

Ronde 26
Zeldzame nederlaag Bliek in 26e interne ronde

Uw commentator heeft vooral naar de externe wedstrijden gekeken en alleen maar fragmentarisch naar de interne competitie, met uitzondering dan van zijn eigen partij. In een interessante Siciliaan offerde Peter van der Borgt een stuk, maar dat offer werd door Gayan den Hollander geweigerd, wat Gayan actief spel opleverde. Zo kwam Peter een pion voor en omdat Gayan een aantal malen net niet de sterkste zet deed, kon Peter dat pluspionnetje uiteindelijk verzilveren. Bij Dingnis Lokerse heeft uw commentator niet meer waargenomen dan dat Dingnis een toren kon winnen, maar een dame verloor. Hoe Merijn van Koeveringe deze Hans Klok-achtige damewinst voor elkaar heeft gekregen is onduidelijk. Van Eric Clarisse tegen Ronald Hoek van Dijke heeft uw commentator niet meer gekregen dan Erics remiseaanbod en doordat dat door Ronald werd aangenomen, kan dus over deze partij niks verteld worden. Dat kan wel over die van Matthijs Schouten tegen Jan Capello. Matthijs verloor in de opening een pion en moest later een kwaliteit geven. Dat Jan won lijkt dus logisch, maar het had anders kunnen lopen. Matthijs had een tussenschaak met Le6. Jan reageerde met het logische (maar o zo foute) vervolg, Kh8. Helaas (voor Matthijs dan) deed Matthijs toen ook de meest logische zet: c4-c5 met aanval van de loper op Jans toren op a2 en met aanval op pion d6 (waarna promotie lonkte). Matthijs had evenwel met Dh5 (met de niet te pareren schaakzet De8) een ondekbaar mat in de stelling gebracht. Na Matthijs pionzet kon Jan nog net promotie tegengaan en de partij winnen. Dat lukte Wouter Bliek niet. Wouter speelde erg aanvallend tegen Marko Burger en uw commentator had vanuit zijn ooghoeken  het idee dat het allemaal iets te optimistisch was. Of dat zo was? Marko won in elk geval. Wouters voorsprong op Peter lijkt overigens groot genoeg om de titel ook dit jaar in de wacht te slepen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 25
Spannende partijen 

Ondanks dat tegen half twaalf alle partijen klaar waren, was het een spannende avond met goede partijen. In de strijd om het “rating”kampioenschap zaten de twee kemphanen Kees Weststrate en Piet van Boven aan twee belendende borden, zodat ze goed de ontwikkelingen bij hun tegenstrever konden volgen. Die leken aanvankelijk positief voor Piet. Piet had in de opening weinig te vrezen van dorpsgenoot Lou Poleij. De partij begon rustig en leek zich naar remise te slepen. Kees daarentegen had het met zwart moeilijk tegen Marius Leendertse. Kees had door wat pionzetten (zoals a6 en h6) kostbare tempi verloren en bleef daardoor zitten met een beroerd paard op c6. Maar na anderhalf uur draaiden de kansen. Piet had pardoes een toren weggeblunderd en Kees had zich uit zijn netelige positie bevrijd en had nu (naast twee torens en nog aardig wat pionnen) een paardenpaar dat het moest opnemen tegen Marius’ loperpaar. Tegen de normale gang van zaken in was dat paardenpaar veel sterker dan het loperpaar. Kees speelde dat mooi uit, won twee pionnen, verloor nog een kwaliteit door een listig zetje van Marius, maar mede doordat Marius zeeën met tijd had verbruikt, kon Kees toch het punt binnen halen. Mooie zege van Kees, die weer verder uitloopt op Piet, die na zijn torenverlies er tegen Lou niet meer aan te pas kwam, zodat Lou de veteranenkampioen van Hansweert is. 

Er won nog een Hansweertenaar, Jerry Ros. Daar was echter wel een blunder van Eric Dek voor nodig. Eric speelde een prachtige partij. Hij offerde een stuk op h2. Jerry nam het offer niet aan, maar dat leverde hem een slechte stelling op. Materieel gezien bleef het nog aardig gelijk, maar qua stelling niet: Jerry’s koning was slecht verdedigd, hij had 6 slechte pionnen en een loper op d3 die voor pion speelde. Eric kon al zijn stukken in de aanval mee laten doen. Jerry kon alleen hopen op een schwindel en die kwam er. Eric hief dameschaak met Tf7 op, maar Jerry kon die toren slaan en na Erics Kxf7 kon het eerder door de toren gepende paard van f3 naar e5 om niet alleen schaak te geven, maar ook Erics dame nog aan te vallen. Een vork dus die ervoor zorgde dat Eric het duivensportseizoen toch een beetje met een kater in zal gaan. Albert Muskee zal ook wel een kater aan zijn partij tegen Anton Quakkelaar over gehouden hebben. De opening liep al niet lekker en toen Albert met een paard op de loop ging, kwam hij ook nog materiaal achter. Een mooi moment om op te geven. 

Bram Boone had zijn bril opgezet, maar dat leverde niet meer dan een remise op. Jaap van Oosten moest zich weer enorm verdedigen, maar deed dat goed en ook het eindspel, waar foute zetten op de loer lagen, speelde hij feilloos uit. Jaap pakte de pionnen die Bram aanbood niet. Terecht, want anders was Bram Jaaps stelling dodelijk binnen gevallen. Matthijs Schouten had misschien ook remise kunnen maken, maar speelde in een gelijke stelling te gevaarlijk op winst. Wim van Stel, die nog maar weinig tijd had, kon Matthijs’ aanvalsdrift beteugelen en materiaal en de partij winnen.  

In de titelstrijd kwam Peter van der Borgt niet veel dichter bij Wouter Bliek. Hij mocht zelfs nog blij zijn dat hij niet verder achter kwam. Peter leek te gaan winnen na een opstoot met de f-pion. Jan besloot toen echter een loper te offeren (voor twee pionnen), waarna Peter niet zo slim afwikkelde. Er resteerde een eindspel van toren, loper en twee pionnen tegen toren en vier pionnen. Met veel geschuif en een aardig pionoffer op het eind wist Peter een stelling te creëren van loper + 1 pion tegen vier pionnen die toch gewonnen was, omdat Jans pionnen allemaal los kwamen te staan en Peter die één voor één zou gaan opeten. Dat wachtte Jan niet af. Wouter won gemakkelijker. In de opening wist hij door een opmars van zijn c-pion een paard van Herman Schoonakker zo aan te vallen dat dat paard (om torenverlies te voorkomen) allen naar een veld kon wat tot pionverlies zou leiden. Dat pionnetje minder was zo erg nog niet, maar wel dat Wouters stukken ook beter stonden.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 24
Kees en Piet in hevige strijd verwikkeld om titel 

Misschien een rare kop, maar zo is het wel. Naast wie er clubkampioen wordt, is er ook nog de vraag wie de hoogste ratingsprong maakt. In het begin leek Wendy Peereboom de meeste kans op die prijs te maken, vervolgens kwam Piet van Boven boven drijven en nu is het Kees Weststrate die boven aan staat. Kees heeft +76 en Piet +73 en Gayan den Hollander is met +60 ook nog niet helemaal kansloos. De 24e ronde deed Kees Weststrate goede zaken door Matthijs Schouten te verslaan. Dat punt kwam overigens niet aanwaaien. Kees kwam wel materiaal voor, maar Matthijs kreeg een geweldige stelling. Even leek het of dat Kees teveel zou worden, maar Matthijs vond de weg naar de winst niet of was het Kees die er voor zorgde dat er helemaal geen weg naar de winst was? Piet van Boven kwam niet verder dan remise, alhoewel remise (en ook nog een terechte) tegen Flip Meijaard natuurlijk geen slecht resultaat is voor Piet. 

In de strijd om het clubkampioenschap kwam Wouter Bliek niet verder dan remise tegen Albert Muskee. Wouter wilde een pion offeren, deed het toch maar niet en toen was een stelling met voor beide spelers wel heel erg weinig pit ontstaan. Eerste achtervolger (maar wel op grote afstand) zorgde wel voor pit door met zijn g-pion naar voren te racen. Het leverde hem een pion op en een betere positionele stelling. Ronald Hoek van Dijke leek aan de wurggreep te ontsnappen door zijn torens op de h-lijn te verdubbelen. Er was alleen een klein probleem: de ene toren zou h1 nooit bereiken doordat Peter de kwaliteit zou gaan winnen na La4. Ronald gaf toen maar op. 

Dingnis Lokerse was de eerste die op kon geven. Hij kwam er op harde wijze achter dat f7 een punt is wat je wel moet verdedigen. Dat deed hij niet en zo werd hij door Wendy Peereboom “gemat”. Ook Wim van Stel kon al snel een punt bijschrijven. In de opening won hij een paard en toen Merijn van Koeveringe met een (opportunistisch, wat een mooi woord is voor fout) loperoffer een dame wilde terugwinnen was het spel uit, want het kostte gewoon een loper. Met twee stukken achter was er weinig meer te halen. Dat gold ook voor Anton Quakkelaar, die door Marko Burger op een enorme koningsaanval werd getracteerd. Bij Marko deden al zijn stukken mee, terwijl bij Anton een paar stukken stonden te “niksen”. Dat moest wel fout gaan en dat deed het ook. 

Ook zeges waren er voor Herman Schoonakker (die rustig bleef tegen Jan Capello en steeds beter kwam te staan) en Jerry Ros, die met de bijzondere variant van het Frans van Jaap van Oosten wel raad wist.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 23
Spannend zonder verrassingen
 

De 23e ronde kende veel spannende partijen, waar op het scherpst van de snede gestreden werd en waar uiteindelijk toch een logische uitslag op het bord kwam. 

Zo bouwde Dingnis Lokerse zijn partij tegen Piet van Boven gedegen op en leek deze partij lang naar remise te gaan totdat Dingnis een klein foutje maakte en Piet er als de kippen bij was om het af te maken. Nu we het toch over beesten hebben: blijkbaar waart het Rhino-virus rond onder Nederlandse paarden. Welnu, die van Flip Meijaard hadden nergens last van, want die wisten Merijn van Koeveringes dame te vangen. En toen was het voor Flip een koud kunstje het punt binnen te halen. 

Ronald Hoek van Dijke koos voor ongebruikelijk tegenspel in het Italiaans. Vooral tegenstander Albert Muskee profiteerde daarvan, want hij wikkelde af naar een eindspel waarin Ronald met een zwakke dubbele e-pion bleef zitten. Ronald speelde echter actief tegen, zodat Albert geen nieuwe zwaktes in Ronalds stelling kon creëren en omdat één zwakte te weinig is om te kunnen, winnen werd het remise. Ook Eric Dek had over zijn remise niet te klagen. Lang leek Eric goed te staan. Na slaan op f3 had Rob Oosterlee bewust met de g-pion terug geslagen. Dat zag er slecht uit, want zo kwam de kort gerokeerde koning wel erg “bloot” te staan. Rob kon Erics koningsaanval echter afslaan en na veel geruil, resteerde een stelling waarin Rob iets beter stond, maar onvoldoende beter om te kunnen winnen. 

Jan Capello wist met kleine zetjes Lou Poleij steeds meer in het nauw te brengen. Dat kostte Lou een pion en na veel manoeuvreren ook de partij. Zo ging het eigenlijk ook bij Anton Quakkelaar. Anton verloor een pion (of was het een offer voor aanval?) en ondanks ogenschijnlijk mooie tegenkansen, hield Wouter Bliek zijn stelling op orde en het pluspionnetje besliste uiteindelijk. 

Dan hebben we nog de partijen die zeer scherp gespeeld werden. Wim van Stel en Herman Schoonakker gingen allebei vol voor de winst. Toen de kruitdampen waren opgetrokken, bleef een materieel gelijke stelling over, waarbij uw commentator het idee had dat Wim de beste kansen had, want Wim had een vrijpion. Herman startte echter een tegenaanval die Wim zo in de war bracht dat Wims vrijpion niet naar voren ging en Herman wel een pion tot het promotieveld kon laten doordringen. Punt voor Herman dus. 

Ook Peter van der Borgt won in een Caro-Kann waar aanvankelijk alles om de damevleugel ging en Peter Jerry Ros in de tang leek te hebben, maar Jerry verdedigde zich prima. Toen de strijd zich naar de koningsvleugel verplaatste, kon Jerry niet het goede plan bedenken en nadat Jerry’s dame geruild was tegen twee torens, was een dreigende promotie en dubbelaanval op Jerry’s torens genoeg voor de zege van Peter. Nog scherper ging het er bij Gayan den Hollander en Marko Burger aan toe. Gayan had een verschrikkelijk sterk paard op d5. Dat dreigde van alles, maar kon zijn dreigingen niet uitvoeren omdat hij dan op g2 mat werd gezet. Na ruil van wat stukken en de dames leek de stelling in rustiger vaarwater te komen. Marko blunderde echter met Tc7, waarna f6 volgde met aanval op toren g7 en matdreiging op b8. Marko gaf terecht meteen op.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 22
BLIEK LOOPT VERDER UIT 

Tien partijen en bijna alle tien kenden een scherpe strijd. Alleen bij Jan Capello en Albert Muskee leidde de Russische opening tot vlak spel met weinig kansen voor Jan en Albert. Remise was dan ook een logische uitslag. Dat was bij de twee andere remisepartijen wel anders. Bram Boone ruilde zijn fianchettoloper en bleef daardoor met een gat op g2 zitten. Toen Bram ook nog kort rokeerde, kon Ronald Hoek van Dijke daar via een opstomende f-pion en een dame op h3 gebruik van maken. Ronald won een pion en leek makkelijk af te wikkelen naar de winst. Het tweede pionnetje dat Ronald won, gaf Bram echter tactische tegenkansen en die wist Bram goed te benutten. Hij won een kwaliteit en daardoor waren Ronalds winstkansen verdwenen. Peter van der Borgt offerde een stuk, wat hij wel terug won, maar toen Eric Dek degelijk tegenspel bleef bieden, vergat Peter af te wikkelen naar een iets betere stelling. Peter verloor een aantal tempi met tactische grapjes die Eric makkelijk kon pareren. Erger nog: Eric won gewoon een pion en dreigde mat achter de paaltjes en als Peter dat tegen wilde houden, kon Eric alle belangrijke stukken afruilen en zijn pluspion de partij laten beslissen. Eric liet ruilen achterwege en toen resteerde een stelling met nog veel materiaal op het bord en wederzijdse kansen en weinig tijd voor beide spelers, waarna Peter Erics remiseaanbod wel moest aannemen. 

Omdat Peter remise speelde, kon Wouter Bliek verder uitlopen door van Jerry Ros te winnen. Dat lukte, maar het kostte wel veel moeite. Er kwam uiteindelijk een eindspel op het bord, waarbij er weliswaar een materieel evenwicht was, maar positioneel niet. Wouters paard bleek sterker dan Jerry’s loper. Jerry liet het zich niet bewijzen en gaf met weinig tijd op de klok op. Jerry was niet de enige Hansweertenaar die opgaf terwijl de materiaalverhoudingen daar niet op wezen. Bij Lou Poleij was het nog gekker. Lou stond een stuk tegen twee pionnen voor. Nu was dat omdat Eldert Besseling op h6 een stuk had geofferd. Eldert had daarvoor nogal wat terug gekregen: twee pionnen, een open f-lijn (waar Elderts toren al klaar stond om toe te slaan), een dame op h6, een paard op g5 en een loper op d3, die na e4-e5 ook mee zou gaan doen. Lou is ervaren genoeg om te zien dat binnen een paar zetten hij mat zou staan of veel materiaal achter. Punt voor Eldert dus door een aanvalspartij-uit-het-boekje. 

Ook bij  de andere partijen ging het veel “volgens-het-boekje”. Herman Schoonakker sloeg met een paard een loper op e6. Flip Meijaard besloot terug te slaan met de f-pion (in plaats van met de dame). Flip zal daar spijt van hebben gehad, want pion e6 werd een aanvalsobject. Uiteindelijk ging die pion er dan ook aan en kon Herman makkelijk de zege pakken. Nou ja, makkelijk? Herman meende met Tf8 de partij mooi uit te maken en Flip dacht dat het ook “uit” was en hij gaf op. Het klopte dat het theoretisch “uit” was; alleen dan in Flips voordeel, want Hermans Tf8 was gewoon een blunder. Gelukkig voor Herman maakte Flip dezelfde gedachtenfout als Herman en hadden beiden niet gezien dat met de koning op f8 slaan winnend was voor Flip. Marius Leendertse kreeg een penning over de d-lijn over zich heen en hoe hij zich ook verdedigde die penning bleef een last. Merijn van Koeveringe maakte daar mooi gebruik van en won zo knap de partij. Kees Weststrate speelde zijn geliefde spelletje (loper naar g5, h-pion opspelen en “gaan met die banaan”). Meestal is er dan een tegenaanval waardoor Kees verrast wordt, maar dit keer liet Kees het niet zover komen. Hij rokeerde op tijd (lang uiteraard), liet zijn f-pionnetje niet pakken en speelde op het juiste moment zijn loper van g5 naar h6 en dat leidde tot materiaalverlies voor Wim van Stel (pion en dame tegen paard en toren). Wim ging toen nadenken, lang nadenken op zoek naar het goede tegenspel. Dat vond hij ook nog wel en zo kon hij vechten voor remise, ware het niet dat hij door zijn vlag ging. Mooie partij van Kees. 

Ook Gayan den Hollander speelde een goede partij. Aanval over de b-lijn, druk langzaam opvoeren, stukken van tegenstander Anton Quakkelaar naar minder handige velden dwingen en uiteindelijk afronden met pionwinst. De tweede pion die Gayan pakte was echter vergiftigd en zo verloor Gayan zijn stuk. In plaats van zijn stelling te consolideren (en proberen remise te behalen), ging Gayan wild met zijn pionnen naar voren, zodat Anton gewoon het goede moment kon afwachten om de winst te pakken. Piet van Boven kwam al snel een stuk achter. Jaap van Oosten leek dan ook makkelijk te winnen, maar Piet bleef het Jaap moeilijk maken en Jaap moest dan ook alle zeilen bijzetten om het volle punt mee naar Bath te nemen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 21
In de Tang 

Vier spelers kwamen gisteren al snel “in de tang” van hun tegenstander. Ieder probeerde zich op zijn eigen manier te weer te stellen. Rob Oosterlee probeerde wat ruimte te krijgen door een stuk tegen twee pionnen te offeren. Veel loste dat echter niet op en Marko Burger kon dan ook een punt bijschrijven. Ronald Hoek van Dijke probeerde een combinatie van stug verdedigen en een pionnetje opofferen. Ook dat werkte niet, zodat Wouter Bliek zijn mooie koppositie kon handhaven. Anton Quakkelaar beperkte zich tot verdedigen, maar bleef zo in de wurggreep van Peter van der Borgt die zijn partij bekroonde met een aardige matcombinatie. Lou Poleij (gelukkig weer terug na een operatie) volgde de methode-Quakkelaar en had daarmee wel succes. Al moeten we eerlijk bekennen dat dat meer kwam omdat Gayan den Hollander zijn kansen niet benutte. Remise was uiteindelijk hier de uitkomst. 

Ook weer terug na heel lange tijd was Wim van Stel en Wim was het nog niet verleerd, want hij zette Dingnis Lokerse gewoon mat. Zover liet Merijn van Koeveringe het niet komen, want één zet voordat Kees Weststrate hem mat zou zetten, gaf Merijn op. Kees rokeerde dit keer op tijd, hield zijn koningsstelling gesloten en vloog aan de andere kant van het bord Merijns koning naar de keel. Goed gespeeld van Kees, die de week ervoor ook al knap in Middelburg gewonnen had (net als Merijn trouwens). Tussen Herman Schoonakker en Jaap van Oosten ging het er rustig aan toe, totdat Jaap g7-g5 speelde. Dat leek nogal wild, maar omdat Herman pardoes een stuk weggaf, zullen we nooit weten of g5 te wild was. Jaap speelde het na dat stukwinst netjes uit namelijk. 

Jan Capello kwam niet zo lekker uit de opening tegen Jerry Ros. Hij bleef met een slechte e-pion zitten. Maar echt vervelend werd het nadat na dameruil Jerry opeens een kwaliteit kon winnen. Jan dacht toen nog met een truc dat te kunnen voorkomen, maar de truc werkte niet en zodoende kon Jan opgeven. Eldert Besseling tenslotte viel weer eens terug op zijn vertrouwde spel (ergens in de eerste 10 zetten f4 spelen). Dat leverde mooi spel op en Eric Clarisse moest nauwkeurig tegen spelen. Dat deed Eric en met nog best veel stukken op het bord ging er zo maar materiaal van Eldert verloren en moest Eldert Eric feliciteren.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 19
VEEL REMISES NA STROOMSTORING 

Net toen we wilden gaan schaken, viel de stroom uit in bijna heel Kruiningen. Ook in Ons Dorpshuis. En net toen we na een half uurtje besloten hadden dan maar weer in te pakken, floepten de lichten aan en konen we toch nog schaken. Omdat het inmiddels al half negen was, werd besloten alle partijen in het “snelle” tempo te spelen. Helaas was een enkeling hem inmiddels gepeerd. Maar de zeven resterende partijen waren zeker niet oninteressant. Ondanks dat 4 van de 7 in remise eindigden. Laten we eerst die remises maar eens behandelen, van meest logische tot minst logische. 

Wouter Bliek kreeg met wit niet meer dan een klein voordeeltje tegen Peter van der Borgt. Wouter probeerde nog wat met het vileine Da3, maar Peter zag alle trucjes die na die zet in de stelling kwamen en wikkelde af naar remise. Waarschijnlijk zal ook Fritz hier wel heel de partij binnen de remisemarge zijn gebleven. Of dat bij Albert Muskee en Rob Oosterlee ook zo was, kan betwijfeld worden. Albert kwam lekker uit de opening, kreeg kansen over de d- en de e-lijn en ook over de diagonaal vanaf a3, maar Rob beperkte zich tot verdedigen en deed dat zo goed dat Albert eigenlijk niet echt verder kwam en met het oog op de tijd er toch maar voor koos voor de remise te gaan, alhoewel zijn stelling er nog steeds kansrijk uitzag. 

Ronald Hoek van Dijke bood remise aan, omdat hij dacht na Dh5+, Kg8 met een loperoffer eeuwig schaak te kunnen forceren. Die gedachte klopte met dien verstande dat (wanneer Jan Capello het loperoffer zou aannemen) Ronald zelfs mat zou kunnen geven (tenzij Jan heel veel materiaal zou geven). Maar goed het loperoffer kwam er niet, want Jan nam Ronalds aanbod aan. Dat Eric Dek niet verder zou komen dan remise was wel verrassend. Eerst won hij in de opening een belangrijke centrumpion en later ook nog een kwaliteit. De enige tegenkans van Gayan den Hollander was “schwindelen” en in het eindspel bracht hij Eric zo in de problemen dat Eric geen winstweg meer zag. 

De winst was voor Wendy Peereboom en Piet van Boven al binnen 10 zetten ver weg. Wendy verloor een stuk en Piet zelfs twee. Degelijke spelers als Flip Meijaard en Herman Schoonakker weten daar wel raad mee.  

Meest spektakelrijke partij was die tussen Marko Burger en Jerry Ros. Marko speelde gedurfd, zeer gedurfd. Het zag er allemaal dreigend uit, maar uiteindelijk bleek het toch een soort harakiri-schaak te zijn. Jerry wist al Marko’s dreigingen te pareren en (doordat Marko zo nu en dan wat geofferd had) wist zijn materiaalvoorsprong zo in te zetten dat Marko midden op het bord zo goed als mat gezet werd.

naar boven    naar beneden 

 

Ronde 18
Eric Clarisse toverde tegen Jerry Ros het Russisch op het bord. Het werd een gortdroge stelling. Wit kreeg na dameruil weliswaar een extra tempo maar met lopers op e2 en d2 telt dat eigenlijk niet meer. In deze stelling waarbij het voor zwart niet meer mogelijk is om actief te spelen, tastte zwart mis en gaf door een combinatie een stuk weg, de stukken konden ook gelijk de doos weer in.

Piet van Boven had tegen Jan Capello een solide en gesloten stelling opgezet, nadeel hiervan is dat het altijd moeilijk is om in zo een stelling een goed plan te verzinnen om “iets” te gaan doen. Jan gooide na rustig alles ontwikkeld te hebben de stelling open en kwam ergens in een combinatie een toren voor en dat is natuurlijk te veel van het goede.

Herman Schoonakker had tegen Gayan den Hollander een draakje op het bord gezet die wit met een korte rokade heel voorzichtig speelde. Dat werkte toch goed en het was wit die een pion over de c-lijn liet marcheren. Toen promotie alleen met stukverlies was af te wenden, was het gedaan met zwart.

Wendy Peereboom pakte tegen Marius Leendertse een pion op d6 die op dat moment weliswaar niet goed gedekt stond maar de penningen die door dit slaan te voorschijn kwamen, kostte wit ineens een stuk. Marius’ geschenk was dus geen vriendschappelijke geste (uiteraard in de schaaktechnische zin).

Kees Weststrate probeerde tegen Albert Muskee uiteraard weer een snelle aanval op te zetten. Met een lange rokade en h4. Albert was het eigenlijk die de hegemonie kreeg over deze helft van het bord. Kees moest verdedigen en deed dat niet nauwkeurig en moest materiaal inleveren. Dat materiaal kwam een beetje terug maar Albert kreeg 2 stukken voor een toren, op dat moment waren de damevleugelpionnen (waar wits koning stond) al naar voren gegaan en waren de 2 stukken veel sterker dan de toren. Zwart was bezig de vele gaten te benutten in de damevleugel tot  Kees een kwaliteit weggaf en met flink wat gemopper over zoveel “domheid”  doorging  tot (ondekbaar) mat. Foutjes in schaken horen er echter bij. Blunders ook, kijk maar naar het laatste Tata-toernooi  waar ook de wereldtoppers gruwelijke blunders maakten.

Foutjes ook bij Wouter Bliek die met koningsgambiet aankwam tegen Bram Boone en via wat rommelen terecht kwam in een heel andere opening. Vreemd natuurlijk, maar als zwart a6, b5, c5 en d6 heeft staan en wit heeft c3,d5 en e4 dan is dat toch echt een benoni structuur. Zwart had toen alles al ontwikkeld en wit nog niet dus zwart stond gewoon een tikje beter. Wit kon toch een koningsaanval opzetten en met g4 en h4 kwam zwart in de problemen en moest om de zaak droog te houden het gat op e5 na wat ruilen op dat veld dichtgooien met de d6 pion. Door ook een pion op g5 was zwart eigenlijk bijna alle velden kwijt op zijn 3e rij en kon wel alles nog goed dichthouden maar niks meer zelf doen. De switch van koningsaanval naar de damevleugel was toen voor wit het plan en nadat die kant was verzwakt voor zwart kon met een kwaliteitsoffer Wouter een positionee  gewonnen stelling bereiken.    

naar boven    naar beneden 

 

Ronde 17
Herman Schoonakker had een snelle pot tegen Dingnis Lokerse. Met zwart had Dingnis weliswaar een pionnetje verloren maar hij had wel ineens heel veel stukken gericht op de witte monarch. In plaats van een aanval te beginnen werden de zwarte stukken cadeau gedaan en kon wit simpel winnen.

Bij Albert Muskee en Merijn van de Koeveringe kon Merijn het met zwart wel lang droog houden maar hij gaf in het middenspel een stuk voor 2 pionnen en dat bleek niet genoeg om wit tegen te houden en Albert tikte het daarna uit.

Eldert Besseling had tegen Piet van Boven met de zwarte stukken in de opening snel een voordeeltje gekregen maar daarna kwamen enkele rare zetten van Eldert. Piet gooide daarna de zaak open en het werd een open stelling met voor beide spelers allerlei tactische kansen. Normaal is Eldert daar juist heel goed in maar Piet bleek zwart tactisch in problemen te brengen. Wit won een pion en zwart gaf van ellende ook maar een kwaliteit om niet direct gevloerd te worden. De redding voor Eldert was echter dat wit na de moeilijke partij geen energie meer had om de stelling nog uit te spelen en remise aanbood.

Eric Dek had met zwart weer een damefiancetto op het bord gezet ditmaal tegen Marko Burger, maar hij liet die loper ruilen tegen een paard en zijn witte velden werden daarna allemaal in beslag genomen door wit. Dat kostte minstens een pion. Marko besloot  om die pion niet te pakken maar de druk op te voeren en dan op een beter moment alsnog de “dode”c-pion te pakken. Prima plan maar dan moet je wel een keer die c-pion pakken en dat deed Marko niet. Zwart kon los komen en had de mogelijkheid om groot voordeel te krijgen, i.p.v. een pion op e4 te slaan met een paard, wat daarna onaantastbaar in de witte stelling stond werd met f5xe4 geslagen  en nadat die pion later werd weggegeven  werd zwart alsnog onder de voet gelopen.

Jan Capello kreeg tegen Wouter Bliek dit keer eens geen Caro-kann op het bord maar het werd een Siciliaanse Najdorf met e5, een scherpe opening die zwart wel nauwkeurig moet spelen. Met een te snel b5 was het zwart die een missertje maakt en wit had met a4 voordeel kunnen halen. Jan deed dat niet en hij deed f3 om e4 een extra dekking te geven. Zwart kreeg daarna prettig spel toen wit 0-0 en Le3-f2 speelde. Jan probeerde de stelling daarna nog dicht te gooien door een stuk in het zwarte gat op d5 te zetten maar door ruil kwam daar een pion die door een “nare” tussenzet van zwart niet meer te dekken was. Wit werd teruggedrongen en Jan had geen zin om in een niets-stelling door te gaan modderen in de hoop dat zwart het dan nog fout doet.

Jaap van Oosten speelde wederom een prima partij, Anton Quakkelaar bleef met zwart dat hardnekkige zwartnadeeltje houden en kon weinig spel ontwikkelen tegen het solide witte spel. Wit kwam zelfs een pionnetje voor maar gaf later in tijdnood een kwaliteit weg en ging daarna in verloren stelling nog door de vlag. Vervelende was dat achteraf de klok gewoon verkeerd stond en de tijd gewoon 1½ uur KO was en niet de extra 5 sec. die we volgens het Fischer-tempo erbij krijgen.

Datzelfde gebeurde ook in de partij van Jerry Ros en Gayan den Hollander. Jerry was met wit zetje voor zetje de zwarte stelling van het bord aan het duwen, dit kostte wel veel denktijd maar leverde wel materiaal op. Wit ruilde daarna zo dat de zwarte versnipperde structuur weer hersteld werd en de dramatische loper van zwart ineens weer een echte loper werd. Wit bleef wel voor de winst gaan  maar dat kostte weer extra veel tijd en zwart leek zelfs winstkansen te krijgen. Jerry koos wel eieren voor zijn geld en er kwam een eindspel van 2 pionnen en een toren voor beiden op het bord. Wit had echter 3 minuten en zwart 45. Na veel zetjes bleek Jerry op den duur nog 1 hele seconde te hebben en zwart 35 minuten. Toen viel het uw verslaggever pas op dat ook hier de klok niet de 5 bonusseconden gaf (Jerry zou immers  minstens 5 seconden moeten hebben nadat hij gezet had). Na overleg en met de compleet remisestaande stelling die al een tijdje op het bord stond, is deze partij dan maar remise geworden.

naar boven    naar beneden 

 

Ronde 16
Kees Weststrate was jarig, maar tijdens de partij was hij “nog niet "jarig”, want toen Kees lang (dus naar de damevleugel) rokeerde, kon Eldert Besseling met zijn stukken, die toch al gereed stonden voor de aanval op die kant, Kees snel van het bord zetten. Het was sowieso een snelle avond, want om 11 uur waren alle partijen klaar. Dat had zomaar anders kunnen zijn. Jaap van Oosten speelde de opening prima tegen Peter van der Borgt en wist een stelling op het bord te toveren die na Te8 tot een langdurig eindspel had kunnen leiden, maar Jaap speelde f6 en toen kon Peter zijn andere toren snel in het spel brengen en aan een dodelijke koningsaanval beginnen. 

Dingnis Lokerse kwam best lekker uit de opening, maar toen hij een loper offerde om met zijn toren op de 7e rij binnen te komen, was het snel over. Tegenstander Marius Leendertse kwam namelijk even hard met zijn dame in Dingnis’ stelling naar binnen en met dat stuk meer wist Marius wel raad. Dat wist Merijn van Koeveringe niet. Matthijs Schouten had een stuk weggeblunderd, maar bleef lastig tegenspelen en wist uiteindelijk met toren en paard zoveel stukken van Merijn tegelijk aan te vallen dat er altijd wel eentje niet gedekt kon worden. Knappe zege van Matthijs. 

Piet van Boven kon niet voorkomen dat Anton Quakkelaar met zijn dame op c7 niet alleen een pion won, maar ook nog Piets stelling in bedwang hield. Dat leverde op een gegeven moment meer materiaal en de partij op. Albert Muskee won van Johan Goedegebuure in een allerminst eenvoudige partij. Beide spelers speelden met vuur toen ze beiden met een toren konden binnendringen in de vijandelijke linies en beiden vrijpionnen kregen die ogenschijnlijk probleemloos konden doorlopen. Albert kon met wat torenschaakjes zijn toren echter zo manoeuvreren dat Johans verst opgestoomde pion niet zomaar kon doorlopen en dat hij zelf ook nog mat op c1 kon geven. Dat leverde Albert zoveel tempi op dat dit voldoende was voor de winst. 

De meest saaie partij speelden Eric Dek en Jan Capello. Die partij is constant in volstrekt evenwicht geweest zonder dat één van beide partijen ook maar ergens een kansje had om iets te forceren of iets te proberen. De spectaculairste partij werd gespeeld door Herman Schoonakker en Jerry Ros. Hermans koningsstelling was erg open en na een (min of meer gedwongen) kwaliteitsoffer van Jerry kwam Hermans koning nog meer op de tocht te staan. Herman had evenwel ook mooie tegenkansen. Mogelijk zou het teruggeven van de kwaliteit Herman de remise hebben kunnen opleveren. Dat gebeurde nu niet en Jerry won.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 15
GEEN VERRASSINGEN IN 15E RONDE 

Eldert Besseling kreeg te maken met een lastige open b-lijn, waarop Wim Jacobusse zijn torens posteerde. Dat was al lastig, maar toen Eldert zijn dame naar de a5 bracht, kon Wim Ta4 spelen en was Elderts dame ingesloten en konden de stukken de doos in.

Ook bij Eric Clarisse en Anton Quakkelaar was de partij al snel klaar. De reden hier was niet zo leuk voor Eric: hij moest opeens een probleempje op zijn werk gaan oplossen. Anton stond een pion achter en de heren besloten dan maar tot remise. Gayan den Hollander had toen al gewonnen van Dingnis Lokerse.

Merijn van Koeveringe ontwikkelde in de opening vooral zijn dame en Herman Schoonakker ontwikkelde ook zijn andere stukken. Dat moest dus wel fout lopen. En inderdaad, Herman won een pion en vervolgens ging Merijn prima tegenspel bieden. Met e4/e5 leek hij Herman zelfs in de problemen te kunnen brengen ware het niet dat Herman Lf5 had waarmee hij een kwaliteit kon winnen en meteen ook Merijns tegenaanval kon neutraliseren, waarna Merijn al snel daarna kon opgeven.

Peter van der Borgt haalde weer eens een koningsgambiet van stal. Flip Meijaard reageerde iets te voorzichtig en Peter wist wel raad met zijn ontwikkelingsvoorsprong. Na De3 dreigde Peter stukwinst of pionwinst gevolgd door mat. Flip gaf dus maar een stuk, maar had met Dg4 in troebel water kunnen vissen. alhoewel Peter dan minstens een pion was voorgekomen en dat mat misschien ook nog wel gevolgd zou zijn. Flip speelde nog even door met dat stuk minder, maar uiteindelijk kon Peter een punt bijschrijven.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 14
SPECTACULAIRE RONDE 14 

Het spektakel was er al snel. Dingnis Lokerse en Melvin van der Borgt werkten hun partij in sneltreintempo af. Dat leverde Dingnis een volle dame op, maar in zijn drang om te winnen vergat Dingnis zijn verdediging en werd hij pardoes mat achter de paaltjes gezet, zodat Melvin zijn eerste seizoenzege boekte. Wendy Peereboom kwam een toren achter tegen Piet van Boven en ondanks actief verdedigen moest ze uiteindelijk toch haar koning omleggen. Dat moest Herman Schoonakker ook, maar dat had hij best kunnen voorkomen door al in de opening Edwin Pompert op een stevige materiaalachterstand te zetten. Edwin was wel erg wild gestart en had zijn ontwikkeling wat veronachtzaamd. Edwin had na Hermans schaak met de dame (op d4) net Te1-e3 gespeeld en toen was deze stelling ontstaan: 

 

Herman sloeg nu de pion op e5 (met het paard), maar hij had een veel betere zet. Ziet u hem? (antwoord: onderaan dit artikel) 

Herman kwam dus wel een pion voor, maar kwam niet meer aan rokeren toe en Edwin wist zo toch het volle punt nog binnen te halen. Dat lukte ook ons Arubaanse lid, Wim Jacobusse. Wim is (zoals altijd in december) weer even in het land en speelt dan ook nog een paar potjes mee. Marius Leendertse kwam in de problemen nadat hij met Lc4 op zoek was naar een loperruil. Wim sloeg met zijn loper (die op d5 stond) echter op f3 en Marius moest met de g-pion terugslaan (om niet de d-pion te verliezen) en toen kreeg Wim zo’n mooie stelling dat dit voor Marius wel mis moest gaan. 

Eldert Besseling speelde een prima partij tegen Anton Quakkelaar. Hij won niet alleen een pion (met mooi manoeuvreerschaak), maar was ook op weg naar een overwinning totdat de tijdnood hem nekte en zo pakte Anton toch weer de winst. Onze andere Krabbendijkenaar, Kees Weststrate, speelde een puike pot. Kees speelde in zijn eigen stijl de g- en de b-pion ver op; die werden geruild tegen de h- en de a-pion van Jerry Ros. Kees begon een geweldige aanval over de h-, g- en f-lijn en het was wachten op de knock-out. Met kunstenvliegwerk wist Jerry zijn stelling niet alleen te redden, maar zich er ook nog uit te redden en de partij te winnen. 

Toch een hele knappe partij van Kees. Een andere 5e-team-speler, Jaap van Oosten, speelde ook al een geweldige partij, maar moest op het eind toch ook in het stof bijten tegen Wouter Bliek. Jaap had weer een enorme vesting opgetrokken. In de tijdnoodfase offerde Wouter een kwaliteit. Dat zag er gevaarlijk uit; in elk geval zo gevaarlijk dat Jaap niet binnen de tijd een uitweg zag. Daar waar Jaap de remise net niet konden binnen slepen, konden Eric Dek en Peter van der Borgt dat wel, maar daar hadden ze wel de hulp van hun tegenstander nodig. 

Eric Dek en Ronald Hoek van Dijke speelden een partij met wederzijdse dreigingen. Er moest dus goed opgelet worden. Dat kostte Eric meer tijd dan Ronald. Ronald wist daar van te profiteren en hij kwam daardoor pionnen voor en moest alleen opletten dat Eric met zijn twee torens (tegen een dame van Ronald) niet iets als eeuwig schaak had. Eric wist zich weliswaar knap staande te houden (zettenlang zat hij met zijn beschikbare tijd onder de minuut!), maar bleef toch verloren staan. Misschien zag Ronald niet precies hoe hij moest winnen of was hij een beetje van slag doordat Eric (in die grote tijdnood) toch nog een pionnetje wist te snoepen, maar in elk geval bood Ronald remise aan en daar dacht Eric niet lang over na (dat kon ook niet, want hij had dus nauwelijks meer tijd over).  

Ook Peter van der Borgt hoefde niet lang over Rob Oosterlees remiseaanbod na te denken. Peter had met het wilde g7-g5 en vervolgens het binnen laten komen van Robs dame op h6 het verkeerde plan gevolgd en hij had daardoor een stuk moeten geven zonder veel materiële en positionele compensatie. Het was alleen dat Rob weinig tijd meer had en Peter wat meer. Rob was er blijkbaar bang voor dat hij in de 7 minuten die hij nog had de winstweg niet zou zien (of dat de druk te moeten winnen te groot was) en bood remise aan en Peter nam dat vroege kerstgeschenk meteen aan. 

Marko Burger deed nog niet aan kerst. In zijn eigen stijl (die wat weg had van die van Kees Weststrate) speelde hij zowel dame- als koningsvleugelpionnen naar voren. Het leek uw verslaggever toe dat Jan Capello daar meer voordeel van had dan Marko, maar Marko wist Jan zo in de problemen te brengen dat Jan zijn dame moest geven voor een toren en een stuk. Nu is dat soms wel remise te houden, maar daarvoor stonden Jans overige stukken te ongelukkig. 

Antwoord partij Edwin – Herman: Met Pg4 had Herman de winst in handen, want na het logische c2-c3 volgt toch gewoon Pxe3.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 13
SINTERKLAAS KWAM LANGS IN DE 13E RONDE 

De 13e ronde spelen op 5 december. Da’s vragen om blunders. En dat gebeurde dan ook. Irene Beeftink en Dingnis Lokerse speelden het best voor Sinterklaas en Merijn van Koeveringe en Edwin Pompert aanvaardden de cadeaus en wonnen hun partij al snel. Bij de meeste andere partijen werd er ook wel één en ander weggegeven, maar bij andere partijen gebeurde dat niet of werd het cadeau niet “gezien”. Wouter Bliek wist tegen Eric Dek met wit weinig te bereiken, Erger nog: met het paardoffer Pe5 had Eric de partij kunnen beslissen, maar hij speelde Pb8, waarna hij nog steeds “lekker” stond, maar te weinig had voor de winst. Wouter liep zo tegen zijn eerste remise aan. Peter van der Borgt ging in op een verleidingszet van Ton van Vliet. Daardoor kwam er een bijzondere materiaalverhouding op het bord: dame + toren + paard tegen 2 torens + loper + paard. Toen Peter toestond dat Tons paard op het schijnbaar onaantastbare d5 kwam, leek Peter genoegen te moeten nemen met remise. Op het goede moment offerde Peter echter de kwaliteit terug om zo een niet te stoppen vrijpion te creëren. Peter won dus en liep iets in op Wouter. 

Anton Quakkelaar zakte verder weg door in een remiseachtig eindspel met voor beide spelers weinig tijd de weg kwijt te raken, waardoor Bram Boone deze Wemeldingse tweestrijd in zijn voordeel wist te beslissen.

Ronald Hoek van Dijke had een mooie open torenlijn en dacht in deze stelling, 

nadat Lou Poleij net d7-c6 had gespeeld, lang na over Txh7, maar dacht dat Lou na cxd5 (gevolgd door f6) zijn koning kon laten ontsnappen. Of dat zo is, mag u zelf beoordelen, maar ook mag u eens nadenken over de vraag of Lou niet gewoon op h7 kon slaan. Wat was Ronalds plan dan en kon Lou mat dan nog voorkomen. Ik ben benieuwd wat u er van vindt.

Uiteindelijk won Ronald in het eindspel na wat ongelukkig manoeuvreren van Lou. 

Terug naar de Sinterklazen. Kees Weststrate ging weer als een “wilde” tekeer op de koningsvleugel. Rob Oosterlee werd daardoor teruggedrongen, moest een gewonnen pion weer teruggeven, maar nadat Kees weer een stuk was verloren kon Rob het punt redelijk eenvoudig binnenhalen. Ook Gayan den Hollander verloor al snel een pionnetje, leek dat terug te winnen, maar dat kostte weer een kwaliteit en uiteindelijk de partij, zodat Jan Capello steeds dichter naar de top-5 kruipt. De top-5 die voor het eerst sinds jaren bijna volledig Kruinings is: Peter, Ronald, Marko Burger en Eric staan in die top-5, overigens op aardige afstand van onze Goese nummer 1, Wouter. In de ranglijst op rating staan Ronald en Marko ook bij de eerste 5. Daarin krijgen ze gezelschap van Wendy Peereboom, Kees Weststrate en de nummer 1, Piet van Boven. 

Overigens verloor Wendy deze ronde. Ze verloor al snel een stuk en ondanks dat ze prima bleef vechten liet Herman Schoonakker zien dat hij het schaken na een paar maanden gedwongen afwezigheid nog niet verleerd was. Jerry Ros won ook. Met zwart kwam hij lekker uit de opening en hij wist Flip Meijaard steeds meer in de problemen te brengen. Toen mat onvermijdelijk was (in een gelijke stelling) gooide Flip de handdoek in de ring.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 12
De 12e ronde kende een bijzondere indeling doordat het 3e, 4e en 5e extern moesten spelen. Zo moesten de 2e teamspelers Wouter Bliek, Jerry Ros en Jan Capello tegen de niet-teamspelers Wendy Peereboom, Dingnis Lokerse en Melvin van der Borgt. In de opening konden Wendy, Dingnis en Melvin nog redelijk mee komen, maar daarna kwamen de foutjes en dat is tegen die ervaren spelers dodelijk. Er waren nog twee andere partijen en die waren (op papier) spannender. Ronald Hoek van Dijke kwam niet in zijn spel en Marko Burger boekte daardoor een relatief makkelijke overwinning. Meer kan uw verslaggever hierover niet melden, want hij speelde een zelf een zeer lange en intensieve partij tegen Edwin Pompert. Edwin had een stuk geofferd, maar dat was fout. Omdat de reactie van Peter van der Borgt ook niet goed was, kwam Edwin een pion voor. Na wat ruilen wist Peter met een mooi pionoffertje ruimte te scheppen en de partij weer in remise-vaarwater te krijgen. Vervolgens was Peter te gulzig en raakte hij een kwaliteit achter, waarna hij weliswaar materiaal wist terug te winnen, maar doordat Edwin twee vrijpionnen kon maken, zou Edwin makkelijk kunnen winnen. Edwin trapte echter in een verleidingszetje van Peter. 

In deze stelling

 

speelde Peter (die op dat moment nog minder dan 5 minuten had) het duivelse Lc1. Slaan met de toren op c1 had hier gewonnen, maar Edwin dacht met Td1 de partij definitief te beslissen. Of het paard of de loper gaat immers verloren. Dat was echter juist Peters plan. Ziet u zijn plan ook?  

Er volgde 41...Lxa3, 42. Txd3, Lxb4 43.Kxa6, Le7 en 44. Kxb5 en toen was er een theoretische remisestelling ontstaan, dacht (of in elk geval hoopte) Peter. Hij meende dat ooit gelezen te hebben in één van de vele eindspelboekjes die hij thuis in zijn boekenkast heeft staan. Maar behalve wat basisregels (oppositie, loper van verkeerde hoekkleur en zo) vergeet je de rest natuurlijk )als je a die boekjes al echt bestudeerd hebt). Het moest dus door Peter achter het bord bedacht worden en door Edwin uiteraard ook. In elk geval was ergens rond de 60e zet de volgende stelling ontstaan:

 

Peter had toen minder dan een minuut bedenktijd en meer dan 30 zetten later (toen remise overeengekomen werd) had hij ruim anderhalve minuut (lang leve het Fischer-tempo dus). Oftewel: Peters plan was helder: loper op de lange diagonaal houden, de koning op g7 zetten, tenzij je schaak wordt gezet op de 7e rij, dan ga je naar g8 en als wit zijn toren op f6 zet sla je die niet, want dan loopt de witte pion door. Als u toch ziet hoe wit dit kan winnen meld het dan (alhoewel zowel Peter als Edwin dit niet leuk zullen vinden). U heeft dan namelijk een verbetering gevonden op de eindspeltheorie, want Peter heeft het na de partij thuis nagezocht en het blijkt inderdaad dat Peters gedachte (toren + pion tegen loper + pion en de pionnen op dezelfde lijn is remise) juist was (tenzij de loperkoning de pion niet kan dekken).

naar boven    naar beneden

 

Ronde 11
SLECHTE DAG VOOR HANSWEERT 

Onze vier Hansweertse leden gingen allemaal met een 0 terug naar huis. Voor Jerry Ros was dat het meest tragisch. Hij speelde een prima partij tegen Anton Quakkelaar en kwam in de opening een gezonde pion voor. Toen hij echter een stuk wegblunderde, was Anton er als de kippen bij om zijn slechte stelling om te buigen in een winststelling. Piet van Boven kreeg te maken met Rob Oosterlee, die na Piets Pc6, op pion c7 ging drukken. Planmatig bleef Rob over de c-lijn en de 7e rij actief en dat kostte Piet de kop. Melvin van der Borgt en Irene Beeftink maakten er een (wild) potje. Voor uw verslaggever onnavolgbaar, maar het volle punt was voor Irene. Lou Poleij tenslotte kreeg een Koningsgambiet tegen zich. Peter van der Borgt is dit seizoen blijkbaar een beetje met openingen aan het experimenteren en dit keer kwam hij met dit gambiet op de proppen. Lou speelde wel erg voorzichtig tegen en daar wist Peter wel raad mee. 

Ook Jan Capello kreeg dat gambiet over zich heen. Jan verdedigde zich echter prima. Maar Ton van Vliet bleef iets beter staan en wist op een gegeven moment af te wikkelen naar een stelling met een pluspion die niet gestopt kon worden.  Merijn van Koeveringe en Dingnis Lokerse werkten hun partij in rap tempo af. Dat snelle tempo kwam de kwaliteit niet, maar het spektakel wel, ten goede. Uiteindelijk trok Merijn aan het langste eind. Dat deed ook Kees Weststrate die Wendy Peereboom met een paar krachtige zetten materiaal wist af te snoepen. 

Sprak Jerry Ros van een vormcrisis bij hemzelf, bij Eldert Besseling was sprake van een black out. Zijn 3e zet (f6) was al niet sterk, maar het een paar zetten later gespeelde h6 was (ook door dat f6) dramatisch, want Ronald Hoek van Dijke kon Eldert met Dg6 in één zet mat zetten. Een partij om snel te vergeten. Dat was misschien ook wel het geval voor Marko Burger en Wouter Bliek. Niet zozeer door de uitslag; Wouter is immers de koploper en dan is een nederlaag van Marko niet “onlogisch”. In een onvervalste Pirc was Marko met wit bezig om  f7 met  zoveel mogelijk stukken aan te vallen, dat lukte in eerste instantie goed  maar de witte stukken moesten later toch terug, de counter van zwart leverde wit een akelige geïsoleerde d-pion op. Door een combinatie ging die pion inderdaad verloren maar dat ging niet zoals gepland. Wit speelde een onverwachte zet en zwart ging toch automatisch de combinatie in, door een tussenschaakje kon wit een stuk slaan en dit daarna dekken, dat dekken had Marko niet van te voren gezien en hij gaf dat stuk direct terug om zwarts pionnenstelling uit elkaar te slaan. Het eindspel met een pion meer was daarna redelijk makkelijk gewonnen voor zwart. Uiteindelijk misschien toch niet een partij om snel te vergeten maar om een les uit te leren: voor Wouter om niet automatisch te gaan zetten als er een onverwachte zet komt en voor Marko om toch even na te denken als je een kritische stelling hebt. 

Waren er dan helemaal geen remises? Jawel, eentje. Gayan den Hollander kwam goed uit de opening tegen Jaap van Oosten, gooide met Pd4 de knuppel in het hoenderhok en in plaats van toen door te gaan met aanvallen ging Gayan verdedigen. Zo kwam Jaap steeds beter te staan en in de remisestelling was het misschien wel Jaap die de beste kansen had.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 10
BLIEK LOOPT VERDER UIT

Wouter Bliek is niet te stoppen. Eric Clarisse probeerde met de Boedapester zand in de raderen van Wouters puntenmachine te gooien, maar dat mislukte en al in het middenspel kon Eric Wouter feliciteren. In datzelfde middenspel ging het met Flip Meijaard ook mis. Flip was best aardig uit de opening gekomen, maar produceerde na een ruil op f3 de ene na de andere voorzichtige zet. Dat moet je tegen Bram Boone niet doen. Na Flips Pg6-e7 kon Bram met Pf5xh6 niet alleen een stuk winnen, maar ook Flips koningsstelling vernietigen. Jaap van Oosten kwam eigenlijk niet eens in het middenspel terecht. Jaap spotte met de wetten van Euwe door een onnodige pionzet (h6) en een paardzet naar a5 (niet alleen stond het paard daar niet best, maar ook nog twee keer met het zelfde stuk met zwart). Eric Dek wist daar wel raad mee en blies met Lxf7 gevolgd door Pxe5 Jaaps stelling helemaal op. 

Piet van Boven wist Matthijs Schouten te verschalken. Piet wist zo te manoeuvreren dat Matthijs een kwaliteit achter kwam en dat kon Matthijs, ondanks een aantal slinkse tegenzetten, niet meer repareren. Jerry Ros had een “aap uit zijn mouw” geschud door de Orang Oetan te spelen. Rob Oosterlee werd daardoor in de verdediging gedrongen, leek zich te ontworstelen, maar moest toch het onderspit delven. Peter van der Borgt probeerde de Pirc eens, maar bleek daar te weinig kaas van gegeten te hebben om Jan Capello in de problemen te brengen. Remise was het logische gevolg. 

Gayan den Hollander speelde een prima partij. In de voor hem bekende stijl (lang rokeren en “gaan” op de witte koningsvleugel) wist hij Albert Muskee in de problemen te brengen. Albert had waarschijnlijk naar een goede stelling kunnen afwikkelen door zijn dame te ruilen tegen twee torens, maar koos voor een schaakje op g8 en ruil van de dame tegen de andere dame en kwam toen in Gayans houdgreep, die zo stevig was dat pion d3 (en daarna ook zijn stelling) verloren ging. In dezelfde stijl als Gayan speelt Kees Weststrate. Kees is meestal nog iets onvoorzichtiger en vergeet in zijn aanvalsdrang nog wel eens een stuk te dekken. Zo ook nu. Alleen had Marius Leendertse zoveel tijd nodig gehad om de aanval van Kees onschadelijk te maken dat hij op een gegeven moment nog maar een paar minuten had om de winst te pakken. Weliswaar komt er elke zet 5 seconden bij, maar dat zijn ook maar 5 seconden. Omdat Kees goede tegenzetten bleef doen, lukte het Marius niet om binnen de tijd te winnen en ging het punt naar Krabbendijke. Anton Quakkelaar had ook lang gerokeerd, maar bij hem leverde dat geen vol punt op. In een spectaculaire partij met dubbelpionnen, kwaliteitsoffers en zo trok Ronald Hoek van Dijke aan het langste eind. 

Door deze uitslagen loopt Wouter Bliek verder uit en is Lou Poleij de verrassing in de top-10. Daarnaast is er nog de andere competitie, namelijk wie de beste prestatie levert (oftewel: de hoogste ratingsprong maakt). Na 10 ronden wordt deze ranglijst aangevoerd door Wendy Peereboom.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 9
Bij Albert Muskee en Jerry Ros  hadden beide heren geen interesse om alles via de geijkte paden te laten lopen. Via een franse opzet van zwart deed wit d3 en een koningsfianchetto, maar na een dozijn zetten kwam  er toch een logische stelling op het bord  die waarschijnlijk zo uit een theoretische lijn had kunnen ontstaan. Theorie is eigenlijk ook niet meer dan een verzameling logische zetten die in de praktijk zijn bedacht en getoetst. Zwart had ruimte op de damevleugel, maar buitte dat niet uit en switchte naar de andere kant, de zwarte stukken stonden niet goed voor een aanval op die kant en wit kon de aanval goed counteren. Na een misser van zwart kreeg wit zomaar uit het niets een stuk cadeau maar onder lichte tijdsdruk werd toch de vrede getekend.

Deze vrede kwam er ook bij Eldert Besseling en Ton van Vliet. Dat zag er helemaal niet naar uit aangezien beide spelers vol op de aanval speelden. Ton had niet gerokeerd en was met h5 en h4 aan het proberen om de koningsstelling van wit open te breken en wit had druk op de zwarte koning die in het centrum bleef. Via heel wat tactisch hakwerk en ruilen kwam er een rustig eindspel met toren tegen toren en randpion op het bord. Met 3 minuutjes op de klok (maar met 5 seconden erbij voor elke zet) had Ton allang gezien dat de randpion van Eldert nooit een vrouw zou gaan worden en zwart was dan ook rustig bezig om de remise binnen te halen, zo rustig zelfs dat Ton torenruil afdwong (wat uiteraard direct remise zou zijn) in een stelling waarbij hij zomaar de witte toren kon slaan met zijn koning. In een clubpartij is remise dan toch de terechte uitslag na een goede partij van beide spelers, dit vond Ton ook na de partij.

De derde remise was ook al geen standaardremisepartij. In een Caro-Kann werd Ronald Hoek van Dijke door Peter van der Borgt in de verdediging gedrongen. Zo nu en dan deden beide spelers onverwachte zetten, zodat het zwaartepunt van de witte aanval dan weer eens gericht was op de zwarte koning, dan op een centrumloper en dan weer op een pionnendoorbraak op de damevleugel. Dat laatste voerde Peter ook uit en dat zou een goede keus zijn geweest als de toren van h1 ook op die damevleugel had gestaan. Nu had Peter geluk dat Ronald in plaats van het (zo goed als winnende) 32….Tb6 zijn paard op b4 zetten en meteen remise aanbood. Peter stond toen inderdaad iets beter, maar had te weinig tijd om de consequenties van 33. Tc7 te overzien en nam het remiseaanbod aan.

Jan Capello had tegen Anton Quakkelaar een goede stelling opgezet tegen de wat voorzichtige opening van wit en kreeg langzaam meer grip op de stelling en won later een pion. Als extra voordeel had Jan een 3 tegen 1 meerderheid op de damevleugel en die pionnen werden rustig naar voren geschoven. Jan wikkelde netjes af en met een gedwongen torenruil wilde hij naar een gewonnen eindspel afwikkelen, Anton wilde dat echter niet en gaf een vol stuk om de toren maar niet te ruilen. Dat zwart daarna drie verbonden vrijpionnen en een stuk meer had, was voor wit nog niet een reden om de pijp aan Maarten te geven. Het werd uiteindelijk mat.

Johan Goedegebuure gaf tegen Wouter Bliek al na een paar zetten een pionnetje weg. Meestal verlies je dan tijd om een pion te winnen in de opening en dat was deze keer niet anders, met enkele aanvalszetten kon wit zwart redelijk vast zetten en moest zwart nauwkeurig spelen om los te komen. Dat lukte aardig en met een pion minder kon Johan uiteraard niet afwachten tot zwart alles ging ontwikkelen en dat deed hij ook niet, wit liet zijn damevleugel in de steek om alle stukken zo snel mogelijk naar de zwarte koning te dirigeren. Tegen een onverzwakte koningsstelling is dat vaak onbegonnen werk. Johan bouwde er nog een aantal offermogelijkheden in, maar die konden gepareerd worden. Met een damevleugel die intussen door zwart was opgegeten en een niet doorslaande koningsaanval, vond wit het welletjes.

Irene Beeftink toonde aan dat de stelling “sla niet op b2, ook niet als het goed is” juist is. Ten eerste sloeg ze wel op b2, ten tweede had Dies Lokerse kunnen bewijzen dat het fout was (als hij na Tb1 Pb5 had gespeeld), maar dat deed hij niet, want Dies speelde een loper naar b5 (wat overigens ook geen ongevaarlijke zet was). Uiteindelijk ging het voor Irene toch mis, toen er een dubbele black-out optrad. Dies had de eerste black-out, toen hij de noodzakelijke dubbele dekking van een paard op c3 verbrak, waardoor Irene dat paard met de dame kon slaan. De tweede black-out was van Irene, die vergat haar dame weg te zetten toen Dies die vrouw met zijn loper aanviel. Kortom: Dies verloor een paard, Irene een dame en omdat Dies al een mooie stelling had, werd het snel daarna ook mat.

Wendy Peereboom ging weer vol in de aanval. Melvin van der Borgt verdedigde zich aanvankelijk kranig. Hij kon ook nog tijdig rokeren, zodat Wendy het niet met een koningsaanval kon afronden. Maar vervolgens ging Wendy Melvins stukken (waaronder zijn dame) opjagen en dat werd Melvin te veel.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 8
Doordat het 2e en 3e een externe wedstrijd hadden (tegen elkaar) waren er maar 5 interne partijen. Irene Beeftink boekte haar eerste zege doordat Dingnis Lokerse niet alleen snel speelde, maar ook snel materiaal verloor. Onze andere dame, Wendy Peereboom, won ook en ook tegen een Lokerse. Dit kostte wat meer moeite. Dies wist loperverlies te voorkomen door gebruik te maken van een gepende pion, maar na Wendy’s rokade was de pion niet meer gepend en kon Wendy de loper er af slaan en op gestructureerde wijze het punt binnen halen. Flip Meijaard kwam al na een paar zetten in de problemen tegen Matthijs Schouten. Matthijs dreigde de meest verschrikkelijke dingen op c2 na Lf5 en Pb4. Door zijn e-pion te geven kon Flip die erge dingen voorkomen. In het vervolg koos Matthijs voor Pd3+ wat Flip tegenkansen bood in plaats van het rustige Pc6 waarna Flip gewoon een pionnetje was achter gebleven. Flip kreeg nu tegenkansen en wist die te benutten, zodat Flip toch nog won.  

Bij de andere twee partijen kwam er geen winnaar. En daar mocht vooral Peter van der Borgt blij mee zijn. Hij kwam slecht uit de opening, maar met een vreemde zettenvolgorde (Td7 waarna zijn witveldige loper werd geblokkeerd, La6 en Lb5 om pion c6 te dekken en daarna Pc8) wist Peter materiaalverlies te voorkomen en wachtte tegenstander Eric Clarisse waarschijnlijk een lange avond om zijn iets betere stelling tot winst te voeren. Eric, die net ziek was geweest, zag dat niet zo zitten en bood remise aan. Dat werd het ook bij Lou Poleij en Jaap van Oosten. Jaap kwam iets beter uit de opening, want Lou werd opgezadeld met een slechte dubbelpion. Met wat lepe zetjes wist Lou echter een pion te winnen en dames te ruilen. De winst leek voor het oprapen, maar Lou kon het winstplan niet vinden en moest later het pionnetje weer terug geven en toen vonden de mannen het welletjes.

naar boven    naar beneden


Ronde 7

BLIEK WEER BOVENAAN  

Dat schakers niet echt modebewust zijn, is al wel bekend. Maar dat ze twee verschillende schoenen aantrekken, is toch wel bijzonder. Peter van der Borgt had pas geleden een aantal paar Birkenstocks gekocht (zelfde model, zelfde maat, alleen verschillend kleurtje) en weet nu dat je wel moet opletten dat je wel links en rechts dezelfde kleur aan hebt. Dat was dus niet het geval en dat zag er dus wat onorthodox uit. Welnu, zijn partij tegen Eric Dek verliep al even onorthodox. Op een bekend schijnoffer (met paard een pion slaan op e5 en na terugslaan met het paard op c6 de pionvork met d2-d4 op loper op c5 en paard op e5) antwoordde Eric met slaan op f2 gevolgd door een dameschaakje dat Peter erg zodanig pareerde dat er qua materiaal geen verschil was, maar dat Peter een ontwikkelingsvoorsprong van een tempi of 4 had. Eric probeerde zich nog wel te verdedigen, maar kwam niet aan ontwikkelen toe en het gewaagde b7-b5 bleek een (zeer geslaagde) zelfmoordpoging.

Ook Eldert Besseling sloeg op f2. En dat leverde hem een pion op en een prachtige stelling. Dat Jerry Ros daar nog iets van wist te maken (druk via de loper op f3 op pion b7), was al heel wat en op een gegeven moment leek Eldert zelfs nog de bietenbrug op te gaan (en een stuk te gaan verliezen), maar dat kon hij niet alleen voorkomen, hij wist de partij ook nog te winnen. Jerry zakt daardoor naar de 20e plaats en dat is voor onze import-Hansweertenaar aan de lage kant. Aan de andere kant is er onze autochtone Hansweertenaar Lou Poleij, die op de 6e plaats staat na zijn zege op Rob Oosterlee. Rob kreeg een mooie stelling, leek het, maar na Robs f4 kwam zijn (tot dan toe sterke) loper zo in de problemen dat hij hem verloor en toen Lou ook nog met zijn dame Robs stelling binnen viel was Rob verloren.

Nieuwkomer Matthijs Schouten kwam met zwart niet lekker uit de opening tegen Jan Capello en stond zo aangekrant dat materiaalverlies (en als gevolg daarvan materiaalverlies) niet te voorkomen was. Wendy Peereboom ging vol in de aanval tegen Dingnis Lokerse en dat bleek de juiste aanpak. Mede door Dingnis supersnelle (maar dus niet altijd goed doordachte) manier van zetten kwam Wendy snel materiaal voor en kon ze al voor negenen een punt bijschrijven. Ondanks dat Dies Lokerse veel te vroeg zijn dame in het spel bracht, bleef hij in de opening goed overeind tegen Gayan den Hollander. Toen Dies echter lang rokeerde en Gayan met de dame op a7 binnen kon vallen, was er voor Dies geen redden meer aan.

Tenslotte was er nog de wedstrijd om de eerste plaats: Wouter Bliek tegen Anton Quakkelaar. Op papier een spannende wedstrijd, in de praktijk een eenvoudige zege voor Wouter. Anton had op een gegeven moment een stelling met pionnen op a6, b5 en c6 en een loper op b7. Als je die loper dan nodig hebt om c6 te dekken, omdat de c-lijn open is en Wouter daar al wat torens heeft neergezet, dan weet je het wel: dan speel je eigenlijk met een stuk minder. En zoiets kun je wel aan Wouter over laten. Zo kwam Wouter bovenaan, op de voet gevolgd door Marko Burger en Peter van der Borgt.

naar boven    naar beneden


Ronde 6
Burger en Quakkelaar blijven aan kop
 

Marko Burger had ploegendienst en moest dus werken en kon daardoor niet het volle puntenaantal incasseren. Maar dat lukte ook Anton Quakkelaar niet. Met wit kwam hij iets minder uit de opening tegen Peter van der Borgt, maar Peter wist zijn iets betere stelling niet om te bouwen naar een gewonnen stelling. Het leek er lang op dat Wouter Bliek ook niet verder kwam dan remise. In het eindspel ruilde Ronald Hoek van Dijke evenwel zo hartstochtelijk stukken dat er een stelling ontstond die eigenlijk alleen door Wouter gewonnen kon worden en toen er ook nog een klein grapje in zat en Wouter een pion won, kon Ronald opgeven. 

Op dat moment was Marius Leendertse nog aan het zwoegen tegen Eldert Besseling. Eldert had heel de partij beter gestaan, maar het was allemaal net niet goed genoeg om de winst te kunnen pakken. Op het eind wist Eldert die goede stelling uit te buiten door een pion te winnen, maar toen moest hij wel erg oppassen dat Marius (die inmiddels wel heel erg weinig tijd had) hem niet op een eeuwig schaak trakteerde. Er kwamen wel wat schaakjes, maar helaas voor Marius waren ze niet eeuwig. Ook weinig tijd hadden Eric Dek en Rob Oosterlee. Eric stond iets beter en Rob moest alle zeilen bijzetten om alles te kunnen blijven dekken. Na Robs Db6 (om pion e6 te dekken) speelde Eric Tc6 om direct daarna die pion op e6 alsnog te slaan (met het paard) en toen stortte Robs stelling in en met allebei nog minder dan een minuut op de klok gaf Rob op. 

Jan Capello had toen al verloren. Hij zat al snel in een wurggreep door Jerry’s onaantastbare paard op d6. Die wurggreep moest wel tot materiaalverlies leiden en dat deed het ook en de stukken konden de doos in. De andere 5 partijen waren ook snel klaar. Irene Beeftink leverde al snel een dame in en net zo snel als dat schip dit weekend werd vlot getrokken in het Nauw van Bath, won onze Bathenaar Jaap van Oosten de partij. Onze afdeling “Waarde” had een slechte dag en Merijn van Koeveringe (want daar hebben we het over) deed te veel mindere zetten en daar wist Gayan den Hollander wel raad mee. Lou Poleij mocht tegen ons jongste lid, Melvin van der Borgt. Melvin speelde onverschrokken op de aanval, maar veronachtzaamde soms zijn verdediging en dus won de ervaren Lou toch nog gemakkelijk. 

De Lokerse-neven verloren redelijk snel, maar ook wel wat onnodig. Dies speelde een prima partij tegen Flip Meijaard. Toen Flip Dg5 speelde om Dies met de loper of het paard naar f3 terug te dringen, overzag Dies volledig dat Flip ook nog mat dreigde op g2. Dingnis pakte de opening niet al te logisch aan en kwam daardoor materiaal achter tegen Piet van Boven. Toen Piet echter plots een loper wegblunderde en Dingnis daarna ook nog een kwaliteit kon winnen, begon Piet toch een beetje zenuwachtig op zijn stoel te schuiven. Dingnis besloot echter de kwaliteit niet terug te nemen en dat was een verkeerde keus, want toen kon Piet met een pion makkelijk doorlopen naar de promotielijn.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 5
Bij Dingnis Lokerse en Dies Lokerse ging het allemaal erg snel. Bij de eerste blik op het bord was de stelling al helemaal open en had Dingnis twee mooie lopers voor een toren. Dies speelde op een snel mat omdat de witte koning  al helemaal kaal stond maar negeerde zijn eigen koning die ook geen verdediging had. Bij de volgende blik op het bord had Dingnis alles van zwart geslagen en had zelf nog wat pionnen over en een loper en dat was voldoende voor de overwinning voor Dingnis.

Wendy Peereboom had tegen Eldert Besseling een Russische opening op het bord staan en had Eldert al snel  het verkeerde pad op gestuurd. Zwart kwam al snel in problemen maar die werden opgelost toen Wendy haar vrouw weggaf, zodat Eldert het punt toch binnen haalde.

Jan Capello en Rob Oosterlee speelden een Siciliaan waarin Rob te snel d5 speelde (meestal is dat ook de zet om het zwarte spel te bevrijden ), maar in deze stelling kon Jan de zwarte pionnen versnipperen en met een aantal tempi meer het Rob heel lastig maken. Dat gebeurde echter niet en zwart kon zich toch in de partij spelen. Daarna werd het erg rommelig, wit en zwart kwamen allebei gewonnen te staan maar het werd na lang spelen herhaling van stelling.

Bij Wouter Bliek en Jerry Ros kwam een Nimzo-Indiër op het bord, via zetverwisseling maakte zwart er een soort damegambiet van waarbij wit via een schaak op a4 een zwart paard naar c6 dwingt om zijn loper op b4 ook te dekken. Dit paard op c6 bleek bijzonder ongelukkig te staan en de druk op c6 en daarachter de pion op c7 was bijzonder lastig voor zwart. Wit kon later toch een pion winnen maar Jerry had er geen zin in een pion voor niks te geven en gaf een kwaliteit met nog enig tegenspel. Met een bijna geforceerde dameruil kon Wouter echter het gevaar keren en was voor zwart de lol eraf.

Albert Muskee wist Ronald Hoek van Dijke met een tactische manoeuvre materieel op achterstand te brengen. Ronald wist echter zijn loperpaar zo te mobiliseren dat het materiële voordeel niet veel voorstelde. Voor Albert het sein om nog meer tijd te gaan investeren. Alleen kon hij geen winstplan vinden en bleek later de 5 seconden die er bij komt per zet onvoldoende voor Albert om ook nog de weg naar remise te vinden. Een beetje gelukkige zege voor Ronald dus.

Piet van Boven weet steeds beter rust te vinden tijdens de partij en dat betaalde zich ook maandag uit. Merijn van Koeveringe werd door Piet op een nederlaag getrakteerd.

Irene Beeftink speelde haar eerste partij in de interne competitie. Lou Poleij was haar tegenstander en dan heb je het lastig. Lou speelt zijn eigen “spelletje”: rustige opbouw, geen rare fratsen en wachten op de kans die toch wel komt. En die kans kwam er inderdaad en Lou wist wat materiaal te winnen en op zijn Lou’s speelde hij dat rustig uit.

Als het om rustig spelen aankomt, weet Anton Quakkelaar ook van wanten. Eric Dek probeerde die stijl te kopiëren. Eric deed dat zettenlang ook letterlijk, want de stelling bleef lang symmetrisch. De partij was echter plotseling over toen Eric in een gelijke stelling plots een tussenschaakje over het hoofd zag en meteen kon opgeven. Door deze overwinning komt Anton op de tweede plaats.

En wie staat er net voor Anton op de eerste plaats? Niet Wouter Bliek en ook Peter van der Borgt niet meer. Peter verloor namelijk in een spectaculaire partij van Marko Burger. Met een schijnoffer wist Peter Marko in de problemen te brengen. In plaats van af te wikkelen naar een meer eenvoudige stelling besloot Peter twee stukken te offeren voor “aanval”. Die aanval was er ook wel; het kostte Peter alleen veel tijd om de aanval gaande te houden. En net toen Peter een stelling had bereikt die minstens remise was (en mogelijk gewonnen), trapte hij in één van Marko’s beruchte valletjes. Precies weten doe ik het niet, maar ik denk dat dit de eerste keer in zijn loopbaan is dat Marko bovenaan stond. Ook van harte!

naar boven    naar beneden

 

Ronde 4
WEINIG VERRASSINGEN IN DE 4E RONDEN

Spannende, maar korte, wedstrijden in de 4e ronde. Ronduit spectaculair was het bij Edwin Pompert tegen Wouter Bliek. Edwin speelde onorthodox, offerde een stuk, maar Wouter pareerde dat keurig en kon zo redelijk snel een vol punt bijschrijven. Ook Jan Capello won snel en dat nog wel tegen Lou Poleij, die toch bekend staat als een degelijk speler, waar je meestal een hele avond tegen moet zwoegen. Nu dacht Lou een stuk te winnen, maar dat was een misrekening. Hij verloor juist een stuk (tegen twee pionnen). Maar dat was het ergste niet; het ergste was de niet te stoppen aanval over de koningsvleugel die Lou over zich heen kreeg. Dies Lokerse moest ook in het stof bijten. Een penning over de e-lijn werd hem fataal tegen Eldert Besseling. 

Kees Weststrate viel aan en Jaap van Oosten verdedigde. De aanval van Kees liep echter dood op een eigen pion en Jaaps counter (die begon met winst van een pionnetje) was dodelijk. Marius Leendertse en Merijn van Koeveringe speelden een partij waarin de kansen wisselden. Marius kreeg de overhand en wist Merijn in een wurggreep te houden. Hoe Merijn daar uit kwam, is onduidelijk, maar Houdini zou er jaloers op zijn geweest. Helaas voor Merijn waren Marius ver opgerukte pionnen echter niet te stoppen en zo won Marius toch nog. Albert Muskee bereikte een remisestelling tegen Anton Quakkelaar, maar (ondanks de 5 seconden extra) groeide de stelling Albert in tijdnood toch boven het hoofd. 

Dan waren er ook nog twee remises. Rob Oosterlee kwam beter uit de opening, won een pion, maar wist het voordeel niet vast te houden, zodat hij en Bram Boone tot remise besloten. Piet van Boven zal over zijn remise tevreden zijn. Hij kwam een pionnetje achter, er werd van alles geruild totdat er dames en pionnen over bleven. Met b4-b5 wist Piet op mooie wijze zijn stelling te redden. Gayan den Hollander mocht nu niet meer de dames ruilen, want dan zou Piet eerder promoveren (door zijn pionnenmeerderheidje op de damevleugel) en als Gayan niet afruilde, zou Piet met zijn dame binnen vallen en op zijn minst eeuwig schaak hebben. Beide opties waren niet aantrekkelijk en dus moest Gayan zelf eeuwig schaak geven. Slim gespeeld van Piet. Jerry Ros en Peter van der Borgt speelden om de eerste plaats. Jammer genoeg maakte Jerry een foutje op het moment dat de partij leek te gaan open barsten. Peter zag het foutje en na Tc8 kon Jerry meteen opgeven.

naar boven    naar beneden

Ronde 3
SPANNING IN DE INTERNE COMPETITIE 

Na de eerste twee ronden waarin betere aan zwakkere spelers waren gekoppeld, had nu de computer zijn indelingswerkzaamheden gedaan. En daar kwamen zes potjes uit gerold, waarvan je op voorhand de uitslag niet kon inschatten. Twee keer werd het remise. Jan Capello had een overwicht tegen Ronald Hoek van Dijke (met een mooie loper op d6), maar Ronald wist zich met zwart goed te verdedigen en na dameruil besloten ze het punt te delen. Eric Clarisse kreeg een enorme ontwikkelingsvoorsprong tegen Jerry Ros. Die voorsprong werd echter elke 5 zetten iets minder. Na een grote afruilactie (van beide spelers gingen er twee torens en een licht stuk af) kwam Eric dan eindelijk een pion voor, maar de stelling die toen resteerde, was onvoldoende voor de winst. Knap verdedigd van Jerry. 

Spectaculairder ging het er bij Merijn van Koeveringe en Wendy Peereboom aan toe. Wendy’s koning belandde in het open veld, ze verdedigde zich echter keurig, maar raakte daardoor wel wat materiaal kwijt. En net toen iedereen dacht dat Merijn de beslissende klap uit zou delen, hoorden we in onvervalst waardes iets als “o gotte”. Duidelijk was dat hier sprake was van een grote blunder en inderdaad, Merijn had zijn dame weggeblunderd. Wendy maakte het daarna netjes af en boekte zo haar eerste zege. Dat lukte Dingnis Lokerse niet, alhoewel Kees Weststrate nogal wat moeite voor de winst moest doen. 

Marko Burger en Edwin Pompert spelen allebei lekker snel en creatief. Edwin kwam een kwaliteit achter, maar had wel compensatie in een vrije d-pion. Toen Marko die echter op d3 kon tegenhouden en kon hij zijn pluspion aan de koningsvleugel met ondersteuning van zijn torens gaan benutten. Marko won dus, net als Peter van der Borgt, die daar echter wel wat geluk voor nodig had.

Peter had in de opening weer eens helemaal niks bereikt. Wouter Bliek leek dan ook de beste kansen te hebben. Peter kon zich echter losmaken en met wat dame-heen-en-weerzetjes zelfs een pion winnen die hij later weer teruggaf voor wat kleine dreigingen, waarvan Wouter er eentje (kwaliteitswinst) overzag en meteen ook opgaf.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 2
WEINIG VERRASSINGEN IN DE 2e RONDE 

Ook in de 2e ronde weinig verrassingen. Wendy Peereboom maakte haar debuut in de interne competitie, maar ze moest al snel haar meerdere erkennen in Edwin Pompert. Ook Ronald Hoek van Dijke haalde snel zijn eerste punt binnen (tegen Dingnis Lokerse). Maar nog eerder waren Jerry Ros en Marius Leendertse klaar. Jerry was met zwart aardig uit de opening gekomen, had een mooie penning, die Marius met h2-h3 wilde oplossen. En dat lukte ook, want Jerry ruilde zijn loper af tegen het paard op f3. Alleen had Marius met de g-pion moeten terug slaan en niet met de dame, want met twee krachtige paardzetten leverde dat Jerry een volle toren op. Ook Peter van der Borgt won snel. Maar daar had hij wel de hulp van Eldert Besseling voor nodig. Eldert dacht met Pc3 een heleboel stukken te kunnen ruilen (inclusief de dames) om zo in een remise-achtige stelling te belanden. Jammer genoeg voor Eldert kon Peter ergens in die afruil-actie een tussenschaakje geven waardoor Peter een stuk voor bleef. Ook Dies Lokerse verloor snel, maar wel helemaal onnodig. Merijn van Koeveringe had zijn dame levensgevaarlijk (voor zich zelf dan) op f3 geposteerd, maar zowel Merijn als Dies hadden gemist dat (nadat Merijn pion d5 gewonnen had) Dies met Lg4 de dame niet alleen kon aanvallen, maar dat die dame vervolgens ook nergens meer heen kon. Eigenlijk had Merijn dus een “vergiftigde” pion gepakt. Dat deed hij een zet of wat later nog een keer, maar ook deze keer greep Dies zijn kans niet. Met Th8 had hij een geweldige koningsaanval gehad, maar na het door Dies gespeelde Tg8 kon Merijn niets meer gebeuren. 

De andere partijen kostten meer tijd. Gayan den Hollander speelde weer een goede partij, maar bleef weer met lege handen achter. Alleen werd een zetverwisseling hem fataal. Nadat Eric Clarisse zijn toren had aangevallen, gaf Gayan eerst een tussenschaakje, maar dat leidde ertoe dat hij een kwaliteit verloor. In de analyse bleek dat het eerst wegzetten van de toren een onduidelijke stelling had opgeleverd met (offer)kansen voor Gayan. Cees de Schipper kwam slecht uit de opening en moest vol in de verdediging tegen Anton Quakkelaar. Toch kon Cees alles net “keepen” en gekker nog: hij kwam een toren voor na een blunder van Anton, die toen had kunnen opgeven, maar doorspeelde en dat leverde hem zelfs nog een halfje op, omdat hij werd pat gezet. Piet van Boven speelde een puike partij en dacht op een gegeven moment ook aan een verrassing, want Eric Dek had heel weinig tijd meer over (minder dan 5 minuten). Eric was wel een pionnetje voor gekomen, maar als Piet voor een stugge verdediging had gekozen had Eric het in de weinige tijd die hem restte nog maar moeten laten zien dat hij het punt kon pakken. Nu ging Piet echter op Erics tijdnood spelen. Dat is bijna altijd fout en nu ook, want door de “aanraken=zetten”-regel kon Eric Piets dame pakken en makkelijk winnen. Als laatste waren Wouter Bliek en Jan Capello nog bezig. Jan zat al vanaf de opening met een slechte dubbelpion (op de e-lijn). Jan verdedigde die pion echter met verve. Toen Wouter besloot zijn toren die op a6 stond te niksen terug naar a2 te spelen kon Jan ook een wachtzet doen (iets als Kh7-g8), maar besloot Jan op een truc te spelen. Jammer genoeg deed Wouter een andere zet dan Jan gehoopt had, maar ook bleek in de analyse dat de door Jan bedachte truc eigenlijk ook niet goed was.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 1
DE KOP IS ER AF! 

De 1e ronde van de interne competitie is gespeeld. Traditioneel vindt de indeling de 1e ronde niet plaats “door de computer”, maar met de hand, waarbij van de aanwezigen (in dit geval) de nummer 1 op rating tegen de nummer 9 speelt, de nummer 2 tegen de nummer 10 enzovoorts. Volgende week gebeurt dit ook zo. Op die manier wordt er al een eerste schifting bereikt. Die eerste twee rondes zijn er dus weinig verrassingen en een aantal partijen zijn snel klaar. 

Jan Capello kon als eerste een punt bijschrijven. Dingnis Lokerse speelde Tweepaardenspel in de Nahand en dat is tegen een combinatiespeler als Jan vragen om problemen. En die problemen kwamen snel  en groeiden Dingnis nog sneller boven het hoofd. Uw verslaggever had zijn handen vol aan zijn eigen partij en moet zich dan in zijn verslag beperken tot de partijen die in zijn blikveld waren en zijn eigen gehoor. Zo hoorde hij Jaap van Oosten op een gegeven moment zeggen “dat was een foutje, maar jij moest er toch ook even over denken voor je het zag”. “Jij” was Marko Burger (die weer vooral zijn paarden het werk liet doen) en die zag (inderdaad na enig nadenken) Jaaps foutje en maakte het meteen af.  

Merijn van Koeveringe was na een jaar afwezigheid weer terug en kreeg meteen een zwaar offerende Jerry Ros tegenover zich. Jerry offerde twee pionnen voor aanval. Die opening is weliswaar bekend vanuit de theorie, maar die kende Jerry ook eigenlijk niet goed. Op de 10e zet had Merijn de mogelijkheid dames te ruilen (en een pion terug te geven) en dan was het voor Jerry toch wel moeilijk geworden compensatie te vinden voor zijn geofferde pion. Nu bleven de dames op het bord en kon Jerry met een leuk offertje de partij naar zich toe trekken. Een ander nieuw lid, Albert Muskee, mocht tegen Piet van Boven en Piet speelde de opening “beroerd” (ik citeer hem zelf maar). Drie pionnen kwam hij achter, hij zette nog wel de schwindelmodus aan, maar die leverde hem niks op. 

Kees Weststrate blijft volharden in een opbouw met rustige zetten gevolgd door een dame-uitval (voordat zijn andere stukken goed ontwikkeld zijn). Dat moet je tegen Anton Quakkelaar niet doen en Kees ‘Db4+ werd beantwoord met een simpel c2-c3 en opeens was Kees’ zwarte dame gevangen. Ook een nul voor Kees dus. 

De resterende drie partijen werden pas in het laatste uur beslist. Eric Clarissse was in de opening een pion voor gekomen, maar Cees de Schipper bleef stug verdedigen. Eric liet zich niet verleiden tot overhaaste winstpogingen en dat is tegen Cees wellicht de beste strategie. Clubkampioen van vorig seizoen, Wouter Bliek, kwam ook een pion voor (tegenstander Eldert Besseling omschreef dit als een “noodgedwongen offer”), maar moest “diep gaan” om de winst binnen te halen. Hij moest een eindspel met ongelijke lopers voorkomen, kwam een loper voor, maar moest toen weer opletten dan Eldert niet een pion kon laten promoveren en dat met niet veel tijd op de klok. Wouter kweet zich echter prima van die taak. 

De meeste moeite had uw verslaggever, Peter van der Borgt, tegen Gayan den Hollander. Peter leek een mataanval te hebben, maar dat bleek niet meer dan ruilen te zijn. Peter zag zijn tijd wegsmelten zonder dat hij veel beter kwam te staan. Met wat manoeuvreren kwam hij wel een pionnetje voor. Als Gayan toen voor een stugge verdediging had gekozen, was Peter waarschijnlijk echt in tijdnood gekomen. Nu ging Gayan met Th6 in de fout en wist Peter met wat lepe zetjes een kwaliteit en een pion te winnen om vervolgens die kwaliteit weer terug te geven om zo de partij eenvoudig uit te kunnen tikken zonder bang te hoeven zijn voor een paardvork. In deze partij bleek ook dat dan het Fischer-tempo (met 5 seconden erbij voor elke zet) voordelen biedt, want zodoende kon Peter door de vlag gejaagd worden.

naar boven