Verslagen interne competitie
2014/2015

 

 

Ronde 26

LAATSTE RONDE

Even leek het er op of Dingnis Lokerse in de laatste ronde voor een daverende verrassing zou zorgen. Na een dameschaakje won Dingnis een toren terug. Helaas zette Dingnis verkeerd voor en in plaats van Piet van Boven in hele nauwe schoentjes te brengen ging Dingnis "achter de paaltjes" mat. Neef Dies Lokerse had veel minder kansen en hij werd door Jaap van Oosten "opgebracht". Belangrijkste reden: Des kwam niet aan rokeren toe. Dat lukte ook Kees Weststrate niet. En eigenlijk lukt dat Kees nooit als hij Damegambiet tegen zich krijgt. Kees neemt de gambietpion natuurlijk altijd, maar in plaats van snel kort te rokeren gaat Kees op de damevleugel aan de gang. Tot groot genoegen van tegenstander Marius Leendertse die korte metten maakte met Kees' openingsopzet. Als we het toch over openingen hebben: Herman Schoonakker heeft met wit zo zijn eigen opzet, wat we na zijn recente successen ermee, maar "The Herminator" gaan noemen. Nu was Gayan den Hollander zijn slachtoffer, Hermans 2e in 3 dagen, want zaterdag was De Vrieze van ZSC ook al kansloos geweest. Willy Meulblok haalde het Lets Gambiet van stal en er ontspon een mooi duel tegen Jan Capello. Willy werd uiteindelijk de winnaar. Ook Peter van der Borgt won. In de opening won hij een pionnetje om vervolgens op Italiaanse wijze (en dan heb ik het over het uitspelen van een voetbalwedstrijd) dat voordeel uit te bouwen totdat uiteindelijk Matthijs Schouten (zonder dat hij daar iets aan kon doen) een stuk verloor. Was er dan geen enkele remise te noteren? Wel degelijk. Wilco Krijnsen en Ton van Vliet speelden een rustige partij, die al snel op remise leek uit te draaien, wat ook gebeurde.

Overigens veranderden de uitslagen van de laatste ronde de stand niet veel meer: Wouter Bliek heeft de titel weer overgenomen van Peter van der Borgt, die zelfs niet de tweede plaats kon opeisen, want die was voor Willy Meulblok.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 25

Suzette Kok was heel snel klaar, na een d4 van wit liet Dingnis Lokerse zijn loper instaan op c5 en na d4xc5 werd de zwarte stelling snel opgerold.

Marius Leendertse had tegen Piet van Boven een eindspel  waarin Marius een dame tegen een toren voor stond, Piet probeerde heel lang te schwindelen maar zwart speelde rustig door en snoepte hier en daar  wat pionnetjes en kon later wit mat zetten.

Jaap van Oosten had tegen Erik Dek weliswaar twee pionnen minder maar kon in een eindspel van dame, stuk en wat pionnen voor beiden het zwart toch nog lastig maken. Erik speelde de technisch gewonnen stelling echter prima uit en na stukverlies van Jaap en een gedwongen dameruil konden de  stukken weer in de doos.

Bij Kees Weststrate en Gayan den Hollander leek de strijd lange tijd gelijk op te gaan, Kees had met wit  2 dubbelpionnen waarvan eentje ver opgerukt was en dus zwak maar Gayan had een geïsoleerde pion op e6.  Gayan speelde het wat onnauwkeurig en snoepte de zwakke pion van Kees en wit veerde op en kreeg na enkele krachtzetten achter elkaar een stelling waarin Gayan een stuk moest geven om niet direct mat te gaan. Zwart had ook geen zin om met een stuk minder een slecht stelling te gaan verdedigen en gaf op.  Knap gespeeld van Kees!

De langste partij was (ondanks het snellere tempo  dat Wilco speelt) tussen Herman Schoonakker en Wilco Krijnsen. Herman had uiteraard met c4 geopend maar had te vroeg geprobeerd om de zwarte damevleugel open te breken. Zwart kon deze kant van het bord dichthouden en richtte zijn pijlen op de zwarte koningsstelling. De aanval kostte Wilco veel tijd maar leverde toch een stelling op waarin Herman heel erg moest oppassen, dat lukte niet en zwart won een kwaliteit en speelde daarna  met een minuutje of 2  op de klok de stelling toch naar winst.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 24

TOP 3 WINT

En daar had ik nog achter kunnen zetten: Gemakkelijk. Terwijl de tegenstand voor Wouter Bliek, Willy Meulblok en Peter van der Borgt toch best pittig was. Maar Marko Burger verloor al in de opening een kwaliteit tegen Wouter zonder veel compensatie, Herman Schoonakker kwam gewoon een pion achter tegen Willy, ook zonder compensatie. En Wilco Krijnsen kwam tegen Peter van der Borgt zo beroerd te staan dat hij een kwaliteit offerde, maar dat hielp ook niet. In de analyse bleek dat alternatieven (ten opzichte van het kwaliteitsoffer) het niet beter hadden gemaakt.

Helaas dus niet zulke interessante partijen en dat gold ook voor de partij tussen Kees "Piano" Weststrate en onze nieuwbakken Kruininger (want verhuisd vanuit Yerseke) Dingnis Lokerse. Blijkbaar had de verhuizing Dingnis op het schaakbord geen goed gedaan en hij verloor snel en kansloos.

Maar de andere drie potjes waren juist wel interessant. En bij Jan Capello en Rob Oosterlee had het nog interessanter kunnen worden als de beide oud-Scheldeschakers niet tot remise hadden besloten. Bij Jaap van Oosten en Gayan den Hollander werd het ook remise, maar dat had beslist anders kunnen zijn. Allereerst deed Gayan een zelfmoordpoging door op g2 te slaan. Als Jaap toen Th4 geantwoord zou hebben, zou het voor Gayan toch wel zwaar worden om de koningsaanval die Jaap daarna had kunnen doen (Tg4, Tg3 en vervolgens paard en dame er bij en een h- en een f-pion) af te slaan. Jaap speelde echter te voorzichtig en Gayan kon vervolgens makkelijk afwikkelen door Jaaps inmiddels ver opgerukte h-pion op te halen en de dan verbonden vrijpionnen op g6 en h7 naar een promotieveld te laten opstomen. Nu zag Gayan echter "leeuwen en beren" en ging hij verdedigen en kon Jaap zijn toren activeren, een pion terugwinnen en de remise binnen halen. Een neutrale schaakcommentator zou deze partij omschrijven als "Bere spannend, maar schaaktechnisch niet zo goed".

Dan was er nog de partij van Suzette Kok met zwart tegen Dies Lokerse. Dies kwam beter uit de opening, maar na veel "kleine" damezetjes van Dies (Dd1-f3-e3-e1-d1-e2-f3-g4) was Suzette terug in de partij gekomen en was na Suzettes h5 en Dies’ Df3 deze stelling ontstaan:

Suzette is aan zet. En Suzette speelt het aantrekkelijk lijkende Pxh3, maar na Kh2 kan het paard nergens naar toe en dekt Suzette met Dd7 en dan lijkt La4 een kwaliteit te kosten, maar na De6 kost het dat net niet. Toch was Suzettes Pxh3 niet goed, want in plaats van La4 speelt wit gewoon Dg2 en het paard valt. Helaas (voor Dies) was sprake van wederzijdse schaakblindheid, want Dies doorzag niet alle mogelijkheden en nog erger: even later blunderde hij zijn dame zelfs weg. Maar ook hier: spannend en eigenlijk (gezien het niveau van beiden) ook gewoon een goede partij.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 23

KOFFIEHUISSCHAAK

Er waren maar 4 partijen: werk, ziek, vakantie en weet ik wat al niet meer zorgden voor deze magere bezetting. Maar die 4 partijen waren allemaal wel interessant. Ton van Vliet won een pion, maar kwam daardoor wel wat achter in ontwikkeling. Daardoor had Dingnis Lokerse op diverse momenten offermogelijkheden. Offers die je op het internet in een vluggertje blind doet en dan maar afwacht wat er gebeurt. Dingnis speelde het aanvankelijk wat rustiger, tot hij zich liet verleiden tot inslaan op g7 en toen kon Ton het afmaken.

Bij Jaap van Oosten en Piet van Boven zagen we een andere vorm van koffiehuisschaak. Ze speelden een soort Tweepaardenspel in de Nahand maar dan met verwisselde kleuren (heet dat dan "Tweepaardenspel in de Voorhand"?) waarin niet een paardoffer op f2 plaats vond, maar een wat rustiger variant door Jaap werd gekozen. Toen Piet kort wilde rokeren, meldde Jaap dat "Piet zijn koning al had verzet en dus niet meer mocht rokeren", maar een verbaasde Piet kon met de notatie in de hand toch echt aangeven dat zijn koning nog niet van zijn plaats was geweest. Na een "sorry" van Jaap en een gekscherend "maar je bent wel van plan geweest met je koning te zetten" rokeerde Piet om vervolgens kort er op zelf zijn pionnen zo te zetten dat na Jaaps c6 zijn loper nergens naar toe kon. Stuk voor, pionnenstructuur naar de filistijnen en Jaap trok zo het punt naar Bath.

Het meest "gekoffiehuisschaakt" werd er echter door Peter van der Borgt (twee espresso) en Eric Dek (twee thee). Een Caro-Kann werd een soort Scandinaviër. Nadat Eric met Lh5 lange rokade had voorkomen volgde het pionoffer g4 en toen ging het van "dik hout zaagt men planken". Peter offerde na Dg3 nog een pion, die Eric niet nam, omdat hij spoken zag waar Peter waarschijnlijk winst zag (terwijl in de analyse het er toch echt op leek dat, na simpel cxd5, Peter op zijn best mocht hopen op afwikkeling naar een gelijke stelling). Maar goed, Eric sloeg niet op d5 en begon zelf te terug-koffiehuisschaken met b7-b5 met aanval op de loper op c4. Peter liet die echter gewoon slaan om na dxc6, bxc4, c7 (met aanval op dame en paard) te promoveren op b8 tot een dame, die omdat alle stukken nog op het bord stonden (op de net op c4 geslagen loper na) ouderwets de loper met een papiertje er in werd. Een foto hiervan lijkt me op zijn plaats.



Die "dameloper" werd er weliswaar meteen afgeslagen, maar toch kon Eric daarna snel opgeven: niet zozeer vanwege de kleine materiële achterstand, maar vooral meer door zijn ontwikkelingsachterstand.

Was er ook nog een rustige partij. Jawel: Rob Oosterlee deed geen rare dingen tegen Suzette Kok en Suzette deed ook geen vreemde dingen. Maar nadat Suzette de boel met b7-b5 (had ze dit van Eric afgekeken?) open gooide was Rob er als de kippen bij om de a-lijn te bezetten. Aanvankelijk kon Suzette echte rampspoed nog vermijden en bleef het beperkt tot een witte pluspion op a6, die mogelijk gestopt kon worden. Rob bleef echter nauwkeurig spelen en haalde zo tegen tienen het volle punt binnen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 22

BLIEK WINT NIET, MAAR LOOPT WEL UIT

Ondanks dat er maar 7 partijen waren, was er voldoende te beleven. Misschien het minste bij Piet van Boven en Matthijs Schouten. Na een dame-uitval van Matthijs kwam Piet een stuk achter. Die besloot toen een soort halma-opstelling te kiezen (a3, b4, c3, d4, e3) en zijn loper op b2 te zetten. Dat snapte ik niet; wel Piets poging om via het openen van de f-lijn en verdubbeling van de torens over die f-lijn dreigend te worden. Matthijs kon die dreigingen evenwel simpel pareren en won zodoende redelijk makkelijk. Eric Dek won ook, maar al minder makkelijk. Gayan den Hollander leek met Pf5 Eric voor problemen te stellen, maar na Df6 zat Gayan plots in de problemen: het paard op f5 stond dubbel aangevallen en gepend (want doordat Gayan nog niet gerokeerd had, zou Eric na een paardzet op f2 binnen kunnen dringen). Gayan dacht lang na, maar kon geen goede tegenzet meer bedenken en gaf snel daarna op.

Albert van Zeist kwam niet lekker uit de opening, maar wist met het prachtige d3xe4 een pion te winnen (hoe Jaap van Oosten ook terug zou nemen, het zou hem een stuk kosten) en dat was voldoende compensatie voor de positioneel mindere stelling. Het leek een spektakelstuk te worden, maar de heren waren vredelievend en kwamen (in een stelling waarin nog van alles mogelijk was) remise overeen. Remise werd het ook bij Bram Boone en Jan Capello en dat was verrassend. Ten eerste omdat de Snickers uitverkocht waren en Bram daarom van zijn traditionele menu (hot choco en een Snickers) moest afwijken naar een hot choco en een Mars. Maar ten tweede ook omdat Jan met een kansrijke positie uit de opening kwam. Uw verslaggever heeft het gevoel dat de koningsaanval die Jan had ergens een winstweg zou moeten hebben gehad. Ook Wouter Bliek en Peter van der Borgt kwamen niet verder dan remise. Eerst kwam Wouter door een mindere zet (Pa6) een beetje in de problemen, die Peter min of meer voor Wouter oploste door twee zetten te verwisselen, waardoor het paard (dat inmiddels op b4 stond) niet naar a6 terug moest, maar naar d4 kon. Wouter kon toen afwikkelen naar een eindspel met ongelijke lopers en een pion minder. Omdat de zware stukken min of meer gedwongen geruild werden, was de pion meer van nul en generlei waarde en kwam Peter dus niet verder dan een plusremise.

Toch waren het geen salonremises. Integendeel. Maar ook de twee resterende partijen waren geen niemendalletjes. Herman Schoonakker gooide met e6-e5 de knuppel in het hoenderhok, Marius Leendertse smeet die knuppel met zijn reactie Pf5 nog een beetje verder het hoenderhok in om vervolgens na Hermans d5-d4 verkeerd voort te zetten: In plaats van Pxe7+ volgde Pd5, wat na Pxd5 opeens stukverlies betekende. Marius kon nog wel tegenspartelen: een kwaliteit of een pion terugwinnen, aanval op h7 en zo, maar Marius maakte in die fase een paar keer net de verkeerde keuze en bleef een vol stuk achter en verloor. Van de partij tussen Willy Meulblok en Marko Burger heb ik niet veel gezien en dat was jammer, want dat was een prachtige pot, beiden speelden vol op de koningsaanval, tactisch zat er veel in en uiteindelijk won Marko. Deze partij had meer tekst verdiend dan er nu staat, maar ja, ik heb er gewoon te weinig van meegekregen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 21

SNELLE PARTIJEN 

We hadden maar een beperkte bezetting. Of het met de carnaval te maken had, weet ik niet. Ik gok erop dat toeval en griep een belangrijker factor waren. Van de 6 potjes waren er 4 binnen anderhalf uur klaar. Piet van Boven mocht net als vorige week weer tegen Wilco Krijnsen. “Huh” hoor ik u denken, “dat kan toch nie”. Dat kan inderdaad in de interne competitie niet, maar vorige week speelden ze tegen elkaar in de ZSB-competitie: DZD D tegen DZD C. Piet verloor toen doordat Wilco met zwart zetje voor zetje zijn stelling verbeterde en uiteindelijk won. “Winnen op zijn Wilco’s” dus. Dat Wilco ook anders kan winnen bleek wel in de revanchepartij. Piet moest rocheren om f7 te dekken, maar Wilco’s lopers, dame en paard stonden al gericht op de koningsvleugel en Wilco kon een loper offeren. Aannemen was niet goed (bleek ook in de analyse), maar niet aannemen liep ook fout af. Piet kon uiteindelijk kiezen tussen mat gezet worden op h8 of h7. Hij koos voor h7. 

De neven Lokerse speelden de opening goed, maar gingen er toch allebei aan: te snel spelen op het verkeerde moment. Gayan den Hollander kreeg Dingnis op de knieën na een subtiel dameschaakje. Het leverde maar één pionnetje op, maar in combinatie met Dingnis’ pion op f3 en de nog niet uitgevoerde rokade was dat toch wel dodelijk. Dies kon na dameruil op d8 naar een remisestelling afwikkelen met Pf3xe5. Dies viel echter de loper op g4 aan met h3, die sloeg het paard op f3, waarna er opeens allerlei vorkjes in de stelling zaten die meester-tacticus Jan Capello natuurlijk allemaal zag. 

Veel verrassender was de snelle zege van Peter van der Borgt op Willy Meulblok. Psychologie en wederzijdse schaakblindheid speelde een belangrijke rol. Peter wilde niet weer in een Kalashnikov met Dc7 belanden en speelde voor het eerst sinds een jaar of vijf weer eens e5. Willy wilde toen ook wel wat anders en er kwam Weens op het bord, een opening die nooit tot het standaardrepertoire van beide spelers heeft gehoord. De hersencellen moesten dan ook op zoek naar de varianten die ze misschien ooit in boekjes hadden zien staan. Naderhand blijkt dat tot en met de 5e zet we nog in de hoofdvariant zaten. En toen gingen we van alles door elkaar gooien. Peter dacht met Le7 iets te dreigen op h4 (want na Willy’s g3 op Lh4 zou er toch wel geofferd kunnen worden), Willy zag die (niet bestaande) dreiging ook en speelde g2-g3. Dat voorkwam Lh4, maar maakte Willy’s koningsstelling zo open, dat Peter de overhand kreeg en toen Willy ook nog een rottig zetje over de kop zag en een kwaliteit ging verliezen, vond hij het welletjes. 

Daardoor kon Wouter Bliek wel verder uit lopen, maar dan moest er natuurlijk wel een resultaat tegen Herman Schoonakker bereikt worden. Wouter kwam een pion voor, leek via Tf3 (met aanval op pionnen op g3 en d3) als een mes door de boter te kunnen gaan, maar dat zou gefaald hebben op mat. Dat moest Wouter eerst oplossen. Herman speelde snel Kg2 (waardoor Tf3 niet meer kon) en plots was een stelling bereikt die door Herman waarschijnlijk remise te houden zou zijn als hij “niks” zou doen. Maar “niks” doen is best moeilijk, want na elke zet van je tegenstander moet je er zelf ook eentje doen. Meestal is het dan zaak geen pionzetten te doen. Herman liet zich toch verleiden die toch te doen en na a3-a4-a5 kon Wouter gaten in de stelling maken, die (ook als Herman niet door zijn digitale vlag zou zijn gegaan) tot winst leidden. 

Hoe spannend dit eindspel ook was, de mooiste partij werd gespeeld tussen Suzette Kok en Jaap van Oosten. Jaap speelde op koningsaanval, Suzette op stukwinst op de damevleugel. Jaap kwam wel een pionnetje voor, maar moest er op letten dat hij niet ergens gefopt werd. Na Jaaps min of meer gedwongen Lxg4 ontstond een stelling waar heel veel stukken “in” stonden. Een stelling die voer was voor de analytici. Conclusie van die heren was dat Suzette het beter had kunnen doen, maar dat Jaaps kwaliteit voorsprong en zijn betere pionnenstructuur ook dan toch beter zouden zijn geweest dan Suzettes sterke loperpaar. In de partij ging het iets anders en haalde Jaap het punt netjes binnen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 19

Albert van Zeist kon via Lc4 en Pg5 de pion op f7 snoepen en  zo snel de  koningsvleugel van Dingnis Lokerse opeten. Zwarts koning bleef slecht staan en wit kon makkelijk winnen. Piet van Boven had de franse verdediging van Ton van Vliet wat onderschat en zwart hobbelde dwars door het centrum heen en kon de witte koning die intussen geen bescherming meer had aanvallen. Ook Jerry Ros leek makkelijk te winnen nadat Mathijs Schouten zomaar e5 weggaf in een Italiaanse partij.  Dat zwart er toch nog een offercombinatie in kon vlechten was wel knap maar met  toren en twee pionnen tegen 2 stukken kon Jerry  het toch nog uitmaken.

Bij Wilco Krijnsen tegen Willy Meulblok gebeurden er rare dingen. Via een d4 opening van Wilco kwam er een panov uit. Deze opening komt meestal uit een e4 opening (caro kann) en Willy die deze opening  goed met wit kent maar nooit met zwart speelt leverde problemen op voor zwart. Wit kwam een pion voor maat zwart bleef wat compensatie houden door een betere pionnenstructuur en een mooi loperpaar. Op het moment dat wit een tweede pion won, bood hij ineens remise aan, Wilco had veel tijd verbruikt in de moeilijke stelling en vond de klok zo hard doortikken dat hij eieren voor zijn geld koos. Willy kon met twee pionnen minder dat aanbod eigenlijk alleen maar aannemen, het gokken dat wit door zijn tijd gaat is met het Fischertempo dat wij spelen niet erg aantrekkelijk.

Bram Boone kreeg met zwart een wel heel erg passieve Gayan den Hollander tegen. Met wit kwam er een dubbel fiancetto op het bord met d3 en Dd2. Dat zulke stellingen moeilijker te spelen zijn voor wit dan zwart bleek ook wel, Gayan gaf ergens een pion weg en dat bleek in het eindspel fataal.

Marius Leendertse speelde tegen Jaap van Oosten de mooiste partij van de avond. Met zwart had hij Jaap opgezadeld met een dubbele f-pion en een gat op g2. Wit rokeerde lang maar kreeg een pionnenstorm over zich heen op de damevleugel. Met twee torens, dame en twee lopers in de aanval moest wit creatief verdedigen en op het moment dat wit de zwarte dame aanviel. Dachten de kibitzers dat zwart mat kon geven maar Marius koos voor een andere afwikkeling en ruilde wat stukken en bleef een druk stelling houden. Zoveel druk dat wit  materiaal moest geven en zwart een mooie overwinning kreeg. Schitterend gespeeld van Marius!

Rob Oosterlee had tegen Wouter Bliek met wit een Engelse opening op het bord gezet. Met een te snelle opmars in plaats van zijn ontwikkeling voltooien kreeg Rob ineens tactische problemen over zich heen. Wit besloot een pion te geven. Die pion meer was wel een handenbindertje voor Wouter. Wit gaf te weinig druk op deze “extra” pion en zwart kon afwikkelen naar een stelling waarbij wit nog een pionnetje geen pionnetje moest geven en dat vond wit teveel van het goede. Toch een prima partij van wit waarbij de stelling heel lang binnen de remisemarge bleef.

Jan Capello had tegen Herman Schoonakker de langste partij. In een siciliaanse draak had wit toch een pion kunnen winnen van zwart die tot dan toe prima speelde.  Jan wikkelde daarna wat onvoorzichtig af en kreeg een eindspel van 3 pionnen tegen twee pionnen en allebei een loper en toren. Dat lijkt nog gewonnen maar is  het niet als alles op 1 vleugel staat. Er ging steeds meer materiaal af en met 1 pion en koning tegen een koning probeerde Jan,  Herman nog wel te verleiden tot een fout maar Herman wist dat oppositie leidde tot een theoretische remise, en dat gebeurde dus.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 18

TOP 3 WINT (MOEIZAAM) 

De Top-3 won, maar makkelijk was het niet. Wouter Bliek won een pion door een fout van Eric Dek. Vervolgens begon Eric creatief tegen te spelen, gaf nog een pionnetje, offerde er nog eentje met 19. c5 (met aanval op pion d6). Wouter liet dat c-pionnetje voor wat het was, liet Eric slaan op d6 om vervolgens zelf een pion te geven (e5-e4) met als doel de pion op d6 te heroveren en een eindspel in te gaan met een pion meer, maar positioneel een veel mindere stelling. Eric sloeg terug op e4, maar niet met de loper, maar met de toren. Dat was een kwaliteitsoffer dat er kansrijker uit zag dan het was, want daarna konden de stukken snel de doos in. Hoe dan ook: een spannende, leuke partij. 

Dat was het ook bij Willy Meulblok en Jan Capello. Als laatste waren ze nog bezig toen Jan (na lang nadenken) Dxd2 speelde. Dat was voer voor kiebitzers: de één dacht dat het na Tg2 (wat Willy ook speelde) Jan een vol stuk zou kosten, de ander dacht dat het na Lxd3+ (na Willy’s Tg2) Jan materiaal zou opleveren, want daarna kon Jan toch met Pxg5 nog een pion snoepen en Willy’s dame op f3 aanvallen en een tussenschaakje met die dame op g4 zou met f5 beantwoord worden. Maar vervolgens gaf weer een kiebitzer aan dat na Txd2 Jan Willy’s dame wel kon slaan, maar dat de loper op d3 dan ook nog hing en die dame op f3 stond toch gewoon gedekt door een paard op e1. Maar dan heeft Jan wel drie pionnen voor dat stuk opperde weer een kiebitzer. Daar heb je wat aan als je meteen daarna, na Lxg7, een pion verliest. Kortom: iedereen vond er van alles van af. De spelers achter het bord waren zich niet bewust van deze gedachtenspinsels en Jan speelde in plaats van Pxg5 zijn dame naar a5, verloor toen het stuk (tegen twee pionnen) en dat was (mede gezien Jans tijdnood) te veel van het goede: Willy won. 

Herman Schoonakker was tegen Peter van der Borgt goed uit de opening gekomen. Met één zet wist Herman dat voordeel te verknallen: Pd5. Peter speelde meteen Td1, het paard stond gepend (want Hermans dame stond nog op d8) en opeens kwamen er dreigingen in de stelling waar Peter al zettenlang van droomde (namelijk door de koning in het gat op g7). Peter wist die dreigingen perfect te combineren en haalde zo het punt toch nog binnen.  

De onderste twee van de ranglijst, de neven Lokerse, hadden niet hun beste avond en verloren al snel. Ook Kees Weststrate kwam snel slecht te staan. Kees wilde in het door Wilco Krijnsen gespeelde damegambiet de gewonnen pion (op c4) dekken met Le6 en dat is meestal geen goed idee. Nu ook niet. Kees moest zijn loper offeren op h3, kreeg tegenkansen (miste volgens de wandelgangen zelfs nog een winstweg), maar verloor toch. Er was nog één remise te noteren. Jaap van Oosten (die uit het naar styreen stinkende en mistige Bath kwam) hield Flip Meijaard knap op remise.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 17

DE MUPPET SHOW

Waar gaat dat nu weer heen met die titel vraagt u zich af? Niet naar Dies Lokerse, alhoewel hij zich misschien wel onderdeel van de Muppet Show voelde, want zijn manoeuvre Dd8-d7-d8 was niet echt te begrijpen. Neef Dingnis Lokerse kon zijn ontwikkelingsvoorsprong daardoor uitbreiden met Pg5 (en door een loper op c4 tegelijkertijd pion f7 aanvallen). Dat was niet meer goed te pareren, maar na h7-h6 kostte het Dies een volle toren, omdat het paard dat eerst op f7 sloeg, toen op h8, naar g6 kon. Dingnis gaf het daarna niet meer uit handen, alhoewel er nog wel een paar spannende momenten waren. Dingnis behaalde zo zijn eerste zege van het seizoen. 

Bij Piet van Boven weet je nooit of Piet in de opening een pionnetje heeft geofferd of er gewoon eentje is kwijt geraakt. Ook tegen Herman Schoonakker was het weer zover: de b-pion was weg, maar Piet had wel “spel” over die b-lijn. Herman verdedigde zich echter prima en dwong juist Piet in het defensief. Herman wist de pluspion aan de damevleugel uit te nutten na c4-c5. Toen stortte Piets verdedigingslinie in elkaar en kon Herman het punt bij schrijven. Dat kon Eric Dek ook na een partij die raar verliep. Jerry Ros kwam niet lekker uit de opening, maar leek toch na zijn Pe5 de betere papieren te hebben. Vervolgens was zijn plan om die papieren te verzilveren waarschijnlijk niet zo goed, maar leek (voor hem en voor uw verslaggever) zijn paardoffer op f7 winnend te zijn. Helaas (voor Jerry dan) zat er een rottig tussenzetje in en kon Jerry meteen opgeven. 

Opgeven moest Jaap van Oosten uiteindelijk ook, na een hele spannende partij. Matthijs Schouten leek aardig uit de opening te komen, maar dat denkt iedereen tegen Jaap. Jaaps stelling is meestal erg solide namelijk. Als dan “de storm” is overgewaaid, slaat Jaap terug. En nu ook: de pionzet e5-e4 leverde stukwinst op. Dat is dan weer het moment dat het voor Jaap moeilijk wordt: hoe zet ik een gewonnen stelling om in een echte 1 op het notatieformulier? U raadt het al: het gewonnen stuk ging verloren en Matthijs kwam gewonnen te staan, want kon promoveren. Daar wist Jaap zich weer uit te wurmen en toen ontstond dit eindspel:

 

Matthijs met wit is aan zet. Is dit eindspel te winnen? Antwoord volgt.

Gayan den Hollander en Marko Burger speelden een interessante partij. Gayan kon druk van Marko over de c-lijn oplossen door met Db3 iets te dreigen op d6. Na de afruil die volgde stond Marko nog steeds iets beter wat voor Gayan aanleiding was om zijn a-pion op te geven (zodat Marko een vrije a-pion kreeg) en Marko’s h-pion te winnen (zodat Gayan een vrije h-pion kon krijgen). Alleen dat laatste deed Gayan niet. Na h4, gxh4 sloeg Gayan terug op h4 met de toren en toen kon Marko de partij eenvoudig naar zich toe trekken. Ook Flip Meijaard wist te winnen, maar moest stevig aan de bak tegen Albert van Zeist, die ook met materiaal minder creatief tegenspel blijft bieden. Flip was twee pionnen voor gekomen door een dreiging op een achtergebleven pion op d3 en een koningsaanval op h3 goed te combineren. Flip bleef nauwkeurig spelen, zodat Alberts creatieve zetten zonder effect bleven en kon zo winnen. Ook Peter van der Borgt moest nauwkeurig blijven spelen nadat hij al snel een stuk gewonnen had. Peter deed dat en won. 

Maar hoe was hij dat stuk nu voor gekomen?

Laat deze stelling op u inwerken. Zwart (Peter) is aan zet. Er is net Pc3-b5 gespeeld met aanval op c7 (want de witte loper stond op f4), waarna Peter antwoordde met Pd5 (dekt c7 en valt de loper op f4 aan). Jan speelt vervolgens Ld2. Dat lijkt een goede oplossing, maar is het nu, want in de stelling die u ziet kan zwart een stuk winnen. De vraag is hoe? Sleutelwoorden zijn overbelasting en penning. Antwoord volgt. 

Wouter Bliek en Wilco Krijnsen speelden een interessante partij, wat zeg ik, een zeer interessante partij waarbij Wouter aan het langste eind trok doordat hij ‘de voorzet’ (Wouter had dus wit) zetje voor zetje uit bouwde naar een zege.

Waren er dan helemaal geen remises? Jawel, eentje. Bij Marius Leendertse en Bram Boone bleef het de hele partij binnen de remisemarge, alhoewel beide spelers beslist aanvalskansen hadden en die ook “uitprobeerden”, maar telkens wisten beide spelers ook de juiste verdediging te vinden. 

O ja: u heeft nog wat antwoorden te goed. 

Het eindspel van Matthijs en Jaap is niet te winnen. Als Matthijs met de g-pion naar voren gaat wordt er geruild en houdt Matthijs een randpion over en dat is (met de stand van de koningen zoals die nu staat) remise. Als Matthijs de h-pion probeert op te halen verliest hij zijn g-pion en is het weer remise. Kortom: het zou remise moeten worden. Matthijs probeerde nog een schwindel en speelde Kf6 in de hoop dat Jaap (die weinig tijd over had) zijn h-pion zou opspelen. En dat gebeurde en Jaap gaf (na Matthijs’ g5-g6) meteen op. 

Peter sloeg het paard op f3. Terugslaan met de loper kan niet, want die loper dekt het paard op b5 (overbelasting). Terugslaan met de pion gaat ook niet, want dan gaat de loper op d2 verloren. Dus slaat Jan de loper op b4. Niks aan de hand lijkt het. Zwart moet de loper op b4 terugslaan (met paard of dame) en vervolgens kan wit de loper op f3 slaan (en wel met de g-pion natuurlijk, want het paard op b5 moet gedekt blijven). Zwart staat dan beter, omdat wits koningsstelling verzwakt is. Maar zwart hoeft de loper op b4 niet terug te slaan. Zwart slaat namelijk terug met de dame, alleen niet op b4, maar op b5! Maar dat kan toch niet, want wit had nu juist die loper op e2 laten staan om b5 te dekken. Maar die loper op e2 staat gepend. Dus na Dxb5 kan wit kiezen tussen Lxf3 en Lxb5, Lxd1, Txd1, Pxb4 maar in beide gevallen blijft wit een stuk achter.

 O ja en wat was dat nu met die Muppetshow? In een zaterdagwedstrijd zou Jan Capello er mee verloren hebben; nu leidde het alleen tot gelach, want plots hoorden we iets als dit in de speelzaal: LINK

naar boven    naar beneden

 

Ronde 15

BLIEK BLIJFT WINNEN 

Wouter Bliek won weer. Dit keer beet Gayan den Hollander in het stof na een interessante partij, waarbij Gayan een ver opgerukte pion had (op d3), maar die pion was meer een zorgenkindje voor Gayan dan een dreiging voor Wouter. Dan kreeg Gayan het ook niet voor elkaar te rokeren. Kortom: er waren diverse aanknopingspunten voor Wouter om Gayans stelling te slopen zonder dat die pion op d3 opeens wel gevaarlijk zou worden. Wim Jacobusse was weer terug uit Aruba. Zoals altijd in december, de maand waarin normaliter gejaagd mag worden (maar nu even niet vanwege de vogelgriep) en dat zal de meeste van onze leden een biet zijn, maar Willem niet. Dus dan maar jagen achter het schaakbord. Alhoewel: dat jagen viel best mee. Jaap van Oosten speelde zoals altijd rustig, had een zwakke pion op d3, die dan weer eens door een paard op e1 en dan eentje op c1 werd verdedigd. Daar stond tegenover dat Jaap zijn twee torens en dame op de a-lijn had geposteerd, maar die keken eigenlijk vooral tegen zijn eigen a-pion aan en omdat Wim op a6 gewoon een stuk had gezet, zat daar weinig gevaar in. Wel gevaarlijk werd het toen Wim zijn b-pion naar b4 kon opschuiven en in combinatie met waar de rest van de stukken stonden, leverde Wim dat een kwaliteit op (en later de winst). 

Suzette Kok speelde de opening prima. Na Pxc3 werd ze echter in de verdediging gedrongen, maar ook verdedigen deed ze met verve en Flip Meijaard moest dan ook diep gaan om de winst te pakken. Dat ging Herman Schoonakker makkelijker af, want Dingnis Lokerse liet zich op h7 foppen. Neef Dies leek juist Kees Weststrate te foppen. Met een loper en een paard (op g5) gericht op f7 speelde Dies h7-h6 om het paard weg te jagen of om Kees naar f7 te lokken. De lokzet werkte, want Kees “won” met het paard de pion op f7 en nadat Dies de aangevallen toren naar h7 had gezet kon Dies met Ld6 op de volgende zet het paard winnen. De stelling die daarna ontstond (met een paard tegen twee pionnen, want Kees had – toen hij zag dat het paard in de verkeerde stal gevangen was – nog een pionnetje gesnoept) zag er prima voor Dies uit. Kees ging va banque spelen en Dies reageerde (helaas voor Dies) niet adequaat. Eerst (te) rustig en toen (nogal) wild. Kees kreeg een open a-lijn en een ondekbaar mat-in-drie. Kees zag het en won toch nog. 

Piet van Boven kopieerde de tactiek van Kees. Hij was in de opening een centrumpion achter gekomen en begon toen met een kamikaze-achtige in ijltempo uitgevoerde pionnenopmars op de koningsvleugel en wist daarmee tegenstander Eric Dek toch wel enigszins in de problemen te brengen. Eric is echter een prima tijdnoodspeler en behield de pion voorsprong en wikkelde keurig af naar een zege. Dat lukte Wilco Krijnsen en Peter van der Borgt niet, want die speelden remise tegen elkaar. Peter probeerde eerst voordeel te halen uit Wilco’s iets mindere pionnenstelling. Na Pb5 wist Wilco dit op te lossen, waarna Peter een (eigenlijk onverantwoorde) winstpoging ondernam. Beide spelers hadden toen al niet veel tijd meer. Vanaf dat moment tot de laatste zet hadden ze steeds minder dan een paar minuten en soms zelfs minder dan 10 seconden. Wilco wist niet alleen de winstpoging te neutraliseren, maar ook nog een pionnetje voor te komen. Peter speelde het eindspel alert tegen en claimde zelfs remise voor drie keer dezelfde stelling. Onder toeziend oog van een aantal toeschouwers die de tijdnoodfase ademloos hadden gevolgd, werd op een ander bord gekeken of het een terechte claim was en dat was het niet. Peter had in 4 zetten niet 3 keer dezelfde stelling maar 2 keer 2 keer dezelfde stelling en dat is geen remise. Na dit intermezzo op een ander bord stelde Wilco toch maar remise voor en de korte analyse leek deze uitslag te rechtvaardigen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 14

Kees Weststrate staat wel bekend om aanvallend spel maar deze keer ging het wel heel snel tegen Albert van Zeist. Kees had  met Lc4 en Dd5  het zwarte zwakke punt op f7 onder vuur genomen en dat viel niet te dekken. Met Df7 en Le6 werd daarna de zwarte monarch gevloerd.

Piet van Boven had tegen Wouter Bliek in de opening met zwart wat kleine foutjes gemaakt en kwam al snel in de problemen. Een offer op h7 verraste zwart en na enig denkwerk besloot zwart het niet aan te nemen.  (het offer op h7 is overigens een bekende val en staat bekend  als “the Greek gift” . Voor de niet kenners. Slaan op h7 en als zwart terugneemt komt Pg5+ en dan moet zwart Kg6 spelen om niet mat te gaan.) . Met het niet aannemen van de loper voorkwam zwart deze ellende  wel maar het gat op h7 in de koningsstelling was al gemaakt. Piet probeerde met f6 nog tegenspel te krijgen maar de witte velden rond de koning waren te zwak en werden door witte stukken bezet.

Opvallend was dat de zwarte opzet van Piet  door Wilco Krijnsen werd gekopieerd tegen Marco Burger  (1. d4 d5 2. c4 Pf6? ) . Hier probeerde Wilco later met f5 het sterke centrum van wit aan te tasten, maar dat liep eerder uit op een nog sterker centrum van wit en slecht geplaatste stukken op de koningsvleugel. De witte stukken hobbelden door het centrum heen en zwart moest onder de druk materiaal geven.

Suzette Kok kwam door het goede openingsspel van Herman Schoonakker onder druk te staan en moest ook materiaal geven.  Zwart kwam 3 stukken tegen een toren voor, maar door het scherpe tegenspel van wit was het niet zomaar eventjes gewonnen. Herman bleef goed bij de les en met ruilacties werden de witte tegenacties gestopt.

Bij Gayan den Hollander tegen Marius Leendertse gebeurde ook van alles. Wit gaf zomaar een stuk weg. Het resterende eindspel met beiden 5 pionnen en toren leek dan ook uit te zijn want zwart had nog een extra loper. Zwart begon daarna heel veel zetten te doen maar niet degene die de gewonnen stelling ook gingen winnen. Het  zwarte plan was om met de loper de verre pion op b2 dekken en dan met de toren de witte koning van b1 weg te jagen en een nieuwe vrouw te halen. Wit had dan maar zijn 3  vrijpionnen op f-g en h-lijn naar voren geschoven en dreigde op het einde van de partij te promoveren.  Het zwarte plan zou nog steeds werken omdat zwart intussen zijn loper op de dekking van de b-pion had gezet.  Marius gaf echter op en Gayan kreeg i.p.v. een nul een vol punt. Zoals altijd, stonden de beste stuurlui weer aan wal, (eigenlijk naast het bord te kijken, maar dat is geen spreekwoord). Jammer voor Marius die eigenlijk de hele partij prima had gespeeld.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 13

Stratego en Egelstelling

Bram Boone speelde de Egelstelling tegen Eric Dek: pionnen op b6, de, e6 en g6, lopers fianchetteren, paarden naar d7 en e7, rokeren en afwachten maar. Je krijgt dan iets wat een beetje op stratego lijkt: de 5e rij blijft lang leeg. En dat deed me weer denken aan de lagere school (zo heette dat toen nog) waar Eric en uw verslaggever allebei op hebben gezeten: OBS Kruiningen. In de lagere klassen (vanaf de 3e) speelden we schaak onder de bezielende leiding van Cor Jansen. We konden toen al schaakdiploma’s haalden. Cor tekende de pion, het paard en zo zelf en wat kon hij mooi tekenen en wat zag zo’n diploma er mooi uit. Maar in de 6e (toen de laatste klas voordat je “naar Goes ging” of naar de Mavo of de Huishoudschool die we toen nog in Kruiningen hadden) speelden we stratego. Meester Brugge vond dat leuker. Hij was ook nog voor Ajax; dat vond ik erger, maar Eric niet. Maar goed: we strategode als de meiden aan het handwerken waren (ja, ja, aan emancipatie deden we toen in Kruiningen nog niet). Jaren, jaren later, Eric en ik zaten al niet meer op school in Goes, voor vaste verkering was het nog te vroeg (zeker voor mij) hadden we het idee opgevat om nog eens ouderwets te gaan strategoën. We hadden het na de lagere school niet meer gedaan. We hadden het pinksterweekend vrij gemaakt, dat kon makkelijk: het voetbalseizoen zat erop en verder had je toen nog niet veel verplichtingen. We hadden er allebei enorm veel zin in, maar wat werd dat een tegenvaller. Alle potjes eindigden in remise. Iets wat we in de 6e bij Meester Brugge nooit mee maakten. Daarna heb ik nooit meer stratego gespeeld: het bleek een spel te zijn wat je niet kan winnen, maar alleen verliezen als je teveel op winst speelt. Johan Cruijff parafraserend (hij zei “van Italië ken je niet winnen, maar wel verliezen”) is de conclusie: “een potje stratego kun je niet winnen, maar wel verliezen”. Heeft dit nog iets met die partij van Eric en Bram te maken? Iets, want toen Bram met e5 en f5 zijn Egelstelling verliet en de lege strategorij vulde kon Eric met Pg5 een kwaliteit winnen. Bram bleef echter tegensputteren, ook toen hij een volle toren achter kwam. Eric kwam in tijdnood en ondanks dat hij een bedreven tijdnoodspeler is raakte hij nu toch in de war. Hij vergat dat hij die toren voor stond en zag dus niet de diverse kansen om de paarden te ruilen en zijn pluspion weg te geven en dan met K+T tegen K simpel te winnen. Eric versimpelde de stelling niet, moest constant opletten voor een paardvork en op het eind zelfs voor patvarianten. Op een gegeven moment had Eric nog 7 seconden over, maar hij redde het telkens net en won uiteindelijk. 

Nu verwacht u over de andere drie interne partijen ook zo’n uitgebreid verslag. Helaas; dat zit er niet in. Zelf speelde ik een zware partij tegen HWP A en ook het D-team was aan het spelen. Van de rest heb ik dus niet veel mee gekregen. Jan Capello haalde tegen Wilco Krijnsen net remise (het toreneindspel met een pluspion voor Wilco werd door Jan knap remise gehouden, terwijl de opening zo veelbelovend was (met een machtig paard op d6). De Yersekse derby eindigde in een snelle zege van Suzette Kok op Dingnis Lokerse. Ook neef Dies moest een nul accepteren, ondanks een goede openingsfase tegen Herman Schoonakker.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 12

Verrassingen in ronde 12

Piet van Boven speelde verrassend goed tegen Willy Meulblok. Met wit dacht Piet elke keer (voor zijn doen) lang na over de zetten en hij hield lang het spel in evenwicht. Door de constante druk kon Willy echter de foutjes uitlokken en wit moest materiaal inleveren en de partij.

Ook verrassend was het bij Marius Leendertse die in de opening een door Marco Burger aangevallen dame in liet staan.

Rob Oosterlee die met wit op de Engelse tour ging (c2-c4) tegen Gayan den Hollander, leek erg prettig uit de opening te komen en bleef lang prima zetten doen tot er zand in de machine kwam en de witte stukken de loopgraven in gingen. Gayan probeerde nog even aan te dringen maar kwam niet door de solide witte stelling, remise dus.

Herman Schoonakker had tegen Wilco Krijnsen een paard op c3 in de witte stelling geplant die de witte stelling in een wurggreep hield. Wit had echter enige compensatie door het loperpaar en een beter centrum dus om dat zomaar even te gaan winnen was heel moeilijk, zwart gaf echter materiaal weg en het winnen was ineens niet meer moeilijk maar dat winnen gebeurde ineens door  wit.

Jerry Ros had een prima drukstelling tegen Bram Boone, zwart stond helemaal vast op de a-b en c- lijn. Meestal kun je dan winnen door een switch naar de andere kant van het bord maar daar ging Jerry in op een rommelige stelling die wel beter was maar door taai verdedigen van Bram ging er steeds meer materiaal af tot er een ongelijk loper-eindspel overbleef en dat was het signaal om de remise te accepteren.

De echte verrassing kwam echter dat Ronald Hoek van Dijke zijn opwachting maakte na lang afwezig geweest te zijn. In eerste instantie kwam hij alleen even kijken maar was gelukkig bereid om toch aan te schuiven tegen Jaap van Oosten omdat die geen partij had. In een partij waar Ronald snel ten aanval trok op de koningsvleugel en lang rokeerde, deed Jaap ook gewoon een lange rokade en trok daar een stevige verdediging op waar Ronald niet meer door kon komen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 11

MEULBLOK EN BLIEK LOPEN UIT 

It ain’t over till it’s over zong Lenny Kravitz al. Welnu, bij het schaken is het niet anders: je hebt pas gewonnen als je tegenstander opgeeft. Matthijs Schouten ging een pion verliezen en besloot dan maar een stuk tegen twee pionnen te offeren en daardoor kreeg hij aardige aanvalskansen tegen Willy Meulblok. Herman Schoonakker had een beroerd pionnencentrum (losse pionnen op e3 en d3). Na Jan Capello’s Le2 me aanval op een toren op f1 en de pion op d3 verloor Herman er nog eentje, maar door wat vervelende paardzetten en een open f-lijn kreeg Herman tegenkansen. Piet van Boven verloor al snel een kwaliteit tegen Rob Oosterlee en opgave (door Piet) leek een kwestie van tijd totdat Piet met wat krachtzetten tot een koningsaanval kwam. Kortom: Willy, Jan en Rob moesten toch nog stevig aan de bak om de snel verkregen materiaalvoorsprong tot winst te brengen.

Bij Willy lukte dat als eerste. Herman bleek te weinig schwindelkwaliteiten te hebben om Jan in grote problemen te krijgen, zodat Jan ook won. Bij Rob ging het echter mis: Piet kreeg een open h-lijn met een toren er op, een dame die op e4 kwam (en f3, g2 en h1 “dekte”) en een loper die op h4 kon komen. Niet te houden voor Rob, na De4+ moest Rob Kg3 spelen wat na Lh4+ en Kh3 na Le1 mat zou zijn geweest. Zoals bekend, gaat Piet sneller spelen als hij gewonnen staat (da’s niet handig; je kan dat beter doen als je verloren staat om zo je tegenstander mee te krijgen en te speculeren op een blunder) en zag Piet alleen maar Lh4-f6 (met aftrekschaak), waarna Rob weer naar g3 kon. Remise dus door herhaling van zetten (of zoals het officieel heet “herhaling van stelling”). Rob kwam zodoende goed weg en Piet speelde (op de laatste zet na) een heel knap middenspel.

De andere partijen waren niet minder spannend. Suzette Kok en Dies Lokerse hadden een hele complexe stelling (Suzette die van alles aan het pennen was en Dies die diverse stukken van Suzette in het vizier had) in elkaar gedraaid, die na Dies’ a6 (dreigt vork met b5) ontplofte. Ergens is er toen bij Dies iets mis gegaan, want plots stond hij een stuk achter en dat was voor Suzette voldoende om te winnen. Dingnis Lokerse had weliswaar twee pionnen minder, maar een gevaarlijke aanval met de dame op de ongerokeerde koning van Jaap van Oosten. Toen Jaap de dames kon ruilen was het gevaar weg en kon Jaap winnen. Kees Weststrate verloor ergens een stuk in de opening en kon te weinig tegenaanval opbouwen. Bram Boone won dan ook.

Er waren eigenlijk maar twee partijen waar niet al in het eerste uur door één van de spelers materiaal werd verloren. Van de partij van Gayan den Hollander tegen Flip Meijaard heb ik te weinig gezien voor een goed oordeel, maar een thematisch kwaliteitsoffer van Gayan bleek voldoende voor de winst. Peter van der Borgt speelde zijn geliefde “Noteboom”. Dat Peter die opening zo graag speelt komt niet doordat Peter 4 notenbomen in zijn tuin heeft, maar door het dynamische karakter van de stelling. Zwart krijgt twee verbonden vrijpionnen op de a- en de b-lijn en wit krijgt meestal een waanzinnig sterk pionnencentrum dat zichzelf ook tot verbonden vrijpionnen (op de c- en d-lijn) kan “promoveren”. Het werd een leuke partij, die na Wouter Blieks Dc2 leek te gaan kantelen in Peters voordeel, maar waar Peter (in wederzijdse tijdnood) het spoor bijster raakte, nog wel een kwaliteit kon winnen, maar Wouters stukken stonden zo goed dat zijn stelling dat nog kon hebben.

 Door deze overwinning van Wouter en die van Willy lijkt het er steeds meer op dat de kampioensbeker dit seizoen weer naar Goes zal gaan.

 O ja: waarom heet die opening nu “de Noteboom”. Ten eerste is het eigenlijk de Noteboom-variant (een variant van het Slavisch, maar die ook kan ontstaan uit het Klassiek Damegambiet). Maar wie was dan die Noteboom. Dat was een tragisch figuur, die ongetwijfeld een zware concurrent van Max Euwe had kunnen worden als hij niet op 21-jarige leeftijd in 1932 al overleed. In Leiden (hij is geboren en begraven in Noordwijk) is nog steeds een Noteboom-toernooi. Na wat speuren op internet was er nog een grappig detail: hij was een fervent bridgespeler en niet velen weten het misschien, maar Wouter en Peter hebben ook jarenlang gebridged (NB: niet samen hoor). Wil je een foto van hem zien en wat partijen naspelen dan kan dat via deze LINK.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 10

Er waren vanavond twee teamwedstrijden (die met wisselend succes werden afgesloten). Alle partijen volgen is uw verslaggever dan ook niet gelukt.

Willy Meulblok blijft leiden. Peter van der Borgt speelde in de Alapin op een gegeven moment Ld2, wat een slechte zet was voor een 1800-speler. Dat zou zo erg nog niet zijn geweest als hij niet op een gegeven moment had gedacht (en ook gezegd) dat de stelling "om maatregelen vroeg". Welnu: Peter nam geen halve maatregelen, want 5 zetten later konden de stukken in de doos en had Peter verloren. Wouter Bliek blijft volgen. Van Matthijs Schouten (die 10e stond in de stand) werd gewonnen. Nadat in de opening Wouter al een pionnetje had gesnoept, maakte hij het rustig uit. Dat Wouter tegen Matthijs moest, vond Matthijs nog het meest bijzonder. Ik citeer uit de mail van Matthijs waarin hij aankondigde (na weken "op zee" te zijn geweest) er weer te zijn: "Ik zag dat als het zo doorgaat ik nog 1e wordt door er gewoon niet te zijn". Tja, dat Keizer-systeem kan wonderbaarlijk uitpakken. Feit is dat door zijn nederlaag Matthijs minder punten pakte dan als hij weggebleven was.

Jerry Ros deed een thematisch loperoffer op h3 dat Jaap van Oosten terecht niet aannam. Jerry kwam zodoende een pion voor, maar moest hard werken om het punt binnen te halen. Hansweert deed het toch goed, want Piet van Boven won ook. De D-speler won van D-captain Marius Leendertse na een hard en spannend gevecht. Piet speelde uiteraard weer in de bekende 5e versnelling, terwijl Marius reed al in een cabrio door een zomers polderlandschap. De stelling bleef complex en lang binnen de remisemarge, maar daar had Marius dus meer tijd voor nodig dan Piet, die Marius' remiseaanbod in tijdnood dan ook afwees onder het mom van "bewijs maar dat je het remise kan houden". Dat bewijs kon Marius niet leveren en na pion- en kwaliteitsverlies gaf Marius de pijp aan Maarten.

Uw verslaggever heeft nog gezien dat Suzette Kok in de opening een belangrijke pion verloor en dat Kees Weststrate daarna nog meer materiaal won. Hoe Jan Capello en Eldert Besseling wonnen, weet uw verslaggever niet.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 8

Willy speelde Weens tegen Wilco waarbij Wilco met een wilde, woeste, helaas weerlegbare en daardoor waanzinnige winstpoging eigenlijk al na vier zetten kon opgeven. Wilco (Krijnsen dus, maar in de vorige zin heb ik om alliteratieve redenen achternamen weggelaten) verloor een paard, modderde nog wel wat door, maar Willy (Meulblok) kon een makkelijk punt bijschrijven.

Op de andere borden ging het veel minder makkelijk. Herman Schoonakker moest goed opletten tegen “rode lantaarn” Dingnis Lokerse en deed dat ook en won. Nieuweling Suzette Kok speelt lekker frank en vrij; dat kost wel eens een pionnetje, maar ze blijft wel gevaarlijk. Tegenstander Bram Boone bleef echter geconcentreerd spelen en toen Suzette Le5 speelde kon hij met het tussenzetje Lxf3 (met aanval op toren d1 en ook op die loper op e5 die opeens niet meer door het – net geslagen - paard op f3 gedekt stond) een stuk winnen en ondanks tegensputteren liet Bram het punt niet meer los.

Andere nieuweling, Albert van Zeist, leek zelfs op weg naar de winst. In de opening had Albert een pionnetje van Piet van Boven afgesnoept en dat leek voldoende voor de winst. Albert wilde de stelling vereenvoudigen door de torens op de a-lijn te ruilen. Dat was niet verstandig, want zo kon Piet binnen dringen en toen Albert nog een pionnetje wilde winnen zorgden twee schaakjes ervoor dat Albert een kwaliteit achter kwam en dat zijn stelling ineenstortte. Bijna kon Albert de winst nog pakken toen Piet, op het eind van de partij, zijn toren al in de hand had, hem op veld d6 plaatste (om de pion op d3 aan te vallen), maar de toren weer oppakte (zonder hem losgelaten te hebben) en toen Alberts paard op c5 sloeg. Nu kon net geen pion van Albert doorlopen; had Piet wel Td6 gespeeld dan kon de d-pion (na dxc2) ongehinderd promoveren op c1. Spannende partij.

Dat was het ook bij Cor Jansen en Marius Leendertse. Uw verslaggever heeft er echter weinig van gezien. Via-via begreep hij dat Cor de betere kansen had (gehad), maar dat Marius zich kranig verdedigd had. Knappe prestatie van Marius.

Ook Jaap van Oosten leek op weg naar een knappe prestatie. In de opening werd Rob Oosterlee compleet weggedrukt. Pion d6 leek ten dode opgeschreven. Jaaps stukken stonden allemaal in de aanval en die van Ron stonden of verloren in een hoekje of op één van de achterste rijen de stelling bij elkaar te houden. Door een blunder kwam Jaap teveel materiaal achter en verloor hij.

Koploper Meulblok won dus weer. Wat deden zijn twee achtervolgers? Jan Capello speelde de Caro-Kann van Wouter Bliek zoals Wouter het graag ziet: wit krijgt een slechte dubbelpion op de f-lijn en een “losse” pion op d5. Enige nadeel van Wouters opzet is dat Wouter nogal gedrongen komt te staan en dat een agressieve witspeler daar mogelijk gebruik van kan maken. Jan kon echter de juiste (agressieve) zetten niet vinden en verloor de d-pion en daarmee eigenlijk ook de partij.

Peter van der Borgt moest alle zeilen bijzetten om van Jerry Ros te winnen. En naar later blijkt, heeft Jerry het wel ergens laten liggen. De cruciale stelling was deze: 

  

Jerry heeft net Lf6 gespeeld en Peter ziet het niet zitten dat Jerry op c3 kan slaan, want dan wordt Peters pionnenstructuur op de damevleugel wel erg slecht. En het paard dekken met Td3 lijkt vanwege Pc5 ook niet goed. Dankzij Fritz kan uw verslaggever melden dat die zet (Pc5 dus) helemaal niet erg is, want na e5, Le7 kan wit zich zelfs permitteren om met f4-f5 de kwaliteit te offeren. Dit zag Peter echter niet. Hij zag wel een ander offer. Ziet u welk offer?

Het was een offer “op gevoel”. Vaak is er bij schaken een verschil tussen “gevoel” en “uitrekenen” en dat bleek ook hier (achteraf) wel te kloppen, want zwarts 19e, 20e en 21e zet waren (hoe logisch ze er ook uit zien) niet de beste. Daarna was er echter voor Jerry geen redden meer aan.

Weet u al welk offer volgde? Klik op het schaakbord voor het antwoord.

Zo lijkt het allemaal simpel, maar tijdens de partij hebben Jerry en Peter over de door hun gespeelde zetten (en vooral de zetten die ze overwogen hebben, maar niet gespeeld hebben) hun hersens aardig laten kraken.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 7

MEULBLOK BLIJFT WINNEN! 

Willy Meulblok blijft maar winnen en telkens hebben de toeschouwers het idee dat de uitslag zo maar andersom (of remise) had kunnen zijn. Nu was er een spannende wedstrijd tegen Jan Capello. In grote tijdnood stond Jan materiaal voor en had Jan allerlei tactische (tegen)kansen, maar (en dat begrijpt u al uit het woord “tegenkansen) Willy had ook mooie aanvalskansen. Of Jan Willy dan ook te grazen had kunnen nemen, was niet duidelijk na het analyseren op de maandagavond, maar onze schaakFritz zal in deze partij ongetwijfeld een aantal malen een betere zet hebben gezien dan de spelers uitvoerden. 

Waarschijnlijk zal Fritz Cor Jansen wel laten zien dat slaan op g4 met zijn paard niet zo goed was. Het leverde eventjes een pion op, die moest terug gegeven worden en vervolgens kon Wouter Bliek een mooie koningsaanval ontwikkelen. Cor liet zich dat allemaal niet bewijzen en gaf op. Terecht. Dat deed Eldert Besseling ook toen hij, met weinig tijd op de klok, materiaal achter kwam en ook geen schwindelkansen meer had. Tegenstander Peter van der Borgt had in deze partij overigens wel gezondigd tegen zijn eigen mantra “sla nooit op b2, ook niet als het goed is”. Door een slechte dubbele e-pion waren Peters countermogelijkheden groter dan het gevaar dat Eldert over de b-lijn zou kunnen ontwikkelen.  

Wilco Krijnsen won op Wilco-iaanse wijze: rustig spel, een pionnetje winnen, later nog eentje, zonder dat zijn eigen stelling slechter werd. Kortom: een redelijk kansloze nederlaag voor Gayan den Hollander. Bram Boone moest in de opening goed opletten omdat Dingnis Lokerse twee sterke paarden had en een loper die netjes op f2 gericht stond. Bram lette goed op, ruilde de loper en stond plots een stuk voor en kon zo toch nog eenvoudig winnen. 

Dan houden we nog twee partijen over. Die waren al klaar toen Bram (als derde) won. Ik denk dat de twee verliezers misschien wel liever thuis waren gebleven om naar het voetbal te kijken (het moet niet gekker worden: nu wordt er al buitenlands voetbal gespeeld op de maandag en het gaat niet eens om een eindronde), alhoewel je wel IJslands bloed moet hebben om van die wedstrijd genoten te hebben. We hoorden Kees Weststrate opeens “nee hè sukkel” zeggen en dat was niet tegen Herman Schoonakker, maar tegen zichzelf. Kees gaf een aftrekschaakje, maar vergat dat het geen dubbelschaak was (want dan moet de koning wel spelen) en dat zijn schaakgevend stuk gewoon gepakt kon worden door een paard. Laat dat schaakgevend stuk nu de dame zijn. Kees stond al een stuk achter en kwam zo een volle dame achter en kon dus al snel terug naar Krabbendijke. Bij Erik Dek was het nog een graadje erger. Door een foutje was Jaap van Oosten een stuk achter gekomen. Erik had nog één zwakte: met een toren op f2, een loper op c1, een toren op a8 en een koning op h1 achter pionnen op h2 en g2 dreigde er mat in één. Maar dan moet er natuurlijk wel een toren naar d1 of e1 kunnen (de dames waren al van het bord). Jaap rokeerde lang (u voelt hem al aankomen): de toren kwam op de open d-lijn, Erik ontwikkelde niet zijn c1-loper, sloeg achteloos een loper op h3 en met Td1 werd hij gemat op de onderste rij, want Jaaps toren op g8 zorgde ervoor dat de koning ook niet naar g2 kon. Het zal duidelijk zijn dat Erik en Kees niet meer veel behoefte aan analyseren hadden. Ik hoop wel dat ze de slaap hebben kunnen vatten.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 6

MEULBLOK WINT WEER (MET MOEITE)

Op de ledenvergadering was er discussie of een tempo van 1.30 uur en 30 seconden per zet niet tot problemen zou leiden, in de zin van dat de partij niet om 24.00 uur klaar zou zijn. Toen vroeg iemand zich af "wanneer gebeurt dat nu dat een partij meer dan 80 zetten duurt en beide spelers al hun tijd gebruiken?" "Nooit natuurlijk" was de gedachte. Welnu, die gedacht bleek onjuist. Want het antwoord op die min of meer retorische vraag weten we: "Dat gebeurt op 6 oktober 2014".

Willy Meulblok en Ton van Vliet speelden een razend interessante partij. Ton had vooral met zijn witveldige loper een permanente dreiging over de lange diagonaal (a8-h1) en Willy had weer tegenkansen met een toren die op de h-lijn was beland. De partij was zo ingewikkeld dat ze allebei al voor de 40e zet in tijdnood zaten. Ongetwijfeld zal er door zowel Willy als Ton in die fase wel eens een mindere zet gedaan zijn. Soms ging het ook mis, maar was er een gelukkige redding. Zo wilde Ton met zijn toren een schaakje geven, maar dat mocht niet, want zijn toren stond gepend. Ton moest met zijn toren spelen en kon zich (gelukkig voor hem en de partij) met Td8 nog net redden. Willy speelde later het stelling-reddende Pe4, waarvan de kiebitzers dachten dat Ton daar een betere zet had dan Lxe4. Het slaan met de loper leidde wel tot een grote afruil waarbij beide spelers 4 pionnen en een dame over hielden. Remise dus, hoor ik u denken. Nou nee. Ten eerste was Tons pion op f3 ten dode opgeschreven. Dat leek op zich ook nog niet erg met witte pionnen op a3, b4, g4 en h3 en zwarte pionnen op a7, g7 en h6 (en de zwarte koning veilig op g8).  Ten tweede wist Ton zijn dame echter zo te positioneren dat pion a7 verloren ging en toen lag voor Willy de weg open naar pionpromotie. Alleen was die weg bezaaid met valkuilen: Willy moest oppassen voor eeuwig schaak, Willy moest oppassen voor pionverlies (van zijn damevleugelpionnen) en Willy moest oppassen voor dame verlies. En dat allemaal met bijna geen tijd op de klok. Voor Ton gold het omgekeerde: die moest steeds dame zetten bedenken die Willy in de verleiding zou brengen in de fout te gaan. En dat ook weer met bijna geen tijd op de klok. Soms leek het alsof één van beide spelers door zijn vlag zou gaan, maar dan met een seconde of 10 á 20 op de klok werd er een zet gedaan en kwam er weer 30 seconden bij. Dan weer had één van beide spelers meer dan 2 á 3 minuten op de klok doordat snel wat (min of meer gedwongen) zetten werden gedaan. Op een gegeven moment zat er zelfs misschien herhaling van zetten, maar Ton claimde niet en achteraf wist ook niemand direct of het wel een terechte claim zou zijn geweest. Zetje voor zetje (in de zin van eens in de zoveel zetten kon Willy één van zijn pionnen een veld verder krijgen) kwamen de damevleugelpionnen van Willy dichterbij het promotieveld. Dat kostte Willy wel de pionnen op de koningsvleugel, maar Ton was niet in staat om vervolgens zijn vrijpionnen op de koningsvleugel naar voren te krijgen. En uiteindelijk (het liep al tegen half één) kon Willy dame ruil afdwingen en moest Ton opgeven, want Willy zou veel eerder dan Ton promoveren.

Een prachtig nagelbijten veroorzakend plas ophoudend spektakel, ook voor de kijkers. Maar goed: Willy won dus en blijft zo aan kop.

Peter van der Borgt moest in de kampioensstrijd een halfje laten liggen en was zelfs tevreden met die remise. De opening werd door Peter (net als tegen Michael Wise van Middelburg 1) weer niet goed aangepakt. Hij kon geen aanvalskansen creëren en in positionele stellingen neemt Peter iets te vaak de verkeerde beslissing. Vervolgens moet hij dan  (net als tegen Wise) "vol in de ankers" om "de meubelen te redden" om eens wat clichés er uit te gooien. Een paar keer leek Marko Burger er door te kunnen komen (en miste hij misschien ook wel de beste voortzetting), maar dan had Peter toch nog net een reddend zetje en moest Marko uiteindelijk berusten in remise; een grote plusremise, maar het is niet zoals bij boksen dat je dan op punten tot winnaar wordt verklaard.

Ook remise werd het bij Gayan den Hollander tegen Herman Schoonakker. Dat was een rustige partij waarin beide spelers de spanning niet wilden opheffen, want pas na 35 zetten (18 van wit en 17 van zwart) werd het eerste stuk geslagen. Helemaal niet rustig ging het er aan toe bij Marius Leendertse en Jan Capello. De beide voormalige Scheldeschakers speelden een open wedstrijd, waarin beiden een koningsaanval hadden: Jan met zwart over de open h-lijn, omdat Marius had gerokeerd en Marius over de d- en e-lijn omdat Jan niet gerokeerd had. Dat het remise werd was dan misschien ook best verwonderlijk, maar zeker niet onterecht.

Drie remises dus op 8 partijen is best veel. De rest eindigde echter in een zege.

Twee andere oud-Scheldeschakers speelden ook tegen elkaar. Rob Oosterlees Engelse opening werd door Bram Boone slecht verteerd. Bram moest een aantal gekunstelde zetten doen om Rob van zich af te houden. Toch voelde je aan je water dat de manoeuvre met de toren van f8 naar f6 en daarna e6 niet goed zou aflopen voor Bram. En dat was ook zo.

Ook Wilco Krijnsen speelde Engels. Hij wilde wel eens iets nieuws proberen. Of hij nog een keer "zoiets" gaat proberen vragen we ons af, want na Wouter Blieks 13e zet konden de stukken de doos in: Er zou grof materiaal verloren gaan. Wouter speelt zich op die wijze naar de tweede plaats.

Eric Dek wist dit seizoen nu pas voor het eerst intern te winnen. Nu was dat niet zo onlogisch, want twee zware lotingen in de eerste twee rondes leverden twee nullen op, vervolgens ging Eric op vakantie en vorige week speelde Eric extern (en won hij wel). In de 6e ronde dus Eric eerste punten waarbij Dingnis Lokerse een "gewillig" slachtoffer was.

Bij Albert van Zeist en Suzette Kok werd er gespeeld in de geest van de "romantici". Suzette offerde een pion, kreeg aanval over de e-lijn, Albert dreigde weer van alles over de f-lijn en op f7 en uiteindelijk ging het mis op f6 met een (voor Suzette) lelijke paardvork.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 5

TOP 3 WINT (MAAR SOMS MET MOEITE)

 Wilco Krijnsen behandelde Peters poging om Italiaans te spelen te voorzichtig en werd toen krachtig van het bord gezet: zijn zwartveldige loper en toren kwamen (heel zielig) de hele partij niet van hun plekjes op f8 en h8.

 Jan Capello kwam nog sneller in het voordeel. Bram Boone deed drie mindere zetten achter elkaar (f6, Da5+ en Db6) en “de beloning” voor Jan was winst van een volle toren. Bram bleef nog lang vechten, maar Jan liet deze voorsprong niet meer glippen. 

Ook nieuweling Suzette Kok kwam snel in het voordeel. Zo snel dat uw verslaggever heeft gemist waar tegenstander Dingnis Lokerse de fout is in gegaan. Samen met Piet van Boven, die een vrije avond had, zijn ze daarna gaan analyseren en hopelijk heeft dat de inzichten geboden die Dingnis liever tijdens de partij al gehad zou hebben. 

Jaap van Oosten en Kees Weststrate speelden een spannende (en complexe) wedstrijd, waarbij Kees in de verdediging werd gedrongen en met kunst-en-vliegwerk stukverlies kon voorkomen. Het kostte wel een pion, die hij weer met moeite terug won, maar door de beroerde positie van zijn stukken ook weer terug moest geven. Toch kwam er redding. Net toen Jaap op het punt stond de genadeklap uit te delen kon Kees eeuwig schaak afdwingen.  

Ook spannend (en complex) was het bij Jerry Ros en Willy Meulblok. Zo complex dat uw verslaggever zich moet beperken tot het einde waarin Willy zich met eeuwig schaak uit een netelige positie wilde redden en Jerry in het tegenspel zich daarbij vergaloppeerde en daardoor nog verloor. Jammer, want eigenlijk verdiende die partij dat beide spelers de punten zouden delen. 

Een beetje eentonig wordt dit verslag wel, want ook bij Gayan den Hollander was het spannend en complex. Hier vergaloppeerde Gayan zich. In deze stelling 

heeft Gayan net Te7 gespeeld en lijkt hij minstens eeuwig schaak te hebben: Txf7+, Kg8, Tg7+, Kf8 (Kh8?, Pf7 mat), maar er zal best iets beters te bedenken zijn (al is het maar Tb7 in plaats van Txf7). Wouter had echter een hele mooie manoeuvre om Gayans plannen te ontmantelen en Wouter had dit (in tijdnood) al gezien voordat Gayan Te7 speelde. Ziet u het ook?

Klik op het schaakbord voor het antwoord

naar boven    naar beneden

 

Ronde 4

MEULBLOK BOVENAAN

Willy Meulblok doet dit jaar weer mee aan de interne competitie en maakt na 4 rondes duidelijk dat hij mee wil doen voor de eerste plaats. Nu versloeg hij de clubkampioen van vorig seizoen, Peter van der Borgt. Het werd een spannende partij waarin Peter een paar zetten lang een kwaliteit in de aanbieding deed. Dit geschenk was niet aan Willy besteed, die zelfs een pion achter kwam, maar na wat minder accurate zetten van Peter wist Willy via de open g-lijn Peter voor (door Peter) niet op te lossen problemen te stellen. De nul (voor Peter) kwam er dan ook, weliswaar door tijdsoverschrijding, maar Willy’s volgende zet zou Peter een dame gekost hebben.  

Wouter Bliek wist te winnen en zo in het spoor van Willy te blijven. Curieus was dat bij hem (en tegenstander Marko Burger) op een gegeven moment er een soort quadruple pion was op de f-lijn: f7, f6, f5 en f4. Nu waren die op 4 en 5 wit en 6 en 7 zwart, maar toch. Toen die op 6 verloren ging, was het met Marko snel gedaan. Wouters dame en torens werkten beter samen dan die van Marko. 

Daar (dames en torens) draaide het ook om bij Matthijs Schouten en Marius Leendertse. Toen Matthijs in de zwarte stelling kon binnen dringen met Td7, lukte het Marius niet om de goede verdediging te vinden. Het gebrek aan tijd hielp Marius daarbij niet. Dat was ook zo voor Cor Jansen, die in een remise te houden stelling door zijn vlag ging. Zijn voormalige leerling Wilco Krijnsen was met Dxd3 (een zet die een computer altijd en een mens meestal niet ziet) op een mooie wijze een pion voor gekomen. Cor kon dan namelijk met een toren Wilco’s loper op a4 slaan, maar die toren zou er net zo hard weer af gaan na Dd1+. Knappe zege van Wilco. 

Jan Capello won ook, maar die had daar wel wat geluk voor nodig. Na een prima opening waarin Jans pion op d4 oppermachtig was, was Jan zijn voordeel kwijt geraakt nadat hij die pion verspeeld had. Met een pion meer leek Rob het duel der “oude” Scheldeschakers dan ook te gaan winnen, maar Jan bracht weer wat tactische grapjes in de stelling en die wisten Rob toch van zijn stuk te krijgen. Albert van Zeist won ook weer. Alleen heeft uw verslaggever helemaal gemist hoe dat gegaan is. 

Dat een vertraagde Orang-Oetan (schaakopening die start met 1, b4) soms wel en soms niet succesvol bewezen Bram Boone en Herman Schoonakker. Bram speelde die zet als tweede zet, maar uiteindelijk bleken de open f-lijn en de halfopen c-lijn voor Gayan den Hollander ideaal om een dodelijke aanval op te zetten. Herman Schoonakker speelde ook b4 (maar dan later). Of dat de reden van zijn zege is onduidelijk. Helder was wel dat na Lh3 de toren op d7 gepend stond en dat dar (voor Jaap van Oosten) wel dodelijk was.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 3

Bij Dies Lokerse tegen Dingnis Lokerse was het Dingnis die veel te snel speelde en eerst een stuk terug kon pakken maar daarvoor in de plaats een pion pakte. Met een stuk achter kon hij later Dies mat in 3 geven maar door te snel spel gaf hij een toren weg en al dat materiaal was aan Dies wel besteed en hij kon zijn neef op een nul trakteren.

Dat bij Wouter Bliek en Willy Meulblok er een remise uitkwam, was wel vreemd. Wit had na een wat rommelige opening problemen met de ontwikkeling en zwart kreeg een stelling die door de computer als gewonnen werd beoordeeld, Willy ging echter op de offertour (wat er overigens zeer vervelend voor wit uitzag). De zwarte aanval bleek echter niet genoeg om direct te winnen en zwart gooide er daarna nog een stuk tegenaan, wit had toen de keus om een zetherhaling in te gaan of om een vol stuk terug te geven en met een stuk tegen 3 pionnen door te gaan. De computer gaf aan dat het stuk teruggeven een winnende positie gaf maar wit koos daar niet voor en het werd dus remise.

Rob Oosterlee kreeg tegen Cor Jansen wel druk op zijn stelling in een damegambiet maar op het moment dat zwart zich een beetje kon loswerken, gaf Rob een pion weg en ging zijn stelling de afgrond in.

Bij Jaap van Oosten en Piet van Boven werden wel wat stukken geruild maar geen pionnen, dat daarna alle pionnen in elkaar werden geschoven, was het sein om maar remise te doen.

Van Gayan den Hollander en Jan Capello viel alleen te melden dat de partij lang gelijk opging en dat wit ergens iets weg gaf en verloor.

De langste partij was tussen Herman Schoonakker en Bram Boone. Wit leek te gaan winnen, zwart had immers een achtergebleven pion op c7 en wit had een gedekte vrijpion op e6. Het bleek door wel heel taai verdedigen van zwart dat Herman er niet door kon komen en het werd  toch remise. Ook in de analyse was het niet echt te zien hoe wit kon profiteren van de betere stelling.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 2

VERRASSINGEN AAN DE TOP

Natuurlijk kan Willy Meulblok met wit winnen van Cor Jansen en natuurlijk kan Peter van der Borgt dat ook met wit van Wouter Bliek. Maar dat dat gisteren gebeurde, was op beide borden na de opening verrassend. Cor was met zwart prima uit de opening gekomen en leek Willy langzaam weg te drukken. Na Willy’s rokade begon het voordeel te vervlakken en toen Cor met zijn 25e zet op b2 sloeg, zat er opeens een combinatie in de stelling die Willy stukwinst opleverde. Nu kennen we allemaal de “regel” uit de opening “sla nooit op b2, ook niet als het goed is”, maar blijkbaar luidt de regel “sla nooit op b2, zelfs niet op de 25e zet”. Peter was in de Panov-variant van de Caro-Kann weer eens niet scherp geweest en was een pion achter gekomen op een manier die hem al eens eerder overkomen was. Weliswaar was er sprake van enige compensatie (ontwikkelingsvoorsprongetje), maar met wit wil je natuurlijk niet na 7 zetten in een stelling zitten waar je hoopt er nog remise uit te kunnen slepen. Wouters voordeel verdween echter door enkele onnauwkeurige zetten en toen werd die achterstand in ontwikkeling  fataal. 

Bij Marko Burger en Erik Dek waren de paarden snel van het bord en keken Marko’s lopers (en de dame) dreigend naar de zwarte koningsvleugel. Erik durfde daarom niet te rokeren en speelde Kf8, maar dat bleek ook de oplossing niet te zijn. Om zich te redden moest Eric zijn pionnen op de koningsvleugel naar voren zetten en dat kon zijn stelling niet aan. Na pionverlies op e6 was zijn stelling hopeloos en kon Marko het punt bijschrijven. Jan Capello probeerde vorige week Wouter Bliek bij de neus te nemen met een offer. Dat was niet goed. Jan was daar niet van geschrokken, want hij offerde nu een vol stuk. Waarschijnlijk was het niet goed, maar het won wel en de partij tegen Herman Schoonakker was zo leuk dat we hem vanaf Jans gedurfde offer (Pf5!) laten zien:

 
klik op het bord om de partij na te spelen v.a Pf5

Gayan den Hollander speelde niet de Weense opening, maar deed wel een wals: een pionnenwals. Jaap van Oosten wist de wals te stoppen door een paard te offeren, leek terug te komen in de wedstrijd, maar moest toch capituleren. Bram Boone zat gehandicapt achter het bord: zijn rechterhand zat in gips en zijn arm in een mitella. Bram had dan ook om een tegenstander met het trage tempo gevraagd. In tijdnood kwam hij evenwel niet (en ook tegenstander Eldert Bessseling niet), want de stelling bleef binnen de remisemarge, zodat Bram en Eldert allebei met een halfje naar huis gingen. 

De neefjes Lokerse moesten allebei met een nederlaag genoegen nemen. Dies verloor al snel twee pionnen, bleef goed terug vechten, had na Txb5+, Ka2 Albert van Zeist nog wat kunnen plagen met Lb1+ en dan na Ka1 de loper wegzetten en de volgende zet met Tb1 Albert weer schaak te zetten. Alleen zou eeuwig schaak er niet in zitten en kon (nieuw lid) Albert zijn eerste zege noteren. Piet van Boven trof een scherp spelende Dingnis Lokerse. Pas toen Piet Dingnis’ loper kon vangen kon hij de partij naar zich toe trekken.

naar boven    naar beneden


Ronde 1

DE KOP IS ER AF

De interne competitie is weer begonnen. Het tempo is aangepast aan dat van de ZSB: de snelle jongens ("meisjes" zijn ook welkom hoor) krijgen een uur voor de hele partij en 30 seconden voor elke zet. De langzame spelers krijgen een half uur meer. De eerste ronde vond de indeling "beschermd" plaats, waardoor niet meteen de nummers 1 en 2 tegen elkaar moesten. Nog niet iedereen kon van de partij zijn, maar er werden toch 7 partijen gespeeld. Bijna allemaal interessante partijen.

De interne competitie kan dit jaar wel eens spannender dan ooit worden. Wouter Bliek, 19 jaar achtereen (!) clubkampioen, zal zich willen revancheren voor de vorig jaar verloren gegane titel. En Peter van der Borgt zal juist willen bewijzen dat die titel geen toevalstreffer was. Maar misschien pakken zowel Wouter als Peter wel naast de eerste prijs, want Willy Meulblok en oud-lid (ergens in de jaren '60) Cor Jansen gaan dit jaar ook meedoen aan de interne competitie. En wie zal zeggen dat een ander niet de "dark horse" zal worden.

Vorig jaar deed Wilco Krijnsen lang mee, maar Wilco had een halve "koude start". Want Wilco was de enige (van de spelers met een ratingoverschot) die niet wist te winnen ondanks het verschil in interne rating tussen hem en Rob Oosterlee. Daar zag het in het begin helemaal niet naar uit. Rob kwam erg aangekrant te staan en de combinatie met Wilco's opgerukte pionnenmeerderheid op de damevleugel zou toch wel voldoende moeten zijn voor winst. Dat was het ook wel, maar Wilco zag het niet en (eerlijk is eerlijk) Rob verdedigde ook erg sterk.

Toch hadden er wel meer verrassingen kunnen zijn. Gayan den Hollander had de opening niet goed behandeld en positioneel stond Piet van Boven geweldig. Piet werd dan ook euforisch van zijn stelling. Helaas leidt euforie bij Piet nog wel eens tot erg snel spel, waardoor een foutje snel gemaakt is. En dat gebeurde dan ook en zo kwam Gayan met de schrik vrij. Dat was ook het geval voor Jaap van Oosten. Albert van Zeist, ook weer terug na jaren van schaakrust, wist Jaaps koningsstelling al snel open te breken en zag in deze stelling

 

 een mooi offer dat direct materiaal oplevert. Maar .... is dat offer wel zo mooi? Eerste vraag: ziet u het offer? En als tweede vraag: is het wel zo'n goed offer?

Het offer is Pxe4, dxe4, Dxe4+ waarna de loper op c4 verloren gaat. Minpunt is wel dat de e- en de d-lijn nu geopend zijn en dat zwart met zijn ongerokeerde koning opeens in de vuurlinie komt te staan. Kortom: het offer kon niet. Albert had eerst moeten rokeren.

Een typisch gevalletje van "de bedrieger bedrogen". Ook zoiets overkwam Jan Capello. Jan zag een mooie methode om een heleboel materiaal te ruilen en zo in een remiseachtige stelling te komen. In deze stelling

speelde Jan Pe5. Natuurlijk ziet u dat na slaan (door tegenstander Wouter Bliek) op e5 dat Wouter een pion wint (en dat ook nog eens Jans dame op g4 aangevallen staat). Toch was dit Jans bedoeling, want hij ging ervan uit dat na Pxe4, Pxg4, Pxd2 de dames van het bord zijn met gelijk blijvend materiaal. Helaas voor Jan keek Wouter iets verder (toen hij op e5 sloeg). Hij zag dat na Pxd2, Tfd1, Lg5 (om het paard te dekken), h4!, Lf4 het zetje Pe2 voldoende is om of de loper of het paard te winnen. Jan probeerde het nog wel even, maar moest toch opgeven. Dat moest Erik Dek ook, maar lang leek het erop dat hij Peter van der Borgt op remise kon houden, maar toen Erik in deze stelling

met h2-h3 het gaatje wilde maken waarmee potentiële ellende op de onderste rij weggepoetst zou worden, maakte Peter het snel af. Ziet u hoe?

Peter speelde g4-g3! Erik's reactie was (het bijna verplichte) f2-f3, waarna Peter met a7-a5 Erik's loper in de problemen gaat brengen. Erik sloeg nog op a5, maar nadat Peter had teruggeslagen, gaf hij op. Peter gaat dus door waar hij vorig jaar gestopt is met degelijke overwinningen waarin hij een klein voordeeltje omzet in een vol punt.

Een vol punt was er ook voor Matthijs Schouten, die Dies Lokerse in rap tempo op een nul trakteerde. Ook Willy Meulblok won. Door te weinig begrip van die partij kan ik niet veel meer melden dat Herman Schoonakker zijn pion naar a6 liet oprukken, gevaarlijk leek op Willy’s koningsvleugel, Willy een kwaliteit op f3 offerde en daarna snel won.

naar boven