Verslagen interne competitie
2012/2013

 

 

 

 

 

Ronde 28

LAATSTE RONDE EN TOCH OOK WEER NIET

Maandag 13 mei werd de laatste competitieronde gespeeld en die verliep spannend en soms zelfs sensationeel.

Matthijs Schouten was weer terug van zee en hij wist Jaap van Oosten, die toch bekend staat om zijn stugge manier van verdedigen, al snel in de problemen te brengen.

Jaap had in deze stelling

net h2-h3 gespeeld om Lg4 te voorkomen, maar Jaaps zet gaf  Matthijs weer andere kansen. Ziet u ze ook? Verderop staat wat Matthijs zag.

Piet van Boven en Kees Weststrate speelden een spannende wedstrijd die lange tijd gelijk op ging tot Kees lastig werd met zijn paarden. Na Kees’ Pf4 met aanval op Lg2 en pion d3 reageerde Piet erg verdedigend met Lf1 (terwijl Df3 actiever was). Dat was een kolfje naar de hand van Kees die Piet steeds verder in het nauw bracht, zodat logischerwijs “de fout” een keer moest gebeuren. Dat gebeurde ook en Kees nam het punt mee naar Krabbendijke. Kees won daarmee de ratingprijs, want hij maakt de grootste ratingsprong (68 punten). Matthijs Schouten scoorde nog een grotere plus (78), maar die heeft met 14 wedstrijden (12 intern en 2 extern op maandag) net één wedstrijd te weinig gespeeld (voor die stand kom je alleen in aanmerking als je meer dan 50% van de rondes hebt gespeeld). Dat laat onverlet dat Matthijs een prima eerste seizoen heeft gedraaid.

Een andere Krabbendijkenaar, Eldert Besseling, moest het punt juist in Kruiningen achter laten. Eldert speelde Peters lijfvariant van het Siciliaans rustig tegen, kreeg wel te maken met een ogenschijnlijk lastige penning, maar pas in de fout ging Eldert toen Peter een combinatie had doorberekend die er mee zou eindigen dat Elderts toren op het slechte veld a2 terecht zou komen (terwijl die toren een veel logischer en beter veld had in b1, maar dat had Peter onbegrijpelijkerwijs niet gezien). Of Peter telepathisch begaafd is, weten we niet, maar de combinatie liep precies zoals verwacht, waarbij Eldert in de analyse aangaf niet te snappen waarom hij de toren op a2 zette en niet op b1.

Met deze overwinning wist Peter de druk op Wouter Bliek te houden. Peter en Wouter zijn in een spannende strijd om de titel verwikkeld en nu moest Wouter wel van Jan Capello winnen om Peter (net) voor te blijven. Dat winnen lukte. Jan speelde zo rustig dat er niks geslagen werd, maar dat hij wel door zijn vlag ging.

Doordat Wouter en Peter beiden wonnen, is Wouter bovenaan geëindigd met 735,00 punten en Peter als tweede met 730,83 punten.

Maar ooit hebben we de volgende regel bedacht De nummer 1 moet meer dan de helft van de maximale waarde voorsprong hebben op de nummer 2. Is dit niet het geval dan volgt een match van 2 partijen met het normale clubtempo, de winnaar van deze match is clubkampioen, bij gelijk eindigen wint de nummer 1 van de reguliere competitie. En deze regel volgend had Wouter 22 punten meer moeten hebben dan Peter. Dat is niet het geval en dus spelen Peter en Wouter een tweekamp en die zal gehouden worden de eerste 2 ronden van komend seizoen. Dus in augustus wordt het seizoen 2012/2013 echt afgemaakt.

Nu zult u zich misschien afvragen waarom deze regel ooit is bedacht. Welnu, de wijze waarop het Keizersysteem (en de indeling) is ingericht, heeft een bepaalde geluksfactor en daarom vonden we het als bestuur destijds wel een goed idee om bij een klein verschil (wat wellicht te wijten is aan toeval dus) de tweede op de ranglijst een tweekamp te gunnen.

Het neven-duel eindigde in een zege voor Dies, die neef Dingnis (Lokerse) op een nederlaag trakteerde. Dat deed ook Jerry Ros. In een Franse opening kwam Jerry met een geïsoleerde d-pion waarvan het de vraag is of de zwakte daarvan voor wit (Willy Meulblok) kansen biedt of dat zwart juist ruimtevoordeel daardoor heeft. Waarschijnlijk komen we dat niet te weten, want Jerry verraste Willy met Pd3 (met aanval op de toren op e1). Willy had alleen Pc4 gezien, maar Pd3 was veel sterker. Willy kon kiezen tussen de kwaliteit geven en proberen zijn loperpaar uit te gaan nutten of de toren veilig stellen maar teruggedrongen worden in verdedigende stellingen. Wie Willy kent zal begrijpen wat hij deed: de kwaliteit geven. Alleen lukte het hem niet iets met zijn loperpaar te bereiken.

Maar hoe goed de eerder genoemde spelers ook hun best deden iets moois op het bord te zetten, de partij van de avond werd toch gespeeld door Marius Leendertse en Herman Schoonakker. Op een gegeven moment ontstond deze stelling:

Na een schaakje van Herman (met Lc4) is Marius met zijn koning naar g2 gegaan. Hoe moet Herman nu verder? Wie staat er eigenlijk beter? Wat zijn de witte dreigingen? En wat de zwarte? Het zal duidelijk zijn dat de hersenen van Herman en Marius overuren aan het maken waren. En zo was het al de hele partij vanaf ongeveer zet 20. Een hele open stelling met kansen, maar vooral ook kansen om fouten te maken. Telkens leek Marius de genadeklap uit te kunnen delen, maar steeds had Herman een reddende zet. In voetbaltermen: Marius had meer balbezit, maar kon niet op voorsprong komen en liet zijn verdediging steeds meer voor wat die was, waardoor Herman steeds mooiere counterkansen kreeg.

Fritz weet ook niet goed hoe het staat in die stelling. Als beste zet voor Herman komt h7-h6 uit de bus en dat zou na Pg6+, Kh7, Pxf8, Txf8, Dd1, Dxb2, Kg1 enzovoorts tot een gelijkachtige stelling leiden (-0,22). Herman gaf echter nog een schaakje met Dd2+ waardoor Marius zijn koning naar h3 moest spelen.  Het ziet er dan eng uit voor Marius: er dreigt torenverlies en mat met Lf1. Alleen heeft Marius weer die matdreiging op h7. De kiebitzers dachten nu dat Hermans Dd2+ verliezend was omdat zij de volgende prachtige variant zagen: Dd2+, Kh3, h6, Dg6 met de dreiging Txh6 en nu kan zwart niet meer Df6 spelen (dat kon nog wel vóór Dd2+). Alleen die dreiging van Txh6 is helemaal niet zo dodelijk als de kiebitzers (lees: vooral de schrijver van dit stukje) dachten. Met Tf7 kan die dreiging namelijk nog gepareerd worden.

Marius speelde in plaats van Dg6 echter Pg6+ wat Herman met Kh7 beantwoordde. Dat is niet de beste zet. Dat zou Kg8 geweest zijn, waarna Marius niets beter had dan met Pe7+ herhaling van zetten af te dwingen. Dat was waarschijnlijk ook Marius’ plan, want na Hermans Kh7 speelde hij (de tijd raakte al een eind op) Pe7+. Het schaakteken is volgens de notatie van Marius, want ik hoor u al “schaak?, het is toch helemaal geen schaak?” denken; en dat klopt , maar als je op Kg8 rekent, is Pe7 wel schaak. Marius voelde blijkbaar nattigheid en bood remise aan wat Herman aanvaardde.

Die remise was wel de meest eerlijke uitslag van een prachtige partij die de andere leden langer op de club hield dan ze wellicht van plan waren. Maar Hermans Kh7 had door Marius beter met Pxf8+ beantwoord kunnen worden en Marius’ Pe7 had Herman beter met Tf6 kunnen beantwoorden. Zo lieten beiden de winst liggen, maar konden toch met een fijn gevoel het seizoen afsluiten. 

Dan hadden we Matthijs Schoutens verrassing nog.  Matthijs offerde met Lxh3 een stuk. En dat offer (ook volgens Fritz) is gewoon goed: 16. gxh3, Dxh3 17. Ph2, Ld6 en hier ziet Jaap de dodelijke dreigingen met Te6 al aankomen en hij geeft met 18. f2-f3 de loper op e3 op en komt zo twee pionnen achter, waarna Matthijs de partij relatief makkelijk kan winnen. Op de 17e zet had Jaap ook wel andere mogelijkheden, zoals De2 en Pbd2 (om dat paard naar f1 te spelen), maar die hadden hem ook niet gered, want telkens is Ld6 gevolgd door Te6 een dodelijke dreiging.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 25

SPANNING BLIJFT

Nadat vorige week Wouter Bliek van Marko Burger had verloren en Peter van der Borgt een fout stukoffer toch met winst beloond zag (omdat zijn tegenstander dezelfde gedachtenfout maakte en het offer ook als “goed” kwalificeerde), was Peter weer boven aan gekomen.

In de 26e ronde (met nog 2 ronden te gaan) wist Peter zijn voorsprong niet te consolideren. Tegen Ronald Hoek van Dijke stond dan weer eens Ronald beter en dan weer eens Peter en soms (bleek in de analyse) dachten ze dat ze allebei beter stonden. Feit was dat nadat drie keer een remiseaanbod was geweigerd (twee  keer door Peter en één keer door Ronald), uiteindelijk de vrede toch werd getekend.

Wouter had toen al gewonnen van Eldert Besseling. Eldert kreeg een enorme aanval op de damevleugel over zich heen en kon direct verlies nog wel afwenden, maar de stelling en de materiaalverhoudingen (pion achter) waren zodanig dat verlies niet kon uit blijven. Dat gold ook voor Jaap van Oosten, die een prima spelende Gayan den Hollander tegenover zich trof. Jaap verdedigde zich kranig, probeerde van alles, maar Gayan bleef (ondanks wat gezucht zo nu en dan) rustig en haalde het punt binnen.

De andere vier partijen waren allemaal erg snel beslist. De neven Lokerse speelden de opening weer best goed, maar ergens in het middenspel maakten ze een rekenfout en het materiaal wat ze toen achter kwamen, was voor Jerry Ros en Jan Capello voldoende om te winnen. Edwin Pompert speelde een gewaagd gambiet (c4, b5!), maar het leverde eigenlijk niks op. Integendeel: Herman Schoonakker stond niet alleen de gambietpion voor, maar kreeg ook een prachtige stelling en won daardoor al snel. En ook Marko Burger won snel. Dat lag voor een deel wel aan zijn tegenstander Piet van Boven die als een de harakiri-variant van de kamikaze-lijn in het Hollands speelde.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 23

BLIEK WINT, V/D BORGT NIET 

Het blijft maar spannend in de interne competitie en na ronde 23 nog een stukje spannender. Eric Dek speelde tegen Peter van der Borgt hetzelfde Siciliaanse systeem als een paar weken daarvoor tegen Wouter Bliek. Net als Wouter bereikte Peter niet veel, maar waar Wouter toen met kleine zetjes zijn stelling steeds iets kon verbeteren lukte dat Peter niet. Peter mocht er dan ook blij mee zijn dat hij kon afwikkelen naar remise, al moest zijn paard van f6 via e8 en c7 naar a8! Wouter won relatief gemakkelijk van Gayan den Hollander. Door een pionopmars van de h-pion kon Wouter veld f5 beheersen en veroveren en daardoor was de partij “in hogere zin” gewonnen. Ondanks kranig verdedigen van Gayan moest hij toch de vlag strijken. 

Overwinningen waren er ook voor Herman Schoonakker, Flip Meijaard, Bram Boone en Kees Weststrate. Na Eldert Besselings Tc1 kwam er opeens een penning in beeld die Herman een pion zou leveren. Eldert probeerde toen met slinkse zetten tegenspel te creëren, maar het enige wat hij bereikte, was dat hij, in plaats van een pionnetje achter, glad verloren kwam te staan. Flip liet zien dat het adagium “sla nooit op b2 of b7, ook niet als het goed is” niet altijd op gaat en boekte, ondanks creatief tegensputteren van Dingnis Lokerse, een eenvoudige zege. Bram Boone had aanvankelijk een zwakke achtergebleven pion op d6. In plaats van daar op te gaan drukken speelde Jaap van Oosten nogal wat voorzihtige zetten achter elkaar, waardoor Bram zich kon ontworstelen en langzaam een winnende stelling opbouwen. Kees Westrate en Marius Leendertse speelden bijna tot twaalf uur door, oftewel een “tijdnoodduel”. Uiteindelijk werd het door Kees gewonnen nadat beide spelers in tijdnood de ene na de andere kans hadden gemist en Marius door zijn vlag ging. Kees had in deze stelling 

een mooie winstkans. Marius had net met h7-h5 Kees’ toren van g4 naar g5 gedwongen en meende met Tc8-e8 een mooie aanval te hebben over de e-lijn waar Kees’ koning (zoals bij Kees gebruikelijk) erg “kaal” stond. Ziet u de winstkans die Kees had. Kees speelde f2-f3, wat op zich ook niet fout was, maar waarna Marius met Df4 veel tegenkansen kreeg. 

Er waren nog twee remises. Marko Burger en Ronald Hoek van Dijke probeerden van alles (Marko aanval op h7, Ronald binnen dringen op c2), maar de wederzijdse dreigingen werden goed gepareerd en de vrede werd dan ook al vroeg in de avond getekend. Ton van Vliet speelde koningsgambiet en ondanks dat Jan Capello het niet aannam. wist Ton toch nog een pion te offeren, vervolgens een stuk te verliezen, de aanval gaande te houden door er nog een kwaliteit tegen aan te houden en net toen iedereen dacht dat Ton ging opgeven, maakte Jan een foutje en kwam Ton met eeuwig schaak goed weg.

Dan hebben we nog de winstkans van Kees. Kees had e4-e5 moeten spelen. Als Marius dan zijn dame wegzet (bijvoorbeeld naar f4) dan volgt Txg6+, fxg6 / Dxg6+, Kh8 / Dh5+,Th7 / Dxe8+ en mat op de volgende zet. Nu zal de oplettende lezer wel door hebben dat je na e4-e5 de zwarte dame niet kunt pakken (de e-lijn is immers gepend). Daarom is Kg8-h8 beter (dan Df4), maar dat moet je maar zien in tijdnood en ook dan komt het niet goed want na De3, De6 / f4 houdt wit zijn pluspion en een mooie stelling.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 22

TITELSTRIJD BLIJFT SPANNEND 

Peter van der Borgt en Wouter Bliek wonnen weer en zitten elkaar daardoor nog steeds op de hielen. Beiden moesten vol aan de bak, want Herman Schoonakker en Jerry Ros wilden absoluut niet meewerken aan (makkelijke) zeges voor Peter en Wouter. Uiteindelijk wonnen beiden wel, maar dat kostte best moeite en zeker Peter had niks te klagen. Peter probeerde de partij te compliceren en Herman probeerde dat te voorkomen. Peter offerde een kwaliteit en Herman offerde hem terug. Peter offerde nog een kwaliteit en dat offer nam Herman niet aan en dat had hij misschien beter wel gedaan. Nu kon Peter afwikkelen naar een iets beter eindspel. Omdat Peter met bijna geen tijd op de klok toch nog rustiger bleef dan Herman, kon hij tegen twaalven het punt bijschrijven. 

Het zal duidelijk zijn dat Peter de hele avond erg geconcentreerd moest zijn en daardoor is het verslag van de andere partijen beperkt. Uit zijn ooghoeken zag hij nog wel dat bij Gayan den Hollander (met zwart) en Matthijs Schouten een prachtige stand ontstond: witte torens op f1 en b1, zwarte torens op e1 en c1, een witte loper op d1 en een zwarte pion op d2. Matthijs sloeg met de f-toren de e-toren en het leek toch echt dat Gayan (na met schaak terugslaan) de toren op b1 zo maar kon winnen, maar Gayan sloeg meteen op b1. Het bleef toen min of meer gelijk, maar Gayans stukken stonden zoveel beter dat winst uiteindelijk toch volgde. 

Edwin Pompert beantwoordde Wilco Krijnsen Siciliaan met f4 en kreeg daar spijt van. Hij offerde nog wel een stuk tegen twee pionnen, maar zijn koning kwam nooit in veiligheid en een rustige speler als Wilco weet daar wel raad mee. Piet van Boven rokeerde lang, terwijl Jaap van Oosten net aan de damekant wilde gaan aanvallen. Dat kon hij nu naar hartenlust doen, hij won wat pionnen en toen Piet ook nog zijn dame wegblunderde, was het natuurlijk snel voorbij. Dingnis Lokerse verloor van Eldert Besseling en de enige remise werd opgetekend bij Ronald Hoek van Dijke en Jan Capello. Het was een erg snelle remise (15 zetten) en toch geen salonremise, want beiden konden zet-na-zet grof in de fout gaan. Dat deden ze niet door stukken te ruilen. 

 naar boven    naar beneden

Ronde 21

TOP 3 WINT (MET ENIGE MOEITE) 

Negen spannende partijen waarvan er maar eentje binnen 2 uur beslist was (Piet van Boven won van Dingnis Lokerse door een niet te stoppen a-pion). Bij de andere partijen moesten de meeste spelers tot het gaatje om het punt (of het halve punt) binnen te slepen. Zo moest Eldert Besseling hard werken voor de remise. Eerst was hij met zijn dame (De Zwarte Dame) op avontuur gegaan en vervolgens volgde er een onvervalst potje “dametje pesten”. Gayan den Hollander bleek daar weliswaar erg bedreven in (Elderts dame werd weer teruggedrongen), maar de stelling leek kansrijker dan die was en zo eindigde deze leuke pot in remise. 

Marius Leendertse zorgde er met een mooi stukje slagwerk voor dat Jaap van Oosten met een zwakke pion op e6 bleef zitten. Jaap wilde met geweld (c6-c5) tegenkansen scheppen, maar had misschien beter die “pain in the ass” (die pion dus) kunnen weggeven. Nu bleef die pion staan en won Marius een stuk en na veel tegenspartelen ook de partij. Goed gespeeld van Marius. Jan Capello en Marko Burger leken op weg naar remise toen Jan door te snel spel blunderde en Marko een stuk tegen een pion voor kwam. Jans enige kans was nu om van Marko’s overgebleven twee pionnen er eentje te ruilen tegen één of meerdere van zijn pionnen en Marko’s andere pion er af te slaan met Jans paard. Dan had Marko mogen bewijzen hoe je met loper en paard binnen 50 zetten kan winnen. Zover kwam het niet, want Marko wist Jans stuk te ruilen en toen was de winst eenvoudig.  

Bij Herman Schoonakker en Bram Boone kwam een interessant eindspel op het bord. Bram was na zijn Lg4 een pion verloren. Na wat geruil verloor Bram nog een pion en bleef er een eindspel over met ongelijke lopers en twee pionnen voor Herman (op de f- en de a-lijn) en geen voor Bram. Verloren zou je denken, maar als Bram met zijn koning b7 kon bereiken en de f-pion er af kon slaan met de loper, zou een eindspel resteren met een a-pion en een zwartveldige loper voor Herman wat toch remise zou zijn omdat het of pat zou worden of Bram altijd Ka8-b7 en weer terug kon spelen. Of die stelling mogelijk was, weet uw reporter niet, want ondanks dat hij naast Bram zat, had hij genoeg aan zijn eigen partij. Na een interessante openingsfase met (schijn)offertjes van beide kanten was een stelling ontstaan waarin Peter van der Borgt over de open b-lijn en met het loperpaar mooie troeven hadden, maar tegenstander Edwin Pompert had die ook, met zijn aanval op Peters zwakke c5-pion en een huppelpaard. Peter kon zijn troeven niet uitspelen, hield steeds minder tijd over en met nog 4 minuten over wist hij Edwin te verleiden tot een ogenschijnlijk kansrijk, maar fout stukoffer. Vervolgens was het zaak voor Peter het af te maken en dat lukte net binnen de tijd. 

Dat kreeg Ton van Vliet niet voor elkaar. In een heel mooie partij waren hij en Jerry Ros uiteindelijk in een eindspel beland met allebei een dame en drie pionnen. Jerry wist er toen eentje te winnen. Dan zou het nog wel remise zijn, tenzij Jerry dames kon ruilen. En dat lukte toen Ton (die de laatste 10 / 15 zetten constant rond de 30 seconden over had op de klok) zijn dame verkeerd neerzette en Jerry kon ruilen. Jerry won dus. Omdat Wouter Bliek ook won bleef de top-3 dus ongewijzigd. Ook Wouter moest stevig aan de bak, want Eric Dek kwam met wit gewoon lekker uit de opening. Eric kon echter “het plan” niet vinden en na Lf1 en f4 (waarna Wouter de andere loper van Eric kon ruilen) nam Wouter het initiatief over en sleepte de zege binnen. 

Van de 9 partijen werd er 5 keer als 1e zwartzet c5 gespeeld (maar het was niet allemaal Siciliaans). Bij Wilco Krijnsen en Matthijs Schouten gebeurde dat niet. Het werd Damegambiet op zijn Wilco’s. Matthijs kreeg een (overigens helemaal niet slechte) geïsoleerde d-pion. Toch werd die pion Wilco’s aanvalspunt en na veel omtrekkende bewegingen wist Wilco die inderdaad te winnen en toen Wilco met een “petitie combinaison” ook nog de f-pion won was het een kwestie van “uitspelen” en dat kunnen we aan Wilco wel overlaten.

 naar boven    naar beneden

Ronde 20

TOPPER DOOR BLUNDER BESLIST   

De nummers 1 en 2 moesten tegen elkaar. Wouter Bliek verraste Peter van der Borgt met f4 als openingszet. Peter wist zich echter redelijk uit de opening te redden. Nadat er geruild was op f5 en Peter daar een pion had staan, dacht Wouter dat het een goed winstplan was om met direct g4 die f-pion aan te vallen. De pion op g4 stond gedekt door een loper en twee keer aangevallen (door die f-pion en een paard op f6). Peter kon de pion echter niet winnen want na slaan op g4, terugslaan door Wouter met de loper zou het slaan van die loper door het paard mat op g7 hebben betekend (Wouter had met de dame op c3 en de loper op b2 een mooie batterij). Wouter had echter over het hoofd gezien dat Peter een gemene tussenzet had: d5-d4 met aanval op dame en met afsluiten van de diagonaal. De pion kon wel met de dame geslagen worden, maar dan werden de dames geruild en was de mataanval ook over. De loper op g4 zou dus verloren gaan en hoe de partij dan zou verder lopen, wilde Wouter niet afwachten. 

Van de andere partijen heb ik niet veel gezien, omdat de wedstrijd tussen DZD B en Souburg C razend spannend was. Wat heb ik wel gezien? 

Kees Weststrate demonstreerde dat als je maar genoeg pionzetten doet tegen het Tweepaardenspel in de Nahand van Jan Capello je niet aan rokeren toe komt en er op een gegeven moment een dodelijke aanval op f7 volgt. Kees bleef nog lang tegensputteren, maar verlies was onvermijdelijk. Piet van Boven kwam een stuk achter, won een toren (tegen een ander stuk) terug, maar die kleine kwaliteit achter in combinatie met de betere positionering van de stukken van tegenstander Eldert Besseling was voor Eldert voldoende voor het volle punt. 

Gayan den Hollander en Herman Schoonakker speelden een spectaculaire, maar waarschijnlijk niet zo’n goede, partij, die door Gayan uiteindelijk werd gewonnen. Jerry Ros had het erg moeilijk met Jaap van Oosten. Na een wat bijzondere opening ging Jaap opeens aanvallen, leek een stuk te verliezen na f3, wist zich daar toch uit te wurmen en moest pas in het verre eindspel capituleren.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 19

IS ER EEN VERBAND TUSSEN AFTREDEN EN ONZE CLUBAVOND?

Dat is een wat rare titel voor een verslag van de 19e ronde van de interne competitie. Maar ik begin toch langzaam te geloven dat er een verband is tussen aftreden (of beter gezegd: het aankondigen daarvan) en onze clubavond. Twee weken geleden was het Beatrix die aangaf het wel mooi te vinden en op de maandag van de 19e ronde vond Benedictus het ook tijd om de katholieken met een bijna-primeur (als ik het nieuws mag geloven, was het 6 eeuwen geleden voor het laatst dat een paus er mee ophield voordat hij dood ging) te verrassen. Nu was ik zelf vroeger een enthousiast lezer (dat is iets anders dan een volledige volger) van de geschriften van Domela Nieuwenhuis, een socialist van het zuiverste water die “preekte” tegen de 5 K’s: Kerk, Koning, Kapitaal, Kazerne en Kroeg. De eerste twee worden vervangen, maar gisterenavond was ik bijna zover dat er wat mij betreft een 6e K aan toegevoegd kon woorden: Klooster. En niet alleen omdat Benedictus in veel kloosters (mijn tante is nota bene non) voor enige opwinding zal hebben gezorgd.

Dat allemaal gezegd hebbend zal het duidelijk zijn dat ik een aantal partijen compleet gemist heb. Marko Burger won van Dingnis Lokerse en meer weet ik er niet van. Ronald Hoek van Dijke en Ton van Vliet speelden remise. Ik zat er naast, maar geen idee wat er gebeurd is. Bram Boone won van Piet van Boven en hier meen ik alleen gezien te hebben dat Piet kon afwikkelen naar remise, maar dat dat niet gebeurde, tenminste dat afwikkelen wel, maar niet naar remise, want Piet kwam een stuk achter. Wouter Bliek won ook en daar kwam ik niet verder dan dat Edwin Pompert ongewoon voorzichtig speelde, een pion achter kwam en dat Wouters paardenpaar vele malen sterker was dan Edwins loperpaar.

Van de andere drie interne partijen (er was ook nog een teamwedstrijd) heb ik meer gezien. Peter van der Borgt speelde voor het eerst sinds jaren Spaans (met wit). Voor Jerry Ros was het ook lang geleden. Beiden moesten dan ook diep graven naar de theorie. Jerry wist nog wel dat je met d5 Marshall-gambiet kon spelen, maar wist niet meer wanneer je dan d5 moest spelen. Dus, zo kwamen ze in een zeer Klassiek-Spaanse stelling terecht, die ontspoorde toen Peter op de koningsvleugel met pionnen aan het opstomen was en Jerry aan de damevleugel. In deze stelling

speelde Jerry Dd7. En dat was niet goed. Ziet u waarom? (Antwoord: aan het eind).

Jan Capello won op zijn Jans met wat tactisch leuke zetjes een kwaliteit. Wilco Krijnsen verdedigde zich op zijn Wilco’s en met een pion voor de kwaliteit en absolute heerschappij met zijn loperpaar over de diagonalen g1-b8 en a4-d8 leek remise een waarschijnlijke uitslag. Jan speelde echter heel mooi zijn pion naar a3 en liet toen zien dat zijn loperpaar in combinatie met een toren over de e-lijn Wilco in een matnet liet vallen. Prachtig gespeeld van Jan.

Erg spectaculair was de partij van Herman Schoonakker tegen Willy Meulblok. Willy leek op pad naar een zege, maar na wat mindere zetten werd de situatie erg onduidelijk. Wat denkt u van deze stelling?

Zwart is aan zet. Uiteraard, want als wit aan zet was zou het na slaan op f8 meteen mat zijn (als je tenminste tot dame of toren promoveert). Willy speelde (logisch) Txf2+. Herman antwoordde met Kg1 (Kh1 zou na De4+ mat in 6 zijn volgens mijn Fritz) en daarna volgde: Tg2+, Kh1 (op Kf1? volgt Df4+ en Dc1 en mat), Txg3, e8D+, Tg8, Dxg8 (de dame kan niet behouden blijven, want dan volgt De1+, Kh2, Dg1 mat), Kxg8, Txb8+, Kg7, De3 en na Tg6 lijkt het dan wel remise te worden. Willy speelde echter Tf6 en moest toen lijdzaam toezien hoe Herman na Dg1+, Tg6, Tg8+ (natuurlijk), Kxg8, Dxg6+ een mooie stelling krijgt. Nadat de zwarte h-pion van het bord is en Herman met zijn koning naar c8 weet te lopen lijken de dameschaakjes van Willy uitgeput te zijn. Maar juist op dat moment denkt Herman juist dat Willy wel eeuwig schaak heeft en biedt remise aan, wat Willy snel aanneemt.

Antwoord partij van der Borgt – Ros: Peter speelde 20. Pxe5 en hoe Jerry ook reageert hij verliest altijd een pion en ook nog eens de belangrijke centrumpion op e5. Jerry gaf dan ook meteen op.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 18

VAN DER BORGT KOMT DICHTERBIJ

Willy Meulblok en Wouter Bliek speelden een interessante partij. Wouter kon zijn loper op c8 niet ontwikkelen, want die moest aan pion b7 blijven hangen. Willy probeerde dat voordeeltje op allerlei manieren uit te nutten, maar toen Wouter eindelijk die loper in het spel kon gaan brengen, besloten beide spelers de vrede te sluiten. Alle kans dus voor Jerry Ros en Peter van der Borgt om op Wouter in te lopen. Jerry leek al snel op weg naar de zege. Herman Schoonakker leek stukverlies niet te kunnen ontlopen. Jerry gooide de zetvolgorde echter door elkaar en wat restte was een materieel gelijke stand (allebei 2 torens en een loper en 5 pionnen). De lopers waren ook nog eens ongelijk en dan weet je het wel: dat zal wel remise worden en dat werd het ook. Peter dacht met grove middelen Jan Capello snel in de problemen te kunnen brengen en warempel dat lukte ogenschijnlijk nog ook, want Jans koningsmanoeuvre (e8-f7-e8) zag er maar raar uit. Fritz gaf overigens nauwelijks voordeel voor Peter aan; dat voordeel kwam er pas na Jans Dd6, wat materiaalwinst voor Peter opleverde. Die vergat toen een paar keer de trekker over te halen, om op het eind met een aardige combinatie het materiaalvoordeel helemaal terug te geven om in een eindspel te belanden wat gewonnen was. Peter won dus en komt ietsje dichterbij Wouter.

Matthijs Schouten doet het prima, wat ook te zien is in het ratingklassement waarin hij, ook na zijn nederlaag in deze 18e ronde, ruim bovenaan staat. Maar nu moest hij het onderspit delven tegen ons qua rating “gemiddelde lid” Ronald Hoek van Dijke. Matthijs kwam in de problemen na Ronalds Db6 met aanval op b2. De wat meer ervaren speler speelt dan doodleuk zijn loper (die op g5 stond) terug naar c1 of rokeert gewoon en laat zwart lekker op b2 slaan om het ontwikkelingsvoordeel te gaan benutten. Matthijs heeft die ervaring echter nog niet, speelde b3 en de pionnenstructuur die dat opleverde bood Ronald teveel kansen. Ook Dingnis Lokerse beet in het stof, want hij verloor van Edwin Pompert.

Piet van Boven leek te gaan winnen tegen Gayan den Hollander. Gayan speelde erg voorzichtig en toen hij eindelijk naar de 5e rij durfde, gaf hij meteen twee centrumpionnen weg. Gayan ging toen met c5 in troebel water vissen. Piet raakte de weg kwijt in dat troebele water, kwam een toren achter. Toen ging Gayan weer een beetje modderen, maar niet genoeg om de winst uit handen te geven.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 17

VERRASSINGEN?

De eerste die gewonnen had was Edwin Pompert, in een Siciliaanse Alapin had Eldert Besseling niet de beste zetten gedaan en kwam  zeer snel een stuk achter. Voor half 9 konden de stukken weer in de doos.

Dies Lokerse speelde heel lang een prima partij. Kees Weststrate, die meestal zeer snel een aanval tegen de vijandelijke koning opzet, kreeg geen vat op het spel van Dies. Het ging lang gelijk op maar in het eindspel kon Kees wat pionnen snoepen en dat bleek genoeg voor de winst.

Bij Willy Meulblok die vanuit een soort koningsgambiet en een offer op f7 de koning van Wilco Krijnsen in het nauw bracht, leek het mat binnen bereik. Het bleek allemaal echter niet te passen en wit moest zijn aanvallende stukken terugtrekken. Zwart stond ineens beter en met een dijk van een centrum was het wit die moest overleven.  Met een raar fianchetto op de damevleugel gaf zwart ineens tempi weg om een loper op b7 te begraven. Wit had zodoende tijd om alles weer op de witte koning te richten en dat was genoeg voor het punt.

Herman Schoonakker speelde tegen Wouter Bliek niet geheel onverwacht engels en het ging lang gelijk op waarbij wit wel steeds een klein plusje bleef houden. In het eindspel was dat plusje wel weg maar de stelling was wel erg gelijk. Herman speelde daarna echter zijn pion in het centrum op waardoor zijn loper ineens wel heel slecht werd. Het eindspel van goed paard  tegen slechte loper was daarna niet meer te houden voor wit.

De echte verrassing was er toch nog wel. Jerry Ros had het frans op het bord gezet en Jan koos voor de doorschuifvariant. Zwart koos later voor Lb4 en werd na Pge7 ook nog gedwongen door Jan’s a3 die mooie loper te ruilen.  Wit stond wel duidelijk beter maar voor de winst moest er nog wel even nauwkeurig gespeeld worden. Dat gebeurde ook, Jan schakelde een tandje bij en zwart kon alleen maar kijken hoe zijn stelling werd afgebroken.

Bij Ronald Hoek van Dijke en Eric Dek leek zwart (Eric) toch wel heel prettig uit de opening te komen maar de partij liep helemaal vast op de koningsvleugel, toen Ronald met “neutrale” zetten aan kwam zetten leek de remise wel snel dichtbij en zo geschiede.

Aangezien  zelfs google geen duidelijkheid kon geven over de “neutrale” zet  staat het de lezers vrij om een eigen invulling te geven.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 16

BLIEK EN DEK HEBBEN GELUK IN 16E RONDE


Geen verrassingen in de 16e ronde, maar die hadden er wel kunnen zijn. Laten we beginnen met Eric Dek. In een Italiaanse partij had Jaap van Oosten (zoals we van Jaap gewend zijn) logische, maar ook wel voorzichtige, zetten gedaan. Het invoegen van h7-h6 bood Eric mooie kansen om met e4-e5 Jaap in de houdgreep te nemen. Eric draaide echter de zetten om, deed eerst a3 en verloor pardoes de pion op e4. Uit frustratie (volgens Eric) offerde hij in deze stelling

zijn loper maar met Lxf7, maar na Kxf7, d5, Pe7, Pe5+ zou dat helemaal niet erg zijn geweest. Jaap speelt de koning terug naar g8 (naar f8 geeft Eric nog een beetje kans, omdat dan Lxh6 mogelijk is) en na iets als Dd3 gaat het paard van e4 naar f6 terug en "de stukken kunnen in de doos". Jaap speelde echter zijn koning naar e8 en toen was het voor Eric na Dh5+ eenvoudig: g6 (verplicht), Dxh6 en zwart gaat mat of materiaal verliezen.

Met een loper offeren op f7 was toch populair, want Peter van der Borgt deed dit ook, op het bord naast Eric, tegen Gayan den Hollander. Gayan speelde, na Peters e4, d6 (de Pirc dus) om na Peters antwoord (f4) e5 te spelen en zo in een niet zo goede variant van het Koningsgambiet terecht te komen. Vader Rinus zal Gayan wel uitleggen dat je de Pirc niet zo speelt en dat 2....g6 logischer is. Vervolgens speelde Gayan ook nog wat slappe zetjes (h6, Pb8-d7-b6) en toen was het loperoffer redelijk dodelijk. Gayan kwam een pion achter en kreeg te weinig tegenspel.

Het was ook een goed avondje voor twee andere "echte" Kruiningers, want Flip Meijaard en Edwin Pompert wonnen ook. Dies Lokerse speelde het Spaans Vierpaardenspel tegen Flip. Daarmee bereikte hij een gezonde stelling, waarna het fout liep door een combinatie van voorzichtige en onvoorzichtige zetten. Dat moet je tegen Flip net niet doen, want die wikkelt dan koeltjes af door wat te ruilen, het daardoor ongedekte pionnetje te snoepen, weer wat te ruilen en dan weer een pionnetje op te pakken. Kortom: toch nog wel een makkelijke zege voor Flip. En dat was het ook voor Edwin. Na een penning van een paard op c4 (door La6) kwam Piet van Boven in de problemen. Die kon hij niet de baas en dat leidde tot materiaalverlies en (uiteindelijk) partijverlies. Dat was er ook voor Marius Leendertse, die na een hele ruilpartij, in deze stelling

niet het paard (van Jan Capello) op d3 kon terugnemen vanwege dameverlies. Ziet u hoe? Jan had het gezien en Marius zag het ook, sloeg dus niet terug en bleef het stuk achter en moest al snel opgeven.
 
Willy Meulblok won van Bram Boone. Over deze partij zou uw verslaggever graag veel melden, maar die heeft die partij helemaal gemist. Dat gold aanvankelijk ook voor de partij tussen Ronald Hoek van Dijke en Wouter Bliek. Uiteraard speelden ze Caro-Kann, een opening die uw verslaggever niet begrijpt. Vervolgens kregen ze het voor elkaar om in 13 zetten 4 keer een paard aan de rand te zetten: 3...Pa6, 8. Ph2, 11. Pa3 en 13....Ph6! Zo'n opening kun je toch niet serieus nemen?! Volgens uw verslaggever schoten ze er ook beiden weinig mee op, want het leek toch steeds echt erg remise te zijn. Voor Wouter is dat het sein om met kleine zetjes van niets iets te gaan maken. Dat kostte hem wel veel tijd en met minder dan 5 minuten op de klok ontstond deze stelling met wit aan zet.

Zwart (Wouter) gaat pion e5 winnen, maar is dat ook winnend? Wel na Ronalds (passieve) antwoord Td3, maar hoe zou het zijn afgelopen na (het actieve) a3-a4? Niemand die het na afloop wist. Uw verslaggever weet het nog niet. De "engine" geeft nog steeds winst voor zwart aan (-0,56), maar die engines vertrouw ik nooit zo in eindspelen. Daarnaast houden ze geen rekening met beschikbare tijd.

O ja: bij Jan en Marius na Dx3 zou De1+, Df1, Lxh2+ volgen met dameverlies tot gevolg.
 

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 15

WOUTER BLIEK HERBSTMEISTER

Wouter Bliek is herfstkampioen geworden of zoals onze Oosterburen zeggen: Herbstmeister. De 15e ronde was de laatste ronde van 2012 en dat niet alleen: we zijn nu ook precies halverwege. Overigens was het voor Wouter geen makkie deze 15e ronde. Bram Boone bood heel veel tegenstand. Wouter speelde weer eens Koningsgambiet, kreeg aanval over de f-lijn, daarna de g-lijn en uiteindelijk de h-lijn. Het zag er allemaal dreigend uit, maar Bram kon alles pareren, omdat zijn dame netjes de 7e rij dekte. En dat niet alleen; de dame was (in combinatie met een lastig paard) ook nog gevaarlijk over de lange diagonaal richting Wouters wel erg onbeschermde koning. Telkens als je dacht dat Wouter de beslissende klap uit kon delen had Bram nog een parade. In wederzijdse tijdnood ging Bram echter in de fout en werd een aanval over de c-lijn (!) hem noodlottig. Spannende pot. 

Spannend was het ook in de Siciliaanse partij van Willy Meulblok en Eric Dek. Willy was met voordeel uit de opening gekomen, maar na winst van pion f7 en dameruil had Eric de stelling zo gedecompliceerd dat die, ondanks de minpion en de gelijke lopers, na torenruil verdacht veel op remise leek. Eric had inmiddels echter minder dan een minuut op de klok, op een gegeven moment zelfs 18 seconden. Eric bleef echter de goede zetten doen met zijn loper en de zijn koning en deed terecht geen enkele zet met zijn h-pion. Wat hem bezielde om die h-pion (met inmiddels al weer zo’n 50 seconden op de klok) op een bepaald moment wel te verzetten, wist hij in de analyse ook niet meer en het heeft Eric misschien ‘s nachts wel wakker gehouden. Willy kreeg opeens kansen en daar kon Eric met zo weinig tijd niet meer tegen op.

De andere achtervolgers van Wouter, Peter van der Borgt en Jerry Ros, wonnen ook. Peter mocht tegen Matthijs Schouten, die in de ratingspronglijst met 64 pluspunten ruim boven aan staat. In de Schotse opening werden snel de dames geruild, offerde Peter een pion, wonnen beide paarden op het a-hoekveld een toren, maar wist Peter Matthijs zo in de problemen te brengen dat er wel ergens materiaalwinst in moest zitten. Dat was ook zo, maar die zag Peter over het hoofd doordat hij de zetten in de verkeerde volgorde deed. Toen Matthijs echter een aanval op zijn loper beantwoordde met een tegenaanval op Peter zijn loper, was het snel over, want Peter kon zijn aangevallen loper met schaak wegzetten.

Jerry Ros moest meer moeite doen om te winnen. In een mooie partij kwam hij een stuk tegen twee pionnen voor, maar waren er zeker tegenkansen voor Wilco Krijnsen. Jerry liet echter (net als zaterdag tegen Theo de Putter van Landau 2) zien dat hij in tijdnood de goede zetten weet te vinden. Jan Capello won van Piet van Boven. Piets lange rokade, gevolgd door Kb8, was ongelukkig en werd door Jan meteen afgestraft. Een andere D-teamspeler, Jaap van Oosten, verloor ook, van Herman Schoonakker. Herman was na een (terecht door Jaap niet aangenomen) loperoffer twee pionnen voor gekomen. Dat waren ook nog eens twee verbonden vrijpionnen, die (mits in de goede volgorde naar voren gespeeld) beslissend zouden worden. Ook Herman wisselde echter zetten om en Jaap kon die vrijpionnen neutraliseren en de toen ontstane stelling (beiden een dame, Herman 4 en Jaap 2 pionnen) leek remise te gaan worden omdat Hermans koning zo onbeschermd stond dat eeuwig schaak waarschijnlijk leek. Herman wist echter dames te ruilen en toen beslisten de pluspionnen uiteraard de partij. 

Kees Weststrate speelde tegen Wim Jacobusse zijn eigen spel. Onorthodox en daardoor soms vreemd ogend. Wim bleef echter onverstoorbaar en kon op een gegeven moment een loper vangen en wist elk grapje van Kees daarna in de kiem te smoren en zo ging het punt naar Aruba (of eigenlijk naar Hoedekenskerke waar Wim in december altijd verblijft). Opvallend was ook dat Kees rokeerde, maar ook het moment (zet 31!). Voor het eerst dit seizoen was Edwin Pompert actief. Hij leek zijn stijl iets te hebben aangepast, iets minder romantisch dan we gewend zijn. Hij wist Flip Meijaard wel zo in de problemen te brengen dat Flip een kwaliteit en veel tijd en uiteindelijk de partij verloor. 

Er viel één remise te noteren, alhoewel de eindstelling allerminst remise was. Marius Leendertse stond een toren voor, maar had echter heel weinig tijd op de klok en omdat Gayan den Hollander toch nog wat lastige elementen in de stelling had gebracht bood Marius remise aan, welk bod door Gayan aangenomen werd. Hoe was Marius (met computerbril als schaakbril) die toren voor gekomen of misschien kan de vraag beter luiden: hoe was Gayan een toren achter gekomen? Welnu, nadat de lichte stukken geruild waren wist Gayan zich een mooie positie te verwerven met zijn twee torens en zijn dame. De e-lijn was in handen van zijn torens en in combinatie met een dame op c4 (of b5) leidde dat tot allerlei tactische matvalletjes (f7, onderste rij en zo).

 Aan deze stelling

was vooraf gegaan dat Marius eerst zijn d-pion naar d3 had gespeeld, die was door Gayan met zijn c2-pion er af geslagen, waarna Marius vrije doorgang had voor zijn c-pion en die naar c2 had gespeeld. Gayan had hierna Te4-e1 gespeeld om pionpromotie te voorkomen. Maar wat had Gayan overzien? 

Dat de toren op e1 overbelast is. Die toren moet en toren e5 dekken (want die staat aangevallen door de dame) en veld c1 (vanwege de dreigende promotie). Marius speelde c2-c1D, waarbij Dd6xe5 beter was geweest, want na Te1xe5, c2-c1D+, Kg1-h2 volgt Dc1-f4+ met torenwinst.

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 14

GEEN GROTE VERRASSINGEN IN DE 14E RONDE

In de 14e ronde waren geen grote verrassingen te noteren, alhoewel die er wel hadden kunnen zijn. Zo leek Kees Weststrate Ton van Vliet van het bord te blazen. In de van Kees bekende stijl (pionnen op de koningsvleugel naar voren rammen en dan maar zien waar het schip strandt) drong hij Ton zo in de verdediging dat Ton na de korte rokade (die hij maar speelde om zijn koning in veiligheid te krijgen) alleen maar lijdzaam kon toezien hoe Kees met Pg6 materiaalwinst kon boeken. Kees zag echter de zet niet en Ton kon zich langzaam wat losmaken zonder dat het materiaal kostte. Toen Kees probeerde de remiseweg te vinden door dameruil, bleef een stelling over die juist de meeste kansen voor Ton bood. Nadat Kees ook nog een kwaliteit verloren had, wist Ton nog te winnen.

Dat lukte Wilco Krijnsen niet. Jaap van Oosten deed precies wat Wilco niet graag heeft: afwachten. Zo ontstond er na dameruil wel een erg gelijke stelling, zowel materieel als pionnenverhoudingen op de beide vleugels. Remise was dan ook de logische uitslag. Knap van Jaap. Collega-D-speler Piet van Boven leek ook op pad naar een knappe prestatie. In de opening verloor Herman Schoonakker na een venijnig tussenschaakje twee pionnen. Piets paard (dat die twee pionnen veroverd had) stond wel wat vervelend, maar dat paard kon met de pionnenopmars b6-b5-b4 net op tijd gered worden. Piet zag dat niet en verloor het paard en toen snel daarna ook nog een volle toren de doos in ging, was ook in deze partij de optie van een verrassing weg en kon Herman toch nog een zege noteren.

De andere Goesenaren wonnen ook. Bij Wouter Bliek tekende de zege zich al heel erg snel af toen Rob Oosterlee (die Wouter met het Scandinavisch wilde verrassen, maar vooral zichzelf verraste) in een openingsgrapje trapte. Pion achter en slechte stelling. Simpele zege dus, zou je denken. Maar Rob rechtte zijn rug en deed er alles aan om zijn stelling te houden en het duurde dan ook tot na de 40e zet dat Wouter eindelijk een tweede pion kon winnen, waarna Rob opgaf. Willy Meulblok verwisselde in de opening twee zetten en kwam zomaar een pion achter. Ogenschijnlijk leek het alsof hij zijn f-pion had geofferd, wat wel van lef getuigd tegen Eldert Besseling, die toch "berucht" is vanwege zijn snelle f-pion-zetten. Die halfopen f-lijn gaf later Willy zoveel kansen dat hij Eldert in een matnet kon krijgen.

Peter van der Borgt blijft in de buurt van Wouter Bliek, omdat hij tegen zijn Angstgegner (Marko Burger) dit keer geen problemen had met Marko's damegambiet (ik weet dat Peter met enige regelmaat nog nachtmerries heeft van een enorme veegpartij waar in een damegambiet Marko zijn loper op g5 gewoon liet pakken en Peter enorm ge-h-lijnd werd). Na een flauw tactisch grapje kwam Peter een kwaliteit tegen een pion voor. Dat was op zich zo erg niet, maar Peters stukken stonden goed en die van Marko niet en het punt kwam dan ook snel naar Peter toe. Niet zo snel als bij Jan Capello, die Dingnis Lokerse wel erg snel van het bord zette.

Dan konden we ook nog twee "debutanten" begroeten. Tenminste debutanten in dit seizoen: Wim Jacobusse was weer terug uit Aruba (en had sinds vorig jaar geen schaakstuk meer aangeraakt, maar wel veel gebridged) en Flip Meijaard. Ze mochten meteen tegen elkaar. Het werd een voorzichtige partij die in een eindspel met gelijke lopers uitmondde. Wim stond heel de partij iets beter en wist dat in het eindspel mooi tot uiting te brengen. Zelfs nadat Flips vlag gevallen was, speelden ze gewoon door, omdat beiden wilden zien of het eindspel echt te winnen was door onze bebaarde Arubaan. En dat was zo.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 13

SPANNENDE PARTIJEN IN DE DE 13E RONDE 

Sinterklaas, de griep, werk, vakantie en zelfs een treinvertraging (winter is weer begonnen) zorgden er voor dat er maar 7 partijen waren. Die partijen waren echter wel spannend. Zo kon Dingnis Lokerse door actief spel een pion voor komen tegen Bram Boone. Toen Dingnis echter zijn pion op c7 weg gaf, ontstond er kortsluiting en vlogen achter elkaar nog wat stukken (van Dingnis) van het bord af. Onze andere Lokerse, Dies, besloot na Marius Leendertses a3, zijn loper van b4 weer terug naar f8 te zetten. Marius snoerde Dies daarna helemaal in. Dies gaf zijn loper (die van f8) dan maar om onder de druk vandaan te komen, maar de materiële achterstand was voldoende voor Marius om het punt binnen te halen. 

Jaap van Oosten moest vol in de verdediging tegen Jan Capello. Maar dat deed Jaap met verve en wat Jan ook probeerde hij kwam er niet door. Remise dus. Eldert Besseling en Eric Dek vochten een theoretische discussie in een Siciliaan waarin Eldert a4 had gespeeld. Mocht Eldert nu wel of niet met zijn op c3 geposteerde dame op c6 slaan (hij deed het, waarschijnlijk terecht, niet). Voor Eldert ging het echter mis toen hij zijn dame naar c4 verhuisde naar Erics Pe4. Eric kwam materiaal voor en toen Eldert nog een onnauwkeurige zet speelde (en weer een pion verloor) konden de stukken de doos in. 

Wouter Bliek had het met zwart aanvankelijk best moeilijk. Matthijs Schouten speelde de opening actief en goed. Zijn opmars met zijn f-pion (f2-f4) gaf Wouter echter een kans een kwaliteit te winnen. Dat liet Matthijs niet toe en hij ging voor de schwindelkansen met een torenoffer, dat in een vluggertje misschien best kansrijk zou zijn geweest, maar nu niet zo. Wouter won dus, maar Matthijs mag trots zijn op deze partij. Hij schaakt nog maar een jaar en is dan ook nog eens de helft van de tijd op zee aan het werk. Ton van Vliet wilde geen reputatieschade oplopen en offerde een pion. Of dat goed was weet ik niet, wel dat Willy Meulblok veel later zo maar een kwaliteit teruggaf. Ton kwam (na dameruil) zeker gewonnen te staan, maar dacht dat hij er bij de 40e zet nog een half uur bij kreeg. Dat is dus niet zo, maar Ton wist dit niet (logisch, want Ton speelt eigenlijk nooit partijen die de 40 zetten overstijgen). Enigszins in paniek bood Ton (met nog een minuut of 3 op de klok) toen remise aan, waarop Willy zei “maar ik sta verloren” en na Tons reactie “tsja, je mag ook opgeven” werd het dus remise. 

Peter van der Borgt en Wilco Krijnsen speelden geen goede, maar wel een spectaculaire partij. Beiden raakten in tijdnood, maar bleven toch verrassende zetten doen. Uiteindelijk won Peter, maar Wilco heeft zeker kansen gehad om ook de winst te pakken.

Voor wie de partij wil naspelen, klik op het diagram:

naar boven    naar beneden

Ronde 11

JERRY ROS GROTE WINNAAR VAN DE 11E RONDE 

Van de Top-5 wist alleen Jerry Ros te winnen. Uw verslaggever (dat is dus Peter van der Borgt) heeft overigens helemaal gemist hoe Jerry’s zege op Willy Meulblok tot stand is gekomen. Peter had namelijk meer dan genoeg aan zijn eigen stelling. Door een onhandige zet van Ronald Hoek van Dijke (Dd7) kon Peter met een paard binnen komen en kwaliteits- of pionwinst afdwingen. Ronald reageerde actief met e6-e5 en de manier waarop Peter de kwaliteit won en vervolgens afwikkelde was niet goed. Peter moest dan ook zo’n beetje een uur in de denkstand om de beste manier te vinden er nog remise uit te slepen. Omdat Ronald direct daarna remise aanbood, hoefde Peter dat niet meer te bewijzen. In die denkpauze van een uur was er nogal wat gebeurd. 

Matthijs Schouten was na een tussenschaakje dodelijk met zijn toren Herman Schoonakkers stelling binnen gedrongen en de pionnenwinst die volgde, zou voldoende geweest moeten zijn voor de winst, maar omdat Herman ook de gelegenheid tot een tussenschaakje kreeg kwam Matthijs toch nog in de problemen en wist Herman een remisestelling te bereiken, alleen was toen zijn vlag gevallen. Overigens was het wel grappig dat na 19 zetten alle lichte stukken van het bord waren en de rest (inclusief pionnen) er allemaal nog op stond. Na de remise van vorige week tegen Eldert Besseling weer een knappe prestatie van Matthijs.

 Wilco Krijnsen doet het ook erg goed (en was – naast Jerry – de enige van de top-10 die won). Tegenstander Anton Quakkelaar kwam niet lekker uit de opening en verloor de belangrijke d-pion. Wilco liet toen zijn prooi niet meer los, won er nog een pion bij en wist (ondanks de tijdnood) het goed uit te spelen. De derde verrassing kwam van Dingnis Lokerse, die zijn eerste zege van het seizoen boekte. In de partij tegen zijn neef, Dies, speelden beiden een prima partij. Dingnis kreeg echter een loper op g3 die onaantastbaar bleek en zo krachtig was dat mat op de onderste rij onvermijdelijk was. 

Ook verrassend was dat er twee Kalashnikovs werden gespeeld en dat Peter van der Borgt niet één van de daders was, maar dat Bram Boone en Gayan den Hollander die opening uit hun hoge hoed getoverd hadden. De partijen zelf verliepen wel heel verschillend. Jan Capello speelde het paard van d4 naar b5 en greep Bram bij de strot en liet niet meer los en liet zelfs zo nu en dan een pion lopen om Bram maar in de houdgreep te houden. Uiteindelijk moest Bram dan ook “afkloppen” (om in judotermen te blijven). Eric Dek pakte de Kalashnikov van Gayan voorzichtig aan; té voorzichtig. Dat Gayan toch niet verder kwam dan remise, zal hem niet lekker hebben gezeten. 

Wouter Bliek wist met wit (in de opening) niet zo veel te bereiken tegen Ton van Vliet. Ergens in het middenspel leek Wouter de partij toch zijn kant op te laten kantelen. Met allebei nog een dame en een toren (en wat pionnen) had Ton echter voldoende tegenkansen om de partij in de remisehaven te houden. Remise was misschien ook een logische uitslag geweest in de partij tussen de D-ers Marius Leendertse en Piet van Boven, maar Piet wist met zijn turboschaak (dat slaat in dit geval op zijn snelheid) Marius zo onder druk te zetten dat het punt naar Hansweert (Piet) ging. Turboschaak word ook door Kees Weststrate gespeeld. Hier slaat de turbo meer op “gaan met die banaan”. Pionnen stomen op, paarden gaan naar g5, zo nu en dan gaat een pion verloren en dan maar hopen dat de tegenstander ergens in de fout gaat. Mede-Krabbendijkenaar Eldert Besseling liet zich echter niet van de wijs brengen, bleef rustig en bracht zo het punt over de streep.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 9

spektakel in de 9e ronde 

Een aantal spelers had bedacht dat er maar eens flink geofferd moest worden. Dat leidde tot een aantal spektakelrijke partijen en uw verslaggever die van de andere partijen weinig heeft mee gekregen. 

De partij van Eric Dek tegen Jerry Ros heb ik nog wel gezien. Jerry kon een bekend schijnoffer doen (paard slaat pion op e4, wit slaat paard en na d5 staat de witte loper op c4 en het paard op e4 aangevallen). Eric dacht het stuk het beste met Lxf7 terug te geven, maar dat was geen gelukkige keus. Om niet overlopen te worden, offerde Eric een stuk tegen twee pionnen, maar ondanks Jerry’s ogenschijnlijk ongemakkelijke koningspositie kon hij Erics kansen vrij gemakkelijk neutraliseren en het punt naar Hansweert meenemen. Dat deed ook Piet van Boven. Dat leek na een half uur spelen er overigens niet in te zitten. Dies Lokerse (weer terug na een paar weken een kookcursus gevolgd te hebben) speelde de opening (een soort Wolgagambiet, maar dan door wit gespeeld) prima en toen Dies ook nog rustig ging afruilen leek het voor Piet een zware avond te worden. Ergens moet er echter iets fout zijn gegaan bij Dies, want opeens stond Piet een dame voor en kon hij toch weer winnen. 

Ook Jaap van Oosten en Willy Meulblok wonnen, maar achtergronden, bijzonderheden en andere wetenswaardigheden zijn me compleet ontgaan. Er was ook nog een remise. Rob Oosterlee en Gayan den Hollander speelden een rustige partij, waarin Rob de iets betere pionnenstructuur had en Gayan een iets sterkere loper. Met het opspelen van de e-pion naar e5 wist Gayan een pion te winnen, maar kreeg ook Rob weer een vrijpion. Omdat de stelling gesloten bleef, was remise een logische uitkomst. 

Kees Weststrate dacht vooraf misschien kansen tegen Herman Schoonakker te hebben, maar zijn spel was te onsamenhangend en nadat hij met f2-fe Hermans loper op g4 had aangevallen was zijn stelling definitief “aan gort”. Rokeren zat er niet meer in, er dreigde pionverlies en zijn ontwikkeling was nog niet voltooid. Herman is ervaren genoeg om daarvan wel te profiteren en dat gebeurde dan ook. Marko Burger en Wouter Bliek hielden lange tijd veel materiaal op het bord en toch belandde er pardoes een pion van Wouter (die met wit speelde) op a7. Die pion bleek onaantastbaar. Marko kwam een stuk (tegen een pion achter), maar wist toch in een stelling terecht te komen waar Wouter moest oppassen voor remise. Dat deed Wouter keurig en zo kon hij zijn voorsprong op Peter van der Borgt uitbreiden, want Peter kwam niet verder dan remise.  

En daar mocht Peter heel blij mee zijn, want vanaf Peters 7e zet gaf Fritz tenminste + 1,5 aan (en tegenstander Ton van Vliet speelde met wit dus zo’n Fritz-score is niet goed voor zwart). Na Peters 13e zet ging Fritz naar + 3 en dat liep de zetten daarna op naar zelfs +6. Overigens had Peter achteraf wel een heel curieuze verklaring voor zijn 13e zet: “Ik stond verloren en mijn enige kans om de partij te redden was om nog meer achter te komen en daarom gaf ik nog een toren en een pion”. Je moet wel een erg geniale schaker zijn om dit te bedenken. Peter bereikte er wel mee dat de stelling onduidelijk en complex bleef en Tons klokje tikte ook door (dat van Peter ook, maar veel minder, want die was vooral na zijn 13e zet lekker doorgegaan met schwindelen en daar hoort ook bij dat je zo nu en dan wat snel en achteloos een zet op het bord tovert). Na Tons 21e zet (d6-d7) kreeg Peter plots weer tegenkansen (Fritz ging naar +2) en die benutte hij goed (geholpen door Tons 23e zet toen Fritz voor het eerst op een heel kleine minscore kwam). In de eindstelling had Peter zelfs iets betere kansen. Maar toen besloten de vechtersbazen opeens de vrede te tekenen. 

Voor wie de partij wil naspelen, klik op het diagram:


 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 8

Top heeft over geluk niet te klagen 

In de 8e ronde was van de top-10 8 man aanwezig en die moesten tegen elkaar. Wouter Bliek en Peter van der Borgt hadden daarbij over geluk niet te klagen. Peter probeerde tegen Eric Deks Siciliaan eens een keer iets anders dan de Alapin. Of hij dat gaat herhalen weten we niet. Alleen door wat ongelukkige zetten achter elkaar van Eric kreeg Peter na de manoeuvre Dd1-e1-h4 een ogenschijnlijk (maar eigenlijk niet zo bijzonder) gevaarlijke aanval op de koning (en stiekem ook op de niet-gedekte loper op b4). Dat laatste had Eric helemaal overzien en zo kon Peter makkelijk het punt bijschrijven. Bij Wouter leek het zelfs remise te worden. Hij bood het ook aan, maar Wilco Krijnsen weigerde. Met allebei maar weinig tijd op de klok probeerde Wilco ijzer met handen te breken. En dan komt het gezegde “wie het onderste uit de kan wil krijgt het deksel op de neus” om de hoek kijken.  

In deze stelling

 

speelde Wouter Ta7-a5 en u voelt hem misschien al aan komen: het onderste uit de kan is de pion op h7 en het deksel volgt dan met Th5 mat. Of Wilco lekker geslapen heeft, weten we niet. Maar de remise die binnen handbereik was, werd zo verspeeld. Als Wilco na Ta5 iets als Tf2 had gespeeld, was er niks aan de hand geweest. 

Remise werd het wel tussen de ex-Scheldeschakers Bram Boone en Rob Oosterlee. In de analyse werd nog gekeken naar een kwaliteitsoffer van Rob op f3 en dat offer was zeker kansrijk, maar een sluitende winstweg konden de spelers (en de kiebitzers) niet vinden. Die winstweg zal er mogelijk ook voor Jerry Ros en/of voor Ronald Hoek van Dijke wel zijn geweest. Maar ook hun partij (die Ronald als “niet saai” omschreef, maar hij bedoelde dat “het bord in brand stond”) eindigde in remise. 

Ton van Vliet was ook aan het offeren geslagen en of die pionoffers goed waren, weten we niet. Feit was wel dat Gayan den Hollander zich er niet goed tegen kon verdedigen en verloor.  

Herman Schoonakker speelde in deze stelling

 

Pa4 en daar kreeg hij enorm veel spijt van. Achteraan staat waarom en kunt u zien hoe Jan Capello mooi de partij besliste.

Piet van Boven verloor, omdat hij verzuimde te ruilen op b5. Kees Weststrate kwam toen met een dame binnen op b7 en won niet alleen een pion, maar ook een toren. Het vervolg speelde Kees prima uit. Kees zal dan ook weer hoog blijven staan in de ratingstand. Wendy Peereboom kreeg een lelijke penning tegen zich. Die kostte een paard en haar tegenaanval was net niet sterk genoeg om mat te forceren. Zo won Jaap van Oosten zijn partij en komt Jaap weer wat van de onderste plaatsen weg. Dat geldt ook voor Marius Leendertse, die van Dingnis Lokerse won en waar weinig over te vertellen was omdat uw verslaggever van deze partij eigenlijk niks heeft gezien. 

 

Dan hebt u nog het einde van Schoonakker-Capello tegoed. Jan speelde Dh3 en de dreiging Pg4 gevolgd door mat op h2 en f2 is niet te voorkomen (tenzij Herman zijn toren of dame wil geven).

naar boven    naar beneden

 

Ronde 7

De 7e ronde leverde een aantal verrassende uitslagen op met Wouter Bliek als belangrijkste "slachtoffer". Wouter had tegen Jerry Ros een kwaliteit voor een pion geofferd. Of dat voldoende compensatie bood, kan betwijfeld worden, zeker na de (niet door Wouter te vermijden) dameruil. Jerry kon echter de weg naar de winst niet vinden en verloor ook steeds meer tijd. Dat verleidde Wouter tot een (naar later bleek onverantwoorde) winstpoging. Jerry wist Wouters toren te ruilen en kon toen de kwaliteit terugofferen, omdat Jerry's pion het eerst aan de overzijde zou komen. Dat was voor Wouter het sein om op te geven en zijn eerste nederlaag te incasseren. Van de spelers die 3 partijen of meer hebben gespeeld is nu niemand meer ongeslagen.

De nummers 2 en 4 (Marko Burger en Eric Dek) waren er niet en konden dus niet profiteren van deze uitglijder van Wouter. Peter van der Borgt kon dat wel. Peter haalde de Kalashnikov weer eens van stal (voor de leken: de Kalashnikov is de naam van een opening, waar Peter meer van snapt dan van het wapen met die naam, maar dat zegt helaas meer over Peters beperkte wapenkennis dan van zijn openingenkennis). Op de 12e zet zag Peter zich gedwongen tot een wel erg speculatief stukoffer (wat -voor Peter zelf- achteraf door Fritz niet compleet werd afgeschoten). Willy Meulblok liet het zich niet bewijzen en gaf het stuk al snel terug om in een materieel gelijke stelling te belanden waarin Willy's loperpaar beslissend zou moeten gaan worden, maar dat werd het niet. Integendeel: in deze stelling,



waarin wit net (het foute) Db6-b5 had gespeeld, zorgde Peter ,die met zwart speelde ,er met twee zetten voor dat Willy een stuk achter kwam en opgaf. Zoals gebruikelijk staat het goede antwoord op het eind.

Van de andere spelers in de top-10 wist Wilco Krijnsen weer te winnen. En ook nu weer in de "Wilco-stijl": gewoon logische ontwikkelingszetten spelen, beetje manoeuvreren, tussendoor wat afruilen en dan een pionnetje winnen en vervolgens de winststelling zetje voor zetje verbeteren. Dit keer was Herman Schoonakker, geheel tegen Hermans zin overigens, Wilco's "gewillige" slachtoffer.

Bij Anton Quakkelaar en Gayan den Hollander leek er aanvankelijk weinig aan de hand. Anton had een open a-lijn, waar zijn torens heersten. Daar stond tegenover dat Gayans pionnen op de damevleugel al aardig waren opgerukt en Antons loper zwak was. Maar remise leek toch de meest waarschijnlijke uitslag. Totdat Gayan met een geniepig schaakje plots een toren wist te winnen. Bingo! (voor Gayan dan) zou je denken. Maar in plaats van de stelling in het slot te gooien, ging Gayan op pionnenjacht, waarna Anton met net zo'n rot-tussenschaak Gayans paard wist te bemachtigen, waarna Anton (die toch een paar honderd ratingpunten meer heeft) remise aanbood. Gayan dacht er even over na, maar liet zich terecht niet verleiden dit aan te nemen en speelde daarna de partij met de kwaliteit meer (en pionnen die op de damevleugel konden promoveren) netjes uit.

Kees Weststrate speelde (tegen zijn gewoonte in) een degelijke partij. Rob Oosterlee bereikte aanvankelijk dan ook weinig. Toen Kees echter een belangrijke pion verloor was de stelling opeens zo beroerd (voor Kees) dat Rob met wat slimme zetten een kwaliteit en wat pionnen wist te winnen. Enige tegenkans voor Kees zat er in om de dames niet te ruilen en "iets met schaakjes" te proberen. Rob overzag een ordinair familieschaakje, verloor een toren en keek toen opeens tegen een stuk minder aan, maar de daarvoor al gewonnen pionnen bleken voldoende compensatie om Kees in stellings- en tijdsproblemen te brengen. Zo kon Rob zich net nog het vege lijf redden.

Piet van Boven had weer eens last van het "ik geef materiaal in de opening weg"-virus. Al snel had Piet een pionnetje verloren, maar met een mooi stukoffer (paard slaat pion op h6, zwart slaat met pion g7 terug, dame komt met schaak binnen op h6 en wint nog wat pionnen) kreeg hij tegenstander Jaap van Oosten op de knieën. Jaap moest eerst nog een kwaliteit geven en later nog een stuk en vervolgens bleek ook Jaaps tijd op en ging het punt naar Piet. Mooie partij van Piet.

Een beetje saai was het bij Jan Capello en Eldert Besseling. Jan kwam goed uit de opening, had een mooie aanval op Elderts zwakke d-pion, maar dat was ook meteen Elderts enige zwakte en daarmee Jans enige aanknopingspunt voor een zoektocht naar winst. En om te winnen heb je meer aanknopingspunten nodig. Omdat Eldert er niet aan mee wilde werken die punten aan te brengen (lees: Eldert deed geen winstpoging meer en beperkte zich tot verdedigen van die d-pion), kwamen de mannen al snel remise overeen.

En dan rest nog de vraag hoe Peter wist te winnen: Hij speelde eerst 23...Pc2+, waarop Willy antwoordde met 24. Kb1 (want slaan met de toren op c2 zou de toren op d6 kosten), maar na Txc3 zag Willy dat de loper verloren ging. Slaan zou immers na Pa3+ tot dameverlies leiden.

naar boven    naar beneden

Ronde 6

Veel  “rare” uitslagen  deze keer, degene die beter of gewonnen kwamen te staan lieten het vaak afweten en verloren zelfs  nog.

De eerste die daar last van had, was Eldert Besseling die in een siciliaan tegen Gayan den Hollander wel heel riskant speelde. Wit liet toe dat zwart met Lxf3 en g2xf3 een gat in de witte koningsstelling maakte, Gayan hapte natuurlijk en ging op koningsjacht. Eldert kon met kunst- en vliegwerk elke keer het mat wel voorkomen maar dat zou elke keer dik materiaal kosten. Zwart pakte tot 4 keer toe het toegeworpen materiaal niet om toch mat te kunnen geven en gaf daarna zelf een kwaliteit weg en wit pakte alsnog het volle punt. Ook Wim van Stel had een totaal gewonnen stelling maar i.p.v. de zwarte stelling weg te blazen op de damevleugel met het oprukken van zijn a-pion, werd een ander plan gevolgd waarmee Rob Oosterlee in het zadel werd geholpen en zelfs met twee pionnen meer het eindspel kon uittikken.

Ook bij Willy Meulblok ging het verkeerd. Marko Burger had met wit een wel heel passief uitziende stelling op het bord gezet die met sneltreinvaart werd overlopen door zwart. Met zoveel winnende zetten koos zwart echter precies de verkeerde en gaf pardoes een paard weg. Zelfs met een stuk minder had zwart nog ergens het halfje kunnen redden maar die omschakeling is vaak ook erg moeilijk als je zo gewonnen hebt gestaan en ook Marko kon dus het punt bijschrijven na een verloren stelling te hebben gehad.

De andere partijen verliepen wat “rustiger” en daarin werden de foutjes van de tegenstander uitgebouwd naar winst. Opvallend was de partij van Kees Weststrate en van Oosten. Kees die meestal vanaf het begin van de partij zijn tegenstander met wilde koningsaanvallen het vuur aan de schenen legt, kon tegen de solide spelende van Oosten geen  echte aanval ontwikkelen.  Wit hield heel de partij een klein plusje maar verloor in het verre eindspel een pionnetje en dat was ook gelijk beslissend.

Ook opvallend was dat geen enkele partij remise werd.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 5

Het C-team speelde de laatste wedstrijd in de 1e competitieronde van de ZSB. Nadat zij hadden gewonnen konden we de balans opmaken: 2 teams winnen (B en C), 2 teams gelijk (1 en 2) en 2 teams verliezen (A en D). Voor 1 en A waren dat tegenvallers, voor B een enorme meevaller. De andere uitslagen waren (min of meer) normaal. Dat waren ook de uitslagen van de 5e interne competitieronde. De Caro-Kann werd twee keer slecht behandeld. Ronald Hoek van Dijke speelde hem zo passief dat Willy Meulblok al na een uur materiaal (en de partij) won. Peter van der Borgt speelde de Caro-Kann op alternatieve wijze, verzuimde met Da4+ zetherhaling op het bord te zetten en in plaats daarvan ruilde hij dames om vervolgens er achter te komen dat de e-pion verloren ging en dat was meteen ook het einde. 

Misschien geen verrassende uitslagen, maar openingsverrassingen waren er wel. Wim van Stel toverde de Oerang Oetan uit zijn mouw tegen aanvalsspeler pur sang Eldert Besseling. Of het daardoor kwam weet ik niet, maar Eldert speelde nu pas f7-f5 op de 11e zet. Dat is voor Eldert rijkelijk laat. Er ontspon zich een mooie, spannende partij, waarbij beide spelers vol op de aanval speelden, maar waar Elderts aanval op g2 beslissend bleek. Ook Jan Capello had een verrassing in petto. Tegen Ton van Vliet, die standaard offert, offerde Jan een pion. Jan bleef die pion echter achter, hield de stelling wel lang in remiseachtig vaarwater (met zijn koning, in een stelling met toch nog 4 torens, 2 lopers en 13 pionnen op het bord, op d4 als meest aanvallende stuk), maar uiteindelijk wist Ton toch het punt naar Nisse mee te nemen. 

Dingnis Lokerse speelde een aardige partij, maar Rob Oosterlee wist toch een stuk (en daarna de partij) te winnen. Kees Weststrate speelde weer zijn geliefde g2-g4, maar kreeg met Matthijs Schoutens antwoord f7-f5 een soort boemerang terug. Kees wist pionverlies nog net te voorkomen, maar kwam even later na een familieschaakje wel een kwaliteit achter. Matthijs liet zich daarna niet van de wijs brengen en speelde het keurig uit en boekte zo zijn tweede overwinning op rij. Eén remise was er. Jaap van Oosten en Marius Leendertse vochten een hele interessante partij uit, maar niemand kon echter voldoende voordeel halen en toen alle andere partijen al uit waren kwamen de mannen remise overeen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 4

Peter van der Borgt en Jaap van Oosten hadden rond negenen het punt al binnen gehaald. Jerry Ros speelde de opening voorzichtig om vervolgens met Pa4 gevolgd door b4 “uit de heup te schieten”. Na het slaan van de lopers op e2 en d2 werd die b-pion verloren, was Jerry’s rokade naar de vaantjes en vond Jerry het welletjes. Jaap moest tegen Wendy Peereboom alles uit de kast halen, maar in het eindspel werden Jaap’s verbonden vrijpionnen op de c- en b-lijn Wendy te machtig.

Matthijs Schouten won door een foutje van Piet van Boven een pion en speelde het daarna keurig uit. Kees Weststrate werd door Wilco Krijnsens damegambiet verleid tot veel pionzetten. Hij won de gambietpion, maar die won Wilco terug nadat Wilco overigens wel zo had geruild dat Kees twee gaten had op de g- en de b-lijn, waardoor rokeren geen optie meer was voor Kees. Omdat Wilco daarna zo nu en dan (ook door zijn ontwikkelingsvoorsprong) een pionnetje won kwam Kees steeds meer verloren te staan en moest hij wel opgeven.

Bij Anton Quakkelaar en Herman Schoonakker bleef het (materieel) lang gelijk, waarbij Anton wel steeds iets beter stond. Herman wikkelde echter mooi af naar een stelling die potremise was. Gayan den Hollander was weer terug van stage en speelde voor het eerst sinds tijden weer intern. Hij kwam weliswaar een pion achter, maar nadat hij met zijn toren op f6 binnen drong stond Jan Capello niet echt lekker. Jan koos daarom eieren voor zijn geld en bood remise aan. Omdat Gayan ook niet zag hoe “het verder moest”, nam hij  Jans aanbod aan.

naar boven    naar beneden

Ronde 3

Spannende partijen in de 3e ronde

Op één bord werd de vrede snel getekend: Wouter Bliek en Willy Meulblok kwamen niet veel verder dan (zoals Vlaamse voetbalcommentatoren dat noemen) "de studieronde". Ook Piet van Boven en Bram Boone leken op weg naar remise. Beiden speelden rustig en zorgden dat de verdediging op orde was. Natuurlijk probeerden ze wel voordeeltjes te halen, maar die zaten er niet in. Zo dacht Piet na Pf4, gevolgd door het slaan van een pion op d5, die pion te winnen. Dat zou ook het geval zijn als schaken de regel kent dat je twee keer achter elkaar mag zetten, maar die regel is er (nog) niet. Bram speelde na Pf4 zijn pion naar e5 en nadat Piet had geslagen op d5 nam Bram het paard en stond Piet plotsklaps verloren.

Over plotsklaps (en onverwachts) verliezen, kan Eldert Besseling ook mee praten. Na een moeizame opening waar Eldert met de ogenschijnlijke baggerzet b6-b5 al zijn problemen wist op te lossen en zelfs een pion wist te winnen, kwam zijn tegenstander Herman Schoonakker steeds slechter te staan en steeds meer materiaal achter. Toen Eldert een loper op b2 sloeg, volgde De8 met "pardoes" mat. Het leek een beetje op een bal met tennis die via de netband net aan de goede (voor Herman dan) kant viel met dat verschil dat je dan met schaken meteen wint in plaats van verliest.

Van een afstandje bekeken boekten Eric Dek, Jerry Ros en Peter van der Borgt makkelijke overwinningen. Maar de spelers zelf dachten daar (terecht) anders over. Bij Eric bleek zijn penning (op paard c6) meer gevaar op te leveren dan die van Wilco Krijnsen (op paard f3). Eric kwam daarvoor een pion voor. Een toreneindspel ontstond en dat moet je actief spelen. Dat deed Wilco dan ook. Zo gaf hij tijdelijk een pionnetje en Eric moest alle zeilen bijzetten om het punt binnen te slepen. Dat gold ook voor Jerry Ros, die met zwart in deze stelling



op fraaie wijze een pionnetje had gewonnen. Op het eind kunt u lezen hoe Jerry dat deed. Maar toen begon Anton Quakkelaar zich kranig te verdedigen en moest Jerry diep gaan om de partij over de streep te trekken. Peter van der Borgt wist Jan Capello tot Dd5 te verleiden. Dat leek een sterke zet, maar Peter wist die dame te vangen, maar wel tegen een hoge prijs (toren en loper en een voor Jan betere positionele stelling). Peter had echter goed gezien dat zijn vrije d-pion uiteindelijk beslissend zou zijn.

Wim van Stel en Dingnis Lokerse maakten er een spectaculaire partij van. Na Dingnis' paardmanoeuvre (Pf6-g4-e5) dreigde in combinatie met Dingnis' loper op h3 zoveel erge dingen dat Wim maar een kwaliteit offerde. De compensatie zat hem in een pionnetje dat Wim eerder al had gewonnen en Dingnis' open koningsstelling. Het kostte Wim echter veel moeite om die compensatie om te zetten in een zege, mede ook omdat Dingnis een erg goede partij speelde.

Kees Weststrate speelde zijn vertrouwde spelletje: vol op de aanval en dan natuurlijk de koningsaanval. Toen Kees lang gerokeerd had en allerlei openingen op de koningsvleugel van (de kot gerokeerde) Marius Leendertse had, had hij in deze stelling met zwart

de partij al kunnen beslissen. Alleen Kees zag het niet. Hij bleef wel beter staan, Marius moest veel tijd investeren om op de been te blijven. Toen Marius nog maar een paar minuten had en Kees meer dan 20 ging Kees niet snel spelen, maar bleef hij geconcentreerd en het foutje van Marius kon dan ook niet uit blijven. Mooie zege van Kees.

O ja: Jerry speelde Pxe5 en na Da4+ volgde Dd7 en nadta wit op d7 had geslagen sloeg Jerry met het paard van e5 terug. Kees had met Txh2 de partij kunnen beslissen, want na Pxh2 volgt Dh1+

naar boven    naar beneden

Ronde 2

In de 2e ronde wel verrassingen

Ook in de 2e ronde deed niet de computer de indeling, maar deed de voorzitter het op basis van de interne ratings. Of de voorzitter daar achteraf blij mee was?

Een paar potjes waren al snel uit. Piet van Boven (net terug uit Potsdam voor een PotSchaak) blunderde een stuk weg, liet daarna Anton Quakkelaars dame gevaarlijk binnen dringen en Piets actie om dat gevaar te bezweren, leidde ertoe dat Anton mat-in-1 kon geven, wat hij ook deed. Dies Lokerse had het in theorie degelijke Vierpaardenspel van stal gehaald. Maar wat in theorie degelijk is hoeft dat in de praktijk niet te zijn en zo kon tegenstander Jan Capello al snel een punt voor zichzelf noteren. Ook Wilco Krijnsen had voor negenen al een punt veroverd. Wat er in de stelling van Dingnis Lokerse mis is gegaan, is uw correspondent ontgaan.

Bij twee spelers kwam in de opening f2-f4 op het bord. Jaap van Oosten speelde dat in het Scandinavisch. Of dat de reden was dat Marko Burger met zwart daardoor heerlijk kwam te staan, is onduidelijk, maar door aanvallen op het ongedekte paard op g3 en via de open torenlijnen (e- en d-lijn) op de nog niet gerokeerde koning moest Jaap sneller dan hij gehoopt had een nul in zijn notatieboekje opschrijven. Dat moest Eldert Besseling (die in een Siciliaan f4 speelde) ook, maar Eldert had in elk geval nog het genoegen dat hij met zijn stukoffer Pd5 Wouter Bliek had laten schrikken. Wouter zag echter snel dat Elderts gedurfde offer net te weinig kracht had doordat Wouter een paard op e5 dat het in deze stelling belangrijke veld g6 dekte.

Ook Wendy Peereboom miste wat. Ze miste (in een overigens al beroerde stelling) dat ze Eric Deks dame kon slaan en speelde haar koning. Eric gaf aan dat ze zijn dame had kunnen slaan. Dat had hij beter niet kunnen doen, want toen bleek Wendy’s koningszet onreglementair. En dat zou zo erg nog niet zijn als er een reglementaire zet met die koning mogelijk was. Wendy moest dus met een ander stuk een zet doen en kon dus (geheel reglementair) Erics dame slaan. Nu kon Eric weliswaar ook Wendy’s dame winnen (maar wel ten koste van een toren), maar moest hij toch nog werken om het punt binnen te slepen. Dat moest Jerry Ros ook, want Wim van Stel bleef, ondanks een stuk minder, lang bleef tegensputteren.

Kritischer verliep het voor Willy Meulblok, Peter van der Borgt en Ronald Hoek van Dijke. Willy wilde zijn loperpaar niet kwijt en offerde een kwaliteit. Of dat genoeg was voor de winst, is voer voor analisten. Feit was dat Rob Oosterlee lang goed tegenspel bood, maar uiteindelijk toch in het stof moest bijten. Herman Schoonakker en Kees Weststrate deden dat niet en zorgden daarmee voor de verrassing. Beiden haalden remise tegen Peter resp. Ronald. Ronald keek op een gegeven moment tegen een slechte stelling aan met ook nog eens een pion minder en mocht dan ook blij zijn dat Kees weigerde de meest eenvoudige winstmethode te proberen (afruilen) en zo kwam er voor Ronald toch nog een halfje. Bij Peter ging het anders. Met aardige manoeuvres was Peter een pion voor gekomen en dat niet alleen Peter kreeg ook nog twee vrijpionnen. Dat had hem wel veel tijd gekost en omdat Herman goed bleef verdedigen werd het voor Peter steeds moeilijker. Met nog maar weinig op de klok dacht Peter de oplossing te hebben door een pion te geven kon hij pionpromotie afdwingen, dacht hij. Herman won die ene pion tegen een kwaliteit en plots ontstond een stelling die objectief niet meer te winnen was voor Peter. Met minder dan een minuut op de klok zou het nog een hele toer zijn om remise er uit te slepen. Met nog 9 seconden op de klok was een stelling ontstaan die Peter makkelijk remise kon houden door eindeloos met zijn toren van d2 naar f2 en terug te spelen. Met voor elke zet 5 seconden erbij moest dat lukken, maar toen bleek dat de klok Peter geen 5 seconden er bij gaf. Al een poosje stond BAT op de klok, wat betekent dat de batterij aan het leeg gaan is en blijkbaar was dat voor de klok reden er maar niks meer bij te geven. Toen Peter van de schrik bekomen was en Willy al een andere klok aan het instellen was kwamen Herman en Peter remise overeen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 1

Geen verrassingen in de 1e ronde

De 1e ronde werd zo ingedeeld dat degene van de aanwezigen die als 1e op de interne ratinglijst staat tegen de 11e moest (en de 2e tegen de 12e enzovoorts) en zo werden de 10 potjes ingedeeld. Wie dacht dat dit tot snelle en makkelijke zeges zou leiden kwam bij de meeste partijen bedrogen uit. Vooral Wilco Krijnsen en Peter van der Borgt moesten vol aan de bak om het punt binnen te slepen. Maar “at the end of the day” (zoals dat in goed Nederlands heet) waren toch de verwachte uitslagen uit de bus gekomen.

Wilco was weer terug van weggeweest en had de Cordel-variant van stal gehaald, terwijl Wendy Peereboom de Damiano-verdediging speelde. Niemand weet meer wie deze figuren waren, behalve dan dat die Damiano een Italiaanse monnik was die met zijn 2e zet (f6) ons niet de beste openingsvariant heeft achter gelaten en die Cordel Oscar schijnt geheten te hebben (alhoewel ik dat laatste wel op internet moest opzoeken).

Jan Capello wist wel raad met die Damiano van Wendy en kon Wendy dan ook snel tot overgave dwingen. Dat lukte Eldert Besseling ook met Dingnis Lokerse. Van die partij heb ik niet veel gezien en dat geldt ook voor die tussen Wouter Bliek en Herman Schoonakker (die door Wouter werd gewonnen).

Kees Weststrate heeft het vakantiereces niet benut om zijn stijl aan te passen. Hij ging weer vol voor de aanval en wist Eric Dek het daar moeilijk mee te maken. In zijn aanvalsdrift vergeet Kees echter wel eens zijn eigen stukken te verdedigen. Zo ging een paard verloren en dat was voor Eric voldoende om het punt over de streep te trekken.

Ronald Hoek van Dijke (met wit) wist in deze stelling

Marius Leendertse te verrassen. De eerste zet is niet zo moeilijk te zien, maar hoe ga je met wit verder en wat doe je tegen zwarts beste verdediging (die Marius helaas niet wist te bedenken). De lezer die wat meer bekend is met openingsvarianten ziet gelijkenis met het Tweepaardenspel in de Nahand (nadat zwart na wist Pf3-g5 met d7-d5 de aanval op f7 wil pareren).

Na slaan op f7 (dat deed Marius nog wel) volgt Df3+ met dubbelaanval op paard d5. Om dus niet een pion achter te komen moet zwart dan Ke6 spelen. Grappig is dat in de analyse na afloop niemand de meest simpele winst vond, want na c4 moet zwart wel terug slaan op c4 en na dxc4 gaat dan het paard op c6 verloren. Overigens is de zet die de heren-analytici bedacht hadden, De4 (in plaats van c4), ook gewonnen. Dus maakte het niet veel uit dat Marius geen Ke6 speelde.

Ook Wim van Stel offerde. Een pion en dat was min of meer noodgedwongen. Wim kreeg daardoor evenwel aardige tegenkansen (mat op f2 na Lh4 gevolgd door Db6), maar Willy Meulblok wist Wims dreigingen te pareren en toen dat gebeurd was, stond Willy niet alleen die pion voor, maar ook positioneel beter. En zo won Willy die weer terug was na een “sabbatical”. Bij Wilco had die sabbatical nog veel langer geduurd. Hij won in zijn typische stijl: niet echt lekker uit de opening komen, maar alles staat wel gedekt. Hoe kom je als tegenstander verder? Dat was ook de vraag waar Matthijs Schouten voor stond. En op het moment dat je dan maar gaat afwikkelen naar een gelijk eindspel komt Wilco opeens uit de schulp en komt een pionnetje voor, waarna hij rustig verder speelt en het punt binnen haalt. Op soortgelijke wijze won Anton Quakkelaar van Jaap van Oosten. Langzaam een overwicht bouwen en als alle stukken goed staan met Df7 torenwinst op g8 en mat op c7 dreigen. Beide dreigingen konden niet tegelijkertijd worden gepareerd, zodat Anton met een punt terug naar Wemeldinge ging.

Dat kon Bram Boone niet zeggen, want na een vreemde opening (zowel Bram als Peter van der Borgt waren alleen maar bezig op de damevleugel) kwam Peter een pion voor. Peter kon toen niet kiezen voor “rustig verder spelen” (methode Krijnsen) of “afmaken in de aanval” (methode Hoek van Dijke). Iets daar tussen in is meestal geen beste speelwijze. Ook nu niet. Bram kreeg tegenkansen waaruit Peter zich net redde (maar wel met dame-manoeuvres als Da5-b4-b8-a7) en uiteindelijk nog met een leuk mataanvalletje kon winnen.

Jerry Ros tenslotte kwam met zwart beter uit de opening en bracht Rob Oosterlee zo in het nauw dat Rob met een kwaliteitsoffer onder de druk probeerde uit te komen. Dat lukte niet en het punt ging dus naar Jerry.

 

naar boven