Verslagen interne competitie
2016 - 2017

 

 

Ronde 26

 

Eric Clarisse - Jaap van Oosten 1-0

Jaap gaf in lijfopening (petroff) van Eric in de opening een pion weg. Zorgde wel voor onbekend terrein,

een tweede pion werd een stuk meer en na lang volhouden opgave van Jaap.

 

Gayan den Hollander – Herman Schoonakker 1-0

op gegeven moment waren de velden in blok f3-f6-c6-c3 allemaal bezet, witte en zwarte stukken om en om.

Was dit een halma imitatie? Hoe dan ook, de enige die breekzetten had, was herman met g7-g5 en b5-b4.

Het spel verliep echter anders, herman speelde Tf8-f6-h6-h5 waar deze paar zetten later werd gevangen.

Kwaliteit voor Gayan, daarna heeft Herman tevergeefs geprobeerd ijzer met handen te breken.

 

Marius Leendertse - Jan Capello 1-0

Na degelijke opening van beide kanten plaatste Marius een stukoffer op h6, het verschijnen van Dh6 en Th5 deed Jan (duidelijk onder de indruk van het zware geweld) opgeven,

een korte analyse wees uit dat Jan waarschijnlijk te vroeg op gaf, er was helemaal geen mat.

Zo zie je maar, een stukoffer hoeft niet altijd correct te zijn om te winnen, het geeft in ieder geval spektakel.

 

Lokerse en Lokerse

verloren beiden in rap tempo. Allebei veel en veel te snel gespeeld,

zeker de neef die tegen Piet van Boven die een vol stuk voor heeft gestaan. Freek Pruis kreeg de dame kado over de d-lijn.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 25

 

PECH VOOR (VOOR)LAATSTE RONDE

 

Een wat cryptische titel, maar maandag 1 mei was de 25e en voorlaatste ronde van de interne competitie. En een aantal spelers had pech vóórdat de partijen begonnen. Ton van Vliet kwam er achter dat de enige buiten-pinautomaat in Kruiningen weg was (vanwege een te groot risico op plofkraken). Ik snap nu ook waarom Ton lid is van onze club. Hij combineert “even pinnen” (want Nisse is al lang pinloos) met schaken. Marko Burger had nog meer pech, want hij kreeg een lekke band.

 

Konden Marko en Ton hun gram halen op het bord. Niet echt. Herman Schoonakker kreeg opeens heel veel kansen door een zwakte van Marko op f7, een penning over de e-lijn en een potentiële penning over de diagonaal a3-f8 en hij had ook nog een pionnetje meer. Marko sputterde nog tegen, maar moest opgeven. Ton daarentegen leek op weg naar de winst toen Peter van der Borgt na een mislukte opening niet de eenvoudige remiseweg volgde, maar gokte op een foutje van Ton en als dat foutje er niet kwam dan zou het een kwaliteitsoffer zijn (waarbij Peter gemist had dat het ook nog een pion kostte) met speculatieve compensatie door het loperpaar. Ton maakte geen fout en Peter kon op niet meer dan remise hopen totdat Ton toch in de fout ging en Ton zijn kwaliteit moest terug geven en Peter door een aantal smerige zetjes ook nog twee pionnen wist mee te pakken. Het eindspel met een pion minder hield Ton echter keurig remise. Peter wacht nu thuis op de app-jes van Ton waarin hij aangeeft hoe het allemaal beter had gekund (vanuit zijn perspectief).

 

Ook remise werd het bij Piet van Boven en Marius Leendertse. Piet zat constant in de houdgreep, Marius won een pion, maar kon het (ook door tijdgebrek) niet afmaken en de teamgenoten kwamen remise overeen. Dat leek het bij Gayan den Hollander en Freek Pruis ook te worden. De lichte stukken gingen snel van het bord en de resterende stelling zou na slaan door Freek op d5 wel verder zijn vereenvoudigd met een licht plusje voor Gayan. Freek vergat te slaan en zag Gayan op d8 slaan en dat was meteen torenwinst (of – verlies) en een 0 voor Freek.

 

Ook nullen voor de neven Lokerse. Bij Dies werd dat al snel duidelijk, want hij kwam materiaal achter en Dies’ dreigingen over de e-lijn konden rasverdediger Jaap van Oosten niet verontrusten. Bij voetballen is “naar voren verdedigen” vaak goed. Bij schaken moet je zo nu en dan ook de andere kant op verdedigen. Alleen dat doet Dingnis Lokerse nooit en in plaats van met zijn dame naar het veilige d1 terug te gaan en een mooie drukstelling over de d-lijn te hebben, bleef zijn dame zich maar in de gevaarlijke vijandelijke zone opereren en dat liep mis: punt voor Bram Boone.

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 24

 

Bij Freek Pruis tegen Marius Leendertse was het een groot contrast, Freek spelt snel en heel agressief en Marius speelt rustig en positioneel. Het ging lange tijd gelijk op en zwart leek in het voordeel omdat de stelling een dicht karakter kreeg. Marius gaf echter ineens materiaal weg en het was gelijk over.  

 

Wilco Krijnsen en Herman Schoonakker leken in heel rustig vaarwater te zitten door de Londen opzet van Wilco maar toch ging het ineens heel erg verkeerd voor zwart, pion voor en een sterk loperpaar voor wit.  Dat liet Wilco ook niet meer lopen en kon het punt later bijschrijven.

 

Jaap van Oosten kwam tegen Piet van Boven snel in een eindspel terecht waarbij  Piet een toren had en Jaap paard en loper en wat pionnen extra. Langzaam ging Jaap naar voren en dat kostte zwart wel veel tijd en omdat het voor wit makkelijker was (ander woord voor, hij kon eigenlijk niks doen), kon Piet snel zetten en was verbaasd dat Jaap lang over de zetten deed, dat lange denken leverde wel een prima uitgespeeld eindspel op en een vol punt.

 

Eric Clarisse kreeg tegen Ton van Vliet een pirc op het bord. Zwart kreeg een fantastisch centrum in handen maar kon het niet laten oprukken zonder wit tegenspel te geven. Na flink duw en trekwerk kwam er een eindspel op het bord waarin Ton twee torens en twee pionnen had en Eric Toren, paard en twee pionnen, Zwarts pionnen waren ook ver van elkaar dus dat moest gewonnen zijn voor Ton. Het werd toch remise omdat Ton het niet zag zitten om met 2½ minuut op de klok te proberen het lastige eindspel te winnen.

 

Gayan den Hollander kreeg tegen Wouter Bliek een siciliaan op het bord. Beide heren speelden toch in een weinig gespeelde zijvariant met c4 bijna een dozijn theoriezetten. Er kwam een gelijke stelling op het bord waarbij zwart een kromme loper op c8 had en wit een loper op d3 die tegen e4 en c4 aankeek. Wits plan was duidelijk e5 vrij krijgen en dan zelf e5 spelen en dan kan de zwarte koningsstelling worden opgegeten. Zwart kreeg een mooi paard op e5 waarin wit ergens een keer c5 had kunnen doen om  de pion van d6 los te weken van het dekken van e5. Dat gebeurde niet en toen zwart zelf c5 kon doen, bleek later het paardje op e5 uit te groeien toch een volbloed raspaard. Vervelende voor Gayan was dat zijn aanval was gebaseerd op een drievoudige batterij die naar f7 keek dus dat e5 paard was onprettig. In het eindspel kon wit ook niet meer voorkomen dat alle zwarte stukken naar binnen kwamen en met een tijdelijk kwaliteitsoffer kon Wouter een pion en daarmee het punt binnenhalen. Prima partij van Gayan die niet in loopgraven bleef zitten maar gewoon probeerde zijn tegenstander om te leggen. 

 

Als laatste de partij die als eerste klaar was.  Dingnis Lokerse speelde veel te snel tegen Mathijs Schouten. Toen uw verslaggever kwam kijken, had wit al een massa stukken meer was het daarna ook snel uit.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 23

 

WEINIG VERRASSINGEN IN DE 23E RONDE

 

Deze ronde waren er weinig verrassingen. Dingnis Lokerse verloor van Marius Leendertse. Logische uitslag, maar toch. Dingnis kwam twee pionnen voor en als compensatie had Marius een paard in een stevige penning. Dat paard werd lang door Dingnis met actief spel ondersteund. Maar in een moment van onnadenkendheid (te snel spelen?) werd het paard verzet en kon Marius met zijn toren Dingnis’ dame slaan. Het was toen nog steeds niet eenvoudig voor Marius, maar Dingnis kon zich niet meer naar remise knokken.

Dat kon Wilco Krijnsen wel. Niet dat Wilco materiaal achter had gestaan, maar Ton van Vliet stond wel de hele partij beter en had druk over de c-lijn waar Wilco alles op alles moest zetten om zijn c6 pion niet te verliezen. Uiteindelijk (met alleen dames en pionnen op het bord) wist Ton een pionnendoorbraak te forceren en kreeg hij een pion op c6 (nog maar twee zetten verwijderd van het promotieveld), maar met alleen de dame kon Wilco eeuwig schaak geven, alhoewel in de analyse nog wel gekeken werd of Ton zich er (van veld f1) uit had kunnen lopen naar het veilige a8. In de analyse kwamen we er niet uit. Dit was ook meteen de enige remise.

 

Piet van Boven reageerde verkeerd op een tactische dreiging van Jan Capello en verloor een stuk, terwijl dit ook beperkt had kunnen blijven tot een pion. Piet rechtte de rug, waardoor Jan alles uit de kast moest halen om het punt over de streep te trekken.

 

Het overkomt Jaap van Oosten wel vaker dat hij (na een korte rokade) zijn paard op f6 moet laten slaan en alleen terug kan slaan met de pion. Vaak weet Jaap zich dan nog uit die netelige situatie te redden. Tegen Gayan den Hollander lukte dat absoluut niet. Gayan bracht razendsnel al zijn stukken in de aanval en dat leverde veel materiaal en de winst op.

 

Wouter Bliek wist slim een pion van Herman Schoonakker te winnen. Herman verdedigde zich met verve, maar kon toch niet voorkomen dat er zo nu en dan wat geruild werd en dat Wouters pluspion steeds belangrijker werd. Wouter moest nog even opletten toen Herman met f5-f4 een tegenaanval opende, maar Wouter lette op en Herman vond het toen welletjes.

 

Ton Hertogs offerde al weer snel een pion. Peter van der Borgt kwam wel gedrongen te staan, maar kon zich er uit wurmen en na Peters c5 besloot Ton nog een pion te offeren. Het zag er wel gevaarlijk uit, maar Peter kon niet alleen alle dreigingen pareren, maar ook nog heel veel materiaal ruilen en afwikkelen naar een toreneindspel met twee pionnen meer, dat na veel gemanoeuvreer gewonnen werd.

 

Mooiste partij van de avond kwam op naam van Marco Baars, die (naar eigen zeggen) in de opening een foutje maakte materiaal had moeten verliezen, maar tegenstander Matthijs Schouten had Marco’s foutje ook niet gezien. Daarna speelde Marco het prachtig uit. Matthijs’ dame werd opgejaagd, zijn loper stond onveilig en zijn toren op h8 deed niet mee. Bij Marco deden alle stukken juist wel mee.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 22

 

SPEKTAKELSCHAAK

 

De Zomertijd was bij iedereen in de bol geslagen. Er werd geofferd, er werd geschwindeld, stellingen waren compleet onoverzichtelijk en ga zo maar door.

 

Het begon al met Dingnis Lokerse die een paard offerde op g2. Dat leek gevaarlijk voor Freek Pruis. Maar waarschijnlijk had Dingnis beter eerst wat voorbereidende zetten gedaan. Zijn witveldige loper kon hij niet in de aanval betrekken en daardoor kon Freek alles keepen. Uw verslaggever dacht nog even dat Dingnis eeuwig schaak mogelijkheden had, maar zowel Freek als Eric Clarisse (daarover straks meer) gaven aan dat dat er toch echt niet in had gezeten. Een 1 voor Freek dus.

 

Piet van Boven is zijn stijl aan het aanpassen. Hij speelt rustiger, zowel qua tijdsindeling als qua zetten. Matthijs Schouten speelt nog steeds vol op de koningsaanval. In een moeilijk te beoordelen stelling speelde Matthijs Lh3 (met matdreiging op g2). Dat kon Piet voorkomen en net toen beide spelers zich opmaakten voor een spannende strijd, raakte Piet zijn koning aan en moest daarmee zetten en verloor daardoor materiaal. Tragisch, maar het kan nog erger: Zie deze LINK. Bij Piet kostte het alleen een punt; bij deze golfdame vele dollars.

 

Wilco Krijnsen won door een prachtig slot: Met De7 viel hij de toren op e8 aan. Ja en? Dan slaat die toren toch gewoon op e7? Nou nee, want dan volgde Tc8 mat. Dan zet je die toren toch weg (naar iets als b8 of a8)? Nou nee, want dan volgt Tc7 en volgt of groot materiaalverlies of Dxg7 mat. Gayan den Hollander gaf daarom maar op. Overigens had hij het wel een beetje aan zichzelf te wijten dat hij in die netelige positie terecht was gekomen. Ten eerste had Gayan in het (weliswaar met verwisseling van zetten tot stand gekomen) damegambiet Pc6 gespeeld (met de pion nog op c7). En ik blijf erbij: dat kan nooit goed wezen, maar hoeft niet tot verlies te leiden. En ten tweede komt Gayan altijd wel in een situatie terecht dat zijn pionnenstructuur slecht is. En dat laatste was wel de reden waarom Wilco zo binnen kon vallen. Gayans vier damevleugelpionnen leken namelijk “at random” op het bord gezet te zijn.

 

Maar duidelijk is wel dat  bij deze drie wedstrijden het vuur er van af spatte. Of dat bij de partij Wouter Bliek – Ton Hertogs ook zo was weet ik niet, want veel heb ik er niet van gezien, behalve een enkele flard (en die zag er ook spectaculair uit). In elk geval ging Ton mat: punt voor Wouter dus, die het kampioenschap niet meer lijkt te kunnen ontgaan.

 

Peter van der Borgt kwam zeer slecht uit de opening. Of iets positiever geformuleerd: Marko Burger wist Peters 1. f4 snel te neutraliseren en voordeel te behalen. Voor Peter reden om de schwindelmodus aan te zetten en een kwaliteit te offeren. Dat zal zeker niet goed zijn geweest, maar het bracht wel mogelijkheden (ook op fouten) in de stelling. Door verkeerd slaan van Marko op d4 (met de dame in plaats van met de loper) kwamen er nog meer kansen voor Peter, waaronder insluiten van Marko’s loper. Toen dat kon, deed Peter het niet (bang dat zijn eigen loper ook ingesloten zou raken) en speelde Peter het venijnige g6, waarmee Marko’s veilige koningspositie opeens een stuk onveiliger werd. Ik denk dat het nog steeds prima speelbaar was voor Marko, maar een foutje kon rampzalig zijn. Dat foutje kwam er, Peter won een stuk terug en na wat geruil, bleef er een eindspel over van het loperpaar met wat pionnen tegen een toren met wat pionnen. De lopers waren oppermachtig en ondanks hevig tegenstribbelen won Peter. Niet verdiend, maar ja, dat telt niet.

 

Zo waren er nog twee resultaten die niet verdiend waren. Marius Leendertse had de hele partij beter gestaan tegen Jaap van Oosten, maar die toonde zich weer een taaie verdediger. Marius investeerde veel tijd in zijn aanval en met weinig tijd op de klok kreeg hij een remiseaanbod van Jaap. Marius weigerde het, deed even later een verkeerd offer (Lxf3) en ging daarna in verloren stelling door de vlag.

 

Bij Jan-Kees Tolhoek en Eric Clarisse was het nog zotter. Jan-Kees kwam er niet aan te pas. Hoe hij materiaalverlies kon voorkomen, was gewoon een knap staaltje verdedigingswerk. Maar toch: iedereen zag het aankomen. Dit moest Eric kunnen winnen. Alleen zag niemand hoe. Dus stelde Eric achteraf terecht de vraag aan de kiebitzers”die natuurlijk te melden had dat hij had moeten winnen: “hoe dan?”. Blijkbaar zat “Het Virus van De Putter” nog in Erics lijf (NB: de mensen die dit virus niet kennen: men leze het verslag van Scheldeschaak 1 – DZD 1 van de zaterdag ervoor). Dat virus houdt in dat je een optisch gewonnen stelling compleet uit handen geeft. Is er een medicijn tegen? Ik heb geen idee.

 

Jan-Kees wist zich namelijk in tijdnood met creatief spel uit de nesten te werken en Eric in de nesten. Het eindigde met remise door herhaling van zetten, terwijl uw verslaggever, lopend op weg terug naar huis, zich bedacht dat Tc4+ gevolgd door Kd5 na Tc3 toch gewonnen moest zijn voor Jan-Kees. In de nazit werd alleen maar naar de variant Tc4+, Kd5, Txd3, Txd3, Pxd3, Kxc4 gekeken. Maar waarschijnlijk heeft uw verslaggever (die de stelling zich niet meer helemaal voor de geest kon halen toen hij dit stukje tikte en dus ook niet kon checken of zijn wandelidee wel goed was) zich vergist. Remise dus en daarmee kwam een eind aan een avond waarover Eric zei “iedereen heeft waar voor zijn geld gehad”.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 21

 

EEN VERZETJE BIJ SCHAKEN

 

Zo luidde één van de onderdelen van het cryptogram in de PZC van maandag. Terwijl de lezer daarover nadenkt, kan ik je meenemen in de zes partijen die gespeeld werden op de laatste maandag van maart 2017.

 

Jaap van Oosten bleek die avond een rokkenjager eerste klas en had binnen no time de vrouw van Dingnis Lokerse veroverd. De zwarte heer van Dingnis wandelde nog een poosje verdwaasd over het bord om op c2 de witte vlag te hijsen. Voor de niet-schakers: vorenstaande dient u allemaal niet letterlijk, doch (schaak)figuurlijk te lezen.

 

Datzelfde geldt voor de rappe wijze waarop vier mannen hun vrouwen ruilden. Piet van Boven en Freek Pruis (terug van even weggeweest) leken op remise af te stevenen na dameruil, maar Piet overzag dat Freeks torens op de d-lijn gevaarlijker waren dan die van Piet. Nog niks aan de hand, maar één moment van concentratiegebrek zou fataal zijn en dat moment kwam er (Lc2). Freek won materiaal en tikte het netjes uit.

 

Herman Schoonakker en Jan-Kees Tolhoek hadden hun dames ook al snel geruild. Herman speelde zijn vertrouwde Engels. Nu heeft Jan-Kees een Engelse vriendin. Je zou dus denken dat Jan-Kees alles van die opening af weet. Uit de stand op het bord bleek dat dat niet zo was. Jan-Kees moest zich beperken tot verdedigen en zelfs een pion geven. In plaats van die te gelde te maken ging Herman in troebel water vissen. Het eindspel leek remiseachtig maar Herman ging te ver en liet Jan-Kees zijn vrijpion naar voren duwen en moest daar een kwal voor geven. Maar dan nog: ook dat eindspel  (van toren en 2 pionnen voor Jan-Kees tegen 3 pionnen en een loper voor Herman) leek nog steeds remise, maar Herman ging door zijn tijd.

 

Bij Gayan den Hollander zagen we een zwakke pion op e6, die ontstaan was nadat Gayan f5 had gespeeld. In de nazit bleek waarom. Gayan had gerokeerd en zag toen dat Marius het aantrekkelijke (en ook goede) Le4xh7 had (na Kxh7 gevolgd door Pg5 en Dh5). Marius zag het offer niet of durfde het niet aan en speelde Le4-c2. Wat te doen voor Gayan? Er op gokken dat Marius ook de volgende zet het offer (wat er nog steeds in zat) niet zou doen of er op rekenen dat Marius het dan wel zou zien en doen. Gayan koos voor het laatste en speelde f5, waarna hij alle moeite moest doen om de remise binnen te slepen. Met hulp van een wat minder voortvarende aanpak van Marius lukte dat.

 

Na afloop van de partij van Wouter Bliek tegen Ton van Vliet wist ik al van wie ik het eerste app-je zou krijgen. Van Ton. In die partij gebeurde van alles en duidelijk was dat beide spelers zetten gemist hebben. En ja hoor: “37 …. Pe4 wint op slag” stond er in de app. Op mijn reactie “maar dan is het toch Db8+, Kh7, fxe4 en je staat een paard achter” kwam even later het bericht “dan volgt dxe4 en daarna e3 en bij diepte 43 vindt Stockfish mat in 23”. Wijselijk liet Ton dit bericht volgen door één van de vele smileys die ons leven rijk is, waarna hij “Helaas al te waar” antwoordde op mijn “schakers zoals jij en ik vinden dus Pe4 nooit in tijdnood”.

 

Nu weet u nog steeds niet hoe die partij eindigde (of begon). Welnu, het begon met een uitval met de h-pion van Wouter, waarna hij lang rokeerde, wat er raar uit zag, want de b-lijn was open. Maar Wouter had ruige plannen: torens op g- en h-lijn, pionnen naar voren en dan als een mes door de boter op Tons koningsvleugel. Zo ver kwam het niet, maar Ton kon ook niet echt gebruik maken van Wouters onveilige koningspositie. Er kwam tijdnood en dat leidde tot een spannend spektakel, waarbij het publiek dan weer dacht dat Wouter de vis op het droge zou krijgen en dan weer dat hij Ton de hand zou moeten geven. Uiteindelijk werd het ….. remise.

 

Ton had dus het koffiehuisschaakachtige Pe4 gemist. Peter van der Borgt en Eric Clarisse speelden na een rustig begin al snel koffiehuisschaak zonder dat sprake was van tijdnood. Hier waren er twee thema’s: de open g-lijn waardoor Erics koning vol in de vuurlinie stond en de diagonaal h6-c1 waar Erics loper onder bepaalde omstandigheden met Lh6 Peters dame op f4 kon vangen (want Peters koning stond na de lange rokade) nog op c1. Eerst had Eric geprobeerd gevaar af te weren met een kwaliteitsoffer (waar een pion compensatie aan vast zat). Dat leek succesvol, als niet Peter met een stukoffer (tegen twee pionnen) zijn dame in de aanval wist te brengen. Materieel gezien was het toen volgens de “puntentelling van Euwe” weer gelijk, maar nadat er lopers waren geruild had Peter aan een dame en een toren voldoende om materiaal te winnen en dat was voor Eric het sein om dan maar mat toe te staan.

 

O ja: we hadden dat cryptogram nog. In de tekst staat het goede antwoord. Vet gemaakt. En met “een verzetje bij schaken” dacht de bedenker blijkbaar aan “een ver zetje” en kende hij de “lange” rokade. Dus 1+1=1 (of toch niet) en dus is “rokade” het goede antwoord.

 

 naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 20

 

Dingnis lokerse kreeg tegen Jan Capello na de opening best een aardige stelling maar toen in het middenspel de tactische kraan van wit ging stromen gaf zwart teveel materiaal weg en ging hij daarna snel ten onder.

 

Piet van Boven had in een siciliaan tegen Wouter Bliek met wit a3 en b4 gespeeld en dat geeft problemen op de c- lijn en de lange diagonaal. De toren van a1 vluchtte nog wel weg maar het paard op c3 werd door Lf6 en Dc7 aangevallen en ging verloren. Piet probeerde nog even in troebel water te vissen door een tegenaanval op de zwarte dame maar dat leverde niks op.

 

Erik Dek probeerde Jaap van Oosten in een ongemakkelijke positie te krijgen door na e4 met d5 te antwoorden maar dat leidde tot een ongeveer gelijke stelling waarin Jaap het zo solide aanpakte dat Erik eigenlijk alleen nog maar het remiseaanbod van Jaap kon aannemen.

 

Marko Burger kreeg met zwart tegen Ton Hertogs zijn systeem weer op het bord. Niet rokeren en wachten tot wit dat doet en dan alle pionnen vooruit om de koning mat te zetten. Ton deed toch pionzetten aan zijn koningskant en ging daarna ten onder door al die zwakke velden rond zijn koning.

 

Bij Gayan den Hollander en Bram Boone ging het redelijk lang gelijk op maar Gayan had ergens een pionnetje laten gaan. Het eindspel van 3 losse pionnen tegen 2 losse pionnen en allebei een toren zag er erg remiseachtig uit maar Gayan sloot zijn koning op op de h-lijn  en Bram kon het daarna netjes uittikken.

 

De langste partij was tussen Marius Leendertse en Herman Schoonakker. Met wit had Marius een klein plusje in de opening gehouden maar liet Herman in het middenspel een gaatje prikken in zijn koningsstelling. Het paard op f3 ging eraf en na g2xf3 kwam er een gaatje op g2 en een dubbelpion op de f-lijn. Herman produceerde daarna het betere duw- en trekwerk en kon optimaal profiteren van de zwaktes. Pionwinst en later nog eentje deed Marius besluiten om de swindelmodus aan te zetten en zijn vrouw ver van het front op rooftocht te sturen maar het mocht niet meer baten. Zwart bleef op het juiste pad en de witte koning kwam in een matnet.

 

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 18

 

BLUNDERS BEHEERSEN 18E RONDE

 

Natuurlijk hoort bij het niveau van de gemiddelde DZD-speler dat er zo nu en dan iets mis gaat. Welnu, de 27e februari werd er door meerdere spelers wel wat gemist.

 

Te beginnen met de tegenstanders van de Lokerses. Marius Leendertse kon pion e4 winnen door Pxe4 te spelen. Nu speelde Marius Lxe4 en Dies (want om die Lokerse ging het) kon nu met het tussenzetje Lxf6 het paard slaan dat de loper op e4 dekte. Zo kwam Marius een stuk tegen twee pionnen achter. En compensatie had hij niet. Toch won hij won, dus moet Dies wel een grotere fout dan Marius hebben gemaakt. Ook Piet van Boven zal niet tevreden zijn geweest. In de opening werd hij door Dingnis in de houdgreep gehouden. Alleen miste Dingnis een paar kansen om de trekker over te halen. Zo kon Piet zich los rukken en afwikkelen naar een eindspel wat gewonnen werd, maar ook verloren had kunnen worden als Dingnis zijn h- en g-pion eerder en in andere volgorde had opgespeeld.

 

Ton Hertogs offerde een toren en twee pionnen tegen twee lichte stukken. Hij kreeg daar wel wat compensatie voor, maar had toch een blunder van Gayan den Hollander nodig om binnen het uur te winnen. De andere Ton won ook snel, niet zozeer omdat Jaap van Oosten het Koningsgambiet te verdedigend benaderde, maar omdat bij Jaaps vorm van tegenspel een foutje meteen dodelijk is en dat foutje kwam er.

 

Veel langer duurden de andere twee partijen. Wouter Bliek wilde zijn witte 100%-score handhaven en ging daarom in op Peter van der Borgts Noteboom. Als je wilt winnen in die variant, dwing je je tegenstander ook om op winst te gaan spelen. Verdedigen is namelijk geen optie. Dus moest Peter ook aanvallen, kon iets van een koningsaanval creëren, omdat Wouter weigerde paarden te ruilen (logisch, want dan zou de stelling vervlakken). Om zijn sterke centrumpionnen uit te nutten speelde Wouter (na Peters f4) e4, waarna Peter een paard op e3 posteerde met een gemene pointe (tenzij Wouter een kwaliteit zou offeren door dat paard te slaan). Wouter zag het gevaar niet, kon kiezen uit Db3 en Dd3 en koos voor het “verschrikkelijke” Dd3, waarna Peter na het paardoffer (waarbij “offer” een beetje overdreven is, want het leidt direct tot winst) Ph3 of mat kon geven (gxh3, Dg5+ gevolgd door Dg2) of de dame kon winnen (Kh1, Pf2). Na Db3 had Peter zich met Ph3-f2-h3 beperkt tot eeuwig schaak, want de rest van zijn stelling zag er niet echt degelijk uit.

 

Flip Meijaard leek te gaan winnen van Herman Schoonakker. Flip kwam een pion voor en had met e5-e4 de stelling dicht kunnen schuiven en met de dame en toren naar de h-lijn gaan en dan erge dingen dreigen. Flip sloeg echter op d4, Hermans loper kwam los, Flip moest de pion terug geven en kon zich met moeite naar remise spelen.

 

 naar boven    naar beneden

 

Ronde 17

 

WEINIG PARTIJEN, MAAR VEEL SPEKTAKEL 

 

Doordat er drie teams moesten spelen voor de ZSB waren er maar 4 interne partijen. Op twee borden ging het er rustig aan toe: Wouter Bliek won in de opening een pionnetje door een standaardgrapje. Flip Meijaard moet het gevoel hebben gehad (om in voetbaltermen te spreken) dat hij al binnen 5 minuten met 10 man op het veld stond na een rode kaart. Flip rechtte echter de rug en in de wetenschap dat in het voetbal je soms met zijn tienen kan winnen van een (zelfs op papier sterker) elftal ging hij er eens goed voor zitten en was hij als laatste klaar. Overigens wel met een nul, want Wouter bleef rustig en besloot dat je met “kleine zetjes” ook kunt winnen. Voorzitter Peter van der Borgt bleef zijn Noteboom-pion voor, maar had niet direct een plan om die pluspion uit te buiten. Een aanval op de koningsvleugel om daarna op de damevleugel iets te forceren. Dat leek het plan te zijn. Of het zou werken was vraag 2. Maar het werkte, want Marius Leendertse hielp een handje door een tactische manoeuvre mogelijk te maken. En die manoeuvre zorgde niet alleen voor kwaliteitswinst, maar ook dat Marius’ stelling in elkaar kukelde. 

 

Op de twee andere interne borden was er meer reuring. Bij de BSV-Tonnen tegen elkaar kwam het Muzio-gambiet op het bord. Wit offert dan een vol stuk en krijgt er aanval voor terug. Of beide Tonnen de theorie kenden, weet ik niet (uw verslaggever niet in elk geval), maar er ontstond een stelling met een dame tegen twee stukken en een toren en de damepartij had meer pionnen. Volstrekt onduidelijk wie daar nu beter stond. Gevoelsmatig de Muzio-er (Ton van Vliet), omdat Ton Hertogs koning een wandelkoning op de onderste twee rijen werd. Uiteindelijk kwamen ze ook nog in tijdnood en won Ton (van Vliet).  

 

Nog meer spektakel was er bij de Lokerses. Ze speelde een erg goede partij, allebei redelijk rustig, grote fouten werden niet gemaakt en ze wisten de onderlinge dreigingen goed te pareren. Op een gegeven moment ontstond deze stelling:  

 

 

Zwart (Dingnis) is aan zet. Wit heeft net Lb8-g3 gespeeld en dreigt (al een paar zetten lang) mat te zetten op d8, maar kan dat niet vanwege de loper op h4. De witte koning staat niet lekker, maar een directe dreiging is er niet. Fritz geeft aan dat de stelling nog in evenwicht is en stelt een zet met de b-pion voor. Dingnis doet iets wat veel logischer is: een gaatje maken met h6. En nu is Dies iets te snel. Hij wil natuurlijk allang die loper weg hebben op h4 (want die zorgde er zetten lang voor dat dat mat op d8 niet mogelijk was) en denkt nu dat Dingnis een grote fout en pakt de loper op h4 (met zijn eigen loper), zegt “dank je wel” wat door Dingnis beantwoord wordt met het toppunt van lijn- en rijruiming: Th3 mat. Want de lijnruiming is dat door Lg3xh4 de g-lijn open is en de koning (vanwege die toren op g6) dus niet naar g1 of g2 kan en de lijnruiming is dat door die loperzet de toren naar h3 kan. En toen kon Dingnis dus “dank je wel” zeggen en op de dijen kletsen, want een beetje grappig was het wel.

 

 naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 16

 

SLECHT SLAPEN NA HET SCHAKEN 

 

U kent het wel: je hebt je partij prima opgebouwd en dan vergooi je het of je snapt dat je lekker staat, maar je ziet het winnende offer niet of je kan tegen de clubkampioen remise afdwingen, maar je gaat voor de winst en verliest alsnog. Allemaal prima redenen om slecht de slaap te kunnen vatten of om (uiteindelijk) toch maar een slaaptabletje te nemen. Ook bij De Zwarte Dame heb je zulk soort situaties. Maar maandag de 13e waren er wel wat veel.

 

Zo zette Eric Dek zijn partij weer goed op, maar kwam hij toch in de problemen; de problemen die Eric wel vaker heeft: je ziet dat je beter staat, maar wat moet je plan worden. Je investeert veel tijd in het goede plan, je vindt het niet, je voordeel verwatert, beginnende tijdnood kondigt zich aan. Iedereen denkt nu dat Eric slecht geslapen heeft, maar het zal tegenstander Rob Oosterlee zijn, die na een loper geslagen te hebben op e3 (gevolgd door Erics Pxe3), wel zag dat hij lekker stond, maar het (tijdelijke) kwaliteitsoffer op c3 niet zag. Het had hem een mooie centrumpion opgeleverd. Nu kon Eric terug komen in de partij, kwam hij zelfs weer beter te staan, maar met te weinig tijd op de klok was “berusten in remise” toch het meest logische. Maar misschien heeft Eric daardoor ook niet zo lekker geslapen.

 

Matthijs Schouten zal zeker de slaap niet goed hebben kunnen vatten. Met prima spel won hij een pion van “de man in vorm” (Jaap van Oosten). Alleen kreeg Jaap een open h-lijn. En bleek dat Jaap niet alleen goed kan verdedigen, maar ook goed kan counteren. Matthijs onderschatte die counterkansen waarschijnlijk en sloeg een zwaar vergiftigde pion op d6 om vervolgens pardoes mat gezet te worden door een dame op f3. Nota bene: een zwarte dame. Je wilt wel lid zijn van een club met die naam, maar om nu zomaar door dat ding mat gezet worden, is iets wat je niet wilt.

 

Ook bij de Lokerses zal er één slecht geslapen hebben: Dies namelijk. Dies begon erg goed. Met degelijk spel won hij een stuk van neef Dingnis. Die bleef actief tegenspel bieden, probeerde afruilen te vermijden. Dies had ook niet veel zin in afruilen en bleef op koningsaanval spelen, waardoor zijn stukken kwetsbaar bleven en bleken. Want plots stond Dingnis voor en liet zijn prooi (neef Dies dus) niet meer los.

 

Marco Baars heeft de smaak te pakken. Prima remises tegen Jan Capello en HWP 5 leken de voorbode voor een zege op Marius Leendertse. Marco bleef Marius’ damegambietpion voor. Alleen stapte hij in dezelfde valkuil als Ton Hertogs een week daarvoor tegen Marius: Marco dwong Marius door Lf4 tot de goede zet (e6). Opeens kwam Marius los, kreeg Marco geen tijd meer om zijn paard op b8 naar a6 te zetten en kon hij zijn toren op a8 niet meer gebruiken in de verdediging. Met een mooi offer van de loper die op b3 tijdelijk had staan niksen, maakte Marius het af. Ik denk dat Marco ook een slaapprobleem had, maandagavond.

 

Bij Herman Schoonakker zal dat niet anders zijn geweest. Tegenstander Peter van der Borgt speelde niet al te sterk, wisselde soms van plan en na Hermans Dh4 zag je het loperoffer op h3 aan komen. Dat had al tot remise door eeuwig schaak kunnen leiden, maar dat zag Herman niet. Peter won de loper tegen twee pionnen en leek toch nog op weg naar de zege. Herman beef echter lastig met zijn dame, won nog een pion, had daardoor drie verbonden vrijpionnen en in plaats van eeuwig schaak (nu wel door Herman gezien) koos hij voor een winstpoging met Tb8. Met het vileine Le2, gevolgd door Lf3, liet Peter Herman lang denken, zo lang dat Hermans vlag viel.

 

Waren er ook nog mensen die verloren hebben en waarschijnlijk geen slaapproblemen hebben gehad? Jawel. Ton Hertogs beheerste de c-lijn. Jan Capello moest Tons kansen over die lijn zien te neutraliseren. Dat lukte niet: punt voor Ton. Wilco Krijnsen liet zijn Caro-Kann over gaan in een Franse partij, die de theorie volgde, maar dan met een tempo minder. Dat is tegen Wouter Bliek meestal een tempo te veel, alhoewel Wilco zich kranig en creatief verdedigde, maar uiteindelijk na een leuke paardmanoeuvre van Wouter moest opgeven.

 

 naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 15

 

PAARDEN IN HET CENTRUM ALS THEMA VAN DE SPEELAVOND 

Eerst dachten we dat het thema “derby’s” zou worden: Kapelse derby, Goese derby, Eric-cen-derby, fanatieke-Feyenoorders-derby en nog drie partijen waar geen derby-idee achter zat. Maar gaandeweg de avond werd duidelijk dat het om paarden in het centrum ging. 

 

Piet van Boven plaatste een paard op d5. Daarmee gaf hij de dekking van pion e4 op (die weer stond aangevallen door Dies Lokerses paard op f6) voor aanval op pion c7. Het was een complexe stelling waarin Dies het beste de pion had kunnen slaan, maar dat niet deed en het paard op d5 sloeg, maar dat deed hij met het slechts denkbare stuk, namelijk zijn paard op f6. Piet sloeg terug met als gevolg een pionvork en stukwinst. 

 

Jaap van Oosten speelde de mooiste tussenzet van de avond (Pd5). Flip Meijaard kon niet anders dan dat paard er af slaan (met zijn eigen paard) en een ijzersterke pion op d5 toe staan. Maar Jaap besloot nog een paard-tussenzet (Pxc6) te doen. En dat was meteen de slechtste tussenzet van de avond, want na bxc6 stond Jaaps loper op b5 aangevallen en moest Jaap ook nog even Flips paard op d5 er af slaan. Omdat je nu eenmaal om en om een zet moet doen, verloor Jaap een stuk en was de retourpion te weinig compensatie en speelde Flip de technische fase degelijk uit. 

 

Dingnis Lokerse had ook een mooi paard op d5 en die verzette dat naar b4. En dat had hij nu net niet moeten doen, want na Rob Oosterlees Db3 stond Dingnis’ loper op a3 plots vast. En ook Rob wist vervolgens de partij met vaste hand uit te spelen. 

Genoeg over paarden op d5. We gaan nu over naar e5. Eric Clarisse speelde Pe5. Dat was gewoon fout, want na slaan op e5 zou Eric Dek een pion op c3 winnen. Maar gelukkig voor Eric miste Eric dit (u mag zelf uitzoeken welke Eric ik bedoel). Daarna ging het nog een paar keer mis met Eric (Dek), mede door inefficiënte verdeling van zijn tijd. Eric (Clarisse) won dus. 

 

Ook Gayan den Hollander zette een paard op e5 en na Pd7 van Peter van der Borgt ruilde Gayan vrijwillig op d7, terwijl f4 beter leek, in die zin dat Gayan dan tegenkansen had, want die had hij wel nodig nadat Peters tijdelijke pluspion uit de Noteboom een permanente pluspion was geworden. Na die paardenruil kon er meer geruild worden en kon Peter afwikkelen en gaan denken aan een pionnenopstoot op de damevleugel. Het bleef bij denken, want Gayan gaf terecht op. Tegen pionpromotie was niks te doen.

Wouter Bliek posteerde ook een paard op e5. Met aanval op pion f3. Herman Schoonakker dekte die pion door Dd2-e2, even vergetend dat paard c3 daardoor niet meer gedekt stond en na Pxf3 viel de loper op g7 dat paard aan. Herman kwam een pion achter en dat was voldoende voor winst van Wouter.

 

Maar wat er ook zij van al die paarden op d5 en e5 het hoogtepunt was toch de Kapelse derby tussen Ton Hertogs en Marius Leendertse. Ton gooide alles op de aanval. Marius moest vol “in de ankers”, maar Ton viel zo aan dat Marius niks anders kon dan counteren en Ton vond dat hij niks anders kon doen dan alle schepen achter zich te verbranden. Dat leidde ertoe dat Marius een kwaliteit en een stuk (tegen wat pionnen) voor kwam, maar dat Pf6 met mat op h7 dreigde. Er was maar één remedie: f5, zodat Marius’ dame op c7 veld h7 zou dekken. Ton kon die f-pion slaan (en passant) en zijn plan (Pf6+) door zetten. Hij deed het laatste en dat pakte in elk geval niet goed uit en met nog maar weinig tijd op de klok kon Marius toch de zege binnen slepen.

 

 naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 14

 

WOORDVOERDER DE ZWARTE DAME IS BOOS OP DE MEDIA 

 

“Het kan zijn dat u op de website of de facebookpagina van “De Zwarte Dame” leest dat er 9 partijen zijn gespeeld op maandag 23 januari 2017. Dat is een mooi aantal, maar het is een leugen. Er waren er veel meer.” Dat waren de woorden van de nieuwe woordvoerder van De Zwarte Dame, geheel in de stijl van de woordvoerder van “The Donald”, die dat dan weer heeft overgenomen van de woordvoerder van Saddam Hoessein die tijdens de Irak-oorlog maar bleef volhouden dat er niks aan de hand was, ook als zijn achtergronddecortje aan het wankelen was vanwege de bommen die in de rondte vlogen. Genoeg grappen over “the country that is going to be great again”. 

 

Bij ons is het Holland First. Tenminste bij Ton van Vliet die voor het eerst van zijn leven Hollands speelde. En voor het laatst, zei hij nadat er nog geen tien zetten gespeeld waren. Met enige overdrijving (we zijn per slot van rekening Trumpiaans bezig) kunnen we stellen dat Ton door Marko Burger werd weggevaagd. Na de analyse kwam Ton terug in de speelzaal met de woorden “dat weet ik dan voor de volgende keer”. Daarmee de suggestie wekkend dat hij in de toekomst toch nog wel een keer het Hollands zal spelen. Dat u het maar weet als u tegen Ton met d2-d4 opent. U zult een tot de tanden toe bewapende, in theorie gedompelde, tegenstander treffen.

 

Toch was Ton niet als eerste klaar. Dat was Dies Lokerse, die een verkeerde zet van Flip Meijaard (dreiging van mat op g7) verkeerd behandelde en direct kon opgeven. Zo had Flip net als vorige week een Lokerse-scalp te pakken. De andere Lokerse, Dingnis, liet zich dit keer minder makkelijk bij de neus nemen. Integendeel. Door een ruil van twee lichte stukken tegen een toren en een pion dwong hij Jaap van Oosten zijn koning op de e-lijn te zetten (e6) om vervolgens, min of meer gedwongen door een paar prachtzetten van Dingnis, ook zijn loper (e5) en paard (e4) op die lijn te moeten zetten. Met een toren op f1 en een leeg veld e1 en een pion op f2 wist Dingnis wel wat te doen: Toren naar e1, pion naar f3 en een stuk binnen halen. En zo geschiedde. Dingnis wist de stelling verder te vereenvoudigen en toen hij torens kon ruilen zou het over gebleven paard Jaaps resterende pionnen gaan snoepen. Er ontstond evenwel een kortsluiting in het koppie van Dingnis en in plaats van ruilen, verloor hij zijn toren en daarna de partij. Onverdiend, maar daar heb je niks aan. 

 

Net daarvoor had Piet van Boven een keurige remise tegen Bram Boone behaald. Er was een in elkaar geschoven stelling ontstaan met beiden 7 pionnen en een licht stuk. Piets loper kon niet veel meer dan lopen tussen g1, f2 en e1 (en zijn pionnen op h2, g3, e3 en c3 dekken), terwijl Brams paard niet veel meer kon dan van links naar rechts springen, maar al dat gespring leverde geen pion op en ook een paardoffer om met een pion naar een promotieplaats te lopen zat er niet in. Remise dus in deze partij die gerust als “halma voor gevorderden” kan worden omschreven. 

 

Wouter Bliek was toen ook al klaar. In een partij waar ik zo goed als niks van gezien heb kan ik alleen melden dat een kiebitzer mij meldde dat veld f4 dodelijk bleek (voor Ton Hertogs). Diezelfde kiebitzer won van Marius Leendertse en ook van die partij heb ik niet veel meer gezien dan dat Eric Clarisse een pion voor kwam en daarna snel won. Zelf (ik ben dus Peter van der Borgt) dacht ik positioneel Jan-Kees Tolhoek overspeeld te hebben en dat mijn pion op d4 zo veel beter was dan Jan-Kees’ pionnetje op d3 dat de winst wel vanzelf zou komen. Dat gebeurde dus niet. Voor de lezer: bijna alle stukken stonden toen op het bord. Er kan dus gerust gemeld worden dan Van der Borgt aan zware overschatting leed. Jan-Kees ontworstelde zich op hele mooie wijze, leek zelfs een pion te gaan winnen, maar na een mega-afruil stond het materieel weer gelijk. Door een onoplettendheid van Peter kon Jan-Kees met een loper Peters paard en loper in de tang houden. Jan-Kees zag echter niet hoe hij daarvan kon profiteren, versimpelde de stelling door zijn loper voor Peters paard en daarna nog wat pionnen te ruilen. En plots zaten Jan-Kees’ paard en koning vast in de rechthoek h1-e1-e3-h3. Peters loperpaar en de pionnen op d4 en g4 (geholpen door pionnen van Jan-Kees op g3 en d3) bleken erg machtig. Peter kon met zijn koning van g8 via b4 gewoon Jan-Kees koningsstelling binnen dringen en omdat “passen” niet mag bij het schaken leidde tempodwang Jan-Kees’ nederlaag in. Een partij die zo een eindspel boek in kan. Niet omdat hij zo goed was, maar omdat het eindspel liet zien dat ogenschijnlijk gelijke stellingen toch gewoon verloren kunnen zijn. 

 

Een mooi resultaat was er voor Marco Baars, die knap Jan Capello op remise hield. Jan kwam (uiteraard door een tactisch grapje) een pion voor, Marco wist die pion terug te winnen, maar zijn stelling was precair. Jan zag niet hoe te profiteren, maar wel zijn tijd terug lopen en berustte in remise. Dan hadden we nog Herman Schoonakker en Gayan den Hollander. Ontsnapte Herman vorige week nog tegen Ton Hertogs. Dit keer waren de rollen omgedraaid. Dit is de foto (vanuit de analyseruimte) van de cruciale fase. 

 

 

 

Herman heeft net hiervoor f3 gespeeld om dat rot paard op d3 weg te krijgen en Gayan antwoord slim met Dg5 met twee dreigingen: nemen op e3 en nemen op e5. In plaats van Dd2 nam Herman op e4 en na Dxe3+ kon Gayan de zege niet meer ontglippen.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 13

 

WILLEM KARELSE

De avond werd uiteraard geopend met een toespraak van de voorzitter en een moment van stilte vanwege het overlijden van Willem Karelse. Willem was bijna vanaf de oprichting van onze club in 1956 bij onze club betrokken om vanaf ongeveer 2000 steeds minder vaak achter het bord te verschijnen. En de laatste jaren zeker niet meer gezien zijn ziekte, waardoor hij ook op een gegeven moment moest bedanken als lid. Hij was een aanvalsspeler, die met niets anders dan e2-e4 opende, snel zijn stukken ontwikkelde en dan vol voor de koninsgaanval ging. Om zo'n aanval in leven te houden moest hij soms offeren. En dat leidde soms tot mooie winstpartijen. Soms bleek het offer niet voldoende en moest hij zijn tweede competentie in de strijd gooien: vechtlust in combinatie met zoeken naar de schwindel (dan weet u waar de voorzitter van De Zwarte Dame die schwindelkunsten heeft). Als dat ook niet hielp dan had hij nog zijn geheime wapen, wat hij zeker in teamwedstrijden uit de kast haalde: hij begon zich verbaal te roeren, tegen zijn tegenstander, met de omstanders in de hoop dat zijn tegenstander van zijn à propos zou raken. Maar hij blijft toch vooral in onze herinnering als die 'markante' persoonlijkheid met zijn niet aflatende winst- en vechtlust.

(UN)USUAL SUSPECTS

Veel van de usual suspects waren er niet op maandag de 16e. Vier ervan kunnen gerust als wereldreiziger betiteld worden: Matthijs Schouten op zee, Bram Boone op de rivier, Marco Baars in zijn vrachtwagen en Wilco Krijnsen in (het nog kouder dan Nederland zijnde) Polen. Maar er waren ook mensen die dichterbij het Dorpshuis waren, maar toch niet konden. Vandaar dat de opkomst wat tegenviel. Daar stond dan wel tegenover dat er twee unusual suspects: Eric Clarisse en Flip Meijaard. Flip had dit jaar nog geen enkele partij gespeeld, maar zou op die maandag de 16e zijn aantal partijen op 1 brengen en dat was weer al één meer dan vorig seizoen.

Omdat ze natuurlijk vrij laag in de stand stonden, hadden Eric en Flip op papier een makkelijke tegenstander. Op papier. Achter het bord bleek daar weinig van. Eigenlijk had Flip tegen Dingnis Lokerse niks bereikt (omgekeerd overigens ook niet). Er waren wel stukken geruild, maar de pionnenstructuren boden weinig aanknopingspunten. Tactische mogelijkheden waren er ook nauwelijks. Helaas maakte Dingnis zijn "iets-te-snel-gespeelde-zet-fout" en meteen had Flip een niet te missen winststelling. Eric daarentegen kwam al snel een pionnetje voor en ook positioneel stond hij beter. Maar toen rechtte tegenstander Piet van Boven zijn rug, ging in de "denk-modus", bleef rustig en zorgde ervoor dat de "technische fase" voor Eric heel lang duurde, maar uiteindelijk wist Eric die technische fase met een handshake van Piet te beëindigen.

Veel makkelijker leek het voor Ton Hertogs te gaan. Hij kwam een pion voor, posteerde een loper op a3, waardoor Herman Schoonakker niet kon rokeren en zijn koning 'open en bloot' op e8 moest blijven. Herman kon zijn paard op een bepaald moment op e4 zetten, waarna hij waarschijnlijk Pd6 van plan was, waardoor hij kon rokeren en proberen toch nog remise te bereiken, ondanks zijn minuspion. Dat wilde Ton voorkomen en hij sloeg met zijn loper van g2 dat paard van het bord. En dat had Ton niet moeten doen. Die loper was belangrijk voor de verdediging van aanvallen over de verder open g-lijn. Plots kreeg Herman tegenkansen. Herman liet Ton wat pionnen op de damevleugel slaan, kwam drie pionnen achter, waarna deze stelling



(waarin Ton net Da4+ gespeeld heeft wat door Herman met Ld7 beantwoord was) ontstond. Ton speelde nog zijn dame naar d1, waarna Herman voor 'eenvoudig' ging: Dxh3 om daarna met die niet gerokeerde toren via h6 naar g6 te spelen. heeft wit helemaal niks aan die pluspionnen. De vraag is of Dd1 de beste zet was. Uw verslaggever dacht aan a6-a7! Of dat de reddende zet is, laat ik graag over aan de lezer.


Dat was dus een verrassing. Die leek er ook aan te komen bij de partij tussen Wouter Bliek en Marius Leendertse. Wouters koningsgambiet konden we het best omschrijven als "mislukt". Behalve de gambietpion ging nog een pion verloren en had Marius aanvalskansen over de open g-lijn. Wouter moest én verdedigen én zoeken naar tegenkansen en op die manier proberen Marius een fout te laten maken. Dat lukte en het was niet zozeer het stuk dat Wouter won, maar meer dat Marius' aanvalskansen verdwenen als sneeuw voor de zon, waardoor Wouter in een winnende positie kwam.

Dus won Wouter, maar wel moeizaam. Iets minder moeizaam, maar zeker niet gemakkelijk, kwam de zege van Peter van der Borgt op Freek Pruis tot stand. Aanvankelijk kwam hij met zwart lekker uit de opening, maar het verrassende (en door Peter compleet gemiste) Ld6 moest met Le7 beantwoord worden, waardoor Peters aanval niet veel meer voorstelde. Gelukkig (voor Peter dan) kwam de scherpte bij Peter terug, deed Freek een paar keer net niet de beste zet, en dat was voldoende om 0-1 op het papiertje van wedstrijdleider Jan Capello te kunnen schrijven.

Jan zelf was het langst bezig, hij speelde tegen de (zoals altijd) taaie Jaap van Oosten. Jaap nam het lidmaatschap van De Zwarte Dame wel erg letterlijk, want in de opening kon hij niet van haar afblijven. Dat leidde er wel toe dat Jaap wat gedrongen kwam te staan. Soms gaan de tegenstanders dan te fanatiek in de aanval en worden in de counter verrast. Jan kende echter zijn klassiekers, verbeterde telkens zijn stelling ietsje en toen hij alle mogelijkheden volledig kon doorrekenen offerde hij met d4-d5 een pion, in de wetenschap dat dit tenminste een stuk zou opleveren.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 12

 

REMISEPERCENTAGE VAN 67%! 

 

Zo, zo, 2 van de 3 partijen eindigden dus in remise. Inderdaad: er waren ook maar 3 partijen. Wat weinig hoor ik u denken. Nou dat viel wel mee: D- en C-team speelden een teamwedstrijd en wat voor wedstrijden waren dat wel niet (met een remisepercentage van 62,5%; de snelle rekenaars zouden nu moeten kunnen uitrekenen hoeveel remises er in die twee teamwedstrijden zijn gevallen; de langzame rekenaars ook trouwens, het is immers een vergelijking met slechts één onbekende). 

 

Peter van der Borgt en Ton Hertogs kwamen weer niet verder dan remise en weer hadden ze ook geen recht op meer. Vorige week speelden ze een zouteloze remise tegen elkaar. Nu moesten ze vol aan de bak om verlies te voorkomen. Wilco Krijnsen wist met wit met Pd7 Ton in “nauwe schoentjes” te brengen. Ton kreeg een dubbele f-pion en een open koningsstelling. Wilco kon daar echter niet van profiteren door goed tegenspel van Ton. Peter speelde tegen Wouter Bliek en kreeg uiteraard een Caro-Kann voor zijn kiezen waarin Wouter en met de h-pion en met de a-pion ging lopen. Het zag er allemaal niet fijn uit (voor Peter), die dan ook maar wat blij was dat hij kon vluchten in een remise door herhaling van zetten. Het had zelfs een 100% remisescore kunnen worden als Wim Jacobusse en Ton van Vliet ook remise overeengekomen waren. Ton speelde aanvallend, Wim meer bedachtzaam, Wim kwam een pionnetje voor, beiden kwamen in tijdnood en daarin bleek Ton toch handiger. Blijkbaar zijn drie potjes per jaar toch onvoldoende om in een tijdnoodfase overeind te blijven. Los daarvan: het was wel een spannende partij.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 11

ZWARE GEVECHTEN, MOEILIJKE EINDSPELEN EN EEN ENKEL NIEMENDALLETJE

Dat niemandelletje speelden Peter van der Borgt en Ton Hertogs. Ze wilden wel, maar konden niet. Freek Pruis won wel een pion, maar wikkelde zodanig af dat die van geen waarde bleek te zijn. Jaap van Oosten gaf geen krimp en voordat het echte eindspel aanbrak, werd het ook hier remise. Wim Jacobusse speelde Arubaans degelijk. Dit lijkt een contradictio in terminis, maar zijn eindigde weer in remise, waarbij wel het gevoel achterbleef dat hij zijn pluspion ergens te gelde had kunnen maken.

Marko Burger offerde op h3. Eric Dek counterde en kwam weliswaar een toren en drie pionnen tegen twee stukken achter, maar zijn tegenaanval (h-lijn + paardschaakje) leek dodelijk, maar was het niet, zodat Marko won. Daarvoor had Herman Schoonakker al van Matthijs Schouten gewonnen (heb gemist hoe, maar moet door een foutje van Matthijs zijn gekomen) en weer daarvoor Kees Weststrate van Dingnis Lokerse.

Gayan den Hollander deed het op de 2e zet al fout (Pf6 in het damegambiet). Wouter Bliek was er als de kippen bij om het voordeeltje, wat hij hierdoor kon krijgen, te pakken. Vervolgens ging Gayan er voor zitten en moest Wouter verschrikkelijk hard werken en ook nog wat tactische ingrepen uitvoeren om (op mooie wijze overigens) de winst te pakken. Als enige waren toen Albert van Zeist en Marius Leendertse nog bezig. Marius stond de hele partij sterk met een mooie d-pion. Albert kon niet counteren, maar wel verdedigen. En dat deed hij met verve. Het paard stond of op het stopveld (d7) of kon er naar terug. Na Pc5 leek Albert Marius tuk te hebben met aanval op toren d3 en dame e4. Marius speelde De3 (een wel erg vilein zetje). Albert nam meteen de toren op d3 en zag dat na Marius Dxh6 het plots mat was.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 10

 

Jarig

 

Ronde 10 en we hadden een jarige en dan niet Sinterklaas want het was 5 december maar Marius Leendertse. Met cake begonnen we aan deze ronde. En een verjaardagslied hebben we maar niet gedaan want schakers zijn meestal niet erg muzikaal.

 

Wel wat snelle partijen vandaag. Dingnis Lokerse had toch best wel een goede stelling op het bord gezet maar werd verrast door een gemeen aftrekschaak van Mathijs Schouten en hij moest zijn vrouw inleveren voor een stuk en dat was natuurlijk beslissend. Onze andere Lokerse namelijk Dies gaf tegen Jaap van Oosten een pion weg in de opening en moest later ook een stuk inleveren. Zwart speelde rustig door en won meer materiaal en kon later  wit ook nog mat zetten.

 

Piet van Boven was ook snel klaar ondanks zijn voornemen om langzaam te spelen. Piet speelde tegen Jan Capello’s e4  de caro-kann maar deed na Jans d4 het bijzondere f6. Zwart kon daarna niet meer fijn ontwikkelen en moest door een penning op zijn koning  een pion opgeven. Zwart bleef onder druk en gaf later ook nog een vol stuk en hij gaf gelijk op.

 

De topper vandaag was tussen de nummers 2 en 4. Wilco Krijnsen had wit tegen Jan-Kees Tolhoek maar speelde een te voorzichtige opening die Jan-Kees prima tegenspeelde. Wit kreeg wel voordeel op de klok maar de stelling was zo gelijk dat de heren toch de vrede tekenden.

 

Erik Dek speelde heel actief tegen met zwart tegen Wouter Bliek. Dat leverde een stelling op met wederzijdse kansen maar het kostte zwart wel veel tijd. Zwart ging wat sneller spelen en koos daardoor het verkeerde plan. Wit kon een lastige drukstelling krijgen maar die kwam er niet omdat Erik ineens een stuk weggaf en het ook gelijk zag. Goede partij die dan voor zwart meer had verdiend.

 

Gayan den Hollander had tegen  Willem Jacobusse een bizarre stelling gekregen. Allebei 8 pionnen en alleen maar zware stukken over. Zwart probeerde daarna een riskant plan en kreeg een pionnenstelling die weliswaar slechter was dan de witte (geïsoleerde) dubbelpion maar die dubbelpion dekte zoveel velden dat wit eigenlijk nergens naar binnen kon met zijn koning. Remise dus.

 

De langste partij was die van Herman Schoonakker tegen Marius Leendertse. Herman kwam met het Engels en bleek met de loper op g2 vervelende druk op zwart te hebben. Zwart moest c6 onder deze druk laten vallen en met een pion meer bleef wit druk te houden. De afwikkeling naar een zware stukken eindspel bleek toch lastiger te winnen. Zwart dreigde de witte koning te smoren en Herman zag daar geen goed uitweg uit. Remise was het resultaat. In de nazit bleek wel dat wit er veel beter uit kon komen maar na een lange partij was dat lastig te zien en het zou ook niet netjes zijn om van een jarig iemand te winnen! 

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 9

 

Verrassing!

 

Dies Lokerse deed in de opening tegen Jan Capello wel goede zetten maar toen het tactisch ging worden in het centrum, ging het toch mis en gaf hij een stuk weg en dat werd dus een zege voor Jan.

 

Bij Freek Pruis tegen Ton Hertogs ging het een beetje hetzelfde, Freek leek goed uit de opening te komen. Ton had een geïsoleerde dubbelpion op de c-lijn maar had daarvoor wel het loperpaar in een open stelling en die activiteit werd hem toch noodlottig.

Piet van Boven won snel materiaal tegen Dingnis Lokerse die nog wel heel lang doorspeelde maar Piet speelde gewoon door en pikte hier en daar nog wat extra materiaal mee en won.

 

Gayan den Hollander won tegen Marius Leendertse in de opening een pion, had sterke druk door een mooi loperpaar op de zwarte stelling maar wit miste even dat zwart een kwaliteit voor een pion terug kon winnen, Marius miste dat en kon daarna geen vuist meer maken tegen de opdringende witte stukken.

 

Ton van Vliet speelde niet zijn meestal zeer agressieve spel maar ging op de meer positionele tour, de stelling bleef heel lang gelijk maar dat ging wel ten koste van veel tijd en aangezien Ton het snelle tempo speelt, ging de tijd snel naar beneden en in het verre eindspel tastte Ton mis en was het plots over.

 

Bij Herman Schoonakker tegen Wilco Krijnsen was ongeveer een zelfde beeld. Heel lang een gelijke stand maar in een dubbel toreneindspel speelde Herman niet nauwkeurig genoeg en verloor.

 

Omdat Eric Clarisse ook won van Mathijs Schouten in een partij waar ik alleen heb gezien dat vanuit een pirc Mathijs ergens materiaal gaf, heeft de oplettende lezer gezien dat in elke partij de “verwachte” uitslag op het bord kwam, maar de titel dan? 

 

Verrassing ! sloeg op de WK match: Carlsen verloor met wit van Karjakin. Na een aantal gemiste in andere partijen  ging de wereldkampioen te ver en kreeg het deksel op de neus

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 8

 

Max Verstappen  kan het deze ronde niet

 

 Rare titel maar er waren een drietal partijen waarbij de snelle agressie het moest afleggen tegen de rustig positioneel schuivende speler.

 

Als eerste was daar Piet van Boven die vaak heel snel speelt. Herman Schoonakker kwam al heel snel twee pionnen en een kwaliteit voor en zonder dat wit daar iets voor terug had. Herman kon rustig het punt ophalen.

 

Als tweede hadden we de snel spelende Freek Pruis, die het met zwart moest opnemen tegen Wilco Krijnsen.  De beide heren ploften in formule 1 stijl de zetten op het bord en wit had na 10 zetten zelfs 3 minuten meer op de klok dan wanneer je begint. Toen Wit met het raadselachtige a3 aan kwam zetten, moesten de omstanders wel even de wenkbrauwen fronsen maar volgens Wilco zou dat 10 zetten later beslissend zijn(!) Wit won inderdaad wel omdat Freek eerst een pion kwijt raakte en daarna in een verloren eindspel terecht kwam. Of de overwinning nu echt door a3 kwam is en blijft dan de vraag.

 

De derde was de partij tussen Wouter Bliek en Marko Burger. Marko koos met zwart tegen de d4 opening van wit met f5 voor het Hollands. Wit koos een zijlijn en kwam met Lg5 en dan haal je de e6 lijn eruit voor zwart. Zwart koos om de loper op te jagen met h6  Lh4 g5 en Lg3. Valletje is dan dat f4 om de loper te winnen niet werkt door e3 en er dreigt  Dh5 met mat. Door alles aan die kant op te schuiven kwamen er veel zwaktes op de koningsstelling en nadat vrijwel alle pionnen naar de witte velden moesten, werd zwarts witte loper nogal beperkt. In een lastige stelling wilde wit later de c-lijn vasthouden door een toren op f8 aan te vallen met Pg6. Die toren kon dan niet naar c8 door een vork op e7 door datzelfde paard. Uiteraard zag zwart dat, maar dacht lang na over waar die toren dan heen moest en zette hem toch op c8 en zag direct dat dat niet kon en gaf meteen op.

 

Waren er nog meer snelheidsduivels ?  Ja en die speelden tegen elkaar.

 

In D. Lokerse tegen D. Lokerse ging het eigenlijk zo snel dat uw verslaggever er niets van gezien heeft alleen dat Dingnis tegen zijn neef Dies in het stof moest bijten.

 

Bij Marius leendertse tegen Bram Boone kwam er een heel dichte stelling op het bord. De stelling ging wat open en Marius leek er beter ui te komen maar gaf ergens materiaal weg en verloor.

 

Jaap van Oosten beperkte zich heel lang met wit tot de eerste drie rijen en Marko Baars zette zijn stukken actief neer en slaagde er toch in wit in problemen te krijgen. Zwart won een kwaliteit en tikte de partij mooi uit. Knappe overwinning.

 

Gayan den Hollander kreeg het weer voor elkaar een geïsoleerde d-pion te krijgen. Vaak is dat helemaal niet slecht maar Erik Dek zette alles aanvallend neer en wit had eigenlijk geen duidelijk plan meer. Wit gaf een pion weg en kreeg er nog een geïsoleerde dubbelpion op de f-lijn bij. Erik leek dus te gaan winnen maar ging onder tijdsdruk wat sneller spelen en liet wit zoveel ruilen dat er een ongelijk loper eindspel op het bord kwam met nog steeds een pion meer dat eigenlijk pot remise was en zo geschiedde dus ook.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 7

 

BLIEK BLIJFT AAN DE LEIDING 

 

De nummers 1 en 2 moesten elkaar dan eindelijk bekampen: Jan-Kees Tolhoek tegen Wouter Bliek. Jan-Kees had wit, speelde zoals we van hem gewend zijn, rustig, zodat Wouter ook geen openingsproblemen kende. De hele partij ging heel lang gelijk op. Jan-Kees had door de zwartveldige lopers af te ruilen in een (voor beide partijen moeilijk te winnen) dame-eindspel terecht kunnen komen. Hij ruilde niet en dat gaf Wouter kleine kansjes en dan is Wouter op zijn best. Het leidde tot niet te voorkomen pionverlies voor Jan-Kees en voordat die pion er af ging gaf Jan-Kees al op. Dat leek voorbarig, maar de nazit gaf wel aan dat het inderdaad verloren was. 

 

Ook Jan Capello gaf er de brui aan op een moment dat hij nog vechtkansen had tegen Peter van der Borgt, die weer met een klein voordeel uit de opening kwam, maar dat voordeel onvoldoende kon omzetten in een (al dan niet eenvoudig) te winnen stelling. Wat wel bleef, was dat Jan zich geen foutje kon veroorloven. Dat (overigens kleine foutje) maakte Jan wel. Het pionverlies was nog niet zo erg, maar dat Peters torens veel actiever werden, was het echte probleem. Jan had de keuze tussen twee manieren om zijn pion te verliezen, de andere manier zag Jan pas nadat hij gezet had en die methode was veel beter, want dan had Jan actief torenspel gehad. 

 

Laten we terug gaan naar de partijen in de top. Huh? Capello-van der Borgt zal toch ook wel een toppartij zijn. Nee hoor! Het was de nummer 15 tegen de nummer 16. Normaliter stuurt de nummer 16 (we noemen hem A) ook de nieuwe ratings rond (want 1/11 worden die weer bekend), maar nu beperkte de voorzitter (en die noemen we B) zich tot de mondelinge melding voorafgaand aan de interne competitie dat er niet veel veranderd was, wat voor veel spelers wel klopte, maar nu net niet voor de clubkampioen van vorig seizoen (laten we hem C noemen) , waardoor uw verslaggever (D dus) zich genoodzaakt ziet om te melden dat Van der Borgt (meneer E) zijn rating weer zag dalen. Voor de lezer wie denkt wie is nu A, B, C en D? Antwoord onderin. 

 

De top dus. Ton Hertogs en Gayan den Hollander speelden een boeiende partij. Gayan kreeg een zwakke d-pion. Toen die werd geruild, leek er weinig aan de hand totdat Gayan met g7-g5 zijn eigen pionnenstructuur danig in de war schopte. Opeens had Gayan een zwakke f-pion en doordat Gayans loper zwak bleef, kon Ton door met zijn paard handig te manoeuvreren gesteund door een koning in het centrum een vrijpion creëren zonder dat Gayan dat ook kon. Dat was voldoende voor de winst voor de Bergse Kapellenaar (of is het Kapelse Bergenaar?). 

 

Eric Clarisse speelde zijn eerste interne wedstrijd en hij kwam hartstikke goed uit de opening tegen Mark Burger. Na Erics opmars met de f-pion (tot 3) en het gedwongen gxf3 zag uw verslaggever niet direct hoe het mis zou gaan met Marko, maar hij kon zich ook niet voorstellen dat het niet mis zou gaan. U snapt hem al: het ging wel mis, maar dan voor Eric. Eric offerde een toren en dat bleek niet goed. Helaas heeft uw verslaggever de analyse gemist, want daarin is misschien duidelijk geworden of (en zo ja: waar) Eric het beter had kunnen doen. Laten we het er maar op houden dat Eric zijn hand heeft overspeeld. 

 

Misschien schrok hij ergens van. Ik zoek een bruggetje naar Halloween, zo’n uit Amerika overgewaaid ding, waar ik niks mee heb en wat volgens mij vooral is verzonnen door de middenstand (net als kado’s met Kerst, moeder/vaderdag en het ergste van allemaal Valentijnsdag). Welnu, geen verklede engerds achter het schaakbord en het door de zangvereniging tot in den treure geoefende “Take me home, country roads” was nu ook weer niet zo slecht dat iemand daar slechte zetten door ging doen of dat John Denver plots als een spook tot ons kwam. Deze alinea vol mislukte bruggetjes leidt ons naar de enige remise. Een partij die alle kanten op leek te gaan, behalve remise. 

 

Ronald Hoek van Dijke speelde ergens in het vroege middenspel weer Ph4, de zet waarmee hij in zijn vorige interne wedstrijd zijn stelling “verklootte”. Blijkbaar wilde Ronald bewijzen dat Ph4 niet altijd fout is. Tegenstander Ton van Vliet provoceerde Ronald vervolgens heel erg door zijn toren naar f5 te spelen, welke provocatie door Ronald werd overtroffen door die aangeboden kwaliteit niet te slaan. Uw verslaggever besloot op dat moment deze partij niet meer te volgen: je zet een stuk naar een slecht veld, daar mag je hem vandaan wegzetten met materiaalwinst en je doet het niet. Het werd uiteindelijk remise omdat Ton wel erg weinig tijd had en Ronalds remiseaanbod maar aannam. Al vroeg de andere dag zag ik in een (door Ton met enige frustratie gestuurd) sms-je deze foto:

 

 

met de mededeling dat na Ronalds Df5 Ton het met Df2 meteen had kunnen uitmaken. Nu volgde fxg2 en verzandde de stelling. 

 

In de onderste regionen werd er hard gestreden. Dingnis Lokerse ging weer te vroeg met zijn paarden aan het werk, verloor materiaal, kwam gevaarlijk terug, maar net op het moment dat Albert van Zeist zich zorgen ging maken, deed Dingnis weer een stuk in de aanbieding. Piet van Boven moest al snel in de verdediging tegen Marius Leendertse. Hij kon niet veel meer dan afwachten. Na een prachtige actie van Marius (Lf3-d1, gevolgd door Te1-e3 met de bedoeling Th3 gevolgd door mat op h7) kwam Piet met de verkeerde tegenactie (Ph5). De enige remedie tegen mat op h7 was het “lelijke” Te8-f8 gevolgd Pg7-e8, alhoewel het er dan op leek dat Marius met zijn h-pion zou kunnen gaan lopen, want Piet zou niet zomaar over de b-lijn een goede tegenaanval hebben. Maar Piet speelde dus zijn paard naar h5, waar hij door de (door Piet uit het oog verloren) loper op d1 meteen van het bord werd geslagen, waarna Piet zag dat na gxh5 Tg3 mat zou volgen. Herman Schoonakker had het loperpaar en penningen en nog wel meer dreigingen. Jaap van Oosten kwam weliswaar een kwaliteit voor (tegen wat pionnen), maar zijn stelling bleef foutgevoelig en die fout, die kwam: de dame werd weg gegeven: winst voor Herman.  

 

Dan zouden we bijna Bram Boone en Eric Dek nog vergeten. Eric kwam beter uit de opening, won een pion en bleef beter staan. Zelfs nadat Bram met een dameoffer de pion had teruggewonnen, bleef Eric lekkerder staan. Dat dameoffer was best aardig: Bram sloeg een pion op a7. Die pion stond gedekt door een toren. Alleen als Eric Txa7 deed volgde Txe8 met mat achter de paaltjes. Dan sla je toch eerst die toren op e1? Nee, want dan zou Dxa8 mat volgen! Eric bleef dus beter staan en won. 

 

O ja: het Antwoord is: A = B = C = D = E.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 6

 

KRIJNSEN EN BLIEK BLIJVEN OP KOERS 

 

Omdat koploper Jan-Kees Tolhoek er niet was, waren de ogen vooral gericht op de partijen van nummer 2 Wouter Bliek (met wit tegen nummer 3 Ton Hertogs) en nummer 4 Wilco Krijnsen (met zwart tegen nummer 5 Gayan den Hollander die met een 100%-score uit 4 partijen een strakke seizoenstart had). 

 

Wouter en Ton speelden de openingsfase, hoe zal ik het zeggen, “creatief”, wat een mooi woord is voor “uw verslaggever snapte er niet veel van”, maar die verslaggever zag wel dat die creatieve opening Ton vooral ellende had opgeleverd. Hij kon zich maar moeilijk loswrikken, moest ook nog een pion geven en toen Wouter met het schitterende Lb8 kwam kostte dat Ton ook nog een stuk. Ton zocht nog wel even naar schwindeltjes, maar die haalde Wouter er uit door een pion in de aanbieding te doen. Die pion werd niet meer genomen, want Ton gaf Wouter de hand ten teken van overgave. 

 

Ook Gayan liep tegen een nederlaag op en zoals altijd (bij verliespartijen tegen Wilco) leek dat onnodig. Gayan werd (al dan niet door speciale Wilco-kabouters) gedwongen zijn pionnen op de damevleugel op te schuiven, dat leek zelfs even kansrijk en net op het moment dat je denkt dat Wilco in de problemen komt, weet Wilco met een paar simpele zetten stukken te ruilen en blijkt Gayans pionnenstructuur zo slecht dat pionverlies en later partijverlies onvermijdelijk is. 

 

Clubkampioen Peter van der Borgt stond op een all-time-low 17e plaats en wilde natuurlijk graag weer wat stijgen. Het werd een bijzondere partij tegen Herman Schoonakker. Bijzonder, omdat Peters a-pion achter elkaar de volgende zetten deed: a6xb5xc4xd3xe2. Hermans b-pion deed iets soortgelijks: b4xc5xd6. alleen niet achter elkaar, want tussendoor sloeg Herman met een toren een toren op b8 en met de dame de pion op e2. De oplettende lezer denkt nu dat Herman een toren tegen een pion voor staat en dat klopt, maar Peter kon Pc6xb8 doen en kwam zo een pion voor. Wat resteerde was dat beide partijen (op 1 toren na) nog alle stukken hadden en Herman 4 pionnen (van e tot h) en Peter 5 (van d tot h). Behalve een grappig gezicht bood die stelling andere mogelijkheden, vooral tactisch, dan die je hebt in een stelling met veel stukken én pionnen. Peter bleef de pion voor, kon ook wel zo nu en dan wel wat ruilen, maar had toch de hulp van Herman nodig om te kunnen winnen en die hulp kam er doordat Herman niet verdedigend genoeg speelde. Dit werd zo’n eindspel waarin passief spel beter is dan actief spel. Kortom: Peter won. 

 

De clash der D-spelers (Piet van Boven tegen Jaap van Oosten) eindigde onbeslist. Jaap kwam met ontwikkelingsvoorsprong uit de opening, maar durfde Piets (lang) gerokeerde koningsstelling niet met een pionnenopmars open te breken. Daardoor verdween Jaaps positionele voorsprong en kon Piet aan de andere kant wel Jaaps (kort) gerokeerde koningsstelling onder vuur nemen. Dat deed Piet met verve, maar Jaap is een geducht verdediger en hij hield de deur dicht. 

 

Dan zijn er nog twee partijen over. In beide partijen speelden paarden in het begin de hoofdrol. Dingnis Lokerse gaat graag met zijn paarden in de aanval en als ze aangevallen worden, speelt hij ze niet graag terug. Een lovenswaardige tactiek, die helaas weinig succesvol is. Ogenschijnlijk sterk kwam Dingnis uit de opening, maar Marius Leendertse wist met een paar subtiele tussenzetje Dingnis’ paarden aan te vallen en vervolgens te winnen. Punt voor Marius dus.

 

Freek Pruis sloeg met een paard een gedekte pion op e5. Dat kon vanwege de vork (d4) die zou volgen na terugslaan door Jan Capello. Jan was duidelijk verrast; meestal is Jan namelijk degene met dergelijke tactische grapjes. Nu kwam Jan er niet lekker uit. Freek kreeg een loperpaar en een mogelijkheid voor een pionnenwals op de damevleugel. Die wals kwam, kostte Jan een pion, maar bleef, geholpen door andere stukken gewoon doorwalsen, zodat Jan op een gegeven moment maar opgaf. Zodoende is Freek met 4 zeges op 5 erg goed gestart.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 5

 

DEN HOLLANDER BLIJFT WINNEN 

 

Gayan den Hollander wint voor de 4e keer op rij. Dan zal hij wel bovenaan staan, denkt u. Tja, zo werkt het dan weer niet met dat Keizer-systeem. Maar in de top-10 staat Gayan natuurlijk wel. Hij won nu van Ronald Hoek van Dijke. Ronald wilde zijn eigen systeem spelen: open f-lijn, korte rokade en een loper gericht op f7. Die eerste twee lukten, die loper werd echter al snel van het bord geruild. Nog was er niet veel aan de hand, maar na Ronalds Ph4 kon Gayan f5 spelen en toen Ronald ook nog een paar keer niet de sterkste zet deed, wachtte Ronald na Tg3 niet het vernietigende loperoffer op h3 af en gaf op. 

 

Een andere Kruininger, Marko Burger, heeft met zwart ook zo zijn eigen systeem: zijn damepaard omspelen naar g6 en nog liever naar f4 en dan beuken op de witte koning (als die tenminste kort gerokeerd heeft). Welnu, Mark kreeg de stelling die hij wilde om vervolgens, nadat Jan Capello er alles aan gedaan had zijn koning enigszins te verdedigen, via de open b-lijn en twee machtige lopers de definitieve klap uit te delen. 

 

Misschien wilden Wilco Krijnsen en Wouter Bliek ook wel in een eigen systeem terecht komen, maar ze speelden de opening zo onorthodox dat dat niet lukte. Ze kwamen al snel in een eindspel terecht, waarbij Wouter op een gegeven moment een zeven-dubbel-pion had (tenminste als je het bord vanaf de zijkant bekeek): al zijn pionnen stonden op de 6e rij! Toen er ook iets als tijdnood ontstond, wist Wouter in het ontstane toreneindspel bij Wilco binnen te dringen, via de onderste rij en weer terug naar eigen gelederen kwam Wouter op f3 terecht (tenminste zijn toren), maar na Wilco’s Te3 resteerde niets anders dan torens ruilen en remise aanbieden. Kortom: een spannende partij. 

 

Ook remise, maar minder spannend, werd het in de eerste interne partij van het seizoen van de ex-Scheldeschakers Rob Oosterlee en Bram Boone. De open c-lijn kon door geen van beiden benut worden, het loperpaar (wat ze allebei hadden) had de kracht van pionnen, ergens een doorbraak forceren zat er ook niet in. Kortom: wie wilde winnen zou verliezen. Remise dus. 

 

Dat werd het ook bij Albert van Zeist en Jaap van Oosten. Dat verwondert u natuurlijk niets, want in 6 externe partijen, die ze gezamenlijk dit seizoen al gespeeld hebben, werd het 6 keer remise. Jaap bood als eerste remise aan en gaf daarbij ook nog de uitleg “volgens mij staat alles vast”, waarop Albert “maar ik heb iets meer ruimte” antwoordde en doorspeelde, maar niet durfde te offeren toen Jaap g5 speelde. Uw verslaggever kon het niet overzien, maar een paardoffer op g5 zag er sterk uit. Albert offerde niet en de partij verzandde toen echt in remise. 

 

Marco Baars ging aanvankelijk mee in het moordende tempo van Dingnis Lokerse. Dat leverde Dingnis een penning van Marco’s dame op, waarbij Marco dameverlies kon voorkomen door een stuk en twee pionnen te geven. Die pionnen zou Marco nog wel terug kunnen winnen, maar dan nog zou Dingnis een stuk voor blijven. Helaas (voor Dingnis) bleef die zijn Max-Verstappen-tempo aanhouden en waar Max de auto meestal wel op de weg houdt, lukte dat Dingnis niet: eerst deed hij een stuk en even later een dame in de aanbieding. Marco nam die reclamestunts in dankbaarheid aan en won. 

 

Ook Peter van der Borgt scoorde zijn eerste punten, al schrok hij wel dat na zijn zevende zet Marius Leendertse een pion kon winnen. Marius zag die mogelijkheid wel, maar durfde het niet aan. In de nazit bleek dit terecht. Later ging Marius evenwel in de fout doordat c5 zijn d-pion zwak maakte en Lc6 en Dc7 onnodig tempoverlies bleken. Peters stukken stonden toen zo goed dat er ergens wel iets in moest zitten en dat bleek ook zo. Peter kon gewoon een loper op g5 (na Marius’ f6) in laten staan, omdat hij met de manoeuvre Dd2-e2-e6 ondekbaar mat op g8 zou gaan geven.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 3

 

TOLHOEK BLIJFT WINNEN, VAN DER BORGT VERLIEZEN

Jan-Kees Tolhoek won weer en staat nu een half puntje achter op Wouter Bliek. Dat is nog eens "herintreden". Nu gebiedt de eerlijkheid wel te melden dat Jan-Kees beide winstpartijen niet over geluk te klagen had. Vorige week raakte Ton van Vliet het spoor bijster en toonde Jan-Kees zich een speler die genadeloos kan "killen". Nu was het zijn tegenstander (Marko Burger) die Jan-Kees wel erg hielp nadat Marko in de opening een pion had gewonnen en de stelling van Jan-Kees rijp leek voor de sloop. Marko zag echter Lb4 over het hoofd en met een dame op d2 en een koning op e1 en niks om op c3 te zetten konden de stukken meteen de doos in.

Dan onze voorzitter en clubkampioen, die er blijkbaar alles aangelegen is om die titel niet te prolongeren. Wist hij vorige week een tenminste-remisestelling tegen Bliek keurig om zeep te helpen, nu speelde hij te wild tegen Wilco Krijnsen. Na wat geruil bleken Wilco's stukken veel beter samen te werken en kon Wilco de partij eenvoudig naar winst brengen ondanks dat Peter nog wel wat tactische grappen en grollen in de stelling probeerde in te bouwen. Peter staat nu 11e en is daarmee 6e Kruininger. Ik denk dat dit nog nooit is voorgekomen.

Ton Hertogs liet zien een versterking te zijn voor onze club. Vanuit de opening moest Eric Dek (ondanks dat hij achter de witte stukken zat) vechten voor iets wat op een gelijkwaardige stelling leek en dat lukte gewoonweg niet. De andere BSV-er, Ton van Vliet, offerde uiteraard weer. Hij speelde de Morra (dat houdt een pionoffer in), die hij even later liet volgen door een volle loper (op f7, waarmee dus Ton wel een pionnetje terug won). Of het allemaal correct was, weet ik niet maar Herman Schoonakker kwam ingeklemd te zitten, verloor het stuk weer, leek kans te hebben het weer terug te winnen, als hij maar tijd zou krijgen en die gaf Ton hem niet.

Dingnis Lokerse speelde de opening weer erg goed, maar ergens moet er kortsluiting zijn ontstaan (misschien toch weer te snel gespeeld), want opeens was er bij Dingnis een toren van het bord en bij tegenstander Piet van Boven niet. Kees Weststrate gooide ouderwets de pionnen weer naar voren, Freek Pruis bleef rustig, Kees benutte de tijd heel goed, maar kon toch niet voorkomen dat Freek materiaal voor kwam en uiteindelijk moest Kees de witte vlag hijsen. Maar toen was het al ruim na elven, waarop Freek aangaf zich niet meer te herinneren wanneer hij nog eens zo'n lange partij had gespeeld.

Matthijs Schouten en Gayan den Hollander speelden een spannende wedstrijd, waarbij het lang er naar uit zag dat het remise zou worden, maar Gayan wist met kleine zetjes (niet echt zijn "core business") Matthijs tot overgave te dwingen. Dan hadden we nog Jan Capello en Ronald Hoek van Dijke en die waren de enige die remise overeenkwamen en dat was, gezien wat er op het bord werd getoverd, terecht.

 

naar boven    naar beneden

 

 

Ronde 2

 

BLIEK EN TOLHOEK GEVEN VISITEKAARTJE AF

Wouter Bliek is de competitie voortvarend gestart. In de eerste ronde werd van Marius Leendertse gewonnen. Logische uitslag, maar Wouter moest er wel hard voor werken. Marius is gewoon een stugge tegenstander. Nu mocht hij tegen de kampioen van vorig jaar, Peter van der Borgt. Peter bedacht zich net voor de wedstrijd dat hij dit jaar met zwart geen damegambiet meer wil spelen, tenzij hij zeker weet dat er een Noteboom-achtige situatie. Nu weet je dat nooit zeker, dus moet Peter voortaan maar iets anders bedenken op 1. d4. Nu koos hij onvoorbereid voor het Hollands; verrassend voor Wouter, maar zijn pionoffer (op zet 4) was dat ook voor Peter, die die pion overigens eerst gewoon liet staan en later wel won, maar met ontwikkelingsachterstand als gevolg. Toch ontstond er een stelling die Wouter niet kon winnen, maar waar ook geen duidelijke winstweg voor Peter te zien was. Uit de titel van dit artikel is af te lezen dat Wouter toch won. Inderdaad: Peter had eerst bedacht waarom Df6-g6 niet kon, vergat dat vervolgens weer, speelde de zet toch, verloor een paard en het bleek dat de stelling van dame + twee paarden + vijf pionnen (Wouter) tegen twee torens + paard + vijf pionnen (Peter) voor Peter niet te houden was. Zo won Wouter deze, overigens zeer onderhoudende, partij met mooie plaatjes (op een gegeven moment was bijna de hele h-lijn bezet (met twee zwarte paarden, twee witte torens, een witte dame, een zwarte toren en een zwart pionnetje.

In de 2e ronde was er de herintrede van Jan-Kees Tolhoek in de interne competitie. Hij mocht meteen tegen een sterke tegenstander, Ton van Vliet. De stelling bleef lang in evenwicht totdat Jan-Kees de fout in ging en Tons paard toeliet naar c4 te springen. Dat leverde pionverlies op en positioneel zag het er ook niet al te jofel uit. In plaats van het af te maken ging Ton modderen, misschien geholpen door tijdnood. Dan is Jan-Kees juist op zijn best, bracht niet alleen grapjes in de stelling, maar wist ook verbaal voor amusement te zorgen door te gaan tellen hoeveel pionnen hij achterstand en hoe hij dat meer dan oploste. Jan-Kees kwam een pion voor, liet zijn paarden mooi samenwerken en Tons stukken raakte meer en meer verstrikt in elkaar met stukverlies en opgave tot gevolg.

Bij Eric Dek en Jan Capello werd het evenwicht niet verbroken en toen na Erics Pb5 er heel wat geruild werd, werd de vrede getekend. Dat gebeurde ook bij Ton Hertogs en Wilco Krijnsen, maar van die partij begreep uw verslaggever niet veel. Voor zover die het begreep, deed Ton zo nu en dan wat in de aanbieding, nam Wilco die niet aan (wilde blijkbaar geen "gratis bier"), maar kwam Wilco toch een pion voor wat door Ton weer werd geneutraliseerd door te vluchten in een niet te winnen (of te verliezen) eindspel met ongelijke lopers.

Herman Schoonakker was als eerst "uit". Tegenstander Freek Pruis had lang gerokeerd, Herman kort. Maar Freek kon geen aanval creëren en Herman wel en na wat krachtzetten besloot Freek zijn koning om te leggen. Ook bij Marco Baars was er een gevalletje "tegenstander lang, zelfkort gerokeerd". Hier won echter de "lang-rokeerder", Piet van Boven. Marco dacht met De5 Piets pionnenopmars te kunnen stuiten, maar die actie kostte een stuk en Piet speelde partij geconcentreerd uit. Matthijs Schouten gaf vol druk op pion d3 van Jaap van Oosten. Jaap probeerde onder die druk uit te komen door een tussenzetje (pionaanval op de dame), die werd beantwoord door een ander tussenzetje (slaan op d3 met aanval op Jaaps dame op c2), waarna Jaaps stelling, ondanks hevig tegenspartelen, uiteindelijk in elkaar stortte.

 

naar boven