Verslagen interne competitie
2015 - 2016

 

 

Ronde 25

HISTORISCHE AVOND 

Niemand had verwacht dat maandagavond 2 mei een historische sportavond zou worden, waarin blauw de basiskleur zou zijn. Wat dit met schaken te maken heeft? Niet veel, maar het leidde wel tot sms-jes tussen Ton van Vliet en Peter van der Borgt. Tons zoon studeert namelijk in Leicester, zo’n stad waarvan je in eerste instantie tegen je kind zegt van “joh, wat mot je nou in dat gat; in Nederland ga je toch ook niet in Doetinchem studeren” (als daar al een studie zou zijn, waarschijnlijk iets als “høken voor gevorderden”). Achteraf blijkt de keuze voor Leicester natuurlijk een gouden greep. En juist deze avond zouden de Foxes (overigens zonder te spelen, want concurrent Spurs won niet) kampioen worden. Een wonder werd / wordt het genoemd, terwijl nu juist de statistieken leren dat dit gewoon mogelijk is, alleen niet zo vaak. Dus: voor iedereen die dit jaar denkt dat het onmogelijk was Peter van der Borgt van het kampioenschap af te houden: Het kan! 

Nu de partijen. Marko Burger speelde scherp: h-pion naar voren. Eric Clarisse miste juist scherpte en dat leidde tot een niet te houden stelling. Na kwaliteitswinst haalde Marko het punt binnen. Op meer borden gingen er kwaliteiten af. Eerst moest Freek Pruis er eentje geven. Hij was beroerd uit de opening gekomen en leek rijp voor de slacht. Freek rechte de rug, won een pionnetje terug en bracht wat grapjes in de stelling. Hij won een kwaliteit terug en stond toen dus een pion voor, maar Ton Hertogs verdedigde actief en de mannen kwamen remise overeen. Dat gebeurde ook bij Ronald Hoek van Dijke en Gayan den Hollander. Ze speelden een partij, waar elk moment wat leek te kunnen gaan gebeuren: veel stukken, één open e-lijn, vooral aan de koningsvleugel, Gayans damevleugelpionnen al ver vooruit geschoven, die van Ronald juist nog rustig op de beginpositie (behalve de d3-pion). Maar er leek van alles te gaan gebeuren, maar er gebeurde juist niks; blijkbaar bleven de stellingen ondanks het dynamische karakter in evenwicht. Ook Peter van der Borgt kwam niet verder dan remise en mocht daar blij mee zijn. Hij had “geleerd” van zijn partij tegen Jeroen Hekhuis, want net als Jeroen verkrachtte Peter zijn opening danig. Uiteindelijk kwam hij een tempo of vier achter te staan en had hij geluk dat Jan Capello rustige (en op zich best goede) zetten bleef doen, zoals de torens naar e1 en d1, maar dat “naar de keel grijp zetten’ als f2-f4 eigenlijk beter waren. Toch gaven die zetten Peter net de tijd zich zover te ontwikkelen dat Jan geen echte aanval meer over hield. 

De andere drie partijen leverden nullen (of enen) op. Dies Lokerse hanteerde de Lokerse-variant (rustige zetten én a6 en h6 én een paarduitval naar – in dit geval – g4, die overigens alleen maar zetverlies was; kortom: een paar keer tempoverlies) en dat moet je tegen een aanvalsspeler als Ton van Vliet niet doen. Neef Dingnis Lokerse speelde het beter, maar verloor al snel een paard en net dat paard was de hoofd-verdediger in de koningsstelling en ook daar wist zijn tegenstander (Bram Boone, ook al zo’n aanvalsspeler) wel raad mee. Tenslotte bleek er in Jaap van Oosten ook opeens een aanvalsspeler te schuilen. Hij gooide pionnen naar voren als ware hij een kruising tussen Kees Weststrate en Gayan den Hollander. Tegenstander Marco Baars, die vorige week nog zo fraai Marius Leendertse in de aanval had verrast, werd nu zelf verrast, kreeg een paard dat, na een uitstapje naar h5, noodgedwongen weer terugkeerde naar g8. Jaap wist daar dus wel raad mee.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 23 en 24

VAN DER BORGT STOOMT DOOR 

De voorzitter won twee keer op rij. Werd vorige week Eric Clarisse verslagen in een complexe partij, waarbij Eric met 17...c5 de boel open gooide, Peter een pion won, Eric met een loperoffer verwarring zaaide, maar waar Peter teveel tijd en telkens tenminste één goede zet had om Erics grappen en grollen te neutraliseren, nu werd van Freek Pruis gewonnen. En weer was een zwarte c5 de “boosdoener” (vanuit het perspectief van de verliezer). In een Philidor leek het er rustig aan toe te gaan totdat Freek besloot met 7...c5 gevolgd door 8 ... Lc6 Peters pion op e4 onder vuur te nemen. Het zag er best aardig uit, maar doordat Peter die pion gewonnen liet slaan, kon Peter Freeks rokade voorgoed tegen houden en op de 17e zet moest Freek het hoof buigen. Achteraf zal hij er wel spijt van hebben gehad dat hij zelf een pion had gegeven, zodat hij had kunnen rokeren. Freek had de week ervoor ook al een taaie dobber gehad, want Marko Burger had toen korte metten met hem gemaakt. Tsja, dat is het gevolg van Freeks eerdere erg goede resultaten: plots moet je tegen spelers van boven de 1700 ELO. 

Dies Lokerse was weer terug na een paar weken kookcursus. Hij had iets aardigs voorbereid voor Piet van Boven (die in de ronde ervoor gewonnen stond tegen Ronald Hoek van Dijke, toen overmoedig werd en toch nog verloor) die pas in het verre eindspel (in een dame + toreneindspel) de winst vond. Hij ruilde torens en kon zijn dame vervolgens als een soort pacman pionnetjes laten snoepen, zodat Piet er nog een dame bij kon halen.  Neef Dingnis gaat steeds beter spelen, maar moest (net als vorige week tegen Jaap van Oosten) ook tegen Gayan den Hollander in het stof bijten. Na een paarduitval kon Gayan met Db3 opeens een pion winnen en daarna rustig afwikkelen. 

Jaap van Oosten won dan in ronde 23 wel van Dingnis Lokerse, maar in ronde 24 was Albert van Zeist te sterk. Ik heb er niks van gezien en Jaap wist te melden “Stom, ik liet me mat zetten”. Ook Jan Capello zei iets als “stom”, toen hij na f2-f4 zag dat Wilco Krjnsen Pg2+ speelde en daarna de f-pion kon winnen (en meteen ook de partij). Jan en Wilco speelden een interessante partij. Wilco kwam Wilco-iaans een pion voor, maar er ontstond een eindspel waarin Jans stukken actief en die van Wilco passief stonden. Jan had alleen een zwakke pion op d4. Daardoor kon Jan (ondanks zijn materiële achterstand) eigenlijk net niet doordrukken. Had Jan zich “rustig” gehouden dan had Wilco ook niet veel gehad. Een typisch geval van “wie probeert te winnen verliest”.  

Maar de mooiste partij was een partij die nergens om ging. Marius Leendertse was “oneven”, maar had het geluk dat Marco Baars eens kwam kijken of schaken bij De Zwarte Dame wat voor hem was. Ze besloten een serieuze partij te spelen, dus met een klok en met notatiebiljet. En dat het een serieuze partij werd. Marius kwam een pionnetje voor, Marco ging vol in de tegenaanval. Marius moest het pionnetje weer terug geven, maar nadat Marius f7-f6 gespeeld had, kon Marco het prachtig uit maken met de damemanoeuvre Dc5+-Df7-Dh5+ gevolgd door Tg1 mat. Het zag er niet alleen mooi uit, maar Marius kon er ook niks tegen aanrichten. Wat ons betreft blijft Marco komen!

naar boven    naar beneden

 

Ronde 19

VERSLAGGEVER IN TIJDNOOD 

De titel is duidelijk. Uw verslaggever zat vanaf half tien in een soort permanente tijdnood (dat heb je met 1 uur bedenktijd en 30 seconden er bij). Toen de tijdnood begon, stond Freek Pruis ogenschijnlijk iets beter tegen Jaap van Oosten en was het bij beide Eric-ken gelijk-achtig: Clarisse met wit in een ouderwetse Italiaan tegen Ton Hertogs en Dek met zwart tegen Herman Schoonakker. Bij Eric (Dek) had Eric nog wel verbaal gedreigd in te slaan op b4 om zichzelf daarmee twee verbonden vrijpionnen te bezorgen, maar de compensatie voor Herman (een stuk) en Hermans stukken die goed genoeg gepositioneerd leken te zijn om die vrijpionnen te stoppen, deden Eric besluiten het met woorden te laten en niet te offeren. Daarna heb ik van die partijen niks meer gezien, bleek Freek (naar eigen zeggen) zijn hand overspeeld te hebben (en dus verloren te hebben) en beide Eric-ken bleken gewonnen te hebben. Van de partij tussen Gayan den Hollander (die een keer geen cursus had) en Kees Weststrate heb ik zo mogelijk nog minder gezien; ze zorgden wel voor de enige remise. 

Matthijs Schouten won de Kapelse derby tegen Marius Leendertse. Matthijs had een toren op g6 gezet (voor zijn pionnen), waarbij ik niet kon bepalen of dat nu sterk was of juist kwetsbaar. In de partij bleek het sterk, omdat Marius na Pe5 gemist had dat na slaan op e5 hij moeilijk kon terugslaan (want Txg2 zat dan plots in de stelling). Niet terugslaan bleek evenwel nog erger, zodat Marius (voor Marius-normen) snel verloor.  

Dingnis Lokerse leek op pad naar een verrassing. Piet van Boven heeft in de opening een pionnetje gewonnen, maar is vervolgens met zijn paard het (verkeerde) pad op gegaan. Ziet u de beste zet voor Dingnis in deze stelling?

 image

Dingnis speelde het mooie Pg3. Slaan mag niet vanwege de penning van de f-pion. Maar hoe mooi ook: Ld4 was beter, want het paard op c3 staat gepend. Dekken met de loper heeft geen zin, want die moet ook het andere paard dekken. Dekken met De1 is ook niet goed (Pg3 en de toren op f1 gaat er af). En na Dd2 volgt h6 en daarna Lxh3.

Maar goed: Dingnis speelde Pg3, Piet Te1 en Dingnis daarna het sterk ogende Df6 (aanval op c3 en f2). Piet reageerde verkeerd met Ld2, waarna Dingnis voor Dxf2 koos, omdat hij dacht dat het mat was, maar de witte koning kon nog naar h2. Als Dingnis Lxf2 gespeeld had was het “mat-in-zes” geweest (had uw verslaggever ook niet gezien; die kwam niet verder dan dat de toren op e1 er aan ging), want na Kh2 volgt De5 (dreigt Pf1++ gevolgd door mat op h2). De lezer die het nog kan volgen denkt nu: maar na Pf3 is het mat toch weg? Nee: er volgt dan een prachtig mat: Pf1++, Kh1, Dh2+ !!!!, Pxh2, Pg3 mat en dat ziet er dan zo uit: 

image

 De lezer die nu nog aangesloten is die heeft “mat-in-5” geteld; dus: waarom “mat-in-6”? Welnu: wit had in plaats van direct Pf3 ook nog even een tussenzet als Lf4 kunnen doen, wat na Dxf4 tot zelfde resultaat leidt. Helaas voor Dingnis, want hij speelde dus de dame naar f2 en die raakte later verstrikt in een door Piet gespannen net. 

Dan resteerde nog de partij van uw verslaggever, die niet weer van Wilco Krijnsen wilde verliezen. Vanaf half tien moest Peter van der Borgt constant kiezen tussen “ga ik plassen” of “doe ik een zet”. De keus viel steeds op “de zet”, wat er toe leidde dat een goed uur later Peter na de opgave van Wilco zich naar de sanitaire ruimte spoedde. Terug achter het bord hadden beide de conclusie al snel klaar: leuke pot, Peter iets beter, maar hoe kom je er doorheen, dat bedenken kost veel tijd en in wederzijdse tijdnood (Wilco raakte uiteindelijk ook in tijdnood) zullen niet de beste zetten gedaan zijn. 

naar boven    naar beneden

 

Ronde 17

Jan Kooistra, tomatensap en rokeren als je schaak staat 

Rokeren als je schaak staat!? Dat mag natuurlijk niet. In Nederland tenminste niet. Maar Freek Pruis, zijn achternaam doet het al vermoeden, is natuurlijk een wereldburger en die had (op één van zijn vele zeereizen) de schaakregels in het Russisch tot zich genomen en was daarin onderstaande passage tegen gekomen:

Буря мглою небо кроет,
Вихри снежные крутя;
То, как зверь, она завоет,
То заплачет, как дитя,
То 18 по кровле обветшалой
Вдруг соломой зашумит,
То, как путник запоздалый,
К нам в окошко застучит.

Misschien kan niet iedereen dit meteen lezen, maar kort samengevat staat hier het volgende: Rokeren als je schaak staat mag niet, tenzij het op de 18e zet is. Rare regel zul je denken, maar in Rusland is nu eenmaal alles raar. Want wat was er gebeurd na de Russische Burgeroorlog. Als eerbetoon aan de Oktoberrevolutie in 1917 (die overigens volgens onze kalender in november plaats vond) had Lenin verordonneerd om die andere Sovjetheld (en enthousiast schaker) Leo Trotski te eren dat je op de 17e zet wel mocht rokeren als je schaak stond. Dat Stalin die regel weer afschafte wist Freek niet, want Freek had een oud schaakregelboekje tot zich genomen en daarnaast zat het ook nog verkeerd in zijn hoofd: het was de 17e en niet de 18e zet. En juist op die zet wilde Freek rokeren, terwijl hij schaak stond. Dat mag dus niet en zo kwam hij pardoes verloren te staan en kon Eric Clarisse al snel een punt bijschrijven.

Voor de serieuze lezer: het onzingehalte van bovenstaande is vrij groot en het waarheidsgehalte vrij laag. En verder resteren excuses aan Alexander Poesjkin wiens ‘Een winteravond’ ik zo schandelijk misbruikt heb.

Dan zal het verhaal over Jan Kooistra ook wel nergens op slaan. Is het een nieuw lid? Nee, helaas niet. Wat dan wel? Een inspiratiebron, tenminste dat beweerde Ton Hertogs die tegen het schilderij van Jan aan keek. En zeker, het leek hem op positieve wijze te inspireren. Hij kwam goed uit de opening, won een pion, maar die pion werd ook meteen de nagel aan zijn doodskist. Of beter gezegd: had het moeten worden. Door die minuspion kreeg Kees Weststrate een mooie open h-lijn waar hij een toren posteerde en kukelde Tons stelling in elkaar. Met een kwaliteitsoffer kon Ton eerst nog erge dingen voorkomen, maar Kees bleef goed en geconcentreerd spelen en had na slaan van de loper op e4 het (ondanks zijn tijdnood) uit kunnen tikken, hij sloeg echter het paard op h5, waarna door g5-g4 (met schaak op de koning op c1) niet alleen Tons (op h6 begraven) loper tot leven kwam, maar door de kracht van het loperpaar, in combinatie met een toren op d8 en een witte pion op b2 was het plots mat.

Wilco Krijnsen zat uiteraard weer aan de tomatensap, maar dit keer hielp het niet. Met wit kwam Wilco slecht uit de opening en liep de hele partij achter de feiten aan, zodat Willy Meulblok won. Bij Herman Schoonakker werkte de tomatensap aanvankelijk ook niet. Dingnis Lokerse kreeg een mooie stelling met veel tactische kansen, misschien wel te veel, zodat hij torenwinst miste. Pas nadat Herman had kunnen afwikkelen naar een eindspel moest Dingnis capituleren, wat hij in de hand werkte door een stuk weg te geven. Van de partij van Dies Lokerse heb ik weinig gezien, behalve de laatste twee zetten van Bram Boone (Dxf2 gevolgd door Dxg2 mat).

Jan Capello behandelde Eric Deks Caro Kann (waarom die opening zo populair is in Kruiningen snap ik ook niet) niet goed, besteedde wel veel tijd, maar helpen deed het niet: punt voor Eric. Matthijs Schouten behandelde met zwart de opening wel goed en bracht Jaap van Oosten zwaar in de problemen: open b-lijn, terwijl Jaap lang gerokeerd had, toren op b8, loper op e6. Van arrenmoede offerde Jaap maar een kwaliteit (zodat die loper op e6 weg was), maar zijn stelling bleef slecht. Maar je moet altijd uit blijven kijken en dat deed Matthijs niet: een aftrekaanvalletje kostte Matthijs een dame tegen een loper en met twee torens en wat pionnen tegen een dame en een toren en wat pionnen moest Matthijs snel de vlag strijken.

Marko Burger en Peter van der Borgt speelden een onregelmatige opening, die Peter in Scandinavisch vaarwater probeerde te krijgen (Joost mag weten waarom, want Peter speelt het nooit en kent het niet). De partij leek naar remise te hobbelen totdat Peter met zijn dame en toren in de witte stelling kon binnen dringen en toen was het ook snel over.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 15

TOMATENSAP ZORGT VOOR PUNTEN

Wilco Krijnsen had al maandenlang gevraagd of er tomatensap was. En dat was er niet. Maar gisterenavond wel. Wilco nam er één, Peter van der Borgt dacht dat dit een goed idee was en nam er ook één (waarmee de voorraad overigens meteen op was, waardoor anderen de inspirerende werking van dit bloedrode drankje niet mee konden krijgen). En warempel: beiden wonnen. Ik voorspel dat, na de snickers van Bram Boone, de tomatensap nu een cash cow gaat worden voor de beheerster van het Dorpshuis.

Wilco won al heel snel, want (citaat tegenstander Freek Pruis) “ik stond opeens een stuk achter”. Ook bij beide Lokerses was het relatief snel gebeurd. Bram Boone en Kees Weststrate namen de punten mee. Omdat ik van die partijen niks gezien heb, moet u het doen met de uitslag. Ook verrassend snel klaar waren Willy Meulblok en Marko Burger. Marko maakte in een toch al wat dubieuze stelling een foutje, verloor een pion, maar doordat de stelling open kon Willy snel zijn voorsprong uit breiden.

De andere 5 partijen waren spannender en ook interessanter voor de toeschouwers. Als laatste waren Ronald Hoek van Dijke en Eric Clarisse klaar. Ronald won en dat was verrassend, niet alleen vanwege het ratingverschil, maar ook door het partijverloop. Eric had een prachtig overwicht, drukte Ronald bijna van het bord af, maar die kon alles net keepen en kon met één tegenkansje (binnenkomen op g6) veel voorkomen. Toen Eric toch de impasse wilde doorbreken en het risico nam op materiaalverlies (wat er ook kwam: kwaliteitsverlies) bleken Erics kansen weggeblazen te zijn. Opeens had Ronald de ruimte en de kwaliteit meer en kon Eric opgeven. Het zal toch gevoeld hebben als 85 minuten beuken op de goal van de tegenstander om vervolgens in de laatste 5 minuten door vermoeidheid tegen een verliesgevende counter op te lopen.

Ton Hertogs wist een dergelijk verlies net te ontlopen. Ton had zijn partij prima opgebouwd. Herman Schoonakker had te maken met penningen, waaruit hij zich steeds een beetje kon redden, maar met een steeds slechtere stelling als gevolg. Uiteindelijk had Ton de penning die een stuk zou opleveren, waarna er een geest verscheen in Tons hoofd: “Te8 en als ik het gepende paard op d6 sla ga ik mat”. Nu was dat niet zo (als je met het goede stuk zou slaan op d6), maar Ton sloeg pardos met de g-pion op f3 (in plaats van de dame), waarna Herman zich met Dg5+ uit de penning kon spelen. Toch kon Herman de meubelen niet redden, waarschijnlijk ook omdat de tijd niet in zijn voordeel tikte. Die tijd overschreed hij dan ook, maar toen was de stelling al (weer) verloren.

Eric Dek ruilde op creatieve manier, waardoor Matthijs Schouten een zwakke dame op h7 kreeg en Eric een mooi loperpaar. Alleen dat mooie loperpaar kon Matthijs met (bijna gedwongen, maar o zo sterke) pionzetten inkapselen en die dame keek opeens dreigend naar Erics koningsstelling. Met allebei niet meer veel tijd op de klok kwamen ze remise overeen.

Dat gebeurde ook bij Jaap van Oosten en Rob Oosterlee. Die hadden toen het remise had nog minder tijd over. Waarschijnlijk was de eindstelling gewonnen voor Rob, maar er was in die partij al zoveel gebeurd en er had voor Rob zoveel mis kunnen gaan (zettenlang kon Jaap een pion op e5 winnen doordat de d6-pion gepend stond, maar zowel Rob als Jaap misten deze zet) dat remise waarschijnlijk de meest faire einduitkomst was.

Dan hadden we nog Peter van der Borgt en Jan Capello. Peter wilde Jan verrassen, maar verraste zichzelf en moest na zwarts 5e zet al de conclusie trekken dat hij een pion ging verliezen. Peter trok vervolgens “de onorthodoxe kaart” (zetten als f2-f3 en Ke1-f2) om Jan in enige verwarring te brengen. Dat lukte, doordat Jan dames ruilde, maar dat leidde tot teruggeven van de pion en een iets betere (door betere ontwikkeling) stelling van Peter. Om dat stellingsvoordeel te behouden moest Peter een pionnetje offeren en was Jan op zoek naar een “gedwongen” remise. En die vond Jan in deze stelling

  

Jan (zwart) is Jan aan zet. Ziet u de remisecombinatie die Jan zag?

Ja? Dan zou u dus ook Txf4 gespeeld hebben met de gedachte dat het na Kxf4, Pd3+, Kg3, Pxd1, Lxd1, Le6, Lb4 remise zal zijn (immers:  ongelijke lopers en een waardeloze pluspion).

Alleen: hier werd de bedrieger echter zelf bedrogen, want schaken is geen dammen en Peter hoeft niet te slaan op f4. Toch?

Als u dit inziet zou u (net als Peter) Td1 gespeeld hebben, met matdreiging op d8. En nu kan ook de toren op f4 geslagen worden, want het paardvorkje op d3 is (door die toren op d1) uit de stelling. Of toch niet, want wat speelde Jan: juist ja, Pd3 met als truc dat na Txd3 (wat anders?), Lf5 volgde met aanval op de toren en het mat op d8 is er uit. Was Jan hiermee uit de problemen? Nee, want na Td5, g5, hxg5, fxg5, Ld2 gaf Jan op. Nu gaat de toren of de loper verloren en Jan geloofde het wel.

En dat had hij nu juist niet moeten doen, want na Tc4, Txc4, bxc4, Txf5, Txa3 komen die twee (eerst) waardeloze b-pionnen tot leven en die zullen wit waarschijnlijk dwingen de loper te geven, waarna waarschijnlijk een toreneindspel zou resteren met een pion meer voor Peter.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 14

WIE DE LAATSTE FOUT MAAKT VERLIEST

Dat was een beetje het motto van de 14e ronde.  

Zo blunderde Dies Lokerse in de opening een paard (en even later nog meer) weg in het neven-titanen-duel tegen (dus zijn neef) Dingnis. Toch waren de overwinningsbloemen voor Dies. Op de andere borden waren er soortgelijke zaken te zien. 

Ton Hertogs wist zijn openingsvoordeel te behouden en zelfs uit te bouwen tegen Jan Capello. Jans remise-aanbod werd dan ook niet aanvaard; Jan stond immers helemaal ingesnoerd. Maar het stond ook weer niet zodanig dat de weg naar de winst helder was; misschien was het met goed tegenspel van Jan ook wel gewoon remise. Ton bleef echter op winst spelen, maakte een fout en Jan was de hond die er met de kluif vandoor ging. De door mij aangebrachte link met het spreekwoord “als er twee honden vechten om een been gaat de derde er mee heen” gaat uiteraard mank want Ton en Jan waren de honden en het been was echt niet voor “een derde”. 

Zo zou je ook kunnen zeggen dat Peter van der Borgt “lachende tweede” (terwijl het spreekwoord het toch echt over de “lachende derde” heeft) was in zijn partij tegen Willy Meulblok. Willy speelde de Alapin onorthodox tegen (niet alleen door 2...Da5, maar ook doordat Willy de eerste 10 zetten alleen op de damevleugel zetten deed). Peter probeerde de partij wel in wat meer normale banen te leiden, dacht ontwikkelingsvoorsprong én aanval op de dame te hebben, maar na het simpele d7-d6 stond opeens een paard en een pion aangevallen. Dat had nog niet erg hoeven te zijn als Peter het “stellingsgelukje” gezien had. Dat miste hij, zodat Willy een pion voor kwam, maar nog wel wat ontwikkelingswerk aan de koningsvleugel moest doen (maar dat moest Peter ook). Zoals we dat van Peter kennen, was de pion minder aanleiding tot creatief tegenspel met zo nu en dan een schwindel-karakter (vooral b2-b3 scoorde hoog). Willy zag alle schwindels, kon afwikkelen (met onder andere het mooie Lc2), bleef een pion voor en dat was ook nog een vrije a-pion. Peter kon alleen nog maar proberen via een koningswandeling en een te activeren toren op h1 die pion te stoppen. Daartoe moest Peter even een tussenschaakje geven (Lb5+) en na Willy’s “gruwelijke” Kd8 kon Peter met Td7+ plots een loper op d6 winnen. De partij was meteen over en dit was niet de eerste keer dit seizoen dat Peter de “onterechte” winnaar was. 

Ook Herman Schoonakker zal enigszins “beschaamd” de uitgestoken hand van Marius Leendertse (om zijn opgave te bekrachtigen) aangenomen hebben. Marius speelde een prima opening, kwam een kwaliteit voor; hij vergat alleen een gaatje voor zijn koning te maken. Dat was nog niet zo erg, maar wel na het snoepen van een pion (Txf2), want toen had Herman de dubbelaanval De3 (mat op e8 of torenwinst). Marius probeerde nog wat te schwindelen met Txh2+, Kxh2, Th6+, maar na Kg1 waren de schaakjes op en met een loper achter hield Marius het voor gezien. 

Ook onze andere BSV-tonner, Ton van Vliet, zal niet lekker naar huis zijn gereden. Albert van Zeist plaatste een stukoffer, wat volgens Albert en Ton goed was (maar volgens uw verslaggever, die echter slechts een snelle blik op het bord geworpen had niet). In elk geval kwam Ton een pion achter, maar bleef hij op winst spelen. Dat leek er ook in te zitten, maar toen Ton zelf met g4-g3 de stelling dicht metselde, leken de winstkansen over en dat was na kwaliteitswinst voor Ton nog steeds. Albert stond safe, Tons koning op de tocht en Tons klok zat ook al geruime tijd ruim onder de 5 minuten. Ton deed met Tc8 toch nog een winstpoging om na het ontnuchterende Db7+ meteen te kunnen opgeven, want die toren op c8 ging verloren. 

Freek Pruis kwam tegen Matthijs Schouten prima uit de opening, Matthijs’ koningsstelling werd open gebroken, maar in het vervolg verloor Freek toch een stuk, maar wel met materiële en positionele compensatie. Waarschijnlijk was die compensatie niet genoeg voor de winst als Matthijs erg accuraat zou blijven spelen. Dat gebeurde niet en ook hier wist Freek de bordjes in zijn voordeel te verhangen. 

Was er dan geen enkele partij waarbij degene die de eerste fout maakte ook verloor. Gelukkig wel: het duel der D-spelers Jaap van Oosten en Kees Weststrate kende een winnaar die vanaf het begin beter stond. Kees speelde wel erg voorzichtig (f6 en a6 in de eerste vier zetten) om vervolgens ge-f7-ed te worden (paard van Jaap op g5, loper op c4). Kees kwam een toren achter (die op h8 dus), wist op knappe wijze tegenspel te creeren, maar Jaap verdedigde zich kranig en gaf niet alleen geen krimp, maar Kees ook nauwelijks kansen. Toen Kees ook nog een “vergiftigde” toren (bestaan die eigenlijk wel?) pakte (de toren op b3 stond namelijk gedekt door de loper die Jaap tijden geleden al op f7 had “verstopt”) gaf Kees morrend op. 

Kortom: veel morrende spelers en veel spelers die zich de gelukkige winnaars waanden.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 13

13e ronde met verrassingen 

Laten we de partijen maar in volgorde behandelen.  

Kees Weststrate was als eerste klaar doordat Dingnis Lokerse een soort zeekadettenmat in de nahand op het bord legde. Het verschil met het echte zeekadettenmat zat hem niet “in de nahand”, maar in het feit dat het geen mat werd en dat je dan een dame achter komt. Marius Leendertse was de volgende die een punt kon bijschrijven. In de opening was Piet van Boven vergeten om na a2-a3 op c3 te slaan. Dat kostte een pion. Door voorzichtig spel van Marius en geslepen spel van Piet wist Piet compensatie te vinden in de (niet makkelijk op te lossen) penning van een paard op f3. Marius kon evenwel een verdediging vinden en toen Piet ook nog eens een stuk weggaf was het over. Dat het meteen daarna ook nog via een (ongewenst) helpmat meteen verloor was niet meer zo relevant, maar wel apart. 

Ronald Hoek van Dijke zorgde voor een soort Escher-achtig pionnenblokje (pionnen op c4, e4, d5 en d3), dat er best aardig uit zag, maar ook schreeuwde om met f7-f5 aangevallen te worden. Jaap van Oosten is echter een verdediger en speelde de pion naar f6. Vervolgens kreeg Ronald mooi spel, eerst op een gepende (maar net nog te verdedigen) loper, vervolgens na Jaaps g7-g5 op die pion op f6, maar telkens had Jaap maar één zwakte en dat is meestal onvoldoende om te verliezen. Omdat ook op de andere kant de boel vast zat, kon Ronald weinig anders dan het remiseaanbod van Jaap aanvaarden. Remise zat er voor Rob Oosterlee niet in. Hij speelde tegen Ton Hertogs, die zijn debuut maakte in de interne competitie en Ton deed dat met verve. Hij wist met een combinatie van stille zetten, rustige zetten en krachtzetten Rob zo in de problemen te brengen dat een pionnenopmars (met c- en b-pion) niet te stuiten was. Met een “standaard” dameoffer (standaard of niet; het blijft mooi om uit te voeren) maakte Ton het af. 

Was de remise van Ronald al verrassend; een andere Kruininger, Eric Dek, liep zelfs tegen een verrassende (en onnodige) nederlaag aan. De opening was voor Freek Pruis. Met de manoeuvre Pc3-a4-c5 (of Pc3-d1-e3) kon Freek een mooie stelling bereiken. Freek speelde wel zijn paard naar d1, maar vergat het naar e3 te zetten, waarna hij de belangrijke pion op d4 verloor en na een grote afruil leek het er toch op dat Eric met die pluspion wel kon winnen. Dat zal ook ongetwijfeld gekund hebben, maar Freek speelde actief tegen, wist met zijn koning diep in Erics stelling binnen te komen en misschien had Eric nog kunnen kiezen om op tijd terug te trekken en tevreden te zijn met remise, maar dat inzicht kwam te laat en Freek won en bewees daarmee dat met een materiaalachterstand je het beste maar zo actief mogelijk kan spelen. 

Wilco Krijnsen maakt een goed seizoen door, weet meestal met kleine middelen een zege te behalen. In de 13e ronde lukte dat niet. Die kleine middelen waren er zeker. En inderdaad: tegenstander Matthijs Schouten stond ook de hele partij iets minder, deed in een razend moeilijk eindspel de goede zetten (alhoewel Eric Clarisse vermoedde dat het ergens toch beter had gekund voor Wilco) en behaalde zo een nette remise. Dat deed Peter van der Borgt ook tegen Eric Clarisse. Dat “nette remise” klinkt wat vreemd (want Peter is de koploper), maar vanaf zet 4 stond Peter positioneel minder dan Eric. Eric deed (zoals hij alleen dat kan) telkens zetjes om zijn stelling verder te verbeteren, kon (ook in de analyse niet) geen zetten vinden die dat positionele voordeel konden omzetten in materiaalvoordeel of zo. Toen Eric voor een andere tactiek koos (en op koningsaanval ging spelen) en een pion offerde, nam Peter dat aanbod niet aan (zonder dat beiden berekend hadden of dat offer nu eigenlijk wel goed was, maar aannemen ervan “voelde niet goed”) en wist de stelling te vereenvoudigen en naar een remisestelling af te wikkelen.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 11

BLUNDERS,  OFFERS EN TOMPOEZEN

Als alle negen partijen van de interne competitie van 30 november in Fritz worden ingevoerd, zullen de quoteringen in Fritz net als de windkracht alle kanten opvliegen, maar vooral vaak ruim boven de 1 zijn geweest. In "no time" waren de materiaalverhoudingen op de diverse borden al scheef. Meest voorkomende materiaalverschil was een stuk tegen één of twee pionnen. Voor mij was het niet altijd helder of de grondslag voor dit verschil een goed offer was, een mislukt offer of gewoon een ordinaire blunder.

Zelf zat ik aan de goede kant van de medaille, want ik was na een tactisch grapje een stuk tegen een pion voorgekomen. En ik was in deze stelling (ruimschoots min 2 volgens Fritz en dat is dus goed voor zwart)



van plan Lh3 te spelen om na Te2 met Lg4 een kwaliteit te winnen, maar Matthijs Schouten (mijn tegenstander) was aan zet en die speelde niet iets als Tb1, maar meteen Te2. Mijn eerste gedachte was om de loper dan maar meteen op g4 te zetten (de kwaliteit kan immers maar binnen zijn). Mijn tweede gedachte was echter: waarom zou Matthijs zomaar een kwaliteit in de aanbieding doen? En net toen Matthijs zijn "blunder" bemerkte (en iets zei als "zal wel aan de narcose liggen dat ik dit ook niet zie", want Matthijs had de week ervoor een herniaoperatie ondergaan) zag ik dat deze "blunder" een prachtige (misschien door Matthijs zo niet bedoelde) lokzet was, want na Lg4 zou gewoon Txe7 volgen en schiet Frits opeens naar onder de 1. Ik ben er van overtuigd dat als Matthijs niet direct Te2 had gespeeld, maar pas na mijn Lh3 ik "blind" Lg4 had gespeeld om vervolgens er achter te komen dat ik mijn twee lopers zou kwijt spelen tegen een toren en dat voor mij een iets betere, maar heel moeilijk te winnen, stelling zou overblijven.


Marko Burger speelde zijn zwarte paard weer om, zeg maar de MArko-MAnoeuvre. Omdat hij dit altijd met zwart doet, zouden we dit het Black MaMa systeem kunnen noemen. Of het daardoor kwam of door missers van Eric Clarisse, dat weet ik niet, maar "Black MaMa" kwam wel een stuk voor en omdat Eric onvoldoende compensatie had, won Marko en staan er (en dat is al jaren niet meer voor gekomen) twee inwoners van Kruiningen aan kop in de interne competitie.

Willy Meulblok blijft in de achtervolging evenwel, want hij versloeg Bram Boone. Voor nadere details moet u bij beide heren zijn; ik heb alleen het eind mee gekregen toen Willy al zo veel materiaal voor stond dat hij alleen moest opletten voor eeuwig schaak (door twee torens op de 7e rij). Willy lette op en won. Wilco Krijnsen won ook, maar zal (zeker in de openingsfase) dat niet hebben zien aankomen. Kees Weststrate ging er ouderwets in, schoof zijn koningsvleugelpionnen naar voren. Wilco's stukken op de koningsvleugel (van dame tot en met toren) waren nog niet verschoven, de andere loper was opgeborgen op h7. kortom: het zag er somber uit. Vervolgens moet zich (onttrokken aan het oog van uw verslaggever) een Houdini-act hebben afgespeeld, want Wilco was uit de problemen gekomen en had Kees erin gebracht. Kees kwam een kwaliteit achter en dat leek "het einde". Maar dat zou niet hebben gehoeven volgens de kiebitzers omdat Kees op een gegeven moment zijn kwaliteit achter kon terug winnen of (als Wilco verkeerd zou reageren) zelfs Wilco mat zetten. Maar helaas voor Kees mogen kiebitzers geen zetten doen en haalde Wilco het punt over de streep.

Niet minder ongelukkig was Marius Leendertse. Dies Lokerse speelde Db6 en dit betekende een (niet te pareren) dubbelaanval op pion f2 en pion b3. Marius koos ervoor om met Le3 pion f2 maar te verdedigen. Blijkbaar schrok Dies hier zo van (immers: Le3 valt ook de dame op b6 aan) dat hij zijn dubbelaanval vergeten was en niet op b3 sloeg, maar weer terug ging naar d8. In de analyse bleek wel dat slaan op b3 Marius veel pijn had kunnen doen. Nu kon Marius de aanval overnemen en uiteindelijk winnen. Ook Herman Schoonakker moest hard werken tegen onze andere Lokerse, maar uiteindelijk brak een niet te stoppen b-pion Dingnis op.

Jaap van Oosten liet weer eens zien wat een goede verdediger hij is. In een stelling waarin beide spelers nog al hun pionnen hadden, was een aantal velden van Jaap zwak. Met kunst-en-vliegwerk kon hij die velden verdedigen, dat daardoor zijn paarden vastgepind aan de rand stonden (c8 en h7), zijn toren op g6 ook bijna niet te verzetten was en zijn andere toren alleen maar een beetje kon spelevaren op de 7e rij zag er misschien wat raar uit, maar op die manier kon Jaap zijn stelling wel houden. Toch liep het fout toen Jaap zijn koning naar de c-lijn speelde. Tegenstander Jan Capello zag zijn kans om over die lijn een doorbraak te doen. Jaap had toen plots twee zwaktes en dat is er één teveel. Het Bathse kaartenhuis stortte ineen en Jan won.

Freek Pruis won materiaal met een pionvorkje (aanval op Suzette Koks loper op d6 en haar paard op f6), maar vroeg zich zelf ook achteraf af hoe de situatie uit zou zijn uitgepakt als Suzette Freek had laten slaan op d6, haar paard naar d5 had gezet en vervolgens naar e3 met aanval op Freeks dame en toren. Materieel was het dan weer ongeveer gelijk geweest, maar positioneel zou Freek iets beter hebben gestaan. Nu kwam Suzette iets beter te staan, maar ze kon dat niet vast houden en toen besliste Freeks stuk (tegen twee pionnen) meer. En van die zege kan Freek een dag later nog genieten, op zijn verjaardag, waarvoor hij mini-mini-tom-poesjes mee hadden genomen. Die waren overigens verdraaid lekker en als je een stuk of 5 van die mini-gevallen naar binnen stouwt heb je ongeveer een hele tom-poes op (ik beken hiermee schuld: ik was het die die 5 stukken heb opgegeten).

Tenslotte de partij naast me; daar ging het ook al snel mis. Ton van Vliet dacht dat Piet van Boven met een pion zou terugslaan op d5, maar Piet deed het met de dame, daarmee allerlei matdreigingen (op g2) in de stelling brengend. Door in troebel water te gaan vissen, won Ton een stuk (tegen een pion), omdat Piet na Tons d5 een stuk offerde, maar dat was onjuist, want het geplande mat op g2 of paardwinst kwam er niet, omdat Ton zijn paard kon redden door het naar e1 (dekt g2) te zetten. Toch zou dit de verliezende zet zijn, omdat Ton namelijk een virus onder de leden heeft: het pardoes weggeven van een toren (ook afgelopen zaterdag was dat helaas gebeurd). De volgende zet meende Ton namelijk met Tc1 Piets (nog steeds gevaarlijke) dame op c6 te moeten wegjagen. Alleen door Pf3-e1 was veld c1 niet meer gedekt door de toren op f1. Oftewel: Piet pakte een volle toren en omdat Ton Piets dame niet kon vangen en Piet geconcentreerd bleef spelen en niet mee ging in Tons (door tijdnood gedwongen) snelle spel, boekte Piet een knappe zege.
 

naar boven    naar beneden

 

Ronde 10

VRAAGTEKENS

 De (op KNSB-ELO) top 4 moest tegen elkaar en om maar met de conclusie te beginnen: geen van hen speelde op 1800+ niveau. Willy Meulblok kwam goed uit de opening en Eric Clarisses stelling zag er krakkemikkig uit. Een paardoffer had Willy de winst gebracht, maar hij zag het niet en kwam niet verder dan remise. “Jij hebt tenminste nog remise” gaf Wouter Bliek toen Willy zichzelf beklaagde over het feit dat hij de winst niet had gezien. Wouter had namelijk daarvoor net verloren van Peter van der Borgt. De opening van beiden zag er raar uit (witte manoeuvres als Dd1-d4-d5-d5, een zwarte loper op e6 voor het pionnetje op e7, rokades die nog ver weg waren). Toen de lucht was opgeklaard, dacht Peter met een loperoffer op e6 een pion te winnen, maar op tijd zag Peter nog dat Pd4 vanwege 0-0-0 helemaal niet zou werken. Met een loper tegen een pion achter restte alleen nog maar het betere schwindelwerk, wat in combinatie met Wouters ontwikkelingsachterstand misschien succesvol kon zijn, maar met goed tegenspel dat natuurlijk niet zou zijn. Wouter vond in tijdnood niet het juiste tegenspel en werd in verloren stelling mat gezet. 

Ook de vierde Goesenaar, Herman Schoonakker, won niet. In de opening ging Herman in de fout en Kees Weststrate speelde het resterende eindspel (kwaliteit voor) prima uit. Uw verslaggever heeft van deze partij overigens niet veel meegekregen en dat was ook zo voor de andere partijen. In de wandelgangen vernam uw reporter dat Albert van Zeist en Dingnis Lokerse “mat-in-1” gemist hadden; mat-in-1 voor Dingnis wel te verstaan. Dingnis dacht op het cruciale moment net niet lang genoeg na en gaf de partij daarna uit handen. Neef Dies verloor ook en of dat nu kwam door onhandig manoeuvreren van Dies of juist handig manoeuvreren van tegenstander Piet van Boven durft uw verslaggever niet te zeggen, maar feit was dat Piet won. Wilco Krijnsen speelde een degelijke partij tegen Jan Capello en wist zijn positioneel betere stelling op Wilco-iaanse wijze tot winst te brengen. 

Dan hadden we nog Rob Oosterlee tegen Erik Dek. Erik kwam beter uit de opening, kon het alleen niet afmaken en met nog 3 seconden op de klok ruilde hij dames en ontstond een verloren pionneneindspel. Na nog wat zetten (Erik had inmiddels weer wat tijd er bij gesprokkeld en Rob zat ook onder de grens van de twee-en-halve minuut) gebeurde het volgende: 54. h5R?, Kd6?, 55. a4R?, a6? 56. a5! en na nog een paar zetten werd het toch remise. Maar waar staan die vraagtekens en dat ene uitroepteken nu voor? Slechte zetten hoor ik u denken. Integendeel: met die zetten was niks mis. Alleen Robs remise-aanbiedingen (dat is dus de R) waren niet goed, want Rob stond gewonnen, maar waarom waren Eriks zetten dan fout? Die waren niet fout, maar hij nam geen remise aan en dat was fout. Wat doet dat uitroepteken dan achter 56. a5? Welnu, simpel: hier dachten de kiebitzers dat Rob zag dat hij gewonnen stond (een uitroepteken dus voor het NIET aanbieden van remise). Toen het uiteindelijk remise werd, stond Rob nog steeds gewonnen, maar omdat Rob de hele partij minder had gestaan, zat Rob in de modus “remise zou al mooi zijn” en zat Erik in de modus “ik sta gewonnen”, waardoor hij die remise-aanbiedingen niet aanname, waarbij beiden niet werden geholpen goed na te denken door de beperkte beschikbare tijd.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 8

ER GING VEEL MIS 

Inderdaad: er ging nogal wat mis, bij sommigen al in de opening, bij anderen in het middenspel en bij weer anderen op het eind. Omdat uw verslaggever al zijn aandacht nodig had voor zijn eigen partij, heeft hij van de andere partijen slechts flarden gezien (maar goed: het was dan ook mistig). Grote kans dus dat wat u hierna leest dus op zijn minst genuanceerd moet worden. 

Als eerste was Herman Schoonakker klaar. Hij gaf op toen er (net na de opening) iets mis ging volgens Herman. Ronald Hoek van Dijke kon met het volle punt naar huis. De enige flard die ik kan melden is dat er op een gegeven moment 4 pionnen op de d-lijn stonden (netjes verdeeld). Bij Freek Pruis en Piet van Boven leek het lange tijd op remise uit te draaien, ondanks de iets scheve materiaalverhoudingen (twee torens voor Piet tegen een dame voor Freek). Freek viel met zijn dame de vijandelijke linies binnen en door een ongelukkige positie van Piets stukken, slim spel van Freek en niet altijd de sterkste tegenzet kon Freek de vis op het droge brengen. 

Dat lukte ook Marko Burger met zwart tegen Wouter Bliek. Of Wouter nu geofferd had in de opening of geblunderd weet ik niet, maar wat nu gebeurde kan niet de bedoeling zijn geweest: namelijk een vrije h-pion. En die vrije pluspion bleek uiteindelijk beslissend, want Wouter kon promotie niet meer voorkomen. Bij Wilco Krijnsen was het met zwart mis gelopen. Twee pionnen achter en een bizarre koningspositie, namelijk op d5. En daar stond ie nog best goed ook eigenlijk. Wilco wist Eric Clarisse dan ook nog tot nadenken te dwingen, maar uiteindelijk wist Eric toch naar winst af te wikkelen. 

Bij Jaap van Oosten ging het in de opening mis. Jaap sloeg pion e5, wat na Dingnis Lokerses Dd4 (dubbelaanval: met matdreiging op f2 en winst van het paard op e5) gevaarlijk was. Jaap zag de reddende zet Pd3 niet (alhoewel Jaap dan niet lekker had gestaan), verloor het paard, kwam later zelfs een volle toren achter, omdat Dingnis prima speelde (met prima ontwikkelingszetten die ook meteen dreiging hadden). Dingnis ruilde ook keurig af en leek op weg naar een heel mooie zege. Totdat hij de kluts kwijt raakte: een toren voor werd een loper voor, die werd zomaar weggegeven en vervolgens ging er ook nog een belangrijke pion naar de filistijnen en kon Jaap toch nog met het hele punt oostwaarts. Peter van der Borgt kwam iets beter uit de opening, Bram Boone wist alles goed te pareren, dacht door alles dicht te schuiven zijn stelling houdbaar te maken, maar dat was niet zo. Peter kon met een pionnenopmars aan de koningsvleugel het gaatje scheppen wat Bram niet wilde.  

Er was ook nog een remise, maar toen remise werd overeengekomen was het absoluut niet duidelijk of dat nu wel de juiste uitslag was. Eric Dek stond een stuk tegen twee pionnen achter (geen idee of dat de vrucht was van een offer of van een fout), Jan Capello had nog maar weinig tijd en die combinatie deed beide heren tot de puntendeling besluiten.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 7

ONGELUKKEN OP DE WEG EN OP HET BORD

Door vakantie, ziekte en werk waren we maar met zijn tienen en twee ervan waren ook nog fors later door een file vanwege twee ongelukken. Toen Jan Capello en Wouter Bliek zo’n drie kwartier te laat binnen vielen was het eerste ongeluk op het bord al gebeurd. Dingnis Lokerse had zich op g2 mat laten zetten door Piet van Boven. Hoe het gegaan is weet uw verslaggever niet, want Wilco Krijnsen en Peter van der Borgt waren (in afwachting van Jan en Wouter) aan het snelschaken gegaan in de analyseruimte. Toen zij konden beginnen aan hun partij was in een complexe stelling er bij Suzette Kok ook een ongelukje gebeurd. Ze was een stuk achter gekomen en dat was voor Rob Oosterlee voldoende om het punt binnen te halen. Jaap van Oosten was niet aan het rokeren toe gekomen en dat zou ook niet meer gebeuren en zo kon Eric Clarisse ook winnen. 

Toen leek er ook op het bord van Jan Capello een ongeluk gebeurd te zijn; hij was een pion achter gekomen, maar door actief tegenspel en slap reageren van Peter van der Borgt stond Jan er prachtig voor. Toen Peter ook nog de knuppel in het hoenderhok gooide met d7-d5 kon Jan de overwinning niet meer ontgaan, want die zet van Peter was enorm fout. Jan was echter zo gefocust op een koningsaanval (inclusief offer op h6) dat hij over de kop zag dat slaan op c6 een vol stuk zou opleveren. Terwijl Peter wachtte op de genadeklap (Lxc6) speelde Jan, na lang nadenken, Tf3R. Die R staat voor remise-aanbod en nog voordat de R helemaal “uitgerold” was had Peter het aanbod al aanvaard. Een erg gelukkige remise dus. 

Wouter Bliek won wel en kwam daardoor erg dicht in de buurt bij de afwezige koploper Willy Meulblok. Uw verslaggever heeft niet zo veel van de partij van Wouter (met zwart) tegen Wilco Krijnsen mee gekregen en kan er dus weinig zinnigs over zeggen. Als hij echter de partij helemaal gevolgd zou hebben, zou hij er waarschijnlijk ook weinig zinnigs over gezegd kunnen hebben, want zelfs de twee spelers wisten tijdens de partij niet wie er nu beter stond. Het was in elk geval een spektakelstuk, waar beide spelers (en het niet zo talrijke publiek) met volle teugen van genoten hebben.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 6

KROK

 Acht partijen, 4 remises, 4 zeges (en uiteraard ook nederlagen). En in een paar partijen ook nog eens veel spanning. Kortom: een schaakavond zoals je hoopt dat ze elke week zijn. 

Vorige week in de teamwedstrijd tegen Denk en Zet A speelde Wilco Krijnsen een fantastische partij, op de laatste 10 zetten na. Wilco deed het nu anders: hij opende met 10 slechte zetten en ging er daarna eens goed voor zitten. Helaas hielp dat niet meer en wist Willy Meulblok wel raad met Wilco’s mislukte opening. Bij Dingnis Lokerse zal ook wel iets mis zijn gegaan, want Freek Pruis kon om 9 uur al weer zijn helm opzetten en een punt rijker naar Wemeldinge terug-motoren. 

De andere partijen hadden meer om het lijf. Alhoewel het er aanvankelijk bij Herman Schoonakker en Jan Capello niet naar uit zag dat die partij veel om het lijf zou hebben. Herman had een foutje gemaakt en was een stuk achter gekomen. Meteen opgeven is ook zo wat, dus bleef Herman “doormodderen”. Maar Jan ging mee “modderen” en uiteindelijk zaten beiden als laatsten ruim na elven nog achter het bord. Herman had telkens wat schwindel-achtige matdreigingen, die op zich door Jan op meerdere manieren gepareerd konden worden. Omdat Jan telkens de meest complexe parade koos, bleef het spannend (ook voor de kijkers). Maar uiteindelijk legde Herman toch zijn koning om. Ook Marko Burger delfde het onderspit. Pas op de 25e zet was de eerste slagzet te bewonderen en toen werd er ook meteen een heleboel geslagen. Nadat die slagenwisseling voorbij was, stond Peter een pion voor, maar die pluspion was een achtergebleven pion en leek redelijk waardeloos. Peter zat al aan remise te denken, maar deed eerst nog maar Dc3 dat een flauw tactisch grapje in zich hield. Marko overzag het, verloor een paard en gaf op. 

Nu naar de remisepartijen. Piet van Boven won een pion, kreeg twee open lijnen (a en b) en hoefde eigenlijk alleen maar kort te rokeren en met zijn a-pion te gaan lopen. Piet is echter een speler die van de koningsaanval houdt, dus rokeerde Piet lang (want Marius Leendertse had kort gerokeerd) en zo kreeg Marius tegenkansen (over die open a- en b-lijnen). Of nu Marius of Piet iets heeft laten liggen, weten we niet; het werd in elk geval remise. Dat werd het ook bij Rob Oosterlee en Ronald Hoek van Dijke. Rob had steeds de overhand, kwam ook een pion voor, maar die pion kon niet veel uitrichten en zo kwamen ook zij remise overeen. Eric Dek was (tegen Bram Boone) een kwaliteit voor gekomen na een weer goed gespeelde opening. Probleem is dat dat Eric altijd veel tijd kost en in combinatie met het snelle tempo dat Eric speelt levert hem dat vervolgens problemen op in de fase “zet een betere stelling om in een gewonnen stelling”. Zo ook nu en uw commentator had zelfs het idee dat Eric op het eind nog tevreden moest zijn met zijn remise. Dat snelle tempo leverde Suzette Kok vorig jaar best veel problemen op. Vandaar dat ze over gestapt is naar het langzame tempo en tegen Jaap van Oosten betaalde zich dat uit in een remise na een spannende pot, waarbij beide spelers (zeker in het eindspel wat voor beginnende schakers ook wel razend complex is) niet altijd de beste zet deden. Uiteindelijk werd het remise na een partij waar beide spelers trots op kunnen zijn, ook op de wijze waarop ze beiden geconcentreerd bleven spelen.

 De eindstelling is wel interessant:

Wit is aan zet. En de vraag is: is dit wel remise? Zo ja: hoe moet zwart dan spelen? Zo nee: hoe kan wit wel winnen?

Volgens de kiebitzers was de remise terecht. Maar over het hoe (en het hoe niet) mag de lezer lekker zelf nadenken.

Diezelfde lezer zal denken. Ja, en wat bedoel je nu met die titel, KROK? Tsja, velen zullen weten dat Suzette Kok eigenlijk van Britse komaf is en op dat eiland doen ze alles anders en hebben ze dus een alternatieve schaaknotatie. Die Engelse notatie is weliswaar wat verouderd, maar komt nog voor. Zo is e2-e4 P-K4 en een antwoord als d7-d5 P-Q4. En dat KROK is ook een vorm van schaaknotatie. Maar geen onderdeel van de Engelse schaaknotatie, maar van de Bathse schaaknotatie. Overigens wordt die oude Engelse notatie door Suzette niet  toegepast; zij schrijft de zetten op zoals wij het gewend zijn (en dat heet dan de algebraïsche notatie), maar dan met met de Engelse letters voor de stukken.

Die Bathse schaaknotatie heeft dan weer niks met het Engelse Bath te maken, maar met dat lekkere relatief vrijgevochten dorpje tegen de Westerschelde aan. Jaap van Oosten woont daar en in plaats van 0-0 schrijft Jaap gewoon KROK.

Volgens het Fide-reglement (aanhangsel C .. ja, ja ... ik heb het nagezocht) moet de algebraïsche notatie worden toegepast en heeft Jaap dus eigenlijk tegen de regels gezondigd. Maar wat mij betreft wordt bij Aanhangsel C de toevoeging gedaan dat KROK en LROK toegestane alternatieven zijn voor 0-0 en 0-0-0.

naar boven    naar beneden

 

Ronde 4

PAARDEN KUNNEN EEN STELLING MAKEN OF BREKEN 

Waar zet je je paard neer? Een vraag die zich in een partij vaak voor doet (overigens ook voor de overige stukken, maar daar ging het in de 4e interne ronde niet om). Het was Rob Oosterlee wel duidelijk dat a1 geen veld is waar je je witte paard wilt krijgen, maar het kwam er wel. Niet uit weelde. De gedrongen stelling van Rob leverde na wat ruilen Jan Capello een pion op (en de partijwinst). Bij Matthijs Schouten en Piet van Boven speelde Piets paard ook een hoofdrol. Ogenschijnlijk stond Matthijs aardig met een pion e6, die door d5 gedekt werd, maar alles stond dicht gemetseld en toen Piets paard op het stopveld (de schaaktechnische benaming voor, in dit geval, veld e7) stond en Matthijs’ loper op g4 en nergens heen kon zonder geslagen te worden, leek de remise een feit. In plaats van een loze koningszet, vergezeld van een remiseaanbod, speelde Piet Pe7-f5. Matthijs sloeg dat paard meteen en toen hij later met zijn torens kon binnen dringen, was er geen houden meer aan en kon de pion op e6 wel doorlopen. Overigens: een pluim voor Piet, die dit keer erg rustig speelde. Hopelijk houdt hij dit vast. Ook Dingnis Lokerse en Kees Weststrate speelden (een beetje tegen hun natuur in) erg rustig. Dat leidde tot een spannende partij, waarin Kees een kwaliteit voor kwam, maar Dingnis een ontwikkelingsvoorsprong had. Dingnis won de kwaliteit terug (waarbij volgens sommigen hij zelfs Kees’ dame had kunnen vangen), het werd een lopereindspel met allebei even veel pionnen. Remise leek de logische uitslag tot de anticlimax volgde en Dingnis zijn loper (en daarmee de remise) weggaf. Maar ook hier: mannen, chapeau! 

Albert van Zeist wist Jaap van Oosten zo in de problemen te brengen dat Jaap zijn dame moest geven tegen twee lichte stukken. Volgens “de telling van Euwe” kwam Albert hierdoor een punt (of pion, zo u wilt) of drie a vier voor. Maar je hebt wel een stuk minder. En wat Albert ook deed: het schoot niet echt op. Daarom besloten ze maar tot remise in een stelling die met het juiste plan ongetwijfeld te winnen zou zijn voor Albert, maar ja, als je de sleutel niet kan vinden van de kast waarin dat plan zit, dan kun je beter maar voor “het halve ei” gaan. Maar terug naar de paarden. Net als bij Wilco Krijnsen (in de, gelijktijdig gespeelde, wedstrijd van het B-team tegen Vlissingen A) werd door Wouter Bliek met een pion op e5 een paard aangevallen, waarna dat paard door Herman Schoonakker op het ogenschijnlijk voor Wouter gevaarlijke g4 werd gezet met aanval op het ongedekte pionnetje op e3. Na Tf3 was er evenwel weinig aan de hand, behalve dat Herman een beroerde pion op c6 had, die ongetwijfeld het doelwit van Wouter zou worden via de open c-lijn. Wouter hoefde dit plan evenwel niet uit te werken, want Herman meende met zijn h-pion te moeten gaan lopen, waarna Wouter met Lf5 plots het paard en de toren op c8 aan viel en de partij gespeeld was. Bij Peter van der Borgt en Eric Clarisse speelde ook een paard de hoofdrol. In deze stelling 

(waarin wit Pg3xe4 dreigt, omdat de pion op d5 gepend staat) speelde Eric zijn koning naar h7, waardoor Peter werd uitgenodigd zijn paard op h5 te offeren. Dat deed Peter dan ook na kort nadenken. Waarom kort? Had hij alles kunnen uitrekenen? Nee, zijn conclusie was dat uitrekenen hem niet zou lukken en als hij dat na een half uur vruchteloos nadenken nog steeds vond hij toch zou offeren onder het mom “te mooi om niet te doen” of “als ik het niet doe kom ik zeker slechter te staan”. Dat half uur nodeloos denken sloeg Peter dus maar over. Eric nam echter niet, maar speelde Pf5, waarna Peter Pc2 speelde. Eigenlijk moest Eric toen het paard wel slaan (alhoewel “de engine” ook geen uitsluitsel biedt over wie dan aan de winnende hand zou zijn), maar hij speelde Pa5, waarna hij een pion achterbleef (na Pxg7) en zijn tegenaanval al snel in de kiem werd gesmoord en Peter won.

naar boven    naar beneden
 

Ronde 3

GEEN REMISES! 

In de 3e ronde spelen spelers tegen elkaar die bij elkaar in de buurt staan op de ranglijst. Je zou dus bij 8 potjes wel verwachten dat er ergens een remise op te tekenen zou zijn. Nee dus. 

Dingnis Lokerse bouwde zijn stelling op zich prima op. Hij stond weliswaar een paardpenning toe, maar met de juiste verdediging was dat niet erg. Die juiste verdediging kwam er echter niet en in combinatie met een pionvork leverde die penning Jaap van Oosten een volle dame (en de winst, tegen een daarna verdienstelijk vechtende Dingnis) op. Freek Pruis speelde tegen de duidelijk (want waanzinnige bruine kop) van een zonvakantie teruggekeerde Rob Oosterlee. Heel lang leek er niks aan de hand, maar plots raakte Freek wat pionnen op de damevleugel kwijt en dat was teveel van het goede. 

Marius Leendertse moest een verdedigende zwakte toestaan, waardoor tussenschaakjes op termijn in bepaalde situaties een (voor Marius vervelende) optie voor Gayan den Hollander zouden zijn. Die optie werd door Gayan gelicht en leverde een dame tegen een stuk en een toren op. Dat hoeft nog niet beslissend te zijn, maar de pionnenstructuur van Marius was ook niet “top” en dus moest Marius de vlag strijken. Dat moest Ronald Hoek van Dijke ook tegen Marko Burger. Marko speelde zijn damepaard weer via d7 en f8 om naar g6. Dat was niet zo erg. Erger was dat Marko’s koningsaanval op de lang gerokeerde koning vele malen sterker was als Ronalds tegenaanvallen. Kortom: dat werd de vierde niet-remise van de avond. 

Terug van weggeweest (voor wat betreft de interne competitie) was Eric Clarisse. En Eric mocht meteen tegen clubkampioen Wouter Bliek, die zich na twee remises wellicht een betere competitiestart had voorgesteld. Ergens in het middenspel ging het fout, voor Eric. Hij kwam een kwaliteit achter en daarna liet Wouter zijn prooi niet meer los. Jan Capello leek met een naar vorenschietende f-pion kansrijk tegen Bram Boone, maar het bleek dat de f-pion weinig gevaar stichtte, terwijl Brams aanval op de damevleugel dat wel deed. Jan kwam een pionnetje achter en Bram liet de winst niet meer liggen. 

De beste partij werd misschien wel door Eric Dek gespeeld. Herman Schoonakker moest daar wel een foutje voor maken (slaan op e5), maar daarna wist Eric op fraaie wijze de open d-lijn en de zwakte op e6 uit te buiten en liet Herman kansloos. De partij die als laatste “uit” was, was die van Willy Meulblok tegen Peter van der Borgt. Om kort te zijn: de partij was van beide kanten spectaculair, maar zeker niet foutloos (toen de partij werd ingevoerd in de computer meende ik zelfs te horen dat Fritz iets als “prutsers” zei, maar het kan ook zijn dat dat woord een aantal keer in mijn dromen voor kwam) en Willy trok aan het langste eind en komt zodoende op de eerste plaats.

naar boven    naar beneden
 

Ronde 2

GEEN GROTE VERRASSINGEN IN DE 2E RONDE

De 2e ronde had de computer zijn werk gedaan en de indeling verzorgd. Er stond meteen een topper op het programma: Bliek - Van der Borgt. Al op de 10e zet offerde Wouter een kwaliteit die Peter weigerde, omdat hij dacht met zijn loperpaar beter uit de strijd te komen dan met een zielig paard op h1. Of Peter het goed gezien heeft, is op dit moment onbekend. Wie weet kan Fritz uitkomst bieden, maar niet alleen over die fase, maar ook over het vervolg. Wouter offerde nog een pion, maar dat leverde niet veel op, Peter kon er te weinig mee en met allebei nog 5 minuten op de klok en een complexe stelling werd tot remise besloten. Doorspelen zou ongetwijfeld een winnaar opgeleverd hebben, maar waarschijnlijk niet door goede zetten, maar door een blunder die afgestraft zou worden.

Ook remise werd het bij Wilco Krijnsen tegen Ronald Hoek van Dijke. Wilco speelde op zijn eigen bekende manier. Normaal staat hij dan opeens na 20 zetten een pion voor zonder compensatie voor de tegenstander. Maar nu was die pluspion er niet en overigens ook niet echt "spel", niet voor Ronald (die sinds hij gestopt is met roken opeens tijd over heeft) en niet voor Wilco. Remise was dan ook onvermijdelijk. Dat leek het bij Kees Weststrate en Jaap van Oosten ook te worden nadat Kees gemist had dat hij met Txg6 een pion had kunnen winnen. Kees wilde teveel, verloor een pion, was vervolgens de en passant regel kwijt en dat leverde Jaap nog een pion en de partij op.

De andere partijen leverden allemaal een 1-0 op. Daar leek het bij Piet van Boven en Albert van Zeist in het begin overigens helemaal niet op. Piet speelde weer erg snel, verloor (daardoor?) materiaal, bleef snel spelen en (u raadt het al) Albert ging daar in mee en zo werd het een onrustige, snelle, partij met wisselende kansen en een vol punt voor Piet. Herman Schoonakker won ook, maar juist met meer verfijnde middelen. Freek Pruis (weer terug van weggeweest) kon lang zijn stelling "keepen", maar uiteindelijk werd de druk op het paard op e4 en over de d- en b-lijn Freek teveel. Dies Lokerse was jarig en trakteerde op koeken en tegenstander Suzette Kok ook al snel op een kleine materiaalvoorsprong. Dies bleef evenwel geconcentreerd en verdedigde nauwkeurig en actief en kreeg kansen (op konings- en dame-aanval) over de open g- en f-lijn die hij echter onbenut liet, waarna Suzette het af kon maken aan de andere kant waar Dies' koning was beland na de lange rokade.

naar boven    naar beneden
 

Ronde 1

Nu wel een verrassing in de 1e ronde

De eerste ronde wordt traditioneel handmatig ingedeeld. Van de (in dit geval) 16 spelers die er waren, speelt de nummer 1 op interne rating tegen de nummer 9 enzovoorts. In voorgaande jaren kwam er altijd de verwachte uitslag uit. Met de verschillen in interne rating (deze ronde in elke partij tenminste 500 punten) is dat logisch. Soms kwam die winst er dan wel met veel moeite, soms zelfs met wat geluk. Dit keer was dat geluk er ook weer, maar niet voor iedereen. Maar laten we de avond in volgorde aflopen.

Dingnis Lokerse verloor als eerste. Een combinatie van het veronachtzamen van de ontwikkeling van zijn stukken en te snel zetten bezorgde Jan Capello de zege. Piet van Boven was de volgende die in het stof beet. Ronald Hoek van Dijke (die gelukkig weer terug is na anderhalf jaar lichamelijke ellende) speelde erg rustig, verkreeg een prachtig loperpaar dat veel sterker was dan het loperpaar van Piet.

Vervolgens (maar toen liep het al tegen tienen) moest Dies Lokerse opgeven. Dies speelde de opening eigenlijk gewoon goed. Eric Dek kon pas wat na bereiken na Dies' h3 en het doorslaan op h4. Eric kwam twee pionnen voor. Belangrijker leek het dat Erics dame Dies' stelling binnendrong. Dies kon het allemaal nog keepen, maar het eindspel met twee pionnen minder was uiteindelijk niet te houden voor Dies. Wouter Bliek leek op weg naar een makkelijke zege. Over de c-lijn was Wouter oppermachtig. Bram Boone's toren op d2 kon niks, want moest aan pion c2 blijven hangen. Na wat geruil kreeg Wouter een niet te stoppen vrije a-pion. In plaats van die pion zijn werk te laten doen, zag Wouter opeens een tactisch grapje: toren slaat op c2, toren slaat terug, loper slaat pion op d3 met schaak tegen de koning op f1 en aanval op de toren op c2 en wint twee pionnen. Na Brams Te2 zag Wouter echter dat het weliswaar twee pionnen opleverde, maar een volle loper kostte. Hij kon gelukkig het eindspel nog remise houden door herhaling van zetten.

Kees Weststrate moest wel de verwachte nederlaag accepteren, maar eenvoudig was het niet voor Marko Burger. Kees nam de damegambietpion eens niet, hoefde hem dus ook niet te verdedigen en kwam nu veel beter uit de opening. Dat hij vervolgens zijn pionnen op de koningsvleugel naar voren schoof was misschien niet verstandig, maar zorgde er wel voor dat Marko fors in de denkmodus moest. Jaap van Oosten had een ogenschijnlijk mooie aanval over de half-open a-lijn, maar eigenlijk was de toren op a5 tandeloos en dat kon van Wilco Krijnsens loperpaar (dat via de diagonalen naar de koningsstelling keek) niet gezegd worden. Jaap verloor dan ook.

Marius Leendertse bood (in een waarschijnlijk ook wel remisestelling) remise aan. Willy Meulblok besloot toen (ik citeer Willy) "de knuppel in hethoenderhok te gooien" door een pion te offeren. Na Willy's Pxb2 (om hem terug te winnen) had Marius Willy met Pf5 of Tg3 in een heel  moeilijk parket kunnen brengen. Marius speelde echter Te3 en toen hij na Willy's Pc4 (met aanval op dame en toren) De8 speelde (in plaats van De7) verloor Marius materiaal (en de partij). Peter van der Borgt had in de opening met een tactisch foefje een kwaliteit gewonnen, maar het daarna ontstane eindspel was niet zo simpel. Voor Peter aanleiding om Willy's voorbeeld (dat van die knuppel) te volgen. Voor Gayan den Hollander was die knuppel teveel van het goede. Er werd nog even geanalyseerd, deels door Peter en Gayan, maar veel meer door de toeschouwers, waarna de conclusie van die kiebitzers was: het alle kanten op kunnen gaan.

Waren er voor de rest nog bijzonderheden? Niet echt eigenlijk: Bram heeft nog steeds een menu van een hot choco, gevolgd door een koude om het af te maken met een snickers. Natuurlijk was er weer een Caro-Kann; ik heb het idee dat DZD-ers die meer dan gemiddeld in hun repertoire hebben. Als Marko niet had opgelet, zou Willy misschien wel Kd8-a5! gespeeld hebben. Als u denkt “dat is toch onreglementair” dan klopt dat. De dame en koning stonden verkeerd opgesteld en Willy en Marius hadden het niet door, terwijl ze toch allebei al een paar zetten gedaan hadden en de dame-uitval naar a5 een serieuze optie werd. Tenslotte kan nog gemeld worden dat DZD er een speler met een FIDE-rating bij heeft: Rinus den Hollander.

naar boven