Verslagen interne competitie
2013/2014

 

 

 

 

Ronde 26

VERRASSENDE ZEGE VAN OOSTEN

Wim van Stel wilde na een rustig begin het vuurtje opstoken met Pd4. Maar dat vuurtje werd door Herman Schoonakker snel gedoofd: eerst sloeg Herman een loper op g4, die Wim moest terug slaan met een ander paard. Vervolgens speelde Herman e3 en stond het paard op d4 aangevallen en ook het ongedekte paard op g4 (door de dame op d1). Zo verloor Wim een paard en langdurig tegenspartelen bracht daar geen verandering in. Integendeel: Punt voor Herman. Dat was er ook voor Wilco Krijnsen die tegen Dingnis Lokerse al snel (ook) een paard voor kwam.  

Jan Capello had natuurlijk weer een tactisch grapje en kwam zo een pion voor. Dat was niet het enige vervelende voor Matthijs Schouten, ook zijn stukken op c1, b1 en a1 waren nog niet ontwikkeld en dat kwam er ook niet meer van. Dat wist Jan prima uit te buiten. Piet van Boven speelde Lg4 om Kees Weststrates dame op d1 aan te vallen. Nu lossen de meeste spelers dat op door gewoon het paard naar f3 te ontwikkelen. Kees niet, die speelde f2-f3 en kwam zo meteen in zijn geliefde spel terecht: met de pionnen naar voren. Op (door zetten van Piet noodzakelijk geworden tussenzetten als Df3 en Pe2 na) speelde Kees achtereenvolgens g4, h4, g5, f4, f5, fxe6, exf7 om vervolgens met het paard dat van e2 naar c4 was gegaan Piet met Pd6 mat te zetten. Een heel fraaie partij van Kees. 

Aan de top van de ranglijst spelen Wouter Bliek en Peter van der Borgt nog steeds om de eerste plaats. Peter verdedigt een kleine voorsprong en moest tegen Gayan den Hollander (die voor een half jaar voor werk naar Italië vertrekt) en Wouter moest tegen Jaap van Oosten. En de titel van dit stuk verraadt het al: Wouter liep tegen een verrassende nederlaag aan. Daar zag het aanvankelijk niet naar uit. Jaap verdedigde zich weliswaar taai, heel taai, maar kreeg de loper van f8 maar niet in het veld (want die moest pion g7 dekken) en daardoor deed de toren op h8 ook niet mee. Na lang manoeuvreren leverde dat Wouter de kwaliteit op. Uw verslaggever was op dat moment samen met Herman stukken aan het uitzoeken die in de door de werkgever van Wilco geschonken doosjes werden gedaan. Mooie doosjes en mooie geste van Budelpack. Maar daar gaat het hier niet om. Feit was dat toen Herman en ik even keken of Wouter Jaap al op de knieën had, Wouter zijn kwaliteit weer verspeeld bleek te hebben en (erger nog) afgewikkeld te hebben naar een eindspel dat gewonnen leek, maar als f6-f5 gespeeld zou worden plots verloren was.  Wit kon nog wel naar een remise afwikkelen maar dat was geen optie i.v.m. de huidige competitiestand en koos ervoor om toch een verloren variant in te gaan in de hoop dat zwart de zet niet zou zien. Dit zetje (niet makkelijk te zien) zag Jaap wel en dat was knap, zeker voor een speler die nog niet zo lang schaakt. Omdat Peter van Gayan gewonnen had, lijkt Peter de titel nu niet meer te kunnen ontgaan. Overigens was Peters overwinning ook geen appeltje-eitje. Zelfs na kwaliteitswinst (tegen een pion) had Gayan met een paard op d4 een mooie stelling. Toch wist Peter op een gegeven moment een koningsaanval op te zetten waar Peter in een combinatie van een aantal scherpe zetten kon eindigen met een krachtzet die een stuk (en de partij) opleverde.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 25

BIJZONDERE MATJES

Piet van Boven verloor in de opening een pion. De dames waren toen al van het bord en in een tempo van elk kwartier nog een pion minder en elk kwartier een stuk ruilen stond Wilco Krijnsen na een uur 4 pionnen voor en dat was voldoende om er één te laten promoveren en de partij te winnen. Bij Wim van Stel kostte dat meer moeite. Ten eerste al om een pion te winnen. Dat lukte met mooi openingsspel. Toen dreigde Wim kwaliteits- en stukwinst en de enige manier om dat tegen te gaan was Td7. Dat speelde Jaap van Oosten ook en die toren bleek voor Wim een enorme lastpost. Wim bleef wel de pion voor, moest veel tijd investeren, vergat ook wel eens de klok in te drukken en werd “gered” doordat Jaap pardoes zijn paard weg gaf. Jammer voor Jaap, maar eigenlijk ook jammer voor Wim, want daarmee was een spannende pot van zijn ziel ontdaan. Dat was bij Dingnis Lokerse tegen Herman Schoonakker ook het geval nadat Dingnis een paard verloor. 

Bij Matthijs Schouten en Bram Boone was het vanaf de start “oorlog”. Bram speelde een bijzondere Siciliaan, Matthijs liet zich verleiden en zijn loper raakte ingesloten en Bram vergat met direct La6 de genadeklap toe te dienen. Matthijs wist (met een loper tegen twee pionnen minder) met creatief spel niet alleen materiaal terug te winnen, maar ook een betere stelling te verwerven. Het einde was erg mooi met het matbeeld toren op e8, loper op h6 en paard (dat van c8 kwam) op d6 en de koning op f7 die nergens naar toe kan en dus helemaal niet veilig achter de pionnen f6 en g6 stond. Een mooi einde na een door Matthijs (op het begin na) mooi gespeelde partij. Wouter Bliek produceerde een nog bizarder mat. Een offer van Wouter bleek een blunder en kostte een kwaliteit en ondanks scherpzinnig tegenspel van Wouter, leek Marko Burger toch op weg naar winst. Hij promoveerde zelfs tot dame, maar had overzien dat Wouter met Pc6 mat kon zetten omdat met Marko’s koning op d8 en Wouters loper op d7 en koning op d6 die koning nergens meer heen kon. Balen voor Marko, maar ook voor Peter van der Borgt, want die had op een gegeven moment de hoop dat door een nederlaag van Wouter zijn eerste kampioenschap sinds heel veel jaren dichtbij zou zijn. Nu moest Peter zelf eerst nog maar van Ton van Vliet zien te winnen. Peter stond weliswaar een pion voor doordat Ton een (door een penning mogelijk gemaakte) dameopoffering niet gezien had. Het eindspel was echter razend moeilijk en Peter moest omzichtig en voorzichtig manoeuvreren om uiteindelijk vlak voor middernacht toch de hand gereikt te krijgen van Ton.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 24

SPANNING BLIJFT 

Wouter Bliek en Peter van der Borgt zijn nog steeds in een spannende kampioensstrijd verwikkeld. En na de 24e ronde (met nog 4 rondes te gaan) is dat nog steeds zo, want ze wonnen allebei. Toch waren de zeges van Wouter en Peter geen abc'tjes. Wouter moest tegen Jan Capello alle zeilen bijzetten. Met zwart had Wouter wat problemen met zijn d-pion (hij was niet de enige deze ronde), maar met wat creatieve zetten wist Wouter spel en later een pion te krijgen en dat was voldoende voor een winnend eindspel. Dit klinkt overigens simpeler dan het op het bord was. En dat was bij Peter van der Borgt niet anders. Wilco Krijnsen verloor al snel na een pion. Wilco speelde al op de 3e zet h6 en dat was al dubieus, maar nadat hij met d7-d6 (weer die d-pion) Peters sterke e-pion wilde oplossen, kon Peter een schijnoffer op f7 doen en een pion winnen. Er werd toen heel veel geruild en Peter bleef die ene pion voor, maar door Wilco’s mooie loperpaar en prima pionnenstructuur leek remise best mogelijk, zeker als Wilco kon afwikkelen naar een eindspel met ongelijke lopers. Dat lukte ook, alleen verloor Wilco daarbij wel een pion en had Peter aan beide vleugels een 3-tegen-2-pionnenoverwicht waarbij hij ook nog aan beide zijden een vrijpion kon creeren en dat kon Wilco’s loper allemaal niet stoppen.

 Bij Piet van Boven tegen Matthijs Schouten draaide alles om de d-lijn en de pion die Matthijs op die lijn had staan. Was die pion nu sterk of juist zwak. In de analyse van uw verslaggever verschilde het per zet, maar leek Piet steeds een voordeeltje te hebben door matkansen op g7 die door Piet echter niet werden uitgenut (misschien wel omdat ze toch niet zo mooi waren als uw verslaggever wel dacht). Ook hier volgde een enorme afruil waarbij Matthijs een pion over hield. Dat was nog niet beslissend, wel Piets Td3 want in plaats van torenruil werd het stuk- en partijverlies voor Piet. Bij Marius Leendertse stond zijn d-pion enorm onder druk. Die ging ook verloren en zetje voor zetje wist Herman Schoonakker zijn voordeel te vergroten, zelfs tot drie pionnen meer en nog steeds had Marius remisekansen, omdat Herman geen vrijpionnen had en Marius’ stukken dat ook goed tegen hielden. Misschien was het ook niet te houden voor Marius, maar nadat Marius een paar pionnen op de koningsvleugel had moeten opspelen kon Herman de boel open breken en waren zijn pluspionnen beslissend. 

Jaap van Oosten verdedigde zich weer met hand en tand tegen Marko Burger, maar diens vrije d-pion was toch beslissend. Bram Boone had juist een d-pion die niet van zijn plaats kon. Hij verloor hem uiteindelijk ook, maar het eindspel wat toen ontstond was zeker niet eenvoudig te winnen voor Ton van Vliet. Die kwam ook nog eens in tijdnood, maar wist de winst toch binnen te halen. Dat lukte ook Kees Weststrate in de enige partij waarbij de d-pion geen rol speelde. Overigens is het de vraag of Dingnis Lokerse (na torenverlies) met een direct Dg4 in plaats van Dh4 niet voldoende schwindelkansen zou hebben gehad op eeuwig schaak. Nu zat dat er niet in en kon Kees zich net redden en de partij winnen.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 23

TON SAAISTE PARTIJ OOIT

Ton van Vliet staat er om bekend altijd een pion te offeren. Daarom hoort het koningsgambiet tot zijn repertoire. Tegen Jan Capello besloot hij echter dat niet te doen uit "angst" dat Jan het niet aanneemt, zodat de offermogelijkheden beperkt worden. Nu speelde Ton Lc4 (na Pf3 en Pc6). Vervolgens ging Tons mobiel af met als ringtone Parole, parole. Een Italiaanse evergreen (Woorden, woorden). Jan zag hier blijkbaar een teken in en speelde niet Lc5 (want dan zou het Italiaans worden), maar Pf6. Vervolgens kwam de standaardvariant op het bord waarbij Jan met zwart wel met het paard op d5 sloeg. Ton dacht vervolgens lang na, verzuchtte dat het al twintig jaar geleden was dat hij deze opening speelde, dacht nog eens na en durfde het paardoffer op f7 niet aan. De partij vervlakte snel en zo werd het waarschijnlijk Tons saaiste partij ooit. Remise werd het dus. Al snel.

Meestal zijn de partijen van Piet van Boven door zijn enorme speeltempo ook snel klaar. Nu niet. Piet speelde rustig en eigenlijk best goed. Jammer genoeg was Wouter Bliek zijn tegenstander en meer dan 800 ratingpunten verschil is dan toch net teveel. Door een leuk zetje (paard slaat gedekte pion, maar als paard wordt teruggeslagen verliest Piet een paard) kwam Wouter een pion voor. Had Piet er nu voor gekozen veel te ruilen, had Wouter nog maar moeten bewijzen dat de pluspion ook tot een zege zou leiden. Nu kwam Piet nog een pionnetje achter en dat was teveel van het goede.

Dingnis Lokerse kwam ook twee pionnen achter zonder veel compensatie. Tegenstander Jaap van Oosten liet zich dit voordeeltje dan ook niet meer ontnemen en trok het punt naar zich toe. Dat deed ook Peter van der Borgt, die de jachtvariant van de Aljechin speelde tegen Wim van Stel. De huidige voorzitter die tegen de vorige die aangaf dat de overdracht van de hamer weer al meer dan 20 jaar geleden moet zijn gebeurd. Nadat Peter f5 had doorgezet en een onduidelijk offer wilde gaan doen op f6 werd hij verrast doordat Wim op f5 nam en Peter daardoor op d5 met een paard binnen kon dringen. Wim wilde zich ontworstelen door een paardoffer, maar de daaruit voortvloeiden dreigingen kon Peter makkelijk pareren, zodat Peter zijn eerste plaats kon behouden.

De partij tussen Flip Meijaard en Herman Schoonakker had makkelijk een hele lange kunnen zijn als Flip iets ambitieuzer was geweest en b7-b5 had gespeeld. Herman zou dan zijn c-pion verloren hebben en had het moeten hebben van tegenkansen over de d-lijn. Daar zag Flip meer leeuwen en beren dan Herman mogelijkheden. Dus toen Flip niet b5 speelde, maar remise aanbood, hoefde Herman niet lang na te denken: remise.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 22

STRIJD BLIEK – VAN DER BORGT GAAT DOOR 

Na de zege van Peter van der Borgt van de vorige ronde op Wouter Bliek gaat Peter lichtjes aan de leiding. Winst was voor beide spelers dus een must en die winst kwam er. Met nog 6 rondes te gaan blijft het dus razend spannend. Overigens moest er door Wouter en Peter best hard gewerkt worden om het punt binnen te halen. Wouter kreeg kansen toen tegenstander Ronald Hoek van Dijke de a-lijn opende en Wouter over die lijn met zijn torens en dame kon gaan werken. In combinatie met een zwakte op c3 bleek dat dodelijk te zijn. Of Peter met wit de Siciliaan goed snapt, is nog steeds een vraag. Het gevoel van de speler zelf was dat Herman Schoonakker met zwart goed uit de opening was gekomen. Toen Herman echter zijn loper op g7 vrijwillig liet ruilen, werden de bordjes verhangen: Herman was zijn sterke loper kwijt, er was een lastig gat op g7 en (en dat was het ergste) door een tussenschaak met de dame won Peter ook nog een pion. Die pion moest Peter later teruggeven doordat hij te ondoordacht ging afruilen. Maar gelukkig (voor Peter) bleek de zwakte op g7 toen voldoende kansen te bieden om Herman uiteindelijk in een grapje te laten tuinen. 

Ook de derde aanwezige A-speler (Ton van Vliet) won. Jaap van Oosten werd, zoals wel vaker, in het defensief gedrongen en Ton leek door de open c-lijn en de open g-lijn voldoende winstkansen te hebben. Jaap verdedigde zich echter met hand en tand. Om te kunnen winnen, moest Ton gaan offeren. Dat deed hij ook en (Ton kennende) maar wat graag. De toren nam de loper op g2, gevolgd door een andere toren naar g8. Jaap (en Ton ook) dacht dat slaan met de koning tot mat zou leiden, dus sloeg Jaap met zijn dame waardoor hij materiaal achter kwam. In de analyse leek het er echter op dat slaan met de koning nog net niet tot mat zou hebben geleid. Nu was de materiaalachterstand te groot en won Ton. Dat deed Bram Boone ook, maar die moest door heel hard voor vechten. Vooral tijdnood deed Marius Leendertse de das om, want zijn stelling was redelijk tot goed. Bram had een zwakte op e6 en Marius had een wat zwakke a-pion. Die wist hij echter tot vrijpion om te bouwen en toen leken er winstkansen, maar uiteindelijk was Brams (aanvankelijk zwakke) e-pion de killer pawn. 

Dingnis Lokerse weet elke week weer een paard te offeren. Nu tegen twee pionnen en met een mooie penning. Alleen daar stonden twee open lijnen voor Piet van Boven tegenover aan de kant waar Dingnis gerocheerd had. En u raadt het al: dat was erger dan de materiele achterstand. De partij tussen Wilco Krijnsen en Jan Capello leverde geen winnaar op. Jan wist met een tactisch grapje een pion te winnen. Belangrijkste daarvan was dat Wilco een steunpunt op b6 kwijt was. Verder kon Jan weinig met die pluspion, want zijn pluspion op c6 was te zwak om maar iets mee te kunnen bereiken.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 21

BESSELING GAAT DOOR DE VLAG

Opmerkelijk met het Fischertempo, maar Eldert Besseling ging door zijn vlag. Eldert verbruikte toch al best veel tijd in inderdaad een stelling waarin positioneel veel van hem en tegenstander Gayan den Hollander werd gevraagd. Eldert zat met een loper die maar niet van c8 weg kwam, maar daar tegenover stond een mooie loperdiagonaal (g7-a1) waar Gayan, mede door zijn naar b3 opgespeelde pion, weer last van had met een paard op c3 en een toren op a1. Toen Eldert ook nog eens meende te zijn dat hij een paard kon winnen, ging hij volop in de denkmodus en pats boem de vlag viel. En het paard werd dus nooit meer gewonnen als het er al in zat.

Wim van Stel en Wouter Bliek zaten ook dicht bij een vallende vlag, maar konden dat nog wel voorkomen, maar verlies niet. Vooral voor Wim van Stel was dat sneu. Hij speelde de opening prachtig. Wilco Krijnsen, die met zwart toch wel eens in de problemen komt, leek helemaal geplet te worden en kwam aanvankelijk nog op onverklaarbare wijze uit de problemen (of eigenlijk was het wel verklaarbaar, want Wim had een paar keer net niet de beste zet gedaan). Toch bleef Wilco’s stelling precair en na Wims paardoffer Pf5 stond Wilco verloren. Het paard kon niet genomen worden, want dan volgde exf5 met aanval op de dame op g6 die dan verloren zou gaan. Maar als het paard niet genomen werd, volgde Ph4 met aanval op diezelfde dame die weer niet weg kon. Mocht Wim Ph4 (wat Wilco wel zag en als Wim het gespeeld zou hebben, zou hij direct opgegeven hebben) niet zien, zou Pxg7 nog altijd een kwaliteit opleveren. Wim ruilde het paard van f5 echter tegen Wilco’s loper op e7 en raakte toen het spoort echt bijster. Jammer, want Pf5 was echt een heel mooie zet. 

Wouter Bliek verloor zijn eerste partij van het seizoen (externe wedstrijden meegerekend) tegen Peter van der Borgt (die intern en extern ook nog ongeslagen was en bleef dus). Wouter wilde een (saaie) remise vermijden en speelde geen d4, maar f4. Daarmee was zowel hij als Peter uit zijn openingsboek. Peter speelde d5 en daarna ontspon zich een interessant gevecht, waarbij Peter beter uit de opening kwam met het loperpaar en een oprukkende h-pion die Wouters koningsstelling probeerde te verzwakken. Daar stond wel een wat rare koningspositie (d7) tegenover. Met nog heel veel stukken op het bord lijkt dat niet het lekkerste veld. Wouter kon echter weinig schade aanrichten doordat de pionnenstelling nog gesloten bleef. Even later, met een pion op h3, een dame op c6 (met zicht op een paard f3), een loper op g4 en een toren (die van a8) op e8 over de inmiddels geopende e-lijn en een koning die zich wat veiliger naar c8 had gespeeld, hield Peter Wouter in de houdgreep. Alleen: hoe zet je die houdgreep om in een vol punt? Dat lukte doordat pion d4 een steunpunt op e3 voor de toren zou zijn als Wouters loper op d2 weggelokt was en dat gebeurde door met La5 een loper te offeren. De compensatie was groot (namelijk de dame tegen een toren) en vooral doordat Wouters stukken weinig kanten op konden was het materiële overwicht van Peter voldoende om snel de winst binnen te halen. 

Veel minder last van de vlag hadden Piet van Boven en Dingnis Lokerse. Beiden speelden vlot hun partij, maar dat ging dat weer zo vlot dat Dingnis pardoes een paard weg gaf. Piet daarentegen won een stuk tegen twee pionnen nadat Jaap van Oosten zijn hand had overspeeld. Jaap had echter wel tegenkansen, want Piets koning was op e2 beland en met Jaaps dame op d6 en een loper op de diagonaal b6-g1 was er allerlei rottigheid mogelijk. Met wat langer nadenken was die rottigheid misschien te voorkomen geweest. Dat lukte nu niet en (eerlijk is eerlijk) Jaap maakte mooi gebruik van de stellingmogelijkheden en won al snel. Dat deed Bram Boone uiteindelijk ook, want Dingnis kwam dat stukverlies, al bleef hij nog lang tegensputteren.

Bij Jan Capello en Herman Schoonakker werd het remise. Dat klinkt saai, maar de partij was dat allerminst. Jan kwam een stuk tegen een pion voor, maar Herman kreeg enorm tegenspel en won uiteindelijk een stuk terug. Zo had Herman een pion meer, maar ondanks de gelijke lopers kon Herman de winst er niet uit halen. Daarvoor stond Jans koning te goed en Hermans d-pion te slecht. Een hele spannende partij. En knap van Herman dat hij in een tactische partij tegen Jan (die vooral in zulke stellingen in zijn element is) overeind bleef en een plusremise boekte.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 20

Een verrassing was er bij Herman Schoonakker die tegen Jaap van Oosten speelde, niet de uitslag was verrassend maar meer dat de partij snel klaar was. Jaap kreeg met wit een siciliaanse draak tegen. Wit speelde i.p.v.  d4 het minder actieve d3 maar deed wel de lange rokade. Lange rokade is bedoeld om een race te beginnen welke aanval op de koning sterker is, in dit geval was er geen aanval op de zwarte koning dus Herman kon vrij aanvallen op de witte koning en dat ging zo snel dat in 19 zetten de witte koningsstelling weg was.

Jan Capello won daarna  ook  vrij snel tegen Marco Burger. Zwart speelde een heel voorzichtig systeem dat wit totale controle over het centrum geeft en gaat daarna met de koningsvleugel pionnen naar voren om een aanval te beginnen tegen de witte monarch. Jan ontwikkelde rustig verder en ruilde de zwarte aanvalsstukken af en leek makkelijk spel te hebben. Zwart offerde nog een pion om tijd te winnen door lange rokade te spelen, maar de zwarte koningsstelling werd daarna opgerold toen wit zijn b-pion als stormram gebruikte. De blote koning was daarna te zwak om te  verdedigen.

Piet van Boven pakte tegen Marius Leendertse een pion en verloor een stuk, dat is meestal geen goede ruil en ondanks hevig tegenspartelen was het toch Marius die het punt binnenhaalde.

Bij Wim van Stel en Gayan den Hollander ging het lang gelijk op. In een tactische stelling besloot Wim een kwaliteit te geven maar de compensatie voor die kwal was er niet en Gayan wikkelde af naar een eindspel waarin een pion  naar de overkant liep.

Bij Bram Boone en Wouter Bliek kwam er een aparte siciliaan op het bord. Een stelling waarbij wit  d4-c3-b2 en a4 heeft staan, is uiteraard niet vreemd maar zwart had daar d5-c4 –b3 en a6 tegenover staan. Die pion van wit op a4 staat dan heel gammel en dan is het de vraag of die opweegt tegen de zwakke d5 pion en de zwakke loper die deze zwakte moet verdedigen. Wits plan is dan aanval op de zwarte koningsstelling of aanval op de zwakke d-pion van zwart. Met zwart is het gewoon ruilen en dan win je altijd die zwakke a-pion van wit.

Bram ging ook voor een directe aanval op de zwarte koning maar om die goed van de grond te krijgen, moest wit te veel voorbereidende zetten doen en die tijd was er niet. Zwart kreeg zoveel stukken op de koningsvleugel dat de aanval werd overgenomen en wit kon die niet meer  tegenhouden.

naar boven     naar beneden
 

Ronde 19

KRIJNSEN BLIJFT AAN KOP RATINGSTAND

Wilco Krijnsen stond na de 18e ronde ruim aan de leiding van de ratingstand (en in de gewone competitie staat hij ook knap 3e). Maar in de 19e ronde was koploper Wouter Bliek zijn tegenstander. Wouter kwam met een verrassend gambiet. Er ontwikkelde zich een mooie partij, waarbij Wouter de compensatie (voor de geofferde pion) probeerde te vergroten, onder andere door er nog een pion tegen aan te gooien. Toen Wilco echter kon afwikkelen door twee stukken tegen een toren (een kleine kwaliteit) terug te geven, had Wouter nog steeds compensatie, maar (citaat Wouter) onvoldoende power (figuurlijk, niet lichamelijk) om die compensatie in een vol punt om te zetten. Remise dus. Goed voor Wilco's koppositie in de ratingstand, minder goed voor Wouters eerste plaats, tenzij concurrent voor de eerste plaats, Peter van der Borgt, ook iets zou laten liggen. Welnu, dat zag er aanvankelijk wel naar uit.

Peter moest tegen Flip Meijaard. Begin januari was Peter tegen Flip niet verder gekomen dan remise (in de wedstrijd DZD 1 - DZD 2). Omdat toen d5 (na Flips d4) niets opleverde, speelde Peter nu f5 om Flip te verrassen. De verrassing was niet zo groot, want nog geen drie dagen daarvoor (tegen Middelburg C) had Flip ook het Hollands tegen zich gekregen en toen een prima remise behaald tegen Sam van Bokkem. Peter had dus beter niet voor f5 kunnen kiezen, want Flip kwam prima uit de opening en had i.p.v. Pd1, Pd4 moeten spelen (voor de goede lezers: Flip had dus nog twee paarden, want één paard kan niet naar d1 én naar d4) om zo een kwal op e6 te krijgen. Peter had dan maximaal op remise mogen hopen. Nu kon Peter opeens zijn lopers (die een beetje zielig op d8 en d7 stonden) activeren en in combinatie met een opstomende f-pion werd dat een dodelijk gif. Flip verloor een stuk en de partij.

Was het bij Wilco en Wouter al een mooie partij, bij Ton van Vliet en Gayan den Hollander was het nog spectaculairder. Ton speelde Koningsgambiet wat door Gayan niet werd aangenomen. Integendeel: Gayan offerde zelf een pion, die hij later terug won, waarna Ton zijn aanval weer leven in wist te blazen door een pion te offeren (wat Ton toch het liefst doet, soms zelfs tegen beter weten in). De stelling was zo complex dat ik er niks over durf te zeggen, maar "at the end of the day" had Ton gewonnen en Gayan dus verloren. Ik zou de partij maar niet aan Fritz toevertrouwen, want die zal ongetwijfeld in "no time" zien wie wanneer betere zetten had kunnen doen.

Herman Schoonakker en Bram Boone speelden een spannende partij. Herman won een pion, maar Bram had een heel mooi paard op b3 en een aanval op b2. Plots gaf Herman een stuk weg tegen een pion. Bram zag leeuwen en beren (namelijk een pionnencentrum van Herman wat in ras tempo naar voren zou komen en Bram in de problemen zou brengen). Die leeuwen en beren bleken in de analyse minder gevaarlijk dan Bram tijdens de partij dacht en waardoor hij remise aanbood wat Herman snel had aangenomen.

De andere partijen waren klaar voordat uw verslaggever het door had. Piet van Boven liet zich door Jan Capello foppen. Dingnis Lokerse verloor door een onnodige paardmanoeuvre twee tempi en toen er ook nog een aangevallen stuk niet werd weggezet was het voor Wim van Stel een kwestie van techniek om de winst binnen te halen. Jaap van Oosten moest in de opening wat meer moeite doen, ondanks dat hij al snel door een tijdelijk pionoffer van Dies Lokerse (wat Dies te lang tijdelijk liet) een pion voor kwam en bleef. Dies had misschien wat kansjes, maar een verlies van een tweede pion was er teveel aan.

naar boven     naar beneden
 

Ronde 18

Marius Leendertse zaaide op de 3e zet al het zaadje voor zijn eigen ondergang door in het damegabiet van Marko Burger de pion op d5 niet met de e- of de c-pion te dekken. Marko sloeg op d5, Marius slaat terug met paard en Marko wint tempo met e2-e4. Daarna kon Marko naar hartenlust zijn aanvallende spel spelen en het zaadje zo overvloedig van water voorzien. Natuurlijk vocht Marius nog terug, maar het zaadje groeide maar door en door en Marko won.

Kees Weststrate plante het verliesgevende zaadje ook al snel in de partij. Kees wil altijd maar met de g-pion of de b-pion opstomen (en liefst allebei). Dat bereid hij dan voor met h3 en a3 (of met zwart h6 en a6). Dat kost natuurlijk tijd. Daardoor komt Kees vaak niet aan rokeren toe. Nu is dat ook niet erg als je een vernietigende aanval met die pionnen op kan zetten (dan staat je koning in het centrum meestal nog het veiligst). Tegen Eric Dek werd die tactiek echter niet. Eric offert gewoon een pion om nog meer ontwikkelingsvoorsprong te krijgen en als je dan net als Eric een paard op d5 hebt en Kees zijn eigen paard op e4 (dat daar net die pion heeft geslagen) met f5 wil dekken dan blijkt welk een rot zet h6 is geweest: Lh5+ en mat, want de koning kan niet naar d8 en f8 (want daar staat nog een dame en een loper), niet naar d7 (daar staat nog een pion), niet naar e7 (want dat veld wordt door het paard op d5 bestreken) en en de meest logische zet (g7-g6) faalt omdat die gewoon genomen kan worden, want de h-pion staat a op h6. Meteen uit dus.

Ook Dies Lokerse wist Eldert Besseling al snel in een gewonnen stelling te krijgen door na Elderts d5-d4 zijn paard van c3 naar a4 te spelen. "Een paard aan de kant is een schand" luidt het gezegde omdat het daar niet zo veel doet. In dit geval was het nog erger: Eldert kon het paard met b7-b5 gewoon vangen. Ook Dies vocht door en ook hier mocht het niet baten. Het punt ging naar Krabbendijke.

Wim van Stel en Piet van Boven deden een wedstrijdje "wie heeft de slechtste loper". Piet won, want zijn loper op b7 keek heel de wedstrijd tegen pionnen op a6 en c6 aan en was daarmee niet veel meer dan een pion. Wim kon zijn loper die op b2 ook niet veel deed nog in het spel krijgen en met positioneel een loper meer wist Wim Piet op de knieën te krijgen alhoewel Piets tegenspel zoals altijd creatief en hardnekkig was.

Peter van der Borgt en Matthijs Schouten speelden een partij uit het boekje; tenminste dat denkt uw verslaggever. Peter offerde telkens al dan niet tijdelijk materiaal om de aanval over de e-lijn gaande te houden en een ontwikkelingsvoorsprong te houden of uit te breiden. Matthijs nam zo nu en dan het materiaal, gaf het zo nu en dan weer terug en liet Peter steeds hard denken. Aan de andere kant kwamen zijn koningsloper en -toren niet in het spel en toen Matthijs opgaf, stonden ze nog steeds op f8 en h8. Uiteindelijk won dus Peter, maar hij heeft het nog niet gewaagd de partij aan Fritz toe te vertrouwen want hij vreest te zeer dat dan zal blijken dat de offers (deels) niet goed waren, dat er veel simpeler zetten waren die naar winst hadden geleid of dat Matthijs betere zetten gehad zou hebben of (en dat is het meest waarschijnlijk) een combinatie daarvan. Fritz weet namelijk van de partij waar je het meest tevreden over bent nog een  wanhopige stuntelpartij te maken.


naar boven     naar beneden
 

 

Ronde 17

Door ziekte (van griep tot wat langdurigere ongemakken), werk en vakanties (van skiën tot heel exotisch, waar doen die schakers het van?) is de bezetting al een paar weken mager. Ook de 17e ronde waren er maar 6 partijen.

Bij Jan Capello, Matthijs Schouten en Ton van Vliet was vanaf de start wel duidelijk dat zij de betere kansen hadden, alhoewel Ton tegen Eldert Besseling wel moest opletten. Eldert kwam al snel een pion achter, waarbij het bij Eldert niet altijd duidelijk is of het een offer of een foutje is waardoor de minuspion is veroorzaakt. Voor Ton ook bijzonder, want normaal offert Ton altijd een pion in de opening. Maar hoe dan ook: Tons druk op f7 en de makkelijk aan te vallen koning van Eldert bleken toch teveel om allemaal te kunnen verdedigen en Ton won snel, net zoals Jan en Matthijs dat daarvoor al hadden gedaan tegen Dies en Dingnis Lokerse.

De drie Kruiningers (Eric Dek, Wilco Krijnsen Peter van der Borgt) wonnen alle drie, maar ze moesten er wel veel meer moeite voor doen dan Jan, Matthijs en Ton. Alle drie hebben ze in de partij zelfs waarschijnlijk wel diverse momenten gehad dat ze misschien al met remise tevreden zouden zijn geweest. Peter dacht dat hij materiaal kon winnen op de damevleugel, maar dat was niet zo en toen bleek zijn stelling best krakkemikkig, mede doordat Bram Boone prima tegenspel bood. Pas nadat Bram met Dc2 Peter tegenspel had geboden (Pd4), kwam Peter uit de problemen. Toen Bram ook nog de a-lijn opende, waren de rollen omgedraaid. Peter kon binnen dringen, materiaal winnen en de partij naar zich toetrekken. Bram deed nog wel een vileine poging zichzelf pat te laten zetten, maar een minorpromotie voorkwam dit.

Wilco Krijnsen moest zichzelf uit de problemen spelen met de manoeuvre Dd1-d7-c7-g3. Tenminste naar dat veld zal hij wel gewild hebben om de zwarte aanvalskansen tegen zijn koning te beteugelen. Tegenstander Herman Schoonakker besloot (na Wilco's Dd7-c7) evenwel zijn dame van g5 naar c5 te spelen, waarna Wilco dames ruilde en Wilco plots op de damevleugel een waardevolle pionnenmeerderheid had en Herman door een dubbelpion op de e-lijn een "waardeloze" pionnenmeerderheid op de koningsvleugel. Wilco kon een vrijpion creëren (en Herman niet) en dat werd uiteindelijk beslissend in een overigens door beide partijen (ondanks de tijdnood) knap gespeeld eindspel.

Gayan den Hollander en Eric Dek maakten er een interessante partij van met (voor het oog van de toeschouwer) wisselende kansen voor beide partijen. Eric won uiteindelijk een pionnetje, maar moest letten op tegenaanvallen en op zijn tijd, terwijl Gayans koning nog al in het open veld stond. Eric is echter nog steeds een begenadigd tijdnoodspeler, die rustig blijft, ook als er nog maar een paar minuutjes op de klok staan. Steeds wist Eric wat af te ruilen en de stelling te versimpelen om uiteindelijk alle stukken afgeruild te hebben met de winnende pluspion nog op het bord.

naar boven     naar beneden
 

 

Ronde 14

Jan Capello en Peter van der Borgt waren al heel snel klaar. Peters Kalashnikov (hopelijk spelt de politie niet onze website, anders denken ze dat de voorzitter van De Zwarte Dame verboden wapentuig heeft) werd door Jan beantwoord op zijn Max Toetenels (met Pf3). Erg voorzichtig dus om meteen daarna een pion met Le2 te offeren. Jan dacht dat het een schijnoffer was na Pxe4, Dd5 en dat hij Peters Pf6 met Pxe5 kon beantwoorden. De blindschaker heeft geen bord of diagram nodig en ziet het al voor zich: paard f6 slaat dame en stukken in de doos.

De Lokerse-neven verloren ook, maar wisten wat meer tegenstand te bieden dan Jan. Voor Dies werd de druk van Matthijs Schouten op f7 te veel en Dingnis liet zich verrassen door een dame-uitval van Flip Meijaard.

De andere partijen verliepen spannender. De drie eersten in de ratingranglijst zaten toevallig naast elkaar en speelden ook nog eens alle drie met wit. De nummer 1 (Piet van Boven) speelde tegen Herman Schoonakker, de nummer 2 (Wilco Krijnsen) tegen Marko Burger en Marius Leendertse (nummer 3 dus) tegen Jaap van Oosten. Op papier hadden Wilco en Piet een sterkere tegenstander; dus zou Marius we eventjes bovenaan komen. Nou, dat lag allemaal zo simpel niet.

Piet kwam weliswaar een loper achter, maar had compensatie met een koningsaanval, Wilco had een pion meer, maar Marko had compensatie met dreigingen op f2. Marko leek die pion terug te winnen door een pion te nemen die niet teruggenomen mocht worden (vanwege een penning). Alleen verzette Wilco zijn dame zo dat het paard waarmee Marko net die pion had geslagen gepend werd en verloren ging. Zo kwam Wilco dus een stuk voor. Dat was dus een tegenvaller voor Marius, maar veel vervelender voor hem was dat hij zelf niet lekker uit de opening was gekomen. Jaap was materiaal voor gekomen en wist zich aanvankelijk op bijzondere manier uit Marius’ tegenspel te redden, namelijk door zijn koning als meest vooruitgeschoven “pion”  te gebruiken, terwijl er nog gewoon dames en torens en wat lichte stukken in het spel waren. Daardoor hield Marius wel tegenkansen, mede omdat Jaap nog wat moeite had om zijn loper en torens goed in het spel te betrekken.

Herman wist Piets tegenaanval te neutraliseren en zo de winst binnen te halen. En Marius bood krachtig spel wat in combinatie met een paar ongelukkige zetten van Jaap leidde tot een niet te voorkomen vork waarmee Marius een dame (en de partij) wist te winnen. Wilco bleef materiaal voor en moest alleen op zijn tijd letten. Dat deed hij en zo won Wilco en kwam hij bovenaan de ratinglijst.

De andere twee partijen waren spannend. Eldert Besseling en Eric Dek speelden op het scherpst van de snede, zoals we van ze gewend zijn. Eric kwam een pionnetje voor, maar alles leek mogelijk. Uiteindelijk bleef na ruil van Elderts paarden het punt toch in Kruiningen, bij Eric dus. Bij Ronald Hoek van Dijke en Bram Boone was het een positionele partij waar Ronald beter uit de opening kwam en het de vraag was of Ronald binnen kon dringen of niet. Dat lukte, maar na veel schuiven bleek het toch remise te zijn.

Bij het analyseren na afloop bleken logische uitslagen toch wat minder logisch te zijn geweest. Zo had Piet een stuk kunnen winnen doordat Herman niet had terug mogen slaan vanwege een penning. Bram had tegen Ronald de winst gemist en Dies had met een creatieve tegenaanval Matthijs in een matnet kunnen brengen (als Matthijs had geslagen op f7).

naar boven     naar beneden

 

Ronde 13

13E RONDE IN TEKEN VAN LOU POLEIJ

De 13e ronde begon anders dan andere rondes. De reden was duidelijk: het onverwachte overlijden van Lou Poleij. Natuurlijk: Lou was anderhalf jaar geleden ernstig ziek geworden. Maar na een periode van chemokuren leek hij de longkanker te boven te zijn. Hij deed dan ook weer mee aan ons slaatjesschaaktoernooi begin 2013. Niet onsuccesvol, want hij won zijn rapidgroep en de finalepartij tegen Jaap Janse verloor hij maar nipt. Waarschijnlijk als bijwerking van de chemokuren had Lou permanent last van jeuk. Zo erg, dat hem dat het schaken (in elk geval een avondvullende partij) onmogelijk maakte. Hij deed dan ook nog wel mee aan ons rapidtoernooi in juni.

Niets wees er echter op dat Lou afgelopen week plotseling in het ziekenhuis moest worden opgenomen, waar hij in de nacht van vorige week vrijdag op zaterdag is overleden. Nieuws wat bij de leden van De Zwarte Dame hard is aangekomen. Niet alleen omdat het zo plots was, maar zeker ook, omdat Lou een heel erg aardig mens was, die meer dan 50 jaar trouw onze clubavond bezocht. Nooit echt spectaculaire wedstrijden speelde, snel tevreden was met remise (met een pionnetje meer wilde Lou nog wel eens genoegen nemen met een halfje), maar ook enorm kon vechten voor dat halve punt (als je een pionnetje meer had, moest je Lou meerdere keren “verslaan” om het punt binnen te halen). Hoe erg zijn tegenstander ook had geblunderd, Lou wist in de analyse altijd nog wel aan te geven welke goede zetten de tegenstander had gedaan.  

Kortom: een aardig mens die we enorm zullen missen. We hebben Lou herdacht met wat korte woorden van de voorzitter en een minuut stilte. 

En daarna, tsja, werd er gewoon weer geschaakt. En hoe! Het waren 9 erg interessante partijen.

 De “neven”strijd tussen Dingnis en Dies Lokerse leek dit keer in het voordeel van Dingnis beslist te worden. Dingnis had een stuk gewonnen en zijn torens en loperpaar werkten mooi samen en waren bezig met een ogenschijnlijk dodelijke koningsaanval. Dingnis moest alleen even opletten dat hij niet mat-achter-de-paaltjes ging. In zijn enthousiasme om te winnen vergat hij hier echter op te letten en bleef het punt zodoende weer in Kruiningen bij Dies in plaats van dat het naar Yerseke ging. Ook Piet van Boven was te enthousiast in zijn winstpoging. Hij had een prima partij gespeeld en was een stuk voorgekomen. Tegenstander Bram Boone had alleen tegenspel met een vrije b-pion. Die b-pion was best tegen te houden. Maar dan moesten er wel meteen maatregelen genomen worden. Piet ging echter de koning aanvallen, waardoor de toren en loper die die b-pion hadden moeten stoppen op plekken terecht kwamen waar je niet wilt komen als je de b-lijn moet bewaken. Die koningsaanval zou alleen goed zijn geweest als er mat had in gezeten, maar met alleen een toren en een loper lukt dat niet. Dus besliste Brams b-pion toch de partij. Jammer voor Piet, want hij had met een zege zijn eerste plaats op de ratingstand kunnen versterken, zeker omdat eerste achtervolger Marius Leendertse verloor. 

En die nederlaag van Marius leek logisch, want Marius (KNSB-rating 1311) moest met zwart tegen Peter van der Borgt (1842). Maar die nederlaag was helemaal niet zo logisch. Peter kwam weliswaar goed uit de opening, won een pionnetje, maar begon in het middenspel te modderen. Of was het dat Marius zo goed tegen speelde? Uw verslaggever denkt eerder dat het laatste het geval was. Of Marius de remise nu heeft laten lopen, weten we op dit moment nog niet (Frits geniet al van het kerstreces); feit is dat Peter met een mooie combinatie (pionoffer gevolgd door kwaliteitsoffer) niet alleen een kwaliteit voor kwam, maar ook nog een matnet wist te breien. Niet alleen Marius zorgde bijna voor een verrassing, maar ook Gayan den Hollander leek op weg naar een mooi succes. In een al redelijk uitgeklede stelling leek Gayan (1341) met torenruil een zekere remise te hebben tegen Wouter Bliek (1952). Gayan zag echter iets heel moois wat helaas alleen Gayan zag en wat ook helemaal niet mooi was en zo verloor Gayan een loper en de partij. 

Ronald Hoek van Dijke en Wilco Krijnsen speelden remise. En daar zal achteraf Ronald het meest tevreden mee zijn. Ze speelden een complexe partij, waarin waarschijnlijk Ronald (die opende in de stijl van Kees Weststrate) ergens gewonnen heeft gestaan, maar nadat Ronald toeliet dat Wilco met een f- en een g-pion wel erg dichtbij de promotievelden ging komen leek winst voor Wilco een kwestie van tijd. En dat was nu net het probleem van Wilco: hij had niet meer zoveel tijd en besloot toch maar herhaling van zetten te doen en dat vond Ronald wel prima. Ook Marko Burger moest met remise tevreden zijn en dat zal hij ook wel zijn geweest. Marko kwam weliswaar een pion voor, maar Jerry Ros had over de b-lijn zoveel tegenspel dat het er op leek dat die pluspion van Marko er wel aan zou gaan. Erger nog: na Db1 van Marko verloor hij er 2 en kreeg Jerry de overhand. Uiteindelijk leidde dat tot een eindspel van paard, loper en pion voor Jerry en alleen een toren voor Marko. Natuurlijk zal dat wel te winnen zijn voor Jerry, maar hoe doe je dat? Je wilt niet dat Marko die ene pion slaat, want theoretisch is een eindspel van loper en paard tegen een koning gewonnen. Maar je moet dan wel binnen 50 zetten winnen, want als je 50 zetten lang niks slaat (of geen pion verzet) dan komt de 50-zetten-regel om de hoek kijken en die bepaalt dat het remise is. Die regel hoefde niet ingeroepen te worden, want Marko “ruilde” de toren voor het paard waarna hij Jerry’s pion kon slaan en Jerry alleen een loper over hield en daar kun je in elk geval geen mat mee zetten. 

Flip Meijaard speelde dit jaar voor het eerst mee in de interne competitie en wist er een complexe partij van te maken, die ontplofte tijdens een enorme slagenwisseling waarin beide partijen met lastige penningen, dubbelaanvallen en nog meer rariteiten rekening moesten houden. Toen de kruitdampen waren opgetrokken, had Flip een stuk meer dan opponent Jaap van Oosten en zo heeft Flip dus een 100%-score in de interne competitie. Maar Flip is niet de enige. Ook Wim Jacobusse heeft intern een 100% score en omdat Wim na de jaarwisseling weer voor een maand of 11 in Aruba zit, blijft Wim dus op 100% staan. Overigens kwam die zege van Wim er niet zomaar. Nadat Jan Capello en Wim hun eerste zes zetten alleen maar pionnen hadden verschoven, bleken ze vanaf de 7e zet toch ook de loop van de andere stukken te kennen. Cruciaal was een penning over de a-lijn waar aanvankelijk Wim last van had, maar dat draaide en toen had Jan er opeens last van. En voor Wim leverde die penning wel materiaalwinst op. En dat niet alleen: ook positioneel kwam Wim heerlijk te staan en moest Jan capituleren. Dat moest ook Herman Schoonakker. Tegenstander Ton van Vliet offerde (zoals we van hem gewend zijn) een pion, kreeg ook “spel”, maar dat dat na verloop van tijd een vol stuk opleverde, lag ook wel een beetje aan Hermans ongelukkige tegenspel. Herman kon nog heel lang tegenspartelen, maar kon na ruim drie uur spelen toch niet anders dan Ton de hand schudden.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 11

Bij Jerry Ros en Eldert Besseling had Jerry met wit het wat vreemde b4 als openingszet gekozen, dit komt weinig voor en is dus een echt verrassingswapen, Eldert kwam wat gedrongen te staan en besloot om zijn h-pion weg te geven en dan die h-lijn te gebruiken om een aanval op de witte koning te plegen. Zwarts koning ging naar g7 om ruimte bieden aan een extra zwaar stuk op h8 werd zwart fataal. De aanval van zwart liep snel dood doordat hij simpelweg te weinig stukken had om aan te vallen en de tegenaanval over de lange diagonaal waar de zwarte koning op stond, werd dan ook de nul voor zwart.

Bij Dies Lokerse tegen Gayan den Hollander had zwart een beroerde opening gespeeld, in een Spaanse partij ging zwart met Ld6 de pion op e5 dekken en sloot zodoende de loper op c8 op. Dies ging echter op de ruiltoer en via d7xc6 werd ineens de zwarte opzet van een slechte in een goede omgetoverd, Dies overzag daarna dat een toren op d8 weliswaar niet direct zijn dame op d3 aanviel maar na  Ld6xh2 schaak werd die dame toch echt van het bord gehaald door die toren van d8. Zwart jaagde daarna de koning van h2 naar b1 en die werd daar  mat gezet.

Mathijs Schouten had een pion gewonnen en had een mooie aanval op de koning van Jaap van Oosten maar na een latere blik op dat bord waren de rollen omgedraaid en had wit opeens een mataanval. Mathijs kon dat nog voorkomen door een dame voor een toren te geven maar dat was teveel van het goede en kon wit het punt binnenhalen.

Ronald Hoek van Dijke had met zwart tegen Jan Capello weer een Caro-kann op het bord gezet en meestal speelt hij dat te defensief en wordt dan door wit platgedrukt. Jan kwam inderdaad met een directe aanval op de zwart koningsstelling maar Ronald counterde dit door een aanval op de damevleugel. Jan moest dit eerst opvangen en dat resulteerde in een overgang naar een toreneindspel waar weinig  muziek meer in zat, remise dus

Wim van Stel had Herman Schoonakker gedwongen om zijn loper te geven voor 2 pionnen maar de andere pionnen van wit waren niet echt veilig. Herman snoepte nog een pionnetje en later nog eentje. Met 8 pionnen tegen 4 was het stuk meer van Wim kansloos. De pionnen van zwart kropen naar voren en wit moest materiaal gaan geven om die nog tegen  te gaan houden. Dat lukte dus niet en zwart kon de witte felicitaties in ontvangst nemen.

Piet van Boven kwam snel materiaal achter tegen Ton van Vliet. Wit kon afwikkelen naar een eindspel met een kwaliteit meer en  dat was genoeg voor de winst.

De langste partij van de avond werd door Erik Dek met wit en Wouter Bliek met zwart gespeeld. Erik speelt  altijd met een positieve instelling en gaat niet tegen een hoger ingeschaalde speler de boel dichtschuiven of een grote ruil-je-rot partij spelen. Het werd dus een interessant gevecht. In een doorschuif Caro-kann had zwart met Pa6-b4 de witte loper in het oog en Erik liet die gewoon instaan en ontwikkelde door. Het loperpaar in combinatie met het tijdsverlies was inderdaad meer dan genoeg compensatie voor het verlies van het loperpaar. In de partij kwam het zo te staan dat beide spelers problemen kregen met hun ontwikkeling. Beiden kwamen dus niet aan rokeren toe en langzaamaan gingen de stukken eraf en kwam er een redelijk gelijkstaand eindspel van 7 pionnen en 3 lichte stukken op het bord. Zwart had nog het voordeel van het loperpaar maar door het gesloten centrum was dat van weinig waarde, wit had echter een matige loper en het centrum van d4 en e5 had met d4 een  blijvende zwakte. Conclusie was dat zwart iets makkelijker spel had en een heel klein plusje had.

Erik gaf echter na 3 uur spelen een pion weg en kon toen zwart niet meer goed tegenhouden. Goed gevecht waarin de uitslag dan toch wat onterecht aanvoelt.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 10

SCHELDESCHAKERS ZORGEN VOOR SPEKTAKEL

 De ouderen weten nog wel dat er in Wemeldinge ook ooit een schaakclub was met de mooie naam Scheldeschakers. Marius Leendertse en Jan Capello, die de 10e ronde tegen elkaar speelden, hebben daar hun roots (net als Rob Oosterlee en Bram Boone trouwens). Marius speelt over het algemeen rustig en positioneel (in de partij kreeg hij ook een mooie kwal op d6 en later een mooi paard op e5), Jan is meer de tacticus, die uit het niks soms met een spectaculair offer komt. Marius zorgde dan ook voor een verrassing in deze stelling. 

De vraag is: ziet u met welke verrassende zet Marius op de proppen kwam, ziet u ook welk duivels plan hij heeft en ziet u ook waarom dat plan niet goed is. Zoals altijd: het antwoord staat achteraan.  

De andere partijen mochten er ook wezen. Dingnis Lokerse liet zich in de opening aanvankelijk niet uit de tent lokken, maar nadat een penning tot een dubbele f-pion had geleid liet hij zich verleiden tot een tegenaanval op de damevleugel, maar die tegenaanval werd door Gayan den Hollander met kwaliteitswinst geneutraliseerd. En daardoor kwam Dingnis teveel materiaal achter. Ook snel voorbij was het bij Marko Burger en Wouter Bliek. Zo snel dat uw verslaggever niet meer heeft gezien dan dat Wouter zich mooi, maar wat gekunsteld (De7-h4-g4-e6-b6) uit een gevaarlijke penning wist te redden om in een (in elk geval materieel) gelijke stand terecht kwam. Hoe het kwam dat Marko een paar minuten later al moest opgeven, is uw verslaggever dus compleet ontgaan. 

Dat kwam ook omdat Ton van Vliet en Peter van der Borgt in een complexe partij waren beland, waarbij (bleek achteraf) beiden vonden dat ze beter stonden. Beiden gingen dan ook (met ook nog eens weinig tijd op de klok) vol op de winst spelen. En die volle winst was er voor Peter. Uw verslaggever heeft de partij nog niet aan Fritz kunnen laten zien, zodat nog onduidelijk is of Ton of Peter het eerder hadden laten liggen (alhoewel de kracht van Fritz niet in eindspelen ligt). Het gevoel van uw verslaggever zegt van wel. Dat gevoel had Jaap van Oosten ook. Hij speelde erg goed tegen Bram Boone, kreeg een mooie vrijpion, maar zag geen kans die tot het promotieveld te brengen. Jaap berustte daarom in remise, maar zal inderdaad het gevoel hebben gehad dat hij ergens het volle punt had laten liggen. 

Dat idee zal Dies Lokerse niet gehad hebben, maar wel dat hij de remise had laten liggen. Dies had zijn stelling tegen Wim van Stel mooi dicht gebouwd en hoe Wim ook manoeuvreerde echt binnen dringen lukte hem niet totdat Dies de a-pion opspeelde en die verloor. Dat daarna ook nog een kwaliteit verloren ging was misschien niet eens zo belangrijk, maar wel dat Wim in Dies’ stelling kon komen en uiteindelijk (want Dies verdedigde zich kranig, vooral door een heel sterk en nagenoeg onaantastbaar paard) op g7 mat kon geven. Wel remise werd het bij Wilco Krijnsen en Jerry Ros die een naar het idee van uw verslaggever spannende partij speelden, maar de spelers zelf vonden het niet zo spannend.  

Tenslotte liet Eldert Besseling zien hoe je een partij mooi uitspeelt. De openingsfase was eerder voor Matthijs Schouten dan voor Eldert, maar in het middenspel bleek de ervaring van Eldert toch voldoende voor de winst, waarbij Lxc5 een mooi (en beslissend) zetje was. 

Dan die partij van Marius en Jan:

Marius speelde Txg7, wat misschien nog wel was te raden. Jan antwoordde met Kxg7. Toen volgde Dg5+ (uiteraard), Kf8. Marius speelde nu Dh6+ en had waarschijnlijk Ke7 verwacht om daarna met Dg5+ snel remise te kunnen spelen door eeuwig schaak. Jan was echter zo leep om Kg8 te spelen (na Dh6+) en nu zag Marius opeens een niet te missen winstkans en speelde Tc3. Het lijkt nu gebeurd te zijn met Jan, want er dreigt Tg3+ en opspelen van de f-pion helpt niet, omdat na Tg3+, Kh8, Df6 dodelijk is. Jan heeft echter verder gekeken en speelt na Marius’ Tc3 het prachtige Dxe5! Marius mag niet terugnemen, want dan volgt “mat achter de paaltjes”. Marius speelde dus toch Tg3+,  wat door Jan weer met een dame-offer werd beantwoord (Dxg3). Overigens had Jan ook Kh8 kunnen spelen. Maar slaan is wel zo simpel, want opeens staat Jan gewonnen, omdat hij (na hxg3) twee torens en een paard heeft voor de dame en een pion. Jan dacht echter dat Marius weer eeuwig schaak had en de mannen kwamen remise overeen. En dat was misschien ook wel een terechte uitslag voor deze mooie partij

naar boven     naar beneden

 

Ronde 9

DOOR OP TE GEVEN IS NOG NOOIT EEN PARTIJ GEWONNEN 

Dat is zo’n tegeltjeswijsheid voor schakers, maar wel eentje die klopt. Zo dacht Ronald Hoek van Dijke dat hij, nadat tegenstander Peter van der Borgt met zijn paard een loper op d2 zou gaan slaan (was inderdaad het plan), een vol stuk (namelijk zijn ongedekte paard op f3) ging verliezen en gaf op. Alleen dat paard kon natuurlijk ook gewoon terug slaan op d2. Peter accepteerde het punt gretig, alhoewel hij het ook wel jammer vond dat hij zijn mooie stelling (een pion voor en positioneel prima) niet op een wat meer gebruikelijke manier tot een eind kon brengen. Ook Piet van Boven dacht te moeten opgeven, want na Dh5+ zag Piet alleen Kf8 als mogelijke zet (en dan was het Df7 mat). De koning kon echter naar d7 en toen was het voor Matthijs Schouten nog hard werken het punt binnen te halen. 

Dingnis Lokerse speelt graag zijn paarden naar g5 (of g4) en b5 (of b4). Het ziet er dreigender uit dan het is. Ook nu weer. Beide paarden poogden op g4 en b4 Herman Schoonakker van zijn a propos te brengen. Dat lukte natuurlijk niet en uiteindelijk ging er gewoon een paard verloren en daarna de partij. Zoals het Nederland nog niet lukt “de statistieken te verslaan” (opdracht van Rutte), lukte het dus Dingnis niet de schaaktheorie te verslaan, maar ook de poging van Eric Dek strandde al snel. Eric (die met wit speelde) zag opeens een dubbel stukoffer in een uit de theorie bekende stelling in het Italiaans. Hoe spectaculair het er ook uit zag Fritz kwam niet verder dan “min 2” en na Erics 11e zet zelfs op “min 6”. Wilco Krijnsen won deze Kruiningse derby dan ook al voor de 15e zet. 

Had Peter van der Borgt wat geluk tegen Ronald Hoek van Dijke ook Wouter Bliek kreeg enige hulp. Wouter stond de hele partij overwegend, maar Rob Oosterlee verdedigde zich kranig en hij begon misschien al een beetje te hopen op een “sneaky draw” totdat in wederzijdse tijdnood Rob een loper wegblunderde. Dat was natuurlijk teveel van het goede en zo blijven Wouter en Peter in een spannend tweegevecht. In tegenstelling tot vorige jaren mengt Jerry Ros zich nog niet in de strijd om de bovenste plaatsen. Maar in de 9e ronde kon hij (en uw verslaggever heeft het van horen zeggen) op mooie wijze winnen van Jan Capello. 

Onderin is er natuurlijk ook volop strijd. Zo proberen daar diverse mensen weg te blijven van die onderste plaatsen. Voor Gayan den Hollander en Eldert Besseling verliep dat succesvol. In een partij waarin er veel geschoven en gemanoeuvreerd werd (Gayan met paarden en Jaap met lopers) won Gayan een pionnetje en wist zo de partij naar zich toe te trekken. Eldert deed het wat ruiger: vol in de aanval, zelf lang rokeren, torens op g1 en h1, lopers en dame met de neus naar de koning, g- en h-pionnen op laten stomen en knallen. Natuurlijk probeerde Wim van Stel tegenspel te bieden, maar de tegenaanval met zijn damevleugelpionnen kwam te laat en de verdediging was onvoldoende. Toch leidde dat niet tot Elderts zege. Na Wims Te5 kon Eldert met Le3 plots Wims dame op f4 aanvallen zonder dat die dame nog een vluchtveld had. Wim pielde nog even door, maar veel nut had dat niet meer.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 8

TIJDNOODSPEKTAKELS

Het Fischertempo (vanaf dit jaar met 20 seconden per zet) brengt een compleet nieuwe dynamiek in schaakpartijen. Zo konden Peter van der Borgt, Wouter Bliek en Jan Capello gedurende lange tijd zich geen plaspauze veroorloven. Hoe kwam dat zo? Peter had met de torenmanoeuvre Te5-h5 wilde plannen (namelijk offeren op h2). Na Wilco Krijnsens Pf4 (dat had Peter nog wel gezien) bleek bij beter doorrekenen dat het offer onzinnig was en zo kwam de toren op het hoogst ongelukkige veld h6 terecht. Dat was het ergste nog niet, maar Wilco kon bijna meteen ook een pion winnen een een groot aantal stukken ruilen. Het kostte Peter veel denktijd om niet meteen te verliezen; uiteindelijk kon Peter zelfs die toren op h6 in het spel brengen. Maar er restte zo weinig tijd (een minuutje of 3) en met twee pionnen achter (ergens onderweg had Wilco er nog eentje gewonnen) leek Peter met een hopeloze missie (er nog remise uit slepen) bezig. Toch wist Peter Wilco telkens voor problemen te stellen zonder dat hij veel tijd verloor (en dus steeds rond de twee / drie minuten over hield). Wilco begon wel steeds meer tijd te verliezen en dat niet alleen, maar ook de twee pluspionnen gingen eraan en was remise toch het eindresultaat.

Dat werd het tegen twaalven ook bij Wouter en Jan. Wouter was ogenschijnlijk prima uit de opening gekomen (cryptisch gezien zou die opening voor Jan als omschrijving “Wenen” hebben en als antwoord “Tranendal” of net andersom). Wouter bleef ook wel een voordeeltje houden, maar met het ruilen van materiaal werd dat voordeeltje steeds minder en in elk geval minder makkelijk uit te buiten. Zowel Wouter als Jan moesten veel tijd spenderen aan het vasthouden van het voordeeltje (Wouter) en het niet verder laten oplopen van het voordeeltje (Jan). Voor de toeschouwer leek de meest logische tactiek van Jan om naar ongelijke lopers af te wikkelen met eventueel een pionnetje minder. Het werd echter een pion minder, maar dan met torens op het bord. Jan bleef het eindspel keurig tegen spelen (en dat is tegen Wouter beslist knap). Uiteindelijk moest Wouter in remise berusten, omdat Jans vrije h-pion eerst onschadelijk gemaakt moest worden, wat Jan de gelegenheid gaf Wouters twee verbonden vrijpionnen er af te slaan.

Piet van Boven versterkte zijn eerste plaats op de ratingstand door van Gayan den Hollander te winnen. In een symmetrische partij-opzet werden de lichte stukken al snel geruild, zodat ze op een gegeven moment in een eindspel met wat pionnen en allebei een dame belandden. Dan komt het op een combinatie van handigheid en toevallige stellingsgrapjes aan. Voor nog niet zo ervaren schakers een waanzinnig moeilijk eindspel. Gayan en Piet zagen de kansen dan ook regelmatig keren. Toen Piet met een pionnetje meer de dames kon ruilen, was het pleit beslecht en kon Piet het volle punt bijschrijven.

Dat konden ook Jerry Ros, Wim van Stel en Eldert Besseling. Partijen waren uw verslaggever weinig van gezien heeft (hij had het zelf moeilijk genoeg). Bij Jerry en Eldert lijken foutjes van hun tegenstanders (Herman Schoonakker en Dingnis Lokerse) de belangrijkste reden te zijn geweest voor hun zege. Bij Wim was het waarschijnlijk zijn koningsaanval die tegenstander Jaap van Oosten de das om deed. 

naar boven     naar beneden

 

Ronde 7

Snelle ronde

4 van de 7 partijen klaar voor 10 uur en alle 7 om half 11, dat is …  apart. 

Jan Capello kon tegen Kees Weststrate via een dubbele aanval met Lc4 en Pg5 de pion op f7 dubbel aanvallen, met Le6 kon zwart direct verlies nog wel voorkomen maar dat kostte wel een pion  en Jan kon daarna de partij rustig uittikken. Bij Bram Boone en Marko Burger kwam er een Scandinavische partij op het bord. Marko kwam met g5 aanzetten en Bram zag geen gevaar om die pion eraf te halen, met Lxg5  stond de loper wel gedekt door een paard op f3 maar die kon er met tempo worden afgeslagen en dan was de loper op g5 ineens verloren. Met een stuk meer kon zwart ook deze partij snel uittikken. Ook g5 deed Ronald Hoek van Dijke tegen Wouter Bliek, in een damegambiet besloot zwart (te) snel op aanval te spelen en na g5 volgde ook nog f5. Zonder te rokeren waren deze pionnen zo zwak dat de witte stukken de koningsstelling van zwart konden openbreken en  met een pion meer en een opgeblazen koningsstelling  van zwart kon wit het daarna via een combinatie uitmaken.

Gayan den Hollander had Herman Schoonakker met een achtergebleven pion op d6 opgezadeld, die pion was zo zwak dat die er wel een keer af zou gaan maar het voordeel ging als een nachtkaarsje uit en er bleef uiteindelijk een eindspel over van dame en paard en allebei 7 pionnen, Herman leek daarin zelfs nog een klein voordeeltje te hebben maar dat was zo weinig dat toch de remise een feit werd.

Ook remise werd het tussen Rob Oosterlee en Erik Dek. Rob die met wit het Engels van stal haalde, had Erik op de damevleugel ver teruggedrongen en leek daar te kunnen doordrukken. Erik counterde in het centrum terug, kreeg wel wat zwakke pionnen maar had zulke actieve stukken dat wit nog moest oppassen, Rob deed dat ook en ook hier kwam er een remise uit.

Bij Wilco Krijnsen en Marius Leendertse kwam ook dat thema van actief stukkenspel en een zwakkere pionnenstelling op het bord. Wilco had met wit een positioneel verdedigende stelling opgezet en Marius had actief tegengespeeld en hoewel Wilco ratingfavoriet was, kon Marius met prima spel heel gemakkelijk de stelling in evenwicht houden.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 6

VAN STEL EN WESTSTRATE ZORGEN VOOR VUURWERK IN DE 6E RONDE 

Kees Weststrate mocht al snel tegen Wim van Stel na een soort pastorale tegen Dingnis Lokerse. Kees verraste Wim met zijn bekende pionnenopmars over de koningsvleugel. Daarmee wist Kees Wims loper te vangen, zoals je kunt zien in deze stelling

Wim is na h5-h4 met zijn loper van g3 naar e5 gevlucht waarna Kees met f7-f6 antwoordde. Wim had vervolgens nog een schaakje gegeven (Lg6) waarna Kees zijn koning van e8 naar f8 had verplaatst, wat wel de meest logische, maar niet de beste zet was. Ziet u met welke spectaculaire zet Wim het loperverlies had kunnen compenseren?

Op de andere borden werden er nogal wat pionnen in de aanbieding gedaan. Herman Schoonakker speelde, in een partij die leek te gaan draaien om de c-lijn, f5-f4, maar dat kon niet, want Eric Dek kon die (ook nog cruciale) pion zo maar slaan en Herman kon snel daarna al opgeven. Gayan den Hollander deed tegen Jan Capello hetzelfde: hij speelde f5-f4, maar Jan kon die pion gewoon pakken, want de dekkende e5-pion stond gepend. Gayan bleef nog wel doorspelen, probeerde nog van alles, maar Jan bleef geconcentreerd spelen, zodat Gayan ook met een 0 terug naar huis kon.

Jerry Ros kwam lekker uit de opening en kreeg een mooie pion op e5. Hij kwam echter materiaal (een stuk) achter na een curieuze en uit de lucht vallende dubbelaanval van Ronald Hoek van Dijke die met Dd4 plots een ongedekte toren op a1 en een ongedekte loper op f4 (weer dat f4)  aanviel. Jerry kon echter tegenkansen creëren en een pion terug winnen en zo in de wedstrijd blijven. Dat had echter wel veel tijd gekost en in tijdnood, waar het er steeds meer op ging lijken dat Ronald toch de winst niet kon binnen halen, gaf Jerry de nog steeds erg sterke (en daarom zeer belangrijke) pion op e5 weg. Dat was de doodsteek.

Bij Piet die in de ratingstand Van Boven staat werden de paarden (die in Hansweert ook wel Rossen worden genoemd) in rap tempo van het bord gerost, terwijl al het andere materiaal op het bord bleef, de pionnen in elkaar geschoven werden en Piet en zijn tegenstander (Jaap van Oosten) zodoende remise overeenkwamen. Wouter Bliek met zwart en Peter van der Borgt kwamen ook niet verder dan remise, alhoewel Peter er in het begin wel alles aan deed om zijn opening te verknallen. Met een loper op e3 die door pionnen op d4, f2 en (weer) f4 verdacht veel op een pion leek was Peter dan ook het meest tevreden met de remise.

Wim van Stel had met Pxg5!! zijn stelling kunnen redden. Dit lijkt idioot, want het kost Wim zijn dame na Lxd1, maar die loper dekt nu niet meer veld e6 en kan wit Pxe6+ spelen met een vork op koning en dame. Na Ke7, Pxd8, Kxd8, Lxc7+, Kxc7, Taxd1 heeft wit drie pionnen voor het stuk en is de stelling min of meer in evenwicht. Maar zwart kan het toch wel beter spelen? (hoor ik u denken). Dat valt tegen. Het begint er al mee dat de loper op g4 door de paardzet ook door de dame aangevallen staat. Als je dus met de f-pion slaat op e5 (of g5) dan wint wit met Dxg4 het stuk (met rente) terug. Als je niet meteen de dame op d1 slaat,  maar Pxe5 speelt (zodat de loper op g4 gedekt staat) dan volgt simpel dxe5 en wordt slaan op d1 nog steeds beantwoord met Pxe6 en slaan op g5 met slaan op g4.

Helaas (voor Wim) zag hij het dameoffer niet (en ook h2-h3 niet, wat ook nog redelijk zou zijn uitgepakt, omdat wit ook een stuk kan pakken en als zwart Lf5 speelt hij na ruilen op f5 terug met de loper naar h2 kan, want dat veld is na h3 vrij gekomen) en speelde hij Db3, waarna hij gewoon een stuk tegen een pion achter kwam. Wim kwam echter sterk terug, wist de stelling te compliceren, kwam zelfs gewonnen te staan, maar gaf toen pardoes zijn dame weg en moest dus toch Kees feliciteren. Een partij als een Nederlandse eredivisiewedstrijd: niet perfect, soms zelfs even zwak, maar wel zeer onderhoudend!

naar boven     naar beneden

 

Ronde 4

BESSELING SPEELT PRACHTIGE ZET, MAAR VERLIEST WEL

Herman Schoonakker won niet drie keer op een rij, want hij nam Jan Capello’s remiseaanbod aan en dat was (voor Herman) jammer, want waarschijnlijk stond hij gewonnen. Hij speelde weer een goede partij, kwam een stuk (tegen een pion) voor en Jan had alleen tegenspel met een pionnenmeerderheid op de damevleugel. Herman had daar te veel schrik voor en accepteerde remise. Ronald Hoek van Dijke en Eric Dek speelden een rustige partij, ontwikkelden traag en de vlam leek in de pan te kunnen gaan slaan na Eric’s c5-c4. Maar het brandje kon geblust worden en het werd hier ook remise.

Die vlam was bij Eldert Besseling en Gayan den Hollander al eerder in de pan geslagen en dat brandje werd niet geblust. Daarom kunt u de hele partij naspelen. Als u daar even geen tijd voor heeft, bedenk dan wat Eldert (met wit) in deze stelling


klik op het diagram om de partij na te spelen

speelde. U mag er nog even over nadenken.

Dingnis Lokerse kwam goed uit de opening tegen Wim van Stel, maar toen Wim een paardvork kon doen en Dingnis daar verkeerd op reageerde, was het snel met Dingnis gedaan. Ook Jerry Ros kon al vroeg met een nul naar huis. En dat is best verrassend, zeker na Jerry’s prima remise van vorige week tegen Wouter Bliek. In de Franse ruilvariant kwam hij na De7 in ontwikkelingsproblemen, waar Peter van der Borgt adequaat mee om ging.

Wilco Krijnsen lijkt met zwart kwetsbaar, want nu speelde hij de opening weer wat krakkemikkig en kwam Wouter Bliek een gezonde pion voor. En Wouter maakte het daarna ook eenvoudig af. Krakkemikkig zijn soms ook de openingen van Kees Weststrate, maar nu rokeerde hij eens een keer en speelde meteen een partij uit één stuk. Jaap van Oosten moest een kwaliteit geven, maar omdat zijn stelling slecht bleef, kwam de nederlaag er toch.

Nog even terugkomen op de partij tussen Eldert en Gayan. Eldert liet zijn loper op g5 gewoon staan en speelde Ke1-d2 waarmee Eldert de loper weggaf en de rokade opgaf. Gayan durfde loperwinst niet aan (bij het kiebitzen achteraf leek dat ook terecht te zijn en was de conclusie dat Elderts Kd2 een goed offer was) en in plaats daarvan kon Eldert Gayans koningsstelling open breken. Gek genoeg was dat niet gevaarlijk voor Gayan. Eldert offerde nog een kwaliteit, maar kwam daar ook niet veel verder mee en zo moest Eldert op een gegeven moment in een nederlaag berusten. Kortom: Eldert speelde “De Zet Van De Avond” (misschien zelfs wel van De Maand of Het Jaar), maar verloor wel.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 3

WILCO KRIJNSEN SCOORT DRIE-OP-EEN-RIJ 

Wilco Krijnsen behandelde de opening op een bijzondere manier. Zo bijzonder dat hij een kwaliteit achter kwam. Telkens leek het er op dat tegenstander Jan Capello de trekker definitief kon overhalen. Telkens gebeurde dat niet. Zo kwamen beide spelers toe aan de tijdnoodfase (allebei een minuut of 5) met Jan die twee pionnen meer had. En dat niet alleen, maar de stelling zag er ook uit als “wit geeft mat in x zetten”. Jan speelde met wit en zocht inderdaad naar mat. Wat er natuurlijk niet was. En u voelt hem al aankomen. In die tijdnood blunderde Jan een stuk (en de partij) nog weg ook. Wilco won dus voor de derde keer op rij, maar of Wilco met deze partij tevreden is, vragen we ons af.

Dies Lokerse speelde juist een erg degelijke opening. Jaap van Oostens e4-e5 was weliswaar een aanval met loper f3 op Dies’ toren op a8, maar na dxe5 stond ook weer Jaaps loper op d4 aangevallen. Na terugslaan volgde dameruil op d1 en Dies hoefde alleen maar zijn toren van a8 naar c8 te zetten en er was niks aan de hand. Dies kwam er echter achter niet genoteerd te hebben, werkte netjes zijn notatie bij en vergat vervolgens dat zijn toren nog aangevallen stond. Gevolg: kwaliteit achter gevolgd door onvermijdbaar pionverlies. En Jaap kon de partij rustig uittikken.

Piet van Boven en Wim van Stel speelden een driedubbele fianchetto. Speelden dat wel origineel. Rokeerden allebei lang. En opeens kreeg Piet kansen over de f-lijn. Wim kon (met kunst- en vliegwerk) het verlies beperken tot één pion. Om vervolgens allerlei penningen in de stelling te breien, waardoor hij zijn pion weer terug won. Vervolgens ging Piet aan het pennen, maar durfde de pionwinst niet aan. Piet bood een aantal malen remise aan, offerde een stuk. Of het offer goed was, kan betwijfeld worden, maar Wim speelde op winst en offerde het stuk terug om voor mat te gaan. En de grote vraag was of in deze stelling

zwart (Wim dus) kan winnen. Wim speelde Tb1+ en dat was niet de winnende zet, want Piet kwam uiteindelijk weg met remise na Tb1+, Kd2, Td3+,Kc2, Tdb3,  Txh7, waarna Wim niet meer heeft dan eeuwig schaak, want het ogenschijnlijk toren winnende T3b2+ leidt na Kc3, Txe2 tot Ta7 mat! Ziet u een zet waarmee Wim wel had kunnen winnen?

Eric Dek liet de kans liggen om tegen Peter van der Borgt een mooie stelling te bereiken. Of rustig Tc1 of wat meer aanvallend La3 gevolgd door Pb5 had Peter sterk teruggedrongen. Eric speelde wel La3, maar liet het door Pe5 volgen, waarna Peter een pion won, vervolgens wat trucagezetten van Eric pareerde en toen Eric in tijdnood zijn stelling verder verslechterde vond Eric het welletjes. Clubkampioen van vorig jaar, Wouter Bliek, speelde weer Scandinavisch. Er kwam een stelling op het bord die erg leek op die van een week daarvoor tegen Peter van der Borgt. Jerry hoefde echter geen winst te forceren en wist de partij in remisevaarwater te houden. Verder heeft u verslaggever er niet veel van gezien. Dus of dit een plusremise was en voor wie weet uw verslaggever echt niet.

Kees Weststrate had zich voorzien van een waanzinnig luchtje. Het was of een duur parfummetje of Kees was wel erg ruimhartig geweest met het flesje. Matthijs Schouten had er in elk geval geen last en Kees had er geen voordeel van. Kees bouwde in een Italiaanse partij h6 in. Dat leverde Matthijs een mooie aanvalsstelling op. Kees kon net “de meubelen redden” en hoefde alleen nog maar kort te rokeren. Kees speelde echter Lb6-c7 en toen liet Matthijs zien dat het tactische spel hem goed ligt. Na het schijnoffer Pd5, Pxd5, exd5, Df6 was deze stelling ontstaan

Ziet u hoe Matthijs met wit het in één zet afmaakte?

Rob Oosterlee was ook weer van de partij en speelde een spannende opening tegen Gayan den Hollander. Gayan speelde vol op de aanval, maar Rob speelde actief tegen. Rob kon afwikkelen naar een betere stelling die hij tot winst wist uit te bouwen.

 

O ja,

1.       Wim had kunnen winnen, maar dan had hij e4-e3 moeten spelen, waarna Piet in een matnet terecht komt, waar hij alleen uit kan komen door zijn toren te offeren. Wims tegenstukoffer was dus eigenlijk toch wel goed.

2.       Matthijs speelde d6, wat vele malen beter is dan dxc6 en won toen makkelijk.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 2

Tweede ronde kent verrassingen

Maar liefst tien partijen werden gespeeld. Eentje betrof nog het oude seizoen. Peter van der Borgt en Wouter Bliek speelden de tweede partij in hun tweekamp. Peter moest winnen, probeerde het ook wel, maar uiteindelijk ging Wouter met het volle punt en de titel 2012-2013 er van door. Natuurlijk zijn de felicitaties voor Wouter. Omdat het best een aardige en spannende partij was, wordt de hele partij ook op de site geplaatst.


Klik op het diagram om de partij na te spelen

Jaap van Oosten had zijn dag niet. Herman Schoonakker kreeg een prachtige loper op d6 en een net zo fraai paard op b5. In combinatie met een loper op g2 verloor Jaap (zonder dat hij er iets aan kon doen) een volle toren. Jaap verloor al binnen het uur. Dat overkwam ook Dies Lokerse, die een zich suf pennende Jan Capello tegenover zich had. Die penningen kostten Dies veel materiaal. Te veel. Wilco Krijnsen en Dingnis Lokerse maakten er een erg wilde partij van. Wilco kwam weliswaar twee pionnen voor, maar zijn ontwikkeling was verwaarloosd. Jammer genoeg vergat Dingnis lang te rokeren, want dan had die ontwikkelingsachterstand Wilco nog wel eens op kunnen breken.

Kees Weststrate heeft zijn stijl niet aangepast: snel een koningsaanval (met g5 en h4), loper op b3, en geen tijd om lang te rokeren, zodat de koning in het (gevaarlijke) midden blijft. Een tactiek die er dreigend uit ziet, maar over het algemeen toch niet werkt. Al had Eric Dek best wat tijd nodig om gebruik te kunnen maken van Kees’ krakkemikkige verdediging. Ook Marko Burger is stijlvast gebleven: vol op de aanval. Alleen ging het nu wel iets te enthousiast. Gayan den Hollander kon dan ook met Pb5 alle dreigingen van Marko pareren en ook nog kwaliteitswinst realiseren. Dat Marko er uiteindelijk nog remise uit wist te peuren was te wijten aan een sterk loperpaar en een tactisch grapje dat in de stelling zat en dat Gayan gemist had.

Dat was dus de eerste (remise)verrassing. Er waren er nog twee. Marius Leendertse kreeg een geweldig paard op f6 en Ronald Hoek van Dijke een beroerde loper op e8 (die daar voor pion speelde). Ronald nam het remiseaanbod van Marius dan ook gretig aan. En ook Piet van Boven wist remise te halen tegen een tegenstander uit “de bovenste helft”. Aanvankelijk leek Eldert mooie kansen te hebben op Piets (kort gerokeerde) koningsvleugel. Toen Eldert er niet door kwam, sloeg Piet zelf terug op Elderts (lang gerokeerde) koningsvleugel. Dat was dus mooi in evenwicht en de remise was dan ook een terechte uitslag.

Van de partij tussen Wim van Stel en Jerry Ros heb ik weinig gezien, behalve dan dat Wim verloor. Matthijs Schouten leek aardig te staan tegen Bram Boone, maar was te optimistisch toen hij dacht met slaan op e5 zijn aanval kracht bij te zetten. Matthijs had moeten slaan op e1 en waarschijnlijk was er dan veel geruild en waren ze in een remisestelling beland. Nu kon Bram schaak geven op f7. Na het verplichte Kh8 kon Bram zijn dame op f8 offeren, want na Df8+, Txf8 volgde Txf8 mat achter de paaltjes. Voor geoefende spelers (zoals Bram) een bekend trucje, voor startende schakers (zoals Matthijs) een harde les.

naar boven     naar beneden

 

Ronde 1

DE KOP IS ER AF

De eerste ronde kende geen verrassingen. Al had dat wel gekund. Jaap van Oosten had in wederzijdse tijdnood Wilco Krijnsen kunnen verrassen. Met Da8-h8 zou Jaap mat gedreigd hebben en dat had Wilco alleen met loperverlies kunnen voorkomen. Overigens had Wilco even daarvoor over het hoofd gezien dat hij een dame kon winnen. Over het geheel van de partij gezien was Wilco’s zege wel verdiend. Met zwart had hij een mooie stelling opgebouwd die tot pionwinst leidde.

Pionwinst was er ook voor Jan Capello. Tegenstander Piet van Boven kwam in een Siciliaan weliswaar gedrukt te staan, maar wist alles goed te verdedigen tot een pionnetje op a5 er af ging. Toen Piet even later dacht tussendoor op e3 te kunnen winnen was de pionvork van Jan op paard en dame dodelijk.

Eric Dek kreeg (na een nogal symmetrische openingsfase) een pion van Gayan den Hollander aangeboden die waarschijnlijk dacht dat de pion op a7 die Eric ingepikt had vergiftigd was na Da5. Dat viel echter (vanuit het perspectief van Eric) reuze mee. En toen Gayan een tegenaanval van Eric op de koningsvleugel onderschatte, konden de stukken de doos in.

Ook Dies Lokerse verloor een pion in de opening. Een belangrijke centrumpion en toen Herman Schoonakker met een aftrekaanval ook nog Dies’ dame kon winnen was het spel snel over.

Neef Dingnis Lokerse leek met d4-d5 en aanval op pion c6 en indirect ook op pion b5 Bram Boone in de problemen te brengen, maar met a6 kon Bram alles net redden. Jammer genoeg deed Dingnis al snel daarna een vol stuk in de aanbieding en daardoor kon Bram snel winnen.

Meest bijzondere partij was die tussen Ronald Hoek van Dijke en Wim van Stel. Ten eerste hielden ze heel veel stukken heel lang op het bord. Behalve dat er van allebei een paard af was, bleven de andere 30 stukken op het bord en op een gegeven moment stonden 21 van die stukken allemaal op de koningsvleugel (de lijnen e tot en met h dus). Dat zijn 32 velden. De koningsvleugel was dus overbevolkt. Dan kunnen er twee dingen gebeuren. Er zit aan die kant een combinatie in of één van de twee partijen weet op tijd te switchen naar de andere vleugel om daar materiaal op te halen. Het eerste gebeurde, want na Wims Lh6 kon Ronald na h4 niet alleen materiaal winnen, maar stortte Wims stelling ook ineen.

Naast deze 6 partijen was er ook nog de match om het kampioenschap van vorig jaar. Wouter Bliek was met zo weinig punten voorsprong op Peter van der Borgt geëindigd dat het competitiereglement een match (van twee partijen) voorschrijft. Enige nadeel voor Peter is dat hij wel anderhalve punt moet halen om kampioen 2012/2013 te worden. In een positionele partij (waar het publiek waarschijnlijk niet echt van in vervoering raakte) werd al op de 18e zet de vrede getekend. Volgende week heeft Peter wit en zal hij toch echt meer op winst moeten spelen dan maandagavond. Wie weet trekt Peter één of ander exotisch gambiet uit de kast om de winst te forceren.

naar boven